Alleen justitie of het noodlot kunnen Hillary Clinton nu nog weghouden van de Democratische nominatie voor de VS-presidentsverkiezingen van november. Na haar zeges in New Jersey en Californië heeft ze rivaal Bernie Sanders uitgeschakeld. De bevestiging van Clinton als kandidate is goed nieuws voor de Republikeinse kandidaat Donald Trump, die rekent er immers op dat enkele van de miljoenen Sanders-kiezers in november hem boven Clinton zullen verkiezen. Hoe onwaarschijnlijk en onwenselijk dat ook lijkt, dat risico bestaat. Mede daardoor zou Sanders voor Trump een taaiere tegen kandidaat zijn geweest dan Clinton.
Vulgair
Trump heeft het verenigd establishment van de Grand Old Party, de Republikeinse, met verve voor schut gezet. Met een grenzeloze vulgariteit veegde hij alle rivalen van de kaart, racistische en xenofobe uitspraken leverden hem meer stemmen op dan de kwezelpreken van aartsconservatieven als Ted Cruz. Trump brak door omdat hij met zoveel conventies brak, zoals Gods geboden en de heilige vrijhandel. Terwijl hij Clinton voorstelde als een Lady van conventies, als een vertegenwoordigster van het door de meeste van zijn kiezers gehate establishment.
De twee belangrijkste kandidaten voor het Witte Huis hebben één aspect gemeen: een meerderheid van de VS-burgers vindt aan beide meer slechte dan goede kanten. Aan de ene kant is er Wall Street, aan de andere kant een vulgaire racistische miljardair. Ze moeten er dus beide op rekenen dat de afkeer voor de ander opweegt tegen de afkeer voor zichzelf. Clinton staat sterker bij het vrouwelijke electoraat, ze moet dus proberen zoveel mogelijk Republikeinsgezinde vrouwen te winnen. Terwijl Trump vooral zal trachten Democraten die achter Sanders staan, er van te overtuigen dat ze in feite tot zijn kamp behoren. Democrats for Trump.
Hij heeft daar meer kansen op dan op het eerste gezicht lijkt. Sanders, duidelijk links op de VS-schaal. Trump, racist, xenofoob, kandidaat van de GOP die al enkele decennia de partij van religieus fanatisme is. Maar kiesgedrag volgt niet altijd een academische logica. Het is niet omdat Clinton op de schaal duidelijk linkser staat dan Trump, dat de kiezers van Sanders automatisch eenparig voor Clinton stemmen.
Frustraties
Zowel Trump als Sanders scoorden in de voorverkiezingen goed bij de vele Amerikanen die het lastig hebben om de eindjes aan elkaar te knopen – en dat zijn er zeer veel. Misnoegde burgers die in hun dagelijks leven niets merken van stijgende statistieken, mensen die zich door Washington verwaarloosd voelen en die hun frustratie uiten met een stem voor kandidaten die in hun ogen tegen de schenen van de macht schoppen. De keuze voor Sanders is doorgaans weloverwogen, een keuze voor een sociaal alternatief. De keuze voor Trump is dat minder, maar met zijn aanvallen tegen de mondialisering, tegen de internationale handelsakkoorden, won de miljardair veel kiezers onder de blue collars.
Zowel Sanders als Trump trekken dus van leer tegen de internationale handelsakkoorden die al zoveel jobs kostten en er nog veel meer zullen doen verdwijnen. Racist Trump gooit daar bovenop de uitwijzing van naar schatting 11 miljoen mensen die illegaal in het land verblijven en een muur aan de grens met Mexico die Mexico dan maar zelf moet betalen. Maar waar het veel Amerikaanse arbeiders vooraal om gaat, is het verlies aan jobs te stoppen. En in een campagne Clinton-Trump staat de protectionistische miljardair steviger in zijn schoenen dan zijn rivale. Wat sommige kiezers die voor Sanders kozen en Clinton absoluut niet lusten, kan verleiden tot een stem voor Trump, de kandidaat van een partij waarvoor vrijhandel totnogtoe heilig was.
Kerk of casino
Clinton mikt op haar imago als voorvechtster van vrouwenrechten om zeker bij de vrouwelijke kiezers een grote voorsprong te nemen. Zoals ook Obama eerder bij vrouwen veel beter scoorde dan de Republikeinen voor wie het christelijk gezin heilig is en die tegen recht op abortus en tegen homorechten zijn. Maar Trump is geen kwezel zoals de meeste van zijn Republikeinse rivalen die dachten dat ze het van bidden moesten hebben. Trump, die meer in een casino dan in een kerk zit, won met zijn allesbehalve kwezelimago in veel staten van de Bible Belt. God deed het deze keer minder goed in de campagne, veel Republikeinse kiezers vinden het economisch protectionisme van Trump belangrijker.
Protectionist, en misschien – niet erg duidelijk – ook isolationist, minder interventionist. Liever zoete broodjes bakken met de Russische president Poetin dan er oorlog mee te voeren. Terwijl Clinton er voortdurend door Sanders aan herinnerd werd dat ze in 2003 voor de oorlog in Irak stemde, terwijl ze nu weer oorlogstaal spreekt aan het adres van Iran. Sommige kiezers van Sanders hebben alleen al daardoor een grondige afkeer van Clinton, enkele onder hen kunnen zelfs wel vinden dat Trump dan een minder kwaad is dan Clinton, the voice of Israel.
En zoals Sanders pleit Trump de jongste tijd voor hogere belastingen voor de grote en zeer grote inkomsten en voor de verhoging van het minimumloon (nu 7,25 dollar). Terwijl Clinton het imago meesleept een marionet van Wall Street te zijn.
Hoop
Behoudens verrassingen wordt het dus een duel tussen twee kandidaten met een overwegend negatief imago. En toch geen negatieve voorverkiezingen, want de miljoenen Amerikanen die deelnamen aan de campagne van Sanders hebben de buitenwereld doen inzien dat zelfs in het land van Wall Street een massaal verlangen naar een betere rechtvaardiger wereld bestaat. Ondanks de uitkomst, Trump-Clinton, is er hoop.