China vergroot zijn interesse voor Centraal-Azië

China laat zich de laatste maanden steeds meer gelden in Centraal-Azië. Zo berichtte de Britse krant Financial Times op 11 maart jongstleden dat nu ook het Chinese staatsbedrijf China Petrochemical Corp (Sinopec), de tweede grootste olieproducent van het land, fors zal investeren in "het energieproject ten noorden van de Kaspische Zee, onder impuls van Kazachstan". Eerder al nam een ander Chinees staatsbedrijf, het China National Petroleum Corporation (CNPC), dezelfde beslissing.

China is momenteel de derde grootste energieverbruiker wereldwijd, na de VS en Japan. Het is bovendien het land met de snelst groeiende economie (meer dan 8% dit jaar). Dat maakt dat de energieconsumptie sterk de hoogte in gaat; voor de komende jaren wordt zelfs een verveelvoudiging van het verbruik verwacht.

In tegenstelling tot de politiek van olie-import uit het Midden-Oosten die in Europa en Japan gevolgd wordt, heeft China besloten het merendeel van zijn energie elders te gaan zoeken. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar het nabije Centraal-Azië. Via jointventures met lokale bedrijven of andere bedrijven in de zone wordt geprobeerd om de afhankelijkheid van het Midden-Oosten te reduceren en de controle over de levering van olie en gas, waarvan de verdere ontwikkeling van het land afhangt, te garanderen.


Het aantal olievaten dat de Chinese economie dagelijks nodig had steeg van 4.360.000 in 1999 tot 4.780.000 in 2000 en 4.900.000 één jaar later. Verwacht wordt dat in het komende decennium het energieverbruik van China dat van Japan zal overtreffen. In 2020 zal dat verbruik gestegen zijn tot 10.500.000 vaten per dag. In 2030 zal China 84% van zijn energie moeten importeren. Bovendien zal de binnenlandse productie van onder meer staal, aluminium, zwavel, ijzer en andere mineralen tegen het jaar 2020 ontoereikend zijn om aan de noden van het land te voldoen.

China wil dus koste wat het kost zijn energiebronnen diversifiëren, en dat is de reden waarom Chinese bedrijven zo ijverig azen op concessies voor de exploratie en exploitatie van energiebronnen – voornamelijk olie en gas – in verscheidene regio’s van de wereld.

De grootste Chinese petroleummaatschappij, CNPC, is al in het bezit van belangrijke concessies in landen als Kazachstan, Venezuela, Soedan, Iran, Peru en Azerbeidzjan. Eén van de opmerkelijkste akkoorden is de verwerving van 60% van de aandelen van het Kazachstaanse bedrijf Aktobemunaigaz. Daarmee is Kazachstan uitgegroeid tot de belangrijkste handelspartner van China in Centraal-Azië. Momenteel zijn er onderhandelingen aan de gang voor de constructie van een olie- en gasleiding die beide landen verbindt. Daarbij gaat het vooral om de olierijke gebieden van Tengiz en Uden. De leidingen zouden tegen het jaar 2005 zo’n 25 miljoen ton olie en 25.000 miljoen kubieke meter gas per jaar kunnen transporteren tot in het Oosten van China, over een lengte van 2.600 tot 2.900 km.

Kazachstan is nog om een andere reden een trouwe bondgenoot van China: de kans dat een derde land (vooral de Verenigde Staten) zich komt mengen in de energie-akkoorden die tussen beide landen gesloten worden, is vrij klein.

De westerse bedrijven, verenigd in het zogenaamde North Caspian Sea Consortium (NCSC), blokkeerden op het allerlaatste moment een Chinees initiatief om de aandelen van British Gas over te nemen, wat niet alleen zou geleid hebben tot een belangrijke participatie van China in het consortium, maar China eveneens een grote beslissingscapaciteit zou gegeven hebben.

Het andere grote land waarvoor China een meer dan gewone interesse toont is Rusland. Het CNPC heeft bekend gemaakt dat het tussen de jaren 2005 en 2030 zo’n 700 miljoen ton Russische olie wil importeren, wat overeenkomt met 140.000 miljoen dollar. Om die olie te transporteren plant men de bouw van een oleoduct tussen West-Siberië en China. De Chinese aanwezigheid, zowel die van de kleine als van de grote bedrijven, laat zich gevoelen op de markten in Siberië en in de Oeral-regio.

Bij zijn bezoek aan Centraal-Azië in juni dit jaar vergat de nieuwe Chinese leider, Hu Jintao, ook geen bezoekje aan Mongolië te brengen. Hij pleitte er voor de versterking van de economische en commerciële banden tussen beide landen. De relaties op gebied van mijnbouw, technologie en milieubescherming (o.m. met betrekking tot de bestrijding van woestijnvorming) werden uitgebreid. Ook op het vlak van het toerisme werd de samenwerking vergroot: Mongolië krijgt een voorkeursbehandeling bij de toeristische promotie in China en er komt een verbinding per vliegtuig en per trein tussen Beijing en Ulan Bator.

China is ook de belangrijkste commerciële partner van Kirgizië (Kirgizstan). Het voorbije jaar steeg de handel tussen beide landen met 60%, en dat aantal kan nog groeien als Kirgizië zich bij het netwerk van intercontinentaal Noord-Zuid transport (wat ongeveer overeenkomt met de oude Zijderoute) gaat voegen. Er is een bilateraal akkoord gesloten dat 500 grote projecten omvat, die gerealiseerd zullen worden met Chinees kapitaal. Zo gaat de luchthaven van Manas, in de buurt van de Kirgizische hoofdstad Bisjkek, uitgebouwd worden tot een belangrijk knooppunt voor goederentransport tussen China en Europa. De winst die Kirgizië daarmee opstrijkt, geschat op 250 miljoen dollar per jaar, zou het BNP van het land doen verdubbelen.


Oezbekistan onderhoudt van alle Centraal-Aziatische staten de minste economische en politieke betrekkingen met Beijing, maar ook daar komt verandering in. De handel tussen beide landen steeg vorig jaar met 15% en ook de investeringen van grote en middelgrote Chinese bedrijven namen toe.

In de zone van de Kaukasus zijn de Chinese bedrijven al een tijdje alomtegenwoordig. Vooral het olierijke Azerbeidzjan valt daarbij in de smaak. Zo sloot Sinopec op 4 juni jl. een akkoord ter waarde van 140 miljoen dollar met het State Oil Company of Azerbaijan (SOCAR) voor de exploitatie van een onshore olieveld. Ook het CNPC is actief in Azerbeidzjan. Voorlopig houden de Chinese bedrijven zich wel nog afzijdig van de Azerbeidzjaanse kust aan de Kaspische Zee, wellicht omwille van de vele disputen die de verschillende landen in de regio met elkaar hebben over de verdeling van hun energiebronnen.

De economische relaties tussen China en Centraal-Azië beperken zich niet tot gas en petroleum. Er worden ook staal, katoen, voedingsmiddelen en high-tech elektronische apparatuur verhandeld en op gebied van de landbouw werden verscheidene samenwerkingsprogramma’s opgestart.
Voor de landen in Centraal-Azië zijn de Chinese producten zeer voordelig, want behalve de geografische nabijheid van China speelt ook de lagere kostprijs in vergelijking met westerse producten een rol, net als de hogere kwaliteit vergeleken met de lokale waren. Dat maakt dat China zich in de regio in een benijdenswaardige concurrentiepositie bevindt.

Opmerkelijk bij dit alles is dat vooral de kleine en middelgrote Chinese bedrijven verantwoordelijk zijn voor de spectaculaire groei van de handelsbetrekkingen tussen China en Centraal-Azië van de laatste jaren. Zo heeft de Chinese provincie Sichuan haar handelsrelaties met Centraal-Azië maar liefst met 13 verveelvoudigd tussen 2001 en 2002. De westelijke provincies van China en de overheid van Beijing willen hun commerciële relaties met Centraal-Azië met 30 tot 50 vermenigvuldigen binnen de 10 jaar, wat China tot belangrijkste partner van de regio zou maken (zelfs als die handelsrelaties zich "maar" zouden verveelvoudigen met tien). Alleen al in Kazachstan heeft het CNPC 4.000 miljoen dollar geïnvesteerd.

Niet alleen de economische belangen wekken de interesse van China in Centraal-Azië op. Onder meer de aanwezigheid van de moslim-minderheid van de Uiguren in de westelijke provincie Xinjiang baart de Chinese overheid zorgen. Om steun van de aangrenzende landen aan de Uiguurse onafhankelijkheidsbeweging te vermijden, wordt druk onderhandeld met de buurlanden. Kazachstan heeft tijdens het recente bezoek van Hu Jintao beloofd zijn grenzen met China (zo’n 1.800 km lang) "tijdelijk" te sluiten en asielaanvragen van Uiguurse activisten te weigeren. Tegelijkertijd werd op een bijeenkomst in Moskou van de Shangai Cooperation Organisation (SCO) besloten om een "regionale cel voor antiterrorisme" te installeren in de Kirgizische hoofdstad Bisjkek. Via het SCO – waartoe China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikië (Tadzjikistan) en Oezbekistan behoren – heeft China een behoorlijke invloed verworven in Centraal-Azië. De zetel van de organisatie bevindt zich in Beijing en de secretaris-generaal is een Chinees.
Ondanks de bereidheid tot samenwerking van de meeste landen in de regio, is er toch sprake van enige vorm van schrik bij een aantal van hen o.w.v. een mogelijke economische, politieke of zelfs militaire dominante positie van China in de toekomst. Een aantal Kazachse politici en experts maakt er geen geheim van dat ze vrezen voor een militaire bezetting van het land door Chinese troepen.


China van zijn kant heeft te kennen gegeven enkel geïnteresseerd te zijn in samenwerking en niet in dominantie, en het merendeel van de Centraal-Aziatische landen lijken die stelling te aanvaarden. Volgens hen brandt de vlam van het expansionisme in China op een laag pitje, de Taiwan-kwestie niet te na genomen. Ze zijn ervan overtuigd dat China zijn vreedzaam imago te allen tijde wil bewaren en dat de samenwerking met andere landen geschiedt op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel.

De leiders van de Centraal-Aziatische landen zijn echter niet vergeten dat Beijing een behoorlijk aantal toegevingen op territoriaal vlak heeft gedaan sinds de Sovjetunie ophield te bestaan in 1991. China heeft in het verleden steeds een aantal gebieden opgeëist die nu deel uitmaken van landen als Kazachstan, Tadzjikië en Kirgizië. Met Kazachstan en Kirgizië sloot de Chinese overheid een aantal akkoorden waardoor China repectievelijk 20% en 30% van de betwiste gebieden toegewezen kreeg, en in het geval van Tadzjikië trok China zijn voornaamste eisen (met betrekking tot het Pamir-gebergte) terug.

Toen Kirgizië een aantal gebieden afstond aan China – 30.000 hectare in 1996 en nog eens 95.000 ten gevolge van een nieuwe overeenkomst in 1999 – lokte dat een golf van protest uit in Kirgizië. Die protesten stonden onder leiding van de nationalistische partij Banner National Revival Party (ASABA), dat het "spook" van de mogelijke invasie van Chinese immigranten aanwendde om de eigen populariteit te vergroten. De grenzen werden, in volle SARS-crisis, gesloten en er werd een speciaal visum-systeem ingevoerd voor Chinese burgers (vroeger hadden de Chinezen geen enkel visum nodig voor een verblijf van minder dan een maand). Aan de massale immigratie van Chinezen naar Kirgizië (voorheen waren er zo’n 1000 Chinese inwijkelingen per maand) kwam een eind.
Volgens sommige analisten is het bestaan van de SCO de beste garantie dat China geen buurlanden zal aanvallen of er een agressieve houding tegen hen op zal nahouden.

De betrekkingen tussen China en Centraal-Azië zullen dus verder uitbreiding nemen, en China zal in een zeer nabije uitkomst uitgroeien tot de voornaamste handelspartner in de regio. De Centraal-Aziatische staten zullen op hun beurt proberen om hun internationale economische relaties te diversifiëren, en kijken daarbij vooral naar Rusland en de Europese Unie. Het leidt echter geen twijfel dat het de betrekkelijk moderne, kwaliteitsvolle én goedkope Chinese producten zijn die deze landen nodig hebben in de huidige fase van hun ontwikkeling.

(Uitpers, nr. 45, 5de jg., september 2003)

* Dit artikel werd uit het Spaans vertaald door Tommy De Cock en werd eerder gepubliceerd in het Spaanse tijdschrift Amanecer.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 68 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Amanecer

zie ook