Corona, lithium en uitgestelde verkiezingen (bis)

(foto: Walter Lotens)

Op 20 oktober 2019 werd de democratisch gekozen Evo Morales ten val gebracht na verkiezingen met een coupstaartje. We zijn nu bijna een jaar verder en Bolivia wordt geteisterd door twee virussen, een van sanitaire en een van politieke aard. En dat is er ook nog die grote voorraad aan lithium in de salar de Uyuni waarnaar begerig gekeken wordt door de machtigen van deze wereld. Corona, lithium en uitgestelde verkiezingen, een merkwaardige cocktail.

Twee virussen

Als het om verkiezingen gaat in Bolivia is niet driemaal maar viermaal scheepsrecht. En ook dat is nog niet zeker. Het begon allemaal op 20 oktober 2019. Tijdens de nacht na de verkiezingen die door Evo Morales en de MAS gingen gewonnen worden, ontstond er naar aanleiding van wat achterstand in het meedelen van de verkiezingsuitslagen een regelrechte staatsgreep waarbij de compleet onbekende rechtse figuur Jeanine Añez die slechts 4,24 procent van de stemmen behaalde aangesteld werd als interim-presidente die nieuwe verkiezingen moest uitschrijven. Die werden eerst voor maart gepland, daarna verschoven naar mei en vervolgens naar september. Volgens de laatste berichten is de volgende datum geprikt op 18 oktober 2020. Als die datum aangehouden wordt, heeft Bolivia intussen één jaar zonder legitieme regering doorgebracht; een regering die er echter alles aan gedaan heeft om de sociaaleconomische politiek die sinds 2006 onder de verschillende regeringen-Morales gevoerd werd te ondermijnen.

Het land wordt geteisterd door twee virussen: er is niet alleen Covid-19 dat lelijk huis houdt, maar er is ook een ander sluipend virus werkzaam, met name een politieke restauratiebeweging die niet aarzelt om de pandemie te instrumentaliseren voor eigen doeleinden.

Covid-19

Het coronavirus heeft ook Latijns Amerika niet gespaard. Vooral Brazilië, het grootste land op het continent, krijgt harde klappen die nog verergerd worden door het autoritaire, niet doordachte optreden van president Bolsonaro die niet veel verder komt dan het zwaaien met de bijbel om de pandemie te bestrijden. Dat deed ook zijn Boliviaanse ambtsgenoot Jeanine Añez met veel overtuiging, maar dat kon niet beletten dat zowel Bolsonaro als Añez en een aantal leden van haar interimkabinet besmet werden met het virus.

Dat is natuurlijk maar het (geprivilegieerde) topje van de ijsberg. Volgens officiële cijfers werden er in Bolivia, qua inwoners te vergelijken met een land zoals België, meer dan 80.000 gevallen van Covid-19 geregistreerd en meer dan 2.300 sterfgevallen als gevolg van de ziekte. Waarschijnlijk zijn het er een flink pak meer. Ondanks de inspanningen van de vorige regeringen-Morales blijft Bolivia vooralsnog een van de armste landen van het subcontinent. Net als in andere landen van Latijns Amerika en van de wereld werken in Bolivia veel mensen in de informele sector. Ongeveer een op vier wereldbewoners werkt in de zogenaamde informele sector. Dat wil zeggen dat 2 miljard mensen uit wat men vroeger derdewereldlanden noemde – bijna de helft van de werkende wereldbevolking – niet tot het reguliere arbeidscircuit behoren. Ook hele regio’s, zoals Centraal-Amerika en de Andeslanden van Zuid-Amerika – en dan mogen we natuurlijk grote steden als Mexico City, Buenos Aires, Bogotá, Caracas, Lima, La Paz, Rio de Janeiro en Sao Paulo niet vergeten – waar de informele sector welig tiert, komen daardoor in de gevarenzone.

In 2015 had in Bolivia slechts één derde van de werknemers een niet informeel dienstverband in de privé of in een of andere overheidsdienst. De andere twee derde leven van dag op dag met wat ze meestal op straat kunnen verdienen. Door de strenge quarantainemaatregelen zijn al deze mensen noodgedwongen uit het straatbeeld moeten verdwijnen en daardoor smolt ook hun dagelijks inkomen tot nul. Dat gaat ook op voor Bolivia en zeker ook voor de arme Bolivianen die in de buurlanden tijdelijk werk hadden gevonden. In de eerste dagen van de lockdown zagen de Bolivianen hoe honderden en daarna duizenden landgenoten terugkeerden uit andere landen waar zij werkten, vooral Argentinië, omdat zij hun baan kwijtgeraakt waren. Ze arriveerden juist op het moment dat de grenzen dicht gingen. Els Hortensius bericht vanuit Tarija in het zuiden van Bolivia: ‘Veel van de armsten probeerden via sluiproutes en afgelegen grensovergangen toch het land binnen te komen. Wanneer dat eindelijk was gelukt, moesten ze twee weken in quarantaine, vaak in kampen op de Altiplano, de hoogvlakte waar ’s nachts de temperatuur tot het vriespunt kan zakken.’ (1)

In La Paz worden de rijen wachtenden voor de ziekenhuizen alsmaar langer. Uren wachten voor een afspraak, soms een hele dag is niet ongewoon. Door de lange wachttijden zijn er al mensen gestorven op straat. Die beelden, zoals in het Ecuadoraanse Guayaquil hebben intussen het wereldnieuws gehaald. De ziekenhuizen zijn overvol, de begraafplaatsen ook en de apothekers zijn zo goed als leeg.

Luc(as) Ceuppens, een Belg die al ruim tien jaar in La Paz woont en werkt, weet maar al te goed welke ravage het virus aanricht. Via zijn website stuurt hij geregeld columns en berichten door over het dagelijkse leven in Bolivia. Het zijn allerminst fraaie verhalen. ‘De toestand met het virus is zwaar onderschat, in de San Pedro gevangenis (de grootste gevangenis van La Paz) blijkt 40% van de gedetineerden besmet, maar dat wordt ontkend net als in de ziekenhuizen. Er wordt geschat dat we naar 200.000 gevallen gaan. Stakingen breken uit, het huisvuil in Cochabamba, de derde grootste stad van het land, wordt niet opgehaald, het personeel van begraafplaatsen zijn in staking. In de barrio villa Eugenio van La Paz is een illegale begraafplaats geopend (lees liever: put) waar overledenen tegen betaling gedumpt worden. Daarbij komt dat er nog altijd mensen zijn die niet in het bestaan van het virus geloven of die denken dat met chloordioxine alles opgelost geraakt. En dat product wordt dan nog verkocht tegen 500 tot 600 bolivianos de liter (60 à 70 euro) …’ (2)

Vuile oorlog

Die sanitaire catastrofe is de reden die door de overheid werd aangehaald om de verkiezingsdatum alsmaar op te schuiven. Dat uitstel komt politiek ook echter goed uit voor Añez, want rond de aanpak van het virus heeft haar regering heel wat steken laten vallen. De fraude rond de aankoop van beademingsapparatuur heeft in mei geleid tot het ontslag en veroordeling van de minister van gezondheid. Er werd namelijk apparatuur aangekocht van een Spaans bedrijf voor 28.000 dollar per stuk, – ongeveer twee keer meer dan de oorspronkelijke prijs – dat bovendien niet beantwoordde aan de vereisten voor intensieve therapieën. Añez kreeg ook harde kritiek op haar beslissing om in maart van dit jaar de hulp van een brigade van Cubaanse medici te weigeren. Erwin Viruez, haar toenmalige viceminister van gezondheidzorg had toen gezegd: ‘De Boliviaanse medici zijn zelf wel in staat om het hoofd te bieden aan deze of een andere pandemie’. Wat bleek echter? Al snel werd een groot aantal gezondheidswerkers gecontamineerd alsook het laboratoriumpersoneel  dat de Covid-19-testen moest analyseren. Ook de leden van de regering werden niet gespaard. Naast Jeanine Añez werden nog zes andere ministers van haar kabinet positief bevonden. In de marge van deze pandemie werd ondertussen een andere, zeer vuile oorlog gevoerd waarin het telkens weer uitstellen van de verkiezingsdatum een belangrijk element is. Volgens de opiniepeilingen van de Fundación Friedrich Ebert Stiftung (FES), krijgt het bewind van Añez een 2, 75 op 10 van de geïnterviewden. 81,4% vindt dat het de slechte weg opgaat. 47,7% meent dat de politieke situatie ‘slecht’ is, 31,4% ‘zeer  slecht’,  18,5% ‘gewoon’ 1,4% ‘goed’ en slechts 0,7% ‘zeer goed’.  De grootste bezorgdheid van 71,4% van de bevolking is ‘de economische crisis en de toename van de armoede’ en 38,7% gelooft niet dat er dit jaar nog verkiezingen zullen worden gehouden. Over de kandidatuur van Añez zegt 53,6 % ‘dat ze nooit had mogen postuleren’ en 27,9 % gelooft dat ‘ze moet afzien van haar kandidatuur’. Slechts 8,8 % meent dat ‘zij kandidaat voor het presidentschap mag zijn’.

In tegenstelling daarmee komt de MAS, de partij van Evo Morales in alle peilingen met de kandidatuur van Luis Arce en David Choquehuanca op ongeveer 42 procent uit in de eerste ronde tegen slechts 27 procent voor de enige serieuze tegenkandidaat Carlos Mesa van Comunidad Ciudadana.

Dat zijn op dit ogenblik de zeer ongunstige prognoses voor de regering-Añez die er dan ook alle belang bij heeft om de verkiezingen uit te stellen. De MAS en ook de COB, de grootste vakbondscentrale in het land, roepen de bevolking op om op straat te komen om snel verkiezingen af te dwingen. De regering laat echter rookgordijnen op en verschuilt zich, ten onrechte volgens de MAS, achter het coronavirus. Eva Copa, voorzitter van de senaat die door de MAS beheerst wordt, heeft zo haar twijfels over al die coronabesmettingen binnen de huidige regering. Als reactie hierop liet Arturo Murillo, de minister van binnenlandse zaken uitschijnen dat ‘alles erop wijst dat Luis Arce, de kandidaat van MAS besmet zou zijn met het coronavirus, maar dat die informatie geheim zou gehouden worden’. Tot nu toe werden er door de regering-Añez al twaalf klachten ingediend bij het Opperste Gerechtshof om de rechtspersoonlijkheid van de MAS op te heffen waardoor de kandidatuur van Luis Arce zou wegvallen.

Op 28 juli kwamen duizenden militanten van de MAS en van COB op straat om te protesteren tegen het uitstellen van de verkiezingen, maar de reactie van Jeanine Añez kwam prompt: zij diende een strafrechtelijke klacht in tegen de verantwoordelijken van de betoging – waaronder tegen Evo Morales die in Argentinië verblijft – wegens het toebrengen van schade aan de volksgezondheid. Ook het antwoord van Betty Yañiquez, woordvoerder van de parlementaire groep van MAS kwam even prompt: ‘Deze lieden van de regering die niemand vertegenwoordigen vallen mij aan, ik die gekozen werd door het volk en beschik over een legitimiteit die zij niet hebben.’

ver-Santa Cruz(ing)

Deze vuile oorlog gaat intussen op alle fronten voort. Er doet zich onder de regering-Añez een grootscheepse ver-Santa Cruz(ing) van La Paz voor. Santa Cruz de la Sierra in het oosten van het land is de grootste stad van Bolivia en het centrum van de extreem rechtse oppositie tegen het MAS-bewind dat vooral met de hoge Andes en La Paz wordt vereenzelvigd. ‘Dat is een verontrustende tendens,’ schrijft Ceuppens. ‘Terwijl MAS-leden en sympathisanten worden opgepakt en beschuldigd van fraude of het maakt niet uit wat , worden overal mensen uit Santa Cruz in leidende posities geplaatst. Dat gaat van de Caja de salud, tot de Caja petrolero, de banken, enz … Op alle topposities worden mensen uit Santa Cruz geplaatst.’ Het tijdperk-Morales moet zo snel mogelijk begraven worden.

Lithium-coup?

Achter de schermen is er ook nog een andere strijd bezig: met name de jacht op het geostrategische lithium waarvan meer dan tachtig procent van de wereldvoorraden ligt in de zogenaamde lithiumdriehoek: het salar de Atacama in Chili, het salar del Hombre Muerto in Argentinië en het salar de Uyuni in Bolivia , dicht bij de Chileense grens, dat met zijn geschatte reserves van 5.400.000 ton er ver boven uitsteekt. Er wordt nu zelfs gesproken over een voorraad van waarschijnlijk 21 miljoen ton lithium. Het zoutmeer van Uyuni ligt in het zuiden van de Boliviaanse Andeshoogvlakte, verspreid over de departementen Potosí en Oruro. Het salar de Uyuni is een woestenij van 10.000 vierkante kilometer, een derde van België, en ligt op 3600 meter hoogte.

De energe­tische waarde van een halve kilogram lithium is gelijk aan 70.000 vaten petro­leum. Noord-Amerikaanse wetenschappers berekenden dat vanaf het jaar 2020 tien procent van alle thermonucleaire reactoren wereldwijd op lithium zullen draaien. In 2040 zouden alle reactoren uitgerust moeten zijn met lithium. Lithium wordt ook verwerkt in glas, keramiek, medicijnen én – zeer belangrijk – herlaadbare batterijen.

Het is altijd de bedoeling geweest van Morales om lithiumbatterijen, made in Bolivia, te ontwikkelen. Daarvoor werden er verschillende partnerships aangegaan met landen en bedrijven omdat Bolivia noch over de know how, noch over het kapitaal beschikt om zelfstandig  een afgewerkt lithium product op de markt te gooien , maar dat altijd met de bedoeling dat een meerderheidsparticipatie in handen van de Boliviaanse staat zou blijven. Daarvoor werden er akkoorden afgesloten eerst met Japan, maar na de tsunami in 2011 trok dit land zich terug en werden er nieuwe akkoorden afgesloten met het Duits bedrijf ACI Systems en met het Chinese Xinjiang TBEA Group Company voor de exploitatie van lithium en voor de bouw van een batterijenfabriek.

Net voor zijn herverkiezing had Morales het akkoord met het Duitse bedrijf opgezegd onder druk van milieu- en inheemse groepen uit Potosí. Van bij haar aantreden heeft de regering-Añez zich intens bemoeid met dat zeer belangrijke dossier. Een eerste stap was het vervangen van de directie van het lithium staatsbedrijf YLP, maar er zijn ook plannen om het staatsbedrijf te privatiseren. Dat stuit op heel veel weerstand van Mas-kandidaat Luis Arce, ex-minister van economische zaken onder Morales die het lithiumdossier als een sleutelelement van de Boliviaanse extractivistische economische politiek beschouwt. Naar zijn schatting kan de lithiumindustrie Bolivia jaarlijks 4,5 miljard dollar opleveren. Volgens hem kan het onmogelijk de bevoegdheid zijn van een overgangsregering om zo’n belangrijke beslissing tot privatisering te nemen. De belangstelling voor het Boliviaans lithium is echter groot, zeker ook van ‘de groten der aarde’. Een daarvan heet Elon Musk, de Tesla-fabrikant die, zoals algemeen geweten goed bevriend is met de Amerikaanse president Donald Trump. Misschien is de lithiumstory op de achtergrond wel de belangrijkste onzichtbare economische factor geweest die tot de staatsgreep heeft geleid. Dat doet Verónica Zapata Verónica Zapata, journalist en psycholoog en medewerker aan het Centro Latinoamericano de Análisis Estratégico uitschijnen in een recent artikel voor alainet.org (4)

Onzekerheid

Zullen de geplande verkiezingen op 18 oktober nu eindelijk doorgaan of zullen ze in laatste instantie om Covid-redenen naar volgend jaar verschoven worden, zoals velen uit het MAS-kamp nu al vrezen? Als ze zouden doorgaan verwacht iedereen een uitslag die te vergelijken zal zijn met de eerste stemronde van 2019.  In de eerste stemronde van 20 oktober 2019 behaalde Morales niet alleen 47 procent van de stemmen maar ook nipt meer dan 10 procent op zijn grootste rivaal, Carlos Mesa van Comunidad Ciudadana (CC). Dat was dus volgens de Boliviaanse kieswetgeving voldoende voor de uittredende president om al na de eerste ronde opnieuw in het ambt bevestigd te worden. Zoals we nu weten heeft Añez zich nadien onrechtmatig opgeworpen tot interim-president. Als Luis Arce en David Choquehuanca van de MAS zoals de opiniepeilingen aangeven in de eerste ronde ongeveer 42 procent van de stemmen zouden halen tegen slechts 27 procent voor Carlos Mesa van Comunidad Ciudadana dan wordt Luis Arce de volgende Boliviaanse president … tenminste als er, zoals de grondwet voorschrijft,  minstens tien procent verschil blijft tussen Luis Arce en de tweede hoogst gerangschikte kandidaat die waarschijnlijk Carlos Mesa zal zijn. Als dat niet het geval is, zal er een tweede ronde nodig zijn en dat zou voor de MAS dan wel eens heel slecht kunnen uitdraaien, want dat betekent dan dat de rechter- en extreem rechterzijde met Fernando Camacho, ‘el macho’, leider van een Jeugdbond uit Santa Cruz, een echte Bolsonaro-figuur, zich achter Carlos Mesa zou kunnen scharen.

Terwijl Bolivia tegen corona vecht, wordt er duchtig naar links en naar rechts getrokken.  

————–

Visited 31 Times, 1 Visit today

Tags :