Cyprus, een stukje Europa in het Midden-Oosten

Cyprus, één van de kandidaten voor toetreding tot de Europese Unie, ligt heel dicht bij Turkije, Syrië en Libanon, en dus ook niet heel ver van Israël en Egypte. Het maakt geografisch eerder deel uit van het Midden-Oosten dan van Europa. De Europese roeping van Cyprus ligt vooral in de bevolkingssamenstelling: ± 80% Grieken en ± 20% Turken.

De totale bevolking bedraagt een kleine 750.000 mensen, van wie ± 630.000 Grieken en ± 90.000 Turken. Cyprus is 9.251 km² groot, dus zowat 1/3de van België. Van oost tot west meet het eiland maximum 240 km. Van noord naar zuid 100 km. Het is op twee na het grootste Middellandse Zee-eiland, na Sicilië (Italië) en Sardinië (Italië), maar vóór Kreta (Griekenland).

De eerste Grieken die op Cyprus aankwamen, waren de Achaeërs (1200-1100 voor Christus). Nu nog gaan de Grieks-Cyprioten er prat op dat zij het meest homerische Grieks spreken. Nadien volgden als heersers de erfgenamen van Alexander de Grote, de Romeinen, de Kruisvaarders (Richard Leeuwenhart, Guy de Lusignan) en de Venetianen (Catharina Cornaro).

Van Ottomaanse naar Britse bezetting

De Turken deden hun intrede in 1571, eerst als bondgenoten, later als verdrukkers van de zich door West-europa verknocht voelende Grieks-Cyprioten. De afstammelingen van dat Ottomaanse leger vormen de kern van de Turks-Cypriotische bevolking. In 1878 komt Groot-Brittannië meepraten. Het Ottomaanse Rijk is aan het verzwakken. Groot-Brittannië is grote belangen aan het verwerven in het Midden-Oosten en India. Het Franse Suezkanaal wordt daar een bedreiging voor.

Dus “een eiland als een slagschip” past uitstekend in de Britse strategie. In ruil voor Britse bescherming tegen het expansionistische Rusland van de tsaar geeft Turkije Cyprus dan ook op. Cyprus wordt een Britse kolonie. Tot ongenoegen van de Grieks-Cyprioten: na de Kruisvaarders, de Venetianen en de Ottomanen, een nieuwe niet-Griekse bezetter.

Dus rijpt stilaan het idee van ENOSIS: aanhechting bij het Griekse moederland. Waar de Grieks-Cyprioten alleen hun taal en godsdienst mee gemeen hebben. Geografische en dus ook militaire liggen Griekenland en Cyprus even ver uit elkaar als b.v. Brussel en Praag.

De gewapende opstand begint op 01.04.1955. De opstandelingen noemen zich de EOKA: de Volksorganisatie van Cyprische Strijders. Hun leiders: de Griekse kolonel Grivas en de Cyprische aartsbisschop Makarios. De strijd wordt in 1960 beslecht met een compromis. Door de akkoorden van Londen en Zürich wordt Cyprus géén deel van Griekenland, maar wel een onafhankelijke republiek, met als eerste president aartsbisschop Makarios.

De grondwet van 1960 geeft de Turks-Cyprische minderheid meer macht dan waar zij krachtens haar aantal recht op heeft. Zo moet de vice-president een Turk zijn, en krijgt hij vetorecht. Makarios en zijn EOKA-achterban morren. In december 1963 stelt Makarios voor om de rechten van de Turken in te perken. De Turks-Cyprioten nemen dat niet. Zij stappen uit het bestuur, en trekken zich terug in enclaves, waar zij een vorm van zelfbestuur organiseren.

Geregeld komt het tot gewelddadige incidenten, wat de Verenigde Naties in 1964 doet besluiten een vredesmacht te sturen: de UNFICYP, vooral Engelse soldaten, Canadezen en Skandinaviërs.

Staatsgreep tegen Makarios

Die labiele situatie duurt tot juli 1974. Dan beslist de militaire junta in Athene (al dan niet met de steun van Washington, minister Kissinger en de CIA) het oude plan van Enosis alsnog uit te voeren. Griekse paracommando’s en de EOKA plegen een staatsgreep tegen Makarios (die erin slaagt zich in veiligheid te brengen); en ze installeren EOKA-terrorist Nikos Sampson als scherts-president. De Cyprische linkerzijde beging verontwaardigd een burgeroorlog. De Turks-Cyprioten vrezen voor een genocide.

De verwarring duurt van maandag tot zaterdag: “Five hot days“, zou de Turkse journalist M.A. Birand zijn boek later noemen. De vijfde dag grijpt Turkije in. Het stuurt zijn parachutisten, en andere landingstroepen naar Cyprus. Zij gaan aan land in de buurt van de noordelijke havenstad Kyrenia/Gorne en installeren daar een bruggenhoofd, tot aan de hoofdstad Nicosia/Lefkosa. Met als excuus: wij moeten onze volksgenoten beschermen tegen een dreigende volkenmoord.

Diplomatieke luidt dat: de onafhankelijkheid van Cyprus werd in 1960 gewaarborgd door drie staten:

  • Groot-Brittannië, dat de Grieken heeft laten begaan,
  • Griekenland, dat de staatsgreep tegen Makarios heeft georganiseerd
  • En Turkije, dat dus niet anders kon dan tussenbeide komen.

In augustus 1974 bezetten de Turkse troepen het noordelijke derde van Cyprus na een nieuw offensief. Tweehonderdduizend Grieks-Cyprioten vluchten naar het zuiden, en wonen daar maandenlang in erbarmelijke omstandigheden. Tachtigduizend Turkse Cyprioten worden in het zuiden omsingeld en kunnen alleen met Britse hulp naar het noorden worden gerepatrieerd. Maar dan 1.600 Grieks-Cyprioten blijven vermist.

De Verenigde Naties, die niet hebben kunnen ingrijpen, zitten met een kater. Groot-Brittannië, dat niet heeft willen ingrijpen, evenzeer. De Verenigde Staten, opperhoofd van de NAVO, maar terzelfdertijd inspirator van het ingrijpen van bondgenoten Griekenland en Turkije, zitten in een even lastig parket. Dus: alle hand aan dek om Cyprus te herenigen. De VN-resoluties en de diplomatieke initiatieven zijn niet meer te tellen, maar totnogtoe zonder resultaat. Begrijpelijk, want de Britten hebben na 1960 in het zuiden twee strategische legerbases kunnen behouden: Akrotiri (bij Limassol) en Dhekelia (bij Larnaka).

Enthousiast EU-kandidaat

De uitbreidingsplannen van de EU maken de situatie er niet gemakkelijker op. Cyprus is een enthousiast kandidaat. Het heeft de steun van moederland en EU-lid Griekenland, maar botst evenzeer op het verzet van kandidaat-lid Turkije.

Wat alleszins in het voordeel van Cyprus pleit, zijn z’n gunstige economische prestaties. Alle Europese rapporten zijn positief. Cyprus steekt duidelijk uit boven z’n mede-kandidaten uit Midden- en Oost-Europa. Alleen aan zijn reputatie van belastingparadijs moet nog worden gesleuteld.

De Cyprische economie heeft zich na de gebeurtenissen van 1974 verbazingwekkend snel hersteld. De 200.000 vluchtelingen van toen zijn allang weer onder dak. Meer nog: zij hebben hun verloren gewaande hotel, restaurant of winkel allang heropgebouwd in het Griekse zuiden.

Voor de EU luidt de vraag: welk Cyprus mag toetreden? Er zijn drie mogelijkheden:

  1. Ofwel héél Cyprus, dus Grieks en Turks Cyprus – maar dan moet Cyprus eerst herenigd worden, en daar is nog geen sprake van.
  2. Ofwel de (Griekse) Republiek Cyprus – want dat is de enige die door de Verenigde Naties als een soevereine staat wordt beschouwd. De Turks Cyprische republiek Noord-Cyprus, opgericht in 1983, wordt alleen erkend door Turkije. Dat houdt in: geen rechtstrekse handelsbetrekkingen, geen toerisme, geen telecommunicatie.
  3. Ofwel de toetredingsprocedure gebruiken als hefboom om een hereniging te verwezenlijken – waarmee de EU haar intrede zou doen als de zoveelste bemiddelaar.

Pijnpunten voor de hereniging blijven:

  1. De afbakening van de grens: 200.000 Griekse Cyprioten hebben in het noorden have en goed achtergelaten, en kijken er sentimenteel op terug. Krijgen ze hun eigendom terug, of nemen ze genoegen met een schadeloosstelling?
  2. Belangrijk daarbij is vooral Varosha, de hotelwijk van Famagusta. In Varosha hebben de Turken twee hotels overgenomen. De rest wordt als pasmunt achtergehouden. Turkse Cyprioten mogen er niet in, alleen het Turkse leger. In het uiterste noordoosten wonen nog altijd enkele honderden Grieken, meestal oudjes. De rest is weggetrokken. In Grieks-Cyprus wonen nog enkele tientallen Turkse Cyprioten. Zij blijven, om economische redenen en omwille van politieke meningsverschillen met Turks Cyprus.

  3. Politiek:
  4. Als Cyprus herenigd wordt, in welke vorm? Drie mogelijkheden:

    1. een terugkeer naar de situatie van 1960? Onmogelijk, of er komt een herhaling van de gebeurtenissen van 1963-1964, zegt Turks Cyprus.
    2. Een nieuwe federale of confederale staat?
    3. – federaal: naar Belgische model. Dit betekent delen in de macht.

      – Confederaal: eerst moet de internationale gemeenschap Turks Cyprus erkennen, dan kunnen we samenwerken.

    4. het status quo:

    – Turks Cyprus beschouwt zichzelf als een soevereine staat. Opent dit de weg naar erkenning?

    – generaties zijn uit elkaar gegroeid (27 jaar), ze kennen elkaar niet meer, onder invloed van kerk en staat (aan beide kanten).

    – een tweede demografisch probleem: terwijl de Grieks-Cyprioten hun welvaart herwinnen, raken de Turks-Cyprioten door het VN-embargo achterop. Gevolg: zij emigreren massaaal, vooral naar Groot-Brittannië, dat zij altijd hebben beschouwd als hun bescherming tegen de Grieks-Cyprioten. Hun plaats wordt ingenomen door immigranten uit de armere regio’s van Turkije. Dat cultureel verschil leidt tot racistische spanningen tussen authentieke en nieuwe Turks-Cyprioten, en zelfs tot de oprichting van Turks-Cypriotische oppositiepartijen. Voorts zijn er nog altijd ± 30.000 Turkse soldaten gelegerd op Cyprus: 1 Turk voor 3 Turks-Cyprioten. Je ziet ze nauwelijks, maar je vraagt je wel af: waarom? Waar is de dreiging?

    – onderhandelaars: Glafkos Clerides (Grieks-Cyprioten) en Rauf Denktash (Turks-Cyprioten) kennen mekaar veel te goed: ze hebben samen gestudeerd in Londen maar werkten als adviseur op Cyprus voor verschillende partijen.

  5. Geostrategisch:
    1. Turkije en Griekenland blijven zich verbonden voelen met hun taal- en religiegenoten, maar:
    2. – ze zijn alle twee lid van de NAVO (rol VS)

      – Griekenland is lid van de Europese Unie; Turkije niet, maar is wel kandidaat.

    3. conclusie: historische meningsverschillen tussen Griekenland en Turkije bepalen het lot van Cyprus, maar evenzeer bepaalt Cyprus de evolutie in de meningsverschillen tussen Griekenland en Turkije.

(Uitpers, januari 2001)

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 101 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook