China’s Communistische Partij 100 jaar (1)

De Communistische Partij van China is vandaag de machtigste politieke partij van de wereld. De start was in juli 1921 – officieel op 1 juli, in feite dagen later, erg bescheiden, aan het eerste congres namen 12 mannen deel, afgevaardigd door de 57 leden.

De omstandigheden waarin de CPC ontstond en de eerste jaren, tot aan de zware klappen van 1927, laten tot vandaag duidelijke sporen na. De complexe geschiedenis van de CPC is niet zomaar in een handomdraai te schetsen, de CPC was minder gestroomlijnd dan die van het “moederland”, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR). Vandaar een overzicht in korte afleveringen om het verteerbaar te houden.

Pioniers

De 12 mannen die in juli 1921 in Shanghai in het grootste geheim samenkwamen om een nieuwe partij te stichten, de Communistische Partij van China, leken een stelletje utopisten. Twaalf die 57 leden vertegenwoordigden, met onder hen boerenzoon Mao Zedong op de achtergrond.

Van een proletarische revolutie was geen sprake, daarvoor was er te weinig proletariaat, nog minder dan in Rusland. Het was uitgesloten om het exploot van de kameraden in het ex-tsaristische rijk na te doen. Nu, een eeuw later is de “moederpartij” al 30 jaar geïmplodeerd, de Chinese al 72 jaar aan de macht, en zo te zien onbedreigd.

De stichting leek dus in niets op een historische gebeurtenis. Zes jaar later leken de kansen op doorbraak zelfs voor zeer lang verkeken, waarvoor sommigen het oog van Moskou de schuld gaven. De kameraden in Moskou hadden eerst hun hoop gesteld op proletarische revoluties in Europa, maar die waren allemaal mislukt.

Er werd ook oostwaarts gekeken, naar het Midden en Verre Oosten. Met de hoop gericht op burgerlijke nationalisten, niet op proletarische revoluties. De Comintern (Communistische Inernationale) had een Bureau Verre Oosten opgericht om onder meer langs daar het isolement te doorbreken.

Op die bescheiden stichtingsvergadering in Shanghai was er dan ook een vertegenwoordiger van de Comintern, de Nederlander Henk Sneevliet die eerder al in Indonesië met (bescheiden) succes het terrein had verkend. Sneevliet zou in 1927 de kant van Trotsky tegen Stalin kiezen. De kwestie China was toen een van de drie grote twistpunten tussen die twee.

Achterlijk

Hoe met amper een goede 50 werkloze intellectuelen aan de slag gaan in een land dat kort daarvoor nog compleet uitgeput leek. Tien jaar eerder was het duizendjarige Keizerrijk ingestort en in chaos vervallen. De nationalistische Kwomintang (Guomindang) van Sun Yat-sen was niet in staat een nieuw sterk centraal gezag te vormen. Er kwamen wel instellingen als een president en een parlement, maar zonder feitelijk centraal gezag. Enkele krijgsheren trokken elk een stuk van het laken naar zich toe.

Het land was zwaar toegetakeld na een eeuw van vernederingen door de grootmachten van die tijd, Europese, de VS, Japan. Het Keizerrijk had verscheidene vernederende verdragen moeten sluiten, tot en met verlies van grondgebied aan o.m. Portugal en Groot-Brittannië, elders waren er de Russische, Duitse, Britse, Franse concessies. De stichtingsvergadering van de CP had plaats in een gebouw in de Franse concessie. In een parkje aan de Bund hing een plakkaat dat de toegang verboden was voro honden en Chinezen.

China had in die periode wel een enorme demografische aangroei gekend. Volgens (niet zo betrouwbare) statistieken was de bevolking in een eeuw bijna verdrievoudigd – sommige statistieken spreken van 450 miljoen inwoners in begin van de jaren 1920. De landbouwproductie was niet gevolgd, er was bittere massale armoede en in sommige gebieden chronisch voedseltekort. Zeker 90 % leefde op het platteland waar 10 % meer dan de helft van de gronden had en 70 % pachters waren die gemiddeld minstens de helft van de oogst moesten afstaan.

Proletariaat

De val van het Keizerrijk kwam wel in een periode van industrialisering, maar de meeste investeringen waren buitenlandse. Er was een Chinese bourgeoisie, voor een deel compradores (afhankelijk van buitenlandse kapitalisten). “China is de kolonie van elk land waarmee het een verdrag heeft getekend… China is niet alleen de slaaf van één natie, maar van alle naties”, zei Sun Yat-sen.

De voorwaarden voor een ontwikkeld Chinees kapitalisme waren er wel geweest, maar het mandarijnenstelsel had dat zwaar afgeremd. In het keizerrijk was er nooit veel plaats geweest voor handel en nijverheid, de kaste van de geletterde mandarijnen zorgde voor stabiliteit en zag kooplui eerder als verstorende elementen.

In 1921 was de eigenlijke arbeidersklasse numeriek dan ook erg beperkt, maar wel sterk geconcentreerd in enkele centra – zoals Shanghai en Canton (Guangzhou). Er waren vooral arbeiders in het spoor en ander transport, de mijnen, lichte industrie – alles samen niet veel meer dan twee miljoen mensen. Dus geen brede startbasis voor een proletarische revolutie. Maar dat proletariaat groeide wel zeer snel aan, in 1927 waren er al enkele miljoenen bij.

Nationalisme

Maar de proletarische revolutie stond niet op de agenda. De jonge CPC zocht en vond voeling met het nationalisme van een deel van de burgerij en van jonge intellectuelen. Het was vooral de door die laatste gedragen beweging van 4 Mei die in 1919 in Shanghai en zuidelijke steden opkwam tegen de nieuwe vernederingen. Vooral dan tegen de 21 voorwaarden die Japan in 1915 had gesteld en die door de regering in Beijing waren aanvaard.

De studenten van 4 Mei waren erg ontstemd over de vredesconferentie in Versailles waar de grote mogendheden China in de kou hadden laten staan. En ze waren nog meer ontstemd over de houding van de regering in Beijing die niet verpinkte en dus alweer een vernedering slikte.

Het Chinese nationalisme was in die periode zeer sterk tegen de Japanse pretenties gekant, en het is merkwaardig vast te stellen dat dit vandaag onder de bevolking nog altijd zo is. Sneevliet pleitte er bij de 12 afgevaardigden voor zich niet te isoleren en volop die nationalistische bewegingen te steunen. Tenslotte was gebleken dat veel arbeiders samen met studenten en anderen de straat waren opgetrokken. Ook het proletariaat reageerde nationalistisch.

Eenheid

De CPC stemde ermee in om samen te werken met de Kwomintang van Sun Yat-sen. Zij aan zij, of in de KMT? Tot 1927 was het een samenwerking met veel wisselvalligheden. Vooral vanuit Moskou werd er sterk op aangestuurd zoveel mogelijk in die Nationalistische partij op te gaan. De partij was de voorhoede van het proletariaat, maar eer een proletarische revolutie mogelijk was, moest er eerst een burgerlijk-democratische komen en dat was de taak van de Kwomintang.

Die KMT moest ook zorgen voor de hereniging van het land, voor stabiliteit. De angst dat China bij interne troebelen uiteen zou vallen, speelt ook vandaag nog altijd een grote rol. Zelfs bij opposanten, zoals ik op bijeenkomsten van opposanten in Hongkong moest vaststellen: “wat met de USSR is gebeurd, zou ook in China kunnen en dat moeten we ten alle prijze vermijden”…

Die KMT was zelf verdeeld over samenwerking met de CPC. Een vleugel – met Chiang Kai-shek (Tsjang Kaitsjek) – vond mettertijd dat die communisten te fel profiteerden van hun positie binnen de KMT – er was dubbel lidmaatschap. De CPC kreeg een onevenredig deel van de posten en stuurde de KMT een linkse kant op, vonden ze. Voor hen kwam het offensief tegen de Noordelijke krijgsheren wel op de eerste plaats, maar tegelijk wilden ze de communistische invloed indijken. Die invloed l:eidde ertoe dat er binnen de Kwomintang twee duidelijk afgescheiden vleugels waren, een rechtse en een linkse.

En die invloed steeg met de dag. Het aantal arbeiders groeide en tegelijk ook de vakbonden waarin de communisten erg actief waren.
De partij groeide zienderogen, van 57 naar 100.000 leden, jeugdbeweging inbegrepen, tegen 1927. De vakbonden onder leiding van de CPC telden meer dan 2 miljoen leden en de losse boerenorganisaties waarin de partij actief was, nog meer. Onder de vakbondsleiders Zhou Enlai, later premier van de Volksrepubliek tot aan zijn dood in 1976. Mao Zedong, die er al bij de stichting bij was, werd een tijdlang verantwoordelijk voor werk onder de boeren. In sommige streken, onder meer in Mao’s provincie Hunan, groeiden massabewegingen die her en der de lokale administratie vervingen.

Na de dood van Sun Yat-sen in maart 1925 begonnen de relaties tussen KMP en CPC te bekoelen. In maart 1926 beschuldigde Chiang Kai-shek de communisten van Canton ervan dat ze hem wilden liquideren. Er kwamen arrestaties en nieuwe regels om de invloed van de communisten in de KMT tegen te gaan. De KMT raakte zelf compleet verdeeld in twee kampen, de ene – ‘linkse KMT’ – in Wuhan, de groep Chiang in Canton.

Onthoofd in Shanghai

Het was Chiang die in april 1927 marseerde op Shanghai waar de communisten en vakbonden na massale stakingen en zware gevechten en massaal gesteund door de bevolking, de stad in handen hadden om samen met de Kwomintang de regering te bestrijden. Chiang eiste dat de milities hun wapens zouden inleveren. De communisten raadpleegden de vertegenwoordiging van de Comintern, maar die kantte zich tegen elk verzet tegen Chiang – die trouwens op een zeer goed blaadje stond in Moskou.

Op de ochtend van 12 april 1927 trokken gewapende groepen, waaronder de triade (maffiagroep) Groene Bende (waarvan Chiang vermoedelijk lid was) moordend door de arbeiderswijken. Arbeiders werden massaal doodgeschoten of onthoofd. Een generaal van Chiang kreeg in het magazine Time de bijnaam “kapper van communistische hoofden”. Het ging er bijzonder wreed aan toe. Communisten die gevangen waren genomen werden levend in de ovens van locomotieven gegooid. De CP van Shanghai, later ook elders, werd letterlijk onthoofd. Een van de grote romans van de Franse literatuur, la ‘Condition humaine’ van André Malraux, verhaalt deze massacre van Shanghai.

Het bleef niet bij Shanghai. In Canton en vijf zuidelijke provincies werd jacht gemaakt op communisten en syndicalisten. Intussen waren er in het zuiden ook boerenopstanden, maar de communisten spoorden aan tot kalmte om de samenwerking met een deel van de Kwomintang niet te schaden.

Kort daarop, 27 april 1927, hield de CPC haar 5e congres waar, trouw aan de ordewoorden van de Comintern, de alliantie met de “linkse” Kwomintang en diens regering in Wuhan, werd bevestigd. Een groep afgevaardigden, onder wie Mao, zou zich tegen die lijn hebben verzet, maar legde er zich bij neer. Het mocht niet baten, enkele weken later werden de – fel verzwakte – communisten uit de Kwomintang gezet.

Pogingen om het tij te doen keren, mislukten. De genadeslag kwam in december 1927 met het neerslaan van de “Commune van Canton”. Voor de CPC eindigde hier een fase die de partij een andere richting opstuurde: om te overleven trokken de overlevenden naar de boeren, het platteland en de bergen, steeds meer met Mao Zedong op de voorgrond.

Op eigen kracht

Mao en zo veel anderen hadden geleerd meer te vertrouwen op eigen kracht en inzicht dan op de richtlijnen van de Comintern die nu volledig in handen was van Stalin. Voor de stalinisten was de prioritaire rol van een communistische partij de belangen van het “moederland van het socialisme”, de USSR, te verdedigen, zoals in april 1927 was gebleken. Mao zou Stalin later nooit afzweren, maar zou in de praktijk zijn strategie niet laten bepalen door de belangen van Moskou.

Daarvoor waren Mao en de “maoisten” teveel erfgenamen van het nationalisme van de 4 Mei beweging. Het nationalisme van vandaag ent zich op dat van honderd jaar eerder. Met bij een groot deel van de bevolking anti-Japanse gevoelens die zich bij het minste incident manifesteren. Met daar bovenop nog altijd de eeuwenoude angst, zelfs bij opposanten, voor het uiteenvallen van het “Rijk”. Voor de partij van Xi een grote troefkaart, want zij garandeert de zo gekoesterde stabiliteit.

Volgende bijdrage: De Lange Mars, de oorlog tegen de Japanners en Chiang.

 

 

.

 

 

(Visited 516 times, 2 visits today)
Deel dit artikel

Visited 663 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook