Clanoorlog in Kiev

Oekraïne beleeft een politieke crisis. De kopstukken van de “Oranje revolutie” van 2004 liggen overhoop, oude rivalen verzoenen zich. Gaat het hier om onenigheid over corruptiebestrijding en het doorzetten van democratische hervormingen? Wie dat gelooft is erg naïef, blind en doof of ter kwader trouw.

De antagonisten van de crisis hebben andere bekommernissen aan hun hoofd, namelijk de (her-)verdeling van ’s lands rijkdommen onder de diverse clans. Gezworen vijanden, zoals huidig president Viktor Joesjtsjenko en zijn rivaal van vorig jaar, Viktor Janoekovitsj, verzoenen zich daarbij met het grootste gemak met het oog op de parlementsverkiezingen van maart volgend jaar. (Zie ook Uitpers september 2005, de voorspelbare ontgoocheling).

“Oekraïne, de voorspelbare ontnuchtering” schreven we in Uitpers van vorige maand. Enkele dagen na publicatie brak een politieke crisis los, president Viktor Joesjtsjenko stuurde premier Julia Timosjenko de laan uit om redenen die eerst duister waren. Het vermoeden was groot dat het hier om de controle over belangrijke bedrijven en media ging, maar officieel werd het aanvankelijk anders voorgesteld. President Joesjtsjenko kon niet leven met de aanhoudende onenigheid binnen de regeringsploeg, vooral tussen premier Timosjenko en Pjotr Porosjenko, een zeer rijke oligarch die mee de “Oranje revolutie” van eind 2004 had gefinancierd. Hij was toen getipt als mogelijk premier, maar werd hoofd van de Defensie- en Veiligheidsraad.

De president viel na enkele dagen fel uit tegen de ontslagen premier Timosjenko. Een van de apen kwam uit de mouw: de “gasprinses” was tussenbeide gekomen bij een poging om een geprivatiseerd staalbedrijf te hernationaliseren en dan weer te privatiseren ten gunste van haar connecties.

De crisis draait inderdaad vooral rond een herverdeling van de buit. De meeste privatiseringen waren en zijn nep, ze komen neer op de plundering van de staatsrijkdommen door enkele clans die het Russisch model volgen. Timosjenko wou duizenden privatiseringen ongedaan maken om ze over te doen, zodat haar bevriende clans – en zijzelf – daar veel beter zouden van worden. Wat ze de clan van de vorige president, Leonid Koetsjma, verweten, was dat ze de andere te weinig had gelaten.

Nikopol

Joesjtsjenko verweet Timosjenko en haar groep gesjoemel bij de zogenaamde renationalisatie van het staalconcern Nikopol Ferroallay. Timosjenko maakte van de renationalisatie van frauduleus geprivatiseerde bedrijven een kernpunt van haar beleid. Op het eerste gezicht leek dat een lovenswaardig initiatief. Maar 1) het ging alleen om bedrijven die in handen waren gekomen van rivaliserende clans en 2) het was wel de bedoeling ze na de renationalisatie weer te privatiseren, maar dan ten gunste van de eigen clan.

Zo ook met Nikopol. Dit bedrijf en de staalonderneming Krivorozjstal waren tijdens het bewind van Koetsjma in handen gekomen van een clan rond Viktor Pintsjoek, schoonzoon van Koetsjma, en Rinat Achmetov, volgens vele bronnen de rijkste oligarch van Oekraïne die bij de verkiezingen van 2004 aan beide kandidaten geld gaf. In januari al had een rechtbank in Kiev een onderzoek gestart naar de manier waarop Krivorozjstal was geprivatiseerd. De staat had 93 procent van zijn aandelen verkocht aan het consortium IMOe van Pintsjoek en Achmetov. Dat gebeurde tegen de prijs van 615 miljoen euro, wat ver beneden de werkelijke waarde was – het concern had bijv. in 2003 een winst van 250 miljoen euro. Buitenlandse groepen, waaronder US Steel, waren bereid bijna het dubbele te betalen en ook dat was nog goedkoop, maar die bieders waren afgewimpeld.

In september gelastte een rechtbank de renationalisatie van Nikopol, een van de grootste fabrieken van Europa in ijzerlegeringen. Pintsjoek trachtte “zijn” fabriek met blokkades aan de poort in handen te houden, de oproerpolitie moest tussenbeide komen. President Joesjtsjenko schaarde zich achter de renationalisatie, maar viel uit tegen Timosjenko omdat zij had gemanipuleerd zodat dit bedrijf in handen van haar clan zou komen. Haar regering had namelijk een aandeelhoudersvergadering belegd waarop de Privat Bank, een bevriende bank, belangrijke bestuursposten in handen kreeg. In feite wou Timosjenko de renationalisatie zelfs overslaan en onmiddellijk herprivatiseren.

Gaslucht

Dat was dan weer niet naar de zin van Porosjenko die vond dat de premier toch wel erg gulzig was en weinig aan anderen overliet. Maar het conflict tussen Timosjenko en Porosjenko had vooral te maken met een plan voor aardgastransport van Turkmenistan naar Oekraïne. Daarvoor was een Russisch-Oekraïense maatschappij, RosOekrEnergo ingeschakeld, wat dan volgens Timosjenko een criminele onderneming was die de Oekraïense schatkist één miljard dollar kostte. Zij viel scherp uit tegen Naftogaz Oekrajini, het staatsbedrijf voor energie, waarvan de nieuwe baas, Oleksy Ivtsjenko, was benoemd door Porosjenko en door Oleksandr Tretjakov, een topmedewerker van president Joesjtsjenko.

Timosjenko, die zelf de bijnaam ‘gasprinses’ kreeg door haar betrokkenheid bij lucratieve gasdeals in de jaren 1990, had het in het begin van de zomer over corruptie in de jongste gasdeals. Waarop Joesjtsjenko haar aanmaande te stoppen met het verspreiden van geruchten over Naftogaz.

Intussen rommelde het bij de SBOe, de veiligheidsdiensten, geleid door Oleksandr Toertsjynov die tijdens de “Oranje revolutie” er mee voor zorgde dat die diensten de clan Janoekovitsj lieten vielen. Toertsjynov liet de klachten tegen de leiding van Naftogaz onderzoeken, onder meer met huiszoekingen. Daarop eiste Porosjenko diens ontslag. Hij trok zelf naar Moskou om daar over gasprijzen te gaan praten, iets waarvoor hij als chef van de Nationale Defensie- en Veiligheidsraad geen bevoegdheid had. Maar Joesjtsjenko dekte dat; het feit dat zijn topmedewerker Tretjakov fortuin maakte in de gassector was daar allicht niet vreemd aan.

In dat verhaal duikt ook een zeer merkwaardige naam op: Semion Mogilevitsj, een van de beruchtste maffiabazen van Europa. Volgens veiligheidschef Toertsjynov heeft Mogilevitsj waarschijnlijk getracht maffiageld wit te wassen via RosOekrEnergo. Mogilevitsj wordt wel internationaal gezocht, maar in Moskou hoeft hij zich als gast geen zorgen te maken. Mogilevitsj is in België zeer goed gekend, onder meer omdat hij ook in ons land maffiageld witwaste en hier samenwerkte met andere Oost-Europese maffiabazen. Het is ook voor die man dat wijlen diplomaat Alfred Cahen in Parijs tussenbeide kwam met een verzoek om hem het land binnen te laten. (zie Uitpers, mei 2000)

Privatiseringen-bis

De plannen van Timosjenko voor de renationalisatie van minstens 3.000 bedrijven zorgden van in het begin voor onenigheid tussen haar en de president. Die plannen hadden niets te maken met grotere staatstussenkomst, maar alles met een herverdeling tussen clans, want het was de bedoeling die meer dan 3.000 bedrijven aan andere eigenaars toe te spelen.

Joesjtsjenko zag dat anders. Zoals zijn Russische collega Poetin wil hij de oligarchen stabiliteit garanderen. Poetin heeft van in het begin van zijn regeerperiode met de “nieuwe” kapitalisten een deal gesloten: we komen niet terug op de privatiseringen, hoe frauduleus ook, op voorwaarde dat ge belastingen betaalt en u niet inlaat met politiek. Chodorkovsky hield zich daar niet aan en betaalde dat met een gevangenisstraf en de ontmanteling van zijn imperium Joekos. Poetin zorgt er wel voor dat de eigen clan beter wordt van nieuwe privatiseringen.

Joesjtsjenko kortte de lijst van te renationaliseren bedrijven in tot enkele tientallen. Dertig tot veertig volstaat wel, zei de president. Tenslotte weet je maar nooit hoe de politiek verder evolueert, stel u voor dat de politieke verhoudingen kantelen en dat andere clans aan de macht komen die op hun beurt gaan renationaliseren om te herprivatiseren. Garanties bieden dat alles bij het oude blijft, is tevens een garantie dat de eigen belangen worden gevrijwaard. “Ik wil het bedrijfsleven en de samenleving het gevoel geven dat de regering hun eigendommen beschermt”, zei de president.

Verzoening

Toen Joesjtsjenko het in het parlement moeilijk kreeg om zijn nieuwe premier, Joeri Echanoerov, te doen aanvaarden, sloot hij een deal met de “Partij van de Regio’s”. Dat is niet zomaar een partij, dit is de groep van zijn grote rivaal van 2004, Janoekovitsj!

Voor wat hoort wat. In ruil voor die steun wordt “elke politieke vervolging van opposanten” gestopt, met andere woorden, de clan Koetsjma kan op beide oren slapen. Als garantie krijgt die “oppositie” de leiding van een speciale commissie over de privatiseringen en over een commissie voor corruptiebestrijding.

De nieuwe premier had het over de verzoening tussen de elites van westelijk en van oostelijk Oekraïne. Op de privatiseringen uit het verleden wordt niet teruggekomen, verzekerde hij. Het zou er nog aan mankeren: Echanoerov was van 1994 tot 1997 de baas van het fonds van de staatseigendommen; tijdens die periode organiseerde hij de privatisering van de helft van de Oekraïense industrie. En zo iemand wordt in veel media omschreven als “een ambitieloze technocraat”.

Kortom, de continuïteit is verzekerd.

Achter alle woordenkramerij van de “Oranje revolutie” over democratie en corruptiebestrijding, school dus alleen maar een strijd om de controle over de productiemiddelen. Daar gaat het nu eenmaal meestal om.

Ook al is dit nu erg duidelijk, toch hebben weinig media die de Oranje revolutie zo ophemelden, enige zelfkritiek gemaakt. Het was nochtans allemaal zo voorspelbaar.

(Uitpers, nr. 68, 7de jg., oktober 2005)

Visited 14 Times, 1 Visit today

Tags :