Chomsky: “De meerderheid van de wereld staat achter Iran”

Op woensdagnacht (1 oktober) keurde de Senaat met 86 stemmen voor en 13 tegen een historische deal goed die de VS zal toelaten handel te drijven met India voor nucleair materiaal en technologie en India te bevoorraden met nucleaire brandstof voor zijn kerncentrales. Zowel supporters als tegenstanders van deze deal knopen er zware consequenties aan vast – en beschouwen dit als een klinkende overwinning voor de regering Bush.

Subrata Ghoshroy is onderzoeker in de Science, Technology and Global Security Working Group aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Zij ontmoette Chomsky vorige maand in zijn bureel in MIT, waar hij hoogleraar linguïstiek is. Ghoshroy schrijft: “Chomsky vroeg me wat achtergrondinformatie voor we onze discussie begonnen. Ik zei hem dat ik onderzoek deed naar ‘missile defense’, ruimtewapens en de nucleaire deal tussen de VS en India.” Ghoshroy is reeds lang een criticus van het ‘missile defense’ programma van de VS en een voormalig analist van het Government Accountability Office (de evenknie van het Belgische Rekenhof, nv) die in 2006 de alarmklok luidde over het falen – en de poging dat falen te verbergen – van een cruciaal onderdeel van dit programma: een wapensysteem van $ 26 miljard dat het centrale element was van het anti-raketsysteem van de regering Bush.

Ghoshroy en Chomsky bespraken deze deal – die dan nog niet gestemd was – die handel zou toelaten die tot dan toe verboden was door VS en internationale wetgeving, omdat India weigert het nucleaire Non-proliferatie Verdrag (NPT) te ondertekenen en omwille van de kernproeven van 1998. Ghoshroy schreef meerdere artikels waarin ze deze deal omschreef als een triomf voor de zakenwereld – een evaluatie waar Chomsky het mee eens is. Hij zei dat Condoleezza Rice inderdaad heeft bevestigd wat er echt achter deze deal zit, die hij beschrijft als een ‘ramp voor de non-proliferatie’.

De daaropvolgende conversatie met Chomsky ging over allerlei samenhangende thema’s, waaronder: India en het belang van de beweging van niet-gebonden landen (Non-Aligned Movement =NAM); de mythes van de vrijhandel en de zogezegde successen van het neoliberalisme; het historisch verzet van Washington tegen de promotie van een nieuwe economische en informatie wereldorde; de groeiende onafhankelijkheid van Latijns-Amerika; de schijnheiligheid van het Westen over het nucleaire programma van Iran – en de ironische rol hierin van MIT tijdens het regime van de sjah; en tenslotte, de verkiezingen en de vooruitzichten voor verandering.

Het resultaat is een tweedelig interview. Deel één begint met India, de NAM en waarom ‘de meerderheid van de wereld achter Iran staat”. (De NAM bestaat uit ongeveer 115 vertegenwoordigers van ‘ontwikkelende landen’ en ontstond op de Azië-Afrika conferentie van 1955 in Bandung, Indonesië. Het waren voornamelijk nieuw onafhankelijke kolonies van Afrika en Azië die samenkwamen om gezamenlijk een beleid uit te stippelen op gebied van internationale betrekkingen. Jawaharlal Nehru, toen Eerste Minister van India, leidde deze conferentie. Leiders van de ‘Derde Wereld’ deelden er hun gelijklopende zorgen om de druk van de grootmachten te weerstaan, om hun onafhankelijkheid te vrijwaren en kolonialisme en neokolonialisme te bestrijden, vooral de Westerse dominantie. India zette zijn hardnekkige participatie en leiderschap aan de NAM voort tot aan het einde van de Koude Oorlog. Voor meer informatie zie de NAM Web site ).

 

Subrata Ghoshroy (SG): Als je India met Latijns-Amerika vergelijkt, zie je een veel explicietere houding in Latijns-Amerika tegen imperialisme en voor onafhankelijkheid.

Noam Chomsky (NC): Het leeft in India ook, maar ik denk dat India leidinggevend zou moeten zijn zoals het dat was in de jaren ’50.

SG: Dit is de spanning in de Indische situatie. De Indische regering, de Congrespartij en de Bharatiya Janata partij denken dat de NAM een anachronisme is en een overblijfsel van de Koude Oorlog.

NC: Ik denk dat ze verkeerd zijn. Ik denk dat het een signaal voor de toekomst is. De stellingnames van de NAM (en die van de Zuid-Commissie) zijn tamelijk degelijk. Een goede aanwijzing van hoe degelijk ze zijn is dat ze in het Westen bijna volledig worden doodgezwegen, dat zegt al veel.

Neem de kwestie van de Iraanse uraniumverrijking. De VS neemt daar uiteraard militant stelling tegen, wat nogal ironisch is omdat dezelfde officiële vertegenwoordigers die daar nu lelijk over doen dezelfden zijn die deze programma’s ondersteunden onder de sjah. MIT zit daar middenin; ik herinner me van de jaren ’70 dat er een interne crisis was in MIT toen de gezagdragers van de instelling in feite het nucleair engineering departement (NED) zo goed als verkochten aan de sjah in een geheime deal. Het akkoord bestond er in dat het NED Iraanse kernfysici zou overbrengen en als wederdienst zou de sjah dan een ongespecificeerde som – waarschijnlijk een grote som – overdragen aan MIT. Toen dit uitlekte was er heel wat protest onder de studenten en in een referendum waren zo’n 80 % tégen. Er was heel wat herrie rond en de faculteit moest een grote meeting organiseren. Gewoonlijk zijn meetings van de faculteit nogal vervelende zaken, niemand wil er naar toe. Maar naar de deze kwam zowat iedereen. Er was een grote discussie, die nogal interessant was. Een klein aantal waaronder ikzelf waren tegen dit akkoord met de sjah. Maar het werd overweldigend goedgekeurd. Het viel erg op dat de stemming van de faculteitsraad het exact tegengestelde resultaat gaf dan het studentenreferendum. Dat zegt je iets belangwekkends, want de faculteit zijn de studenten van gisteren, deze wijziging van het institutioneel engagement had een enorme impact op hun oordeel – een verkeerde impact volgens mij. Bon, het ging gewoon door. Waarschijnlijk wordt het huidige Iraanse programma geleid door zij die toen aan het MIT hun training kregen. De hevigste supporters van dit programma waren toen Henry Kissinger, Dick Cheney, Donald Rumsfeld en Alan Wolfowitz.

SG: Dat was de tijd van Nixon?

NC: Ongeveer het midden van de jaren ’70. Kissinger zegt nu: “Hoe kan Iran een vreedzaam kernenergie programma nastreven als ze zoveel olie hebben – die hebben geen kernenergie nodig”. In 1975 zei hij het omgekeerde, “Natuurlijk moet Iran zijn kernenergie ontwikkelen. Het kan niet uitsluitend op zijn oliebronnen rekenen”. De Washington Post vroeg hem waarom hij van mening was veranderd. Hij was er zeer rechtuit en eerlijk over. Hij zei zoiets als: “Ze waren toen een bondgenoot, dus hadden ze kernenergie nodig. Nu zijn ze een vijand, dus hebben ze géén kernenergie nodig”. OK, ik kan eerlijkheid appreciëren. Het is ironisch om dat nu te zien gebeuren.

Als je de media hierover leest, bijvoorbeeld de New York Times, zie je een uniforme berichtgeving. ‘Iran daagt de wereld uit. Iran daagt de internationale gemeenschap uit.’

Feit is dat de meerderheid van de wereld Iran steunt. De NAM steunt Iran. De meerderheid van de wereld is deel van NAM. Maar zij maken geen deel uit van de ‘wereld’ vanuit het standpunt van de VS. Het is een opvallende illustratie van de kracht en de diepte van de imperiale mentaliteit. Als de meerderheid van de wereld tegen Washington is, dan zijn ze geen deel van de wereld. Opvallend, ook de Amerikaanse bevolking is geen deel van de wereld. Een overgrote meerderheid van de Amerikanen – zo’n 75 % – vinden dat Iran het recht heeft om kernenergie te ontwikkelen. Maar ook zij maken dus geen deel uit van de ‘wereld’. Al de rest is de wereld niet. Niet de meerderheid van de Amerikanen. Niet de meerderheid van de landen van de wereld.

En dit toont veel zaken aan, waaronder het belang van de NAM. Net zoals de Zuid-Commissie belangrijk was. Maar de belangrijke standpunten van de Zuid-Commissie werden nooit gequoteerd of vermeld, ze werden als onbetekenend beschouwd. Ze zijn NIET onbetekenend. Hetzelfde geldt voor de NAM. India zou de leider moeten zijn om er voor te zorgen dat de stem van wat men eufemistisch ‘ontwikkelende landen’ noemt wordt gehoord, dat die stem invloedrijk wordt en krachtig. Niet alleen dat wat van Washington of Londen komt!

In India heb je van de ene kant een belangrijke groei en ontwikkeling in de laatste 20 jaar of zo. Van de andere kant zijn de interne problemen gewoon overweldigend. Als je naar de Human Development Index kijkt, toen bijvoorbeeld de neoliberale hervormingen begonnen, was India 125ste of zo. Nu staan ze 128ste, de laatste keer dat ik keek. Dat betekent dat de fundamentele interne problemen van India die zo overweldigend zijn – wandel gewoon eens over straat daar – duidelijk NIET aangepakt zijn. Ga je naar plaatsen als Hyderabad of Bangalore, zie je prachtige laboratoria, hightech industrie, software en enkele kilometers verder een scherpe toename van zelfmoorden bij de boeren. Dezelfde sociale en economische processen drijven beide processen.

In plaatsen zoals West-Bengalen is er zware interne strijd over landrechten en industriële ontwikkeling en ik denk niet dat Links (in India) een uitweg heeft gevonden om hier constructief mee om te gaan. Over zaken zoals het kernenergiepact VS-India vind ik de positie van Links nogal teleurstellend. Ze lijken dit pact te weerstaan op louter nationalistische gronden, dat India delen van haar soevereiniteit zou opgeven. Maar het échte probleem is helemaal anders: dit is een belangrijke stap in de richting van ondermijning van het NPT – wat ook de eerste reden was dat India weigerde toe te treden en zijn geheime bom ontwikkelde. Je weet dat India een traditie heeft van ontwapening die teruggaat tot Nehru, van het streven naar nucleaire ontwapening en dat dit pact recht ingaat tégen deze eervolle traditie. En ik dacht dat Links dit zou benadrukken.

SG: Wat je dus zegt is dat dit is waar Links meer actief zou moeten zijn?

NC: In zekere mate zijn ze dat. Het is zéér moeilijk om door de Westerse propaganda te breken. Dat was zeer dramatisch zo in de jaren ’70, de vroege periode van dekolonisering, toen er oproepen waren voor een nieuwe internationale economische orde – een herstructurering van de wereld om zij die geen stem hebben een stem te geven. De United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD ) was toen een belangrijke instelling. De United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO) ijverde voor een nieuwe informatie wereldorde waarin de Derde Wereld een stem zou hebben. Daar was hier (in het Westen,nv) bittere oppositie tegen. UNESCO werd praktisch verwoest.

SG: En de VS verliet UNESCO voor een tijd?

NC: Eerst heeft het de UNESCO praktisch verwoest en daarna is ze er een lange tijd uit gestapt. De media en de commentaren stonden vol regelrechte leugens over hoe UNESCO de persvrijheid trachtte te ondermijnen enzovoort enzovoort. Wat ze probeerden te doen was het Westers monopolie te breken en onafhankelijke stemmen toe te laten. Dat is ontoelaatbaar voor Westerse intellectuelen. Wij moeten een absoluut monopolie hebben, anders verkracht dit (onze) vrijheid.

Er bestaat een redelijk goed boek over dat daar in detail op ingaat. Het heet Hope and Folly en het kon nergens besproken worden, omdat het een vernietigend verhaal is van de inspanningen van de media en de intellectuele gemeenschap en zo om UNESCO te vernietigen uit vrees dat dit het systeem van internationale communicatie zou openen voor stemmen uit de Derde Wereld. Kijk eens naar dit boek – het is vernietigend en wat gebeurde is ongelooflijk.

Hetzelfde gebeurde met de nieuwe internationale economische orde. In plaats van een nieuwe economische orde zoals UNCTAD die voorstond en die heel zinvol was gebeurde nét het omgekeerde. Dat is wanneer – met de VS en GB op kop – de neoliberale programma’s er zijn doorgeduwd die zo rampzalig waren. Internationale economisten zeggen dikwijls wat een groot succes het was, wijzen op gemiddelde groeiritmes en de afname van armoede over de laatste 30 jaar. Dat is bedrog. De stijgende groeiritmes en de afname van de armoede komen voornamelijk van China. Maar China volgde deneoliberale regels niet. Zij voerden een beleid van exportoriëntatie vanuit een staatsgeleide economie. Staatsgeleide economie is NIET de Washington consensus. Die twee dingen door elkaar halen is echt oneerlijk.

SG: Dat zie ik. Omwille van de grote aantallen in China? Eén miljard Chinezen …

NC: Als je een miljard Chinezen heb die (economisch) groeien, dan gaat de gemiddelde groeivoet omhoog. Je hebt dus een toename van de groeivoet omwille van de inspanningen van landen die de (neoliberale) regels NIET volgen. Hetzelfde geldt voor India. Eén van de redenen is dat India aan de Aziatische financiële crisis is ontsnapt omdat het strikte financiële controles heeft.

SG: Juist,wat nu niet meer het geval zou zijn.

NC: Niet meer. Maar dat was wél zo (toen). Het ontsnapte toen aan die ramp. Neem Zuid-Korea: dat had een spectaculaire groei. Het wordt de hemel in geprezen als een succes van neoliberale principes. Dat is niet eens een slechte mop. In Zuid-Korea waren de controles over kapitaal zo strikt dat je er de doodstraf voor kon krijgen. Wat heeft dat te maken met neoliberalisme? Het was een staatsgeleide economie, min of meer naar Japans model. Tussen haakjes, om de ironie nog extremer te maken, een van de leidinggevende staatsgeleide economieën is de VS. Bij MIT weet iedereen dat natuurlijk. Hoe worden hun lonen betaald? MIT is een deel van de tunnel waarlangs de belastingsbetaler de kosten betaalt en de risico’s van hightech ontwikkeling neemt en de winsten worden dan uiteindelijk geprivatiseerd.

SG: Absoluut!

NC: Dat is waar je computers, internet en biotech vandaan komen. De volledige hightech economie is een afgeleide van de dynamische staatssector.

(Uitpers, nr 103, 10de jg., november 2008)

Vertaling Lode Vanoost

originele tekst van dit deel van het interview op http://www.alternet.org/story/101290/

© 2008 Independent Media Institute. All rights reserved.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 52 Times, 1 Visit today

Tags :
Over

zie ook