Competitie en samenwerking tussen de grootmachten

Iedereen die beroepshalve (als journalist, diplomaat of wetenschapper) in de gaten houdt en analyseert wat in het buitenland gebeurt, heeft al kennis gemaakt met een cynische vorm van selectiviteit. Soms wordt die ‘de mathematica van de huidskleur’ genoemd (honderd blanke slachtoffers krijgen meer aandacht dan tienduizend gekleurde) of algemener en correcter ‘de emotionele afstand’: wat onze belangen niet raakt, raakt ons gemoed niet.

Dat werd onlangs nog maar ‘s geïllustreerd toen tientallen militaire vliegtuigen van de Volksrepubliek China door het luchtruim van de republiek Taiwan dartelden. Gefronste wenkbrauwen, strikt verbale verontwaardiging; en daar bleef het bij. Ach, er zal wel een extra vliegdekschip van de VSA-marine die richting uitgestuurd zijn; maar verder niks. Geen paniek op de beurzen, om maar iets te zeggen.

In 1939 werd de weigering om voor de handhaving van internationale rechtsregels een zwaar militair conflict te riskeren nog als een vraag geformuleerd: “mourir pour Danzig?” … en kort daarop overdonderend beantwoord. Anno 2021 maakt vermoedelijk niemand zich veel illusies over Taiwan: vroeg of laat zal – al dan niet na enig beperkt wapengekletter – het eiland dat zich in 1949 afscheurde willens nillens toch weer deel gaan uitmaken van het ene, grote Chinese rijk.

Dat zal u in die bewoordingen niet lezen in het recente boek van Sven Biscop, hoogleraar in Gent en tevens directeur van het programma ‘Europa in de wereld’ van het Egmont-instituut (zoiets als de denktank van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken, al horen ze dat bij Egmont niet graag). Want Biscop heeft een wetenschappelijke uiteenzetting willen schrijven. Hij heeft dat gedaan in een taal die ook voor de niet-gespecialiseerde lezer ‘verteerbaar’ is, en hij maakt ook – los van de loffelijke pogingen om min of meer objectief te blijven – van zijn eigen standpunten (en van zijn redenen daarvoor) geen geheim.

Een en ander heeft wel tot gevolg dat de lezer soms geneigd is om na een boeiende en goed gestoffeerde uitleg nuchter te concluderen “dat weet toch iedereen”. Volkswijsheid, maar dan geschraagd door feiten en onderzoek … zo werden diverse sociale wetenschappen al eerder omschreven.

In ernst: welke zijn dan die “tien kernwoorden” waarin volgens de auteur zowel het opzet als de substantie van elke grand strategy kan worden samengevat? Om het de lezer (m/v/x) gemakkelijk te maken worden ze op de achterflap nog eens opgesomd én kort geduid. Dat klinkt dan zo.

  1. Eenvoud: een strategie die te moeilijk is om uit te leggen, geraakt nooit uitgevoerd.
  2. Competitie: ook de tegenstrever heeft een strategie.
  3. Rationaliteit: strategie is een rationeel proces, maar ideologie, religie en emotie zijn niet uit te schakelen.
  4. Selectiviteit: bondgenoten heb je nodig, maar je kiest ze niet altijd zelf.
  5. Macht: er is geen slimme, harde of zachte macht – er is enkel macht.
  6. Creativiteit: politiek is wetenschap, maar ook kunst.
  7. Alertheid: beslissingen nemen, handelen, herdenken en nieuwe beslissingen nemen.
  8. Moed: geweld in al zijn vormen beperken tenzij in uiterste nood.
  9. Immoraliteit: geen enkele strategie kan zonder vuile handen.
  10. Normering: kunnen de grootmachten nog een gedeelde agenda voor de wereld onderschrijven?

Aldus worden de kenmerken van “competitie en samenwerking tussen de grootmachten” toegelicht door Biscop, én tevens uitvoerig “geïllustreerd met historische en hyper-actuele voorbeelden”. Dat is allemaal heel erg onbaatzuchtig vanwege de uitgever, want iemand die de achterflap leest en even tijd neemt om daarover na te denken, vindt wellicht dat-ie het boek niet meer hoeft te kopen.

Zo simpel is het natuurlijk niet. Men mist dan niet alleen die vele historische en actuele verwijzingen, maar ook de rijkdom aan citaten – waarvan, het mag hier gezegd, deze van militairen en politici doorgaans korter en meer ad rem zijn dan die van de wetenschappers. En blijkbaar wist ook Sven Biscop het formuleringstalent te appreciëren van de ervaringsdeskundige Winston S. Churchill, die tenslotte niet geheel zonder reden een Nobelprijs kreeg voor … literatuur, jawel.

Terug naar Biscops tien kernwoorden. Een rond getal zal altijd wel lezers en studenten bekoren, maar wordt (daarom?) soms bij de haren gesleurd. Het tiende kernwoord is bijvoorbeeld overduidelijk geen kenmerk van wat zich op het internationale toneel afspeelt, maar veeleer een vraag van een bekommerde waarnemer. En enkele andere trefwoorden liggen inhoudelijk zo dicht bij elkaar dat ze evengoed samenvallend kunnen ontleed worden. Twee voorbeelden slechts: de keuze van bondgenoten is vaak een pijnlijke illustratie van de ‘immoraliteit’ in internationale politiek; en dat ‘competitie’ en ‘alertheid’ best samen ter harte worden genomen, kan elke snuggere zakenman beamen. Of meer algemeen: wat nu in academische bewoordingen grand strategy wordt genoemd (in English, of course … hoe wil je anders nog ernstig genomen worden?) werd en wordt door historici al eeuwenlang ook gewoon ‘staatsmanschap’ genoemd.

Dat staten – àlle staten, niet alleen grootmachten – altijd optreden in wisselwerking met andere staten is al evenzeer en even lang een evidentie. Ook wie splendid isolation afficheert, wil daarmee de wisselwerking in een bepaalde zin beïnvloeden. En voor een helder inzicht in de openlijke en versluierde wisselwerking tussen allerlei staten is het ongetwijfeld nuttig een omvattend en evenwichtig beeld te hebben van de wijze waarop die wisselwerkingen functioneren; m.a.w.: van de mechanismen van de internationale politiek.

Dat beeld levert het boek van Biscop zeker. Voor wie terdege vertrouwd is met de materie voelt het net iets teveel aan als ‘gesneden brood’, als uitgeschreven colleges, met alle herhalingen incluis, die in colleges wellicht pedagogisch verantwoord zijn, maar een geboeide lezer soms op de zenuwen werken. Maar wie een ‘verteerbaar’ en toch omvattend overzicht zoekt, vindt hier wel zijn gading.

Rijst natuurlijk de vraag of het beeld dat Biscop schetst ook objectief is … of althans ‘voldoende evenwichtig’ voor wie terecht betwijfelt of (zeker op dit terrein) objectiviteit überhaupt echt mogelijk is. Je zou het omvattende beeld grofweg kunnen samenvatten als: “De Chinezen moeten we wantrouwen, de Russen zeker. Helaas zijn de VSA al niet veel beter. En de EU ocharme, die is zwak want visie- en besluiteloos.”

Zo geformuleerd klinkt dat als een karikatuur, maar in essentie is het nauwelijks aanvechtbaar. Die essentie wordt uiteraard in tien hoofdstukken onderbouwd en verantwoord met tal van historische feiten en beschouwingen. En daaruit kan de oplettende lezer dan toch een indruk opdoen van wat de auteur als belangrijkste richtsnoeren hanteert bij zijn interpretatie van de actualiteit.

Op de eerste plaats is dat – ondanks occasionele kritiek op de VSA – de ”atlantische vooringenomenheid”: zolang de Europese Unie niet in staat is om op eigen houtje voldoende militaire slagkracht – én een achterliggende strategische visie – te ontwikkelen is de Navo (of een andere vorm van nauwe samenwerking met de VSA) noodzakelijk om het westerse samenlevingsmodel te beschermen indien nodig.

Een tweede richtsnoer is iets minder traditioneel. Evenals zijn collega Holslag heeft ook Biscop zeer grote aandacht voor de Volksrepubliek China. Hij is niet te beroerd om in te gaan tegen de op hol geslagen diabolisering van China zoals die bijvoorbeeld in de VSA welig tiert, maar heeft tegelijk een open en kritisch oog voor de vrij specifieke machtspolitiek die China (met name sinds de jongste eeuwwisseling) ontvouwt. Wanneer bijvoorbeeld in elk hoofdstuk de bezorgdheid opduikt om de Chinese expansiepolitiek in en rond de Zuid-Chinese Zee doet dat soms obsessief aan; een blik op de kaart leert echter dat voor die bezorgdheid ook wel redenen kunnen bestaan in onder meer Vietnam, de Filippijnen en Indonesië.

Moet dit boek daarom worden afgedaan als een sluw verhulde (want genuanceerd verpakte) hersenspoeling met het oog op de volgende Koude Oorlog? Niet echt. Het is toch vooral een bruikbaar overzicht van de huidige internationale machtsverhoudingen, en meer nog van de drijfveren van de vier belangrijkste actoren daarin. Terwijl het nogal eenzijdig-‘atlantische’ bronnenmateriaal voor de pientere lezer wel zal volstaan als waarschuwing hoé dit boek dient gelezen te worden.

Het is ondoenbaar om binnen dit kort bestek nader in te gaan op de talloze interessante – maar af en toe wel voor discussie vatbare – feiten, cijfers en interpretaties die Biscops overzicht rijkelijk stofferen. Daarvoor moet u het boek lezen, en niet alleen de achterflap.

Tot slot daarom slechts deze helaas recurrente klacht. Het boek staat natuurlijk bol van namen uit de geschiedenis, de actualiteit en de wetenschappelijke literatuur. Maar waarom er geen register van af kon? Dàt kan in computergestuurde tijden toch niet ondoenbaaar zijn…

Edi Clijsters

Sven BISCOP, Hoe de grootmachten de koers van de wereldpolitiek bepalen. Grand strategy in 10 kernwoorden, Tielt, Kritak, 2021; 304 pp.

Hoe de grootmachten de koers van de wereldpolitiek bepalen. Grand strategy in 10 kernwoorden
Sven BISCOP
Kritak, Tielt
2021
304
(Visited 77 times, 1 visits today)
Deel dit artikel