Congo zou graag zelf be-sturen

Congo stevent op verkiezingen af, voor het eerst sinds de Onafhankelijkheid van 30 juni 1960. Sinds juni laten de kiezers zich inschrijven op kiezerslijsten, in de hoofdstad Kinshasa zijn bijna 3 miljoen kiezers geregistreerd. Normaal gezien kan de Congolese bevolking zich in november bij referendum uitspreken over het ontwerp voor een nieuwe Grondwet.

De eigenlijke verkiezingen zouden dan voorjaar 2006 plaatsgrijpen. Het hele overgangsproces – La Transition –is van cruciaal belang om na vier en een half decennium van diefstal en ongezien geweld Congo weer van de grond te krijgen. Maar de Transitie verloopt uiterst moeizaam.

Op 29 juni registreerde ik in Kinshasa onderstaand interview met de topjournalist Joaquim Diana van L’Avenir. De weken voordien leefde Kinshasa nerveus en bang naar 30 juni toe, de 45-ste verjaardag van de onafhankelijkheid. Dit jaar was 30 juni door de eeuwige stokebrand Etienne Tshisekedi – historisch ook de rechterhand van dictator Mobutu – uitgeroepen tot het einde van de Transitie. Tshisekedi had zijn militanten opgezweept om zich tot de nieuwe president van Congo te laten “plebisciteren”. In die context neem ik met Diana in de tuin van de Paroisse Sainte-Anne de tijd voor een uitgebreid gesprek.

Joaquim Diana: Congo moet een normaal land worden. Het is het enige land waar je een ministerfunctie aan je echtgenote kunt doorgeven. Het is het enige land met zogenaamde composantes, dat zijn de politieke fracties rond de machtsgroepen: zij sturen een minister weg en vervangen hem door iemand anders. De president heeft niets te zeggen. Met de verkiezingen kunnen we daar uitgeraken. Niet tijdens een eerste legislatuur, wel geleidelijk aan. Zo moeten we naar een normale situatie waar je politieke partijen steunt omwille van hun programma, hun ideologie en niet omdat je er toevallig supporter van bent. Etienne Tshisekedi heeft geen enkel programma, maar toch wordt er voor hem geapplaudisseerd. Maar een politieke partij is toch geen voetbalploeg.

De komende regering moet werken voor het echte belang van het land in plaats van voor het belang van het buitenland. Het criterium is niet: wat doet de regering voor het buitenland? wel: wat doet de regering voor het volk? daarop moet ze beoordeeld worden. Vanuit dat vertrekpunt is er samenwerking met de hele wereld mogelijk. Het is le marriage du cheval et du chevalier, met dien verstande dat de ruiter op het paard klimt en niet omgekeerd. In het verleden zette het buitenland vaak de norm, in verband met mensenrechten bij voorbeeld. Maar inzake ‘mensenrechten’ moet de lat voor iedereen gelijk liggen.

De grootste kwaal hier zijn de leiders. Je voelt geen enkel engagement, geen enkele visie. Een politicus wordt minister zonder de minste visie, hij weet niet waarmee te beginnen. De eerste ochtend op zijn kabinet roept hij eerst de kassier bij zich om te vragen hoeveel er in de kas zit. Zo gaat het nu. Maar voor de situatie normaliseert, zal het volk een serieuze inspanning moeten doen om de politici te oordelen, toutes composantes confondus.

RC: Een vreemde vaststelling: nu, na vijf jaar oorlog, weegt de hele internationale gemeenschap zwaar op Congo om het Transitie-proces in ieder geval af te ronden met verkiezingen. Maar vòòr de oorlog had president Laurent-Désiré Kabila toch ook al de vaste intentie verkiezingen uit te schrijven. Waarom kan het nu wel en toen niet?

Joaquim Diana: Laurent-Désiré Kabila verjoeg Mobutu en werd president in mei 1997. Kabila heeft van in het begin beloofd dat hij binnen twee jaar verkiezingen zou organiseren, dus uiterlijk tegen mei 1999. Ik herinner me dat politici zoals Tshisekedi en Boboliko toen riepen: “dat is veel te snel! Het is beter dat u iedereen nu opneemt in de regering, dan bent u gerust en kunnen we vijf jaar de tijd nemen om verkiezingen te organiseren”. Tshisekedi zei dat nota bene ook voortdurend aan Mobutu: “neem mij mee naar de macht”. Maar Kabila weigerde een regering van combinards en hij vond dat het volk zich over de leiders van het land moest uitspreken, hij wilde de macht aan het volk geven. Daar begint de strijd om Kabila te verplichten te onderhandelen, die ook maakte dat hij nooit verkiezingen heeft kunnen houden. In augustus 1998 begint de aanvalsoorlog tegen Congo. Rwandese en Ugandese troepen worden helemaal naar Kitona gevlogen, niet ver van de Atlantische Oceaan. Voor de kust in Moanda liggen Amerikaanse marine-schepen die de Blitz logistiek steunen. De invasie strandt, ook omdat Angola president Kabila snel met troepen heeft gesteund. De VS hebben toen opgelegd dat er een corridor naar Matadi zou komen waarlangs de Rwandese en Ugandese troepen weg konden.

De volgende maanden heeft Kabila onderhandelingen moeten accepteren. Hij wilde ze in Congo zelf laten plaatsvinden. Ik was toen gemandateerd om Nsele op te lappen, het conferentie-oord van Mobutu’s MPR-partij dat een eind buiten Kinshasa ligt. Daarvoor was er $600.000 nodig. President Kabila zei: “we hebben het geld, ik wil het besteden”. Maar de eerste onderhandelingen zijn in Lusaka in Zambia gevoerd, waar Kabila begin juli 1999 een staakt-het-vuren-akkoord heeft getekend. Dat akkoord behelsde ook dat er een Dialogue Inter-Congolais (DIC) zou volgen. Maar het heeft nog ruim 2 jaar geduurd voor die er kwam.

De vraag was onder meer wie zo’n conferentie zou financieren. Kabila toonde zich opnieuw bereid maar de zogenaamde Rebellion(1) en ook de Westerse ambassades weigerden in Congo te onderhandelen. Alle argumenten waren goed: “we kunnen het geld van Kabila niet aanvaarden want hij is geen legaal verkozen president” of “in eigen land kan Kabila onderhandelingen manipuleren”.

Er zijn verscheidene beperkte bijeenkomsten geweest, in Cotonou in Benin en in Libreville in Gabon, maar de voorbereiding van de Dialogue is pas in augustus 2001 in Gaborone in Botswana gestart. Na een hele serie van incidenten. In 2000 was het al herhaaldelijk tot conflicten gekomen tussen president Kabila en de médiateur Ket Masire, een oud-president van Botswana. Kabila vond dat Masire zich in Congo gedroeg alsof er geen regering was; Masire reisde naar het binnenland, naar Kikwit en Mbandaka zonder dat aan de regering te melden, en op zeker moment heeft Kabila daarom het bureau van Masire in Congo doen sluiten.

Maar in 2001 verandert de situatie. Op 16 januari wordt president Laurent-Désiré Kabila vermoord, vier dagen later volgt zijn zoon Joseph hem op. En Joseph Kabila stemt in met een voorbereidende conferentie, die zoals gezegd in Gaborone plaatsvindt van 20 tot 24 augustus. Daar wordt afgesproken dat de internationale gemeenschap de eigenlijke Dialogue zal financieren. Congo verzet zich tegen een conferentie in een Angelsaksisch land en bijzonder in Zuid-Afrika omdat dat land de rebellen steunde. Zo start de eerste Dialogue in oktober 2001 in Addis-Abeba in Ethiopië, de zetel van de Organisation d’Union Africaine. Maar na enkele dagen is het al afgelopen: Masire heeft geen geld in kas, er zijn 330 afgevaardigden voorzien maar er dagen er maar 80 op en de regeringsdelegatie is de eerste die weer vertrekt.

Dan heeft Zuid-Afrika zich opgedrongen. Op 25 februari 2002 is de conferentie dan in Sun City(2) beland. Daar is het mij onmiddellijk opgevallen hoeveel Amerikaanse en Britse raadgevers er aanwezig waren om de onderhandelingen te surveilleren. De médiateur Masire heeft daar de plaats moeten ruimen voor de facilitateur Moustapha Niasse, een gewezen eerste minister in Senegal. Niassa is een behendig dribbelaar. Hij begon met te zeggen: “als we de Congolezen laten praten, komen we er nooit uit”, en dus zette hij de delegaties afzonderlijk in hotels, zonder plenaire zittingen, en liet hij tussen de hotels documenten circuleren. En hij deed alsof hij rekening hield met de opmerkingen over zijn teksten. Maar hij veranderde enkel punten en komma’s. Ik herinner me de kwestie van de Congolese nationaliteit. Eerst stond er dat “Congolees is, elke persoon of groep die zich op 30 juni 1960 op het Congolese grondgebied bevond”, maar na amendering werd dat “à l’indépendance“!

Zo blokkeert de Dialogue Inter-Congolais in Sun-City en komt de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki zich er persoonlijk mee bemoeien. Hij neemt gedurende drie dagen zijn intrek in Hotel Palace. Hij houdt er een speech waarin hij zegt: “u, Congolezen, bent u aan het amuseren, alsof Congo uw goed is. Maar: Congo is een deel van de wereld, en de wereld zal niet aanvaarden dat dit gebied zal blijven lijden. We hebben Congo nodig, we hebben de energie-bronnen van Inga nodig, ook om de werkloosheid in Zuid-Afrika op te lossen, de Sahel heeft het water van Congo nodig. Dus, als u Congo blijft beschouwen als uw privé-goed, dan zal de wereld zijn verantwoordelijkheid nemen”. In die sfeer is het Accord Global et Inclusif(3) van december 2002 tot stand gekomen.

RC: Abdoulaye Yerodia, medestander van vader Kabila en nu vice-president, heeft eens verklaard: “de internationale gemeenschap, ik ken haar vader of moeder niet”, om te zeggen: dat is een nietszeggend begrip. Als het rijke Noorden zo hard met Congo bezig is, welk belang denkt het daar dan uit te putten?

Joaquim Diana: Het draait nog altijd rond de rijkdommen van Congo. Ik wil erop wijzen dat de stelling van Mbeki blijft terugkomen. Ook voorzitter Barroso van de Europese Commissie(4) heeft hier zopas nog verklaard dat Congo een locomotief moet zijn en dat de hele wereld hier investeert, “of dat we u anders laten vallen zoals met Somalië is gebeurd”. Barroso liet verstaan dat het Westen zijn privé-investeringen aan het reoriënteren is en dat Congo als bestemming meegeteld zal worden. Nog een ander Westers politicus, wiens naam me ontsnapt, heeft gezegd: “le Congo regorge de ressources qui sommeillent sous son sol, dont le monde entier a besoin. Ces ressources appartiennent à la nature”, ze behoren dus niet toe aan de Congolezen! Volgens mij blijven de Congolese rijkdommen en hoe eraan te komen de eerste reden waarom het Westen zich met Congo bezighoudt. Kabila bevondt zich nog in Lubumbashi, hij was nog geen president, toen hij al door mijnmaatschappijen werd benaderd om zaken te doen. Hij heeft dat toen van de hand gewezen en gezegd dat Congo een open land is en de natuurlijke rijkdommen in echte rijkdommen wil omzetten. Eens president heeft hij dat niet kunnen waarmaken, het Westen heeft het embargo van tijdens Mobutu voortgezet. Kabila zei dat het land eerst op eigen krachten moest rekenen en dat buitenlandse hulp een surplus zou zijn. Maar hij is ervan beschuldigd dat hij het land van de buitenwereld wilde afsluiten. Een Westers diplomaat heeft in die tijd gezegd: Kabila est une toile déjà peinte, hij is als een doek dat al geschilderd is, dat betekent: we kunnen hem niet meer veranderen. Dus hebben ze naar een nieuw doek gezocht.

Later is aan Joseph Kabila gevraagd of hij de oriëntatie van zijn vader zou voortzetten “want uw vader zei dat Congo enkel op zijn eigen krachten kon rekenen, maar nu keren het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank toch terug”. Joseph Kabila heeft geantwoord met een dilemma: al uw kinderen zijn ziek maar iemand komt u zeggen dat er in Masina een probaat medicament te vinden is; u snelt uw huis uit, maar het is omsingeld door zwaar bewapende mannen; ze laten u niet alleen naar Masina vertrekken, u kunt wel met hen meerijden. Wat zult u doen? zult u tot in den treure discussiëren? terwijl uw kinderen doodziek zijn?

Dat is de situatie van Congo, we zijn verplicht mee te rijden met een chauffeur die versnelt of vertraagt zoals hij het wil. De oppositie zegt: er is niets gebeurd, de verkiezingen hebben niet binnen de afgesproken termijn plaatsgevonden, het leger is niet eengemaakt… Maar het geld voor al die zaken moet van buiten komen en wij moeten dat ondergaan. Het voornaamste objectief nu, dat zijn de verkiezingen. De ene dag zegt het buitenland: de verkiezingen zijn een geschenk voor Congo; de volgende dag zeggen ze: wìj hebben dat cadeau gegeven en de Commission Electorale Indépendante is òns instrument. Dus: als de regering hen niet bevalt, geven ze geen middelen.

De inzet van de controle over de verkiezingen is dat ze ook morgen het land willen controleren. De Democratische Republiek Congo is strategisch zò belangrijk, men wil er volkomen betrouwbare mensen aan het bewind. De Verenigde Staten hebben geïnvesteerd in Laurent-Désiré Kabila, omdat Mobutu aan het begin van de jaren ’90 gediscrediteerd was en ze toen tijdens de Conférence Nationale geen andere geschikte pion vonden. Tshisekedi was wel populair, maar hij is geen harde werker, hij hallucineert, ook over zijn eigen kunnen. Ze hebben wel Kabila aan de macht geholpen. Maar die heeft achteraf gezegd: namen ze me soms voor een onnozelaar? hadden ze gedacht dat ik een pion zou blijven? Toen hij aan hun controle ontsnapte, hebben ze hem laten vallen. Met Joseph Kabila speelt een andere factor: hij is eerder francofoon, terwijl de vice-presidenten Ruberwa en Bemba uit de rebellie komen en veeleer anglofoon zijn. Maar een nieuwe putsch is haast niet mogelijk. Dus moet een machtswissel via la voie des urnes gaan.

RC: De Verenigde Staten lijken een tweeslachtige politiek te voeren. Eenerzijds heb je de ex-ambassadeur William Swing die aan het hoofd van de VN-vredesmacht MONUC staat die het verkiezingsproces moet beschermen. Anderzijds is er traditioneel de Amerikaanse steun aan Uganda en vooral aan Rwanda dat de Transition met militaire acties blijft ondermijnen. Zijn dat twee aspecten van éénzelfde politiek?

Joaquim Diana: De Amerikaanse Republikeinen stellen zich anders op tegenover Rwanda dan de Democraten. President Clinton betaalde aan president Kagame een morele schuld af voor de Genocide van 1994. Maar nu kan een Amerikaans diplomaat zeggen: de genocide werkt niet meer op ons geweten. Kagame en Museveni waren belangrijk om Kabila te destabiliseren. Maar als ze in Washington het regime in Congo goed vinden, hebben ze Rwanda en Uganda niet meer nodig om Congo te destabiliseren. Daarom ook is Kagame onder druk gezet, om voor het gebied van de Grote Meren vrede te sluiten en heeft hij met Joseph Kabila akkoorden moeten sluiten. Tegelijk speelt in Rwanda en Uganda wel de contradictie tussen de officiële en de economisch-affairistische milieus. Zowel Museveni als Kagame zijn verplicht de affairisten een zekere marge te laten om in Oost-Congo zaken te blijven doen. Ituri in het Noord-Oosten en Kivu in het Oosten van Congo zijn zéér rijk. Het is bekend hoe officieren uit Uganda en Rwanda volop zaken deden in Oost-Congo. Als ze zich in Congo kunnen bedienen, brengen ze ook op voor hun land en gaat het in Rwanda en Uganda goed. Thuis daarentegen kunnen ze hun eigen regime destabiliseren. Als Kagame die militairen thuis moet houden en hen moet betalen, kan het voor hem penibel worden.

RC: Hoe ziet het politieke landschap in Congo eruit?

Joaquim Diana: Congo is geen normaal land en ook de politieke partijen organiseren zich op een abnormale manier, het zijn geen echte partijen. Ze staan achter een individu, een charismatische leider aan wie ze een mystieke kracht toedichten, een echte politieke leiding is er niet.

Velen beroepen zich op Joseph Kabila omdat hij de president is, hij heeft dus de meeste troeven in huis. Maar als hij de macht verliest, dan wordt hij verlaten. Stel dat hij in de oppositie terechtkomt, wie wil en kan hem begeleiden? Dat zijn er maar heel weinig(5).

De UDPS ( )is sinds jaren echt populair. Maar het wordt een louter ethno-tribale partij van de Baluba uit de Kasaï-streek. Vroeger, onder Mobutu, was Etienne Tshisekedi ook daarbuiten populair, in het Oosten. Maar de mensen in de Kivu’s en Kisangani willen hem niet meer zien. Tshisekedi is tijdens de oorlog een bondgenoot geworden van Kagame, hij heeft de Rwandese bezettingstroepen geschouwd in Kisangani nàdat ze daar een bloedbad hadden aangericht. In zijn bolwerk Kasaï heb je andere groepen, zoals de Songe of de Tetela (waaruit Patrice Lumumba voortkwam) die eerder pro-Kabila zijn. Het racisme en tribalisme leven sterk onder de Baluba-aanhang van Tshisekedi. Hijzelf heeft geen enkel politiek idee of programma, tijdens de Conférence Nationale Souveraine(6) heeft hij nooit iets van enige betekenis gezegd. Hij zegt niets maar de mensen volgen hem omdat hij één van de hunnen is. Kranten zoals Le Phare, Tempête des Tropiques en deels ook Le Potentiel steunen hem onvoorwaardelijk omdat ze Kasaïens zijn.

De UDPS heeft een juridisch probleem: ze is niet erkend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat heeft te maken met een ruzie in de partij. Alle documenten van de UDPS zitten bij Freddy Kibassa, de zoon van de UDPS-politicus Kibassa Malibu. Deze laatste is door Tshisekedi uit de partij gezet toen hij minister van Mijnen werd onder Kabila. Freddy Kibassa heeft de UDPS officieel laten registreren bij het Hooggerechtshof. Maar Tshisekedi vindt dat hij als deelnemer aan de Conférence Nationale en als ondertekenaar van het Accord Global et Inclusif de enige legitieme UDPS-leider is.

De UDPS kan wel mobiliseren maar haar invloed steunt dikwijls op verzinsels. Een voorbeeld: president Sassou Nguessou van Congo-Brazzaville is hier enkele dagen geleden voor redelijkheid komen pleiten. Hij heeft alle politieke leiders gezien. Maar Tshisekedi weigerde naar de Cité OUA te gaan waar Sassou Nguessou hem had uitgenodigd, de twee hebben elkaar elders gezien. De UDPS heeft die gebeurtenis helemaal anders uitgelegd. In Mbuji-Mayi, de grote diamantstad in Kasaï-Oriental, is een carnaval claxonné feestelijk uitgereden omdat men het gerucht had verspreid dat Tshisekedi opnieuw tot eerste minister was aangesteld, “il est intrönisé“. ‘s Namiddags werd rondverteld dat president Joseph Kabila gevlucht was en zich in Duitsland bevond. Het volk wilde toen de gouverneur gaan verjagen, er is geschoten en er zijn vier doden gevallen. Nog een anecdote: de UDPS heeft verzonnen dat de zangeres Tshala Mwana, die dicht bij de Kabilistische PPRD-partij ( ) staat, blind geworden is toen ze een brief met gif voor Tshisekedi openmaakte, een brief die ze zogenaamd van Joseph Kabila had gekregen. Tshala Mwana is op televisie moeten verschijnen om te laten zien dat ze helemaal niet blind is.

Het talent om verzinsels rond te strooien, is de UDPS werkelijk eigen. In de aanloop naar 30 juni is er weer een echte psychose opgewekt, om de mensen te mobiliseren zodat ze op Dag-J de straat op zouden gaan.

Vervolgens is er de PALU ( ) van Antoine Gizenga, een oud-medestander van Patrice Lumumba in 1960-61. Hij gedraagt zich als een sekteleider. Zijn partij is georganiseerd maar de leden zijn politiek niet geschoold, de ordewoorden gaan van mond tot mond. Ze betalen wel effectief lidgeld, daar waar de UDPS door de diamantairs wordt gefinancierd; Tshisekedi heeft de diamantairs in deze campagne trouwens al samengebracht. De UDPS beweert nu nota bene dat de verkoop van lidkaarten in stijgende lijn gaat, maar ze werken alleen in Europa met lidkaarten, en daar wordt een UDPS-lidkaart beschouwd als een pas om politiek asiel te vragen omdat de partij in Congo vervolgd zou worden.

Je mag zeggen dat de achterban van de PALU bestaat uit lumpenproletariërs, waarvan de meesten uit de streek van Idiofa en Ngungu in het district Kwilu afkomstig zijn, in de provincie Bandundu. Gizenga heeft nu een alliantie gesloten met de UDPS, hetgeen trouwens iedereen heeft verbaasd. Je kunt die alliantie verklaren door zijn schrik om buiten de Transitie te vallen. Ook de agitatie van Tshisekedi is er nu op gericht onderhandelingen af te dwingen zodat hij alsnog een hoge functie krijgt. Als zij verkiezingen moeten ondergaan, is het afgelopen met hun carrière. Ze weten dat, ze hebben zich impopulair gemaakt en hun basis is beperkt. Tshisekedi is tijdens de Conférence Nationale van de ene regering in de andere gestapt, hij heeft van onderhandelen over postjes zijn handelsmerk gemaakt en hij wil ook nu op die manier weer aan de macht komen. Daarom fulmineert hij zo hard tegen het fameuze artikel 196 van de Grondwet. Dat zegt dat de Transitie twee jaar duurt, vanaf 30 juni 2003, maar dat ze eventueel met twee keer 6 maanden verlengd kan worden als dat nodig zou zijn om verkiezingen te kunnen uitschrijven.

De RCD-Goma ( ), de rebellenorganisatie waarvan vice-president Azarias Ruberwa – in Kinshasa althans – de frontman is, is een lege schelp. Ze controleert Noord-Kivu maar de bevolking herinnert zich haar terreur van tijdens de oorlog, en electoraal maakt ze geen kans.

Hetzelfde geldt voor de MLC ( ) in de Evenaarsprovincie. Daar speelt de erfenis van Mobutu, die het Noorden van de provincie heeft bevoordeeld, het Zuiden voelt zich gemarginaliseerd. Mbandaka, nochtans de origine van Mobutu, daar is er niets. Tegen Jean-Pierre Bemba van de MLC speelt dat hij uit het Noorden komt en daar zijn rebellie heeft gebaseerd; zijn vader heeft onder Mobutu ook veel in het Noorden gerealiseerd. Tegen Bemba pleit natuurlijk ook dat hij een brutaal bewind heeft geïnstalleerd dat bloeddorstiger was dan dat van Mobutu. Heeft Bemba een machtsbasis? zeker niet in het Zuiden. De MLC heeft dat begrepen. Het verleden van een aantal kopstukken speelt ook tegen de partij. Olivier Kamitatu is voorzitter van de Assemblée Nationale. Hij komt uit Bandundu. Maar zijn vader Cleophas Kamitatu heeft zich daar bijzonder onpopulair gemaakt. Hij heeft in 1960 Lumumba verraden en sinds 1960 met Mobutu geageerd. Gerard Kefosa is een oud-Lumumbist, hij is ook woordvoerder geweest van Gizenga en de PALU, zulke figuren haalt Bemba erbij.

De MPR ( ), opgericht door Mobutu, is verdeeld in twee kampen. Er is de tak rond Nzuzi Wa Mbombo, een Kasaïenne die minister van Nationale Solidariteit is. Mobutu had veel medewerkers uit Kasaï, zoals bij voorbeeld de eeuwige baas van de diamantmaatschappij MIBA. Dat is de elite, het volk houdt niet van hen. Dan is er de tak rond Vundwawe Felix, de oud-kabinetschef van Mobutu die uit de Evenaarsprovincie komt en Ngbandi is, dus van dezelfde stam als Mobutu. Hij is een technocraat, een universiteitsprofessor, hij is geen politicus, hij is die stiel nu aan het leren, maar hij spreekt de mensen niet aan, hij kan niet mobiliseren.

De Mobutisten zijn wel in alle andere partijen geïnfiltreerd, ook in de PPRD ( ) van Kabila. Dat is hun karakter: een vis gaat waar er water is. Ze azen op materiële voordelen en op macht. Ze zaten al in de Comités de Pouvoir Populaire die door Laurent-Désiré Kabila zijn opgericht. Ze zitten vooral in de MLC: Bemba zelf is een Mobutist net zoals Thamba Mwamba en José Ndundo. Ze zitten in de RCD, in de PPRD. We hebben zogenaamd 450 partijen. Dat was de techniek van Mobutu om in de Conférence Nationale numeriek de meerderheid te houden, hij richtte zelf partijen op. Maar zijn partis directoirs, met een voorzitter en een secretaris-generaal maar zonder bureau en zonder ideologie.

(Uitpers, nr. 67, 7de jg., september 2005)

Voetnoten

(1) De term Rebellion was bedoeld om verwarring te stichten. Hij liet verstaan dat er in Congo geen aanvalsoorlog maar wel een interne opstand tegen de regering van president Kabila aan de gang was. Dat manoeuvre heeft jarenlang doeltreffend gewerkt. Algemeen worden met de term Rebellion de bewegingen aangeduid die tot stand kwamen na de agressie-oorlog van augustus 1998 en die gefinancierd, bevoorraad en gestuurd werden door de regimes in Rwanda (van president Kagame) en Uganda (van president Museveni) en die actief met die regimes collboreerden. De pro-Rwandese Rassemblement Congolaise pour la Démocratie (RCD) opereerde vooral in de provincies Noord- en Zuid-Kivu en Orientale (rond Kisangani). De pro-Ugandese Mouvement de Libération du Congo onder leiding van Jean-Pierre Bemba (wiens vader een notoir kopstuk onder Mobutu was) was vooral in de provincie Equateur actief.

(2) Sun City, niet ver van Pretoria, is het Las Vegas van Zuid-Afrika.

(3) Ook wel: het Akkoord van Pretoria dat een wereldprimeur introduceert: de formule 1 + 4 (1 president geflankeerd door 4 vice-presidenten) met elk hun composante (regering, RCD, MLC, niet-gewapende oppositie). Het Akkoord bepaalt ook dat de timing van de Transitie van twee jaar, te rekenen vanaf de installatie van de regering in juli 2003, waarna een verkozen president en parlement de legitieme politiek macht in Congo uitmaken.

(4) José Manuel Barroso was op 27 juni in Kinshasa.

(5) De PPRD is “de partij van Kabila”, al is hij er niet formeel het boegbeeld van. De meest uitgesproken PPRD-man, Vital Kamerhe, heeft vroeger het Front des Jeunes Mobutistes geleid!

(6) Volgens de geest van de tijd proclameerde president Mobutu op 24 april 1990 het einde van de één-partij-staat. Daarmee ving de beruchte Transition aan. De Conférence Nationale et Souveraine (CNS) begon op 7 augustus 1991. Ze moest de Transition naar een meerpartijensysteem gestalte geven, zonder dat dictator Mobutu evenwel zijn machtspositie opgaf. De CNS is verzand in gepalaver. In 1994 doopte ze zichzelf om tot overgangsparlement. Achteraf is de periode als Multi-Mobutisme bestempeld, in plaats van multi-partisme. Vanaf de zomer van 1996 maakte de opstand tegen Mobutu een einde aan deze episode.

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :