China’s weg naar/van het socialisme

Wijlen Deng Xiaoping en zijn volgelingen noemden de invoering van marktmechanismen een onderdeel van China’s weg naar het socialisme en hadden het over een «socialistische markt ». Die ‘newsspeak’ wordt minder en minder gebruikt. President en partijleider Jiang Zemin zet openlijk de deur van zijn partij open voor kapitalisten, terwijl een links kritisch blad het zwijgen wordt opgelegd. Dit is China’s versnelde weg weg van het socialisme.

Jiang Zemin greep op 1 juli de 80ste verjaardag van de oprichting van de Chinese Communistische Partij (CCP) aan om aan te kondigen dat de partij binnenkort regelrechte kapitalisten als lid aanvaardt. Daarmee bezegelde hij het debat dat daarover al enkele jaren bestaat. In de praktijk gebeurt dat al, maar dan in een omgekeerde richting, namelijk partijbonzen die onder meer door hun positie opgeklommen zijn tot kapitalist. Maar nu zullen heuse kapitalisten ‘de souche’ kunnen toetreden. De wijziging van de partijstatuten in die zin is een kwestie van maanden of weken, het congres van volgend jaar zal voor een voldongen feit staan.

Om die voor een communistische partij toch wel ingrijpende wijziging door te drukken, heeft Jiang interne weerstand te overwinnen. Die komt niet alleen van wat buitenlandse media vaak gemakshalve bestempelen als ‘conservatieve kaders’, maar ook van de partijbasis en van de miljoenen mensen die slecht varen bij die opmars van het kapitalisme. En natuurlijk leidt die versnelde verrechtsing tot de grootst mogelijke ideologische verwarring.

Half augustus deed Jiang het linkse blad ‘Zhenli de Zhuiqiu’’ (Zoektocht naar Waarheid) sluiten. Dat blad bekritiseerde de versnelde verrechtsing van het beleid. Het trachtte de spreekbuis te zijn van brede kringen in de partij die zich verzetten tegen de snel groeiende rol van de privé-sector in de economie en de parallelle afbouw van de staatssector, met alle nefaste sociale gevolgen vandien, waaronder corruptie. ,,De partij moet boven de grote kapitalisten staan en niet omgekeerd’’, schreef Lin Yanzhi, een partijleider uit de noordelijke provincie Jilin in een van de laatst verschenen nummers van het blad.

Journalist He Qinglian is in juni naar het buitenland gevlucht toen hij op het punt stond te worden gearresteerd. Hij had drie jaar geleden in een boek al geschreven dat de CCP het speeltuig is geworden van corrupte kaderleden en grote ondernemers.

Jiang verdraagt die kritiek minder. Hij is duidelijk beducht voor elke instantie, ook een medium, dat de onvrede over die ruk naar rechts zou kunnen kanaliseren. Hij forceert de zaken omdat hij en de groepen rond hem maar al te goed weten dat die verrechtsing, waarvan de opening naar de kapitalisten een belangrijk symptoom is, zeer gevoelig ligt. Als een theoreticus van Jiangs ideeën, Pan Yue, schrijft dat de partij in de eerste instantie de uitdrukking moet zijn van de ondernemers en de technocraten, dus niet van de arbeiders, is dat een fundamentele breuk met het wezen van de 80-jarige partij.

In feite doet die theoreticus niets anders dan de realiteit verwoorden. De privé-sector staat nu in voor ongeveer de helft van het BNP, schat de International Finance Corp., een afdeling van de Wereldbank. Indien de zogenaamde, collectieve sector’ – waarin ook een deel privé verscholen zit, wordt meegerekend, gaat het zelfs om driekwart. Dat de partij die deze evolutie inluidde en tracht te leiden, zich daar vroeg of laat zou aan aanpassen, ligt voor de hand.

Verrijkt u

Die evolutie is al bijna een kwarteeuw bezig. Deng begon in 1978 met de feitelijke privatisering van de agrarische sector door de communes, gekoppeld aan de leuze ‘Boeren, verrijkt u’. Twee jaar later kwam de industrie aan de beurt. Deng viel het stelsel van de ‘ijzeren rijstkom’ aan die iedereen in theorie toch garanties moest geven op werk, woning, gratis medische zorgen, onderwijs…Zijn eigen familie stortte zich volop in de zakenwereld om er de leuze ,,verrijk u’’ gretig toe te passen. Corruptie was maar een van de middelen. De rode burgerij ging al snel staatsfondsen overhevelen naar privé-ondernemingen, waarbij zoveel mogelijk een flou artistique werd onderhouden om die diefstal te verhullen.

De revolte van de lente van 1989 ging in de eerste plaats tegen dat nepotisme, tegen de weerzinwekkende corruptie van de rode robber barons. Verduistering van overheidsfondsen, machtsmisbruik, regelrechte diefstal van staatseigendommen waren schering en inslag geworden. Dat was de ‘socialistische markt’ in de praktijk.

Het is sindsdien alleen maar veel omvangrijker geworden. De mogelijkheden om zich persoonlijk te verrijken zijn onmetelijk, wat ook verklaart dat het Amerikaanse zakenblad Forbes vorig jaar op zijn lijst van rijke mensen Chinezen kon plaatsen die dollarmiljardair zijn. Het fortuin van de rode kapitalist Ron Yiren wordt op bijna twee miljard dollar geraamd. Op de lijst van rijke Chinezen staat ook niet toevallig een gewezen legerofficier, Ren Zhengfei, die in de telecommunicatie erg bedrijvig is.

In 1998 gaf Peking een nieuwe stoot aan de privatisering met plannen voor de verkoop van duizenden industriële staatsondernemingen. Dat leidde echter tot een dergelijke orgie van corruptie en machtsmisbruik dat de woede daarover de regering dwong om wat in te binden. Want voor massa’s managers was dat de gedroomde gelegenheid om hun bedrijf op de fles te laten gaan zodat ze het voor een prikje zelf konden kopen.

Het gaat hier dus niet meer om de opgang van een middenklasse van kaders, maar om authentieke kapitalisten. Ze zijn in zekere zin te vergelijken met de Russische roofkapitalisten die in een orgie van plundering fortuinen opbouwden, maar in China heeft de CP voor een stabiel politiek kader gezorgd. Er blijft een staatsplanning overeind, ook al heeft die minder en minder vat op de economische actoren.

Die privé-sector krijgt zelfs faciliteiten die ze in veel kapitalistische landen niet heeft. Er zijn in de praktijk bijna geen sociale verplichtingen, wat zich onder meer laat voelen in het grote aantal arbeidsongevallen in fabrieken en mijnen. Dat is een gedroomde situatie voor buitenlandse investeerders, op de eerste plaats Chinese zakenlui uit Oost-Azië zelf. Met vooraan de grote Hongkongse kapitalisten en de Taiwanese die officieel 60 miljard dollar in de Volksrepubliek investeerden; Waarschijnlijk ligt de werkelijkheid nog een stuk hoger. Zij investeren grotendeels in de export-industrieën, groeimotoren van de Chinese economie.

Garanties

Om die export te kunnen aanhouden, rekent Peking op zijn toetreding tot de WTO, de Wereld Handelsorganisatie. Daar zijn echter voorwaarden aan verbonden van verdere ‘liberalisering’, wat in de praktijk betekent dat de bescherming van diverse sectoren moet worden opgeheven. Van de 126 automobielbedrijven zullen er misschien nog 40 kunnen overblijven; de helft van de voedingsbedrijven zal sneuvelen. Voor de landbouw wordt het een catastrofe, terwijl de inkomens van de boeren al zo laag liggen. Massa’s boeren zijn op den dool, onder meer omdat ze vluchten voor bureaucraten die ondanks alle richtlijnen uit Peking voortdurend nieuwe taksen bedenken om hen te pluimen.

De groei is nu al aan het vertragen, met naar verwachting zeven procent dit jaar zeer onevenredig verdeeld over de regio’s en de sectoren. Naar verwachting zal die groei na de toetreding tot de WTO verder slabakken, ook in de exportsectoren die de weerslag zullen ondervinden van de recessie in de VS en Japan.

De "vlottende bevolking" zal dus verder aanzwellen. Er zijn nu al naar schatting meer dan honderd miljoen mensen die buiten de eigen provincie op zoek zijn naar werk en trachten te overleven met allerlei occasionele klussen. De werkloosheid ligt in de steden nu al ergens tussen 10 en 20 procent.

Tegelijk zal de Chinese economie verder worden opengezet voor buitenlandse investeerders. Grote westerse maatschappijen zitten nu al in de oliesector, de telecommunicatie en de bankwereld. Samen met de autochtone kapitalisten en met de Chinese zakenlui uit Taiwan, Hongkong, Singapore enz. zullen ze aandringen op garanties voor hun investeringen, op sociale stabiliteit.

Die stabiliteit komt de jongste jaren meer en meer in het gedrang. Het aantal arbeidsconflicten, die soms uitgroeien tot massale lokale revoltes, neemt overhand toe. De autoriteiten slaagden er totnogtoe in die protesten te isoleren, maar er bestaat altijd de mogelijkheid dat het tot regionale of zelfs nationale protesten komt. Jiang en de CP-leiding zullen dus in hun eigen logica serieuze garanties moeten bieden dat ze dergelijke revoltes de baas kunnen. Zoals ze ook maximale winsten zullen garanderen, wat dan gebeurt ten koste van de lonen en de arbeidsomstandigheden.

(Uitpers, september2001)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 141 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook