China: van een gezondheidscrisis naar een politieke crisis?

Na bijna drie jaar met hand en tand tegen Covid-19 vechten met een zgn. ‘zero-Covid’- beleid, en westerse landen hekelen omdat ze ervoor kozen om met het virus te leven ten koste van miljoenen levens, lijkt de retoriek van China in een meer genuanceerde richting te evolueren. Het huidige aantal van 5.235 Covid-gerelateerde ‘officiele’ sterfgevallen in China is een klein deel van de bevolking van 1,4 miljard, en naar wereldwijde maatstaven extreem laag.

Twee jaar lang konden de meeste Chinezen een normaal, virusvrij bestaan leiden en bleef de economie draaiende. De verspreiding van Omicron betekende echter dat steeds meer mensen verstrikt raakten in de overheidscontroles. De economie is daardoor vertraagd. Iedereen werd met het zero-Covid-beleid geconfronteerd, van arbeidsmigranten tot stedelingen uit de middenklasse. Met eind november de eerder zeldzame, politiek geladen protesten in steden en op universiteitscampussen in het hele land tot gevolg.

Het Chinese veiligheidsapparaat is al in beweging om de demonstraties tegen ‘zero-Covid’, de meest wijdverspreide protesten die China sinds Tiananmen heeft gezien, te onderdrukken. De betogers protesteerden tegen de buitensporig harde Covid-19-maatregelen (zoals lockdowns, veelvuldig testen en de noodzaak om hun verblijfplaats te registreren met de gezondheidscode-app), en verruimden hun onvrede tot ‘weg met de CCP en Xi’ slogans. Hoewel de regering de protesten niet publiekelijk erkende, heeft ze geprobeerd de publieke verontwaardiging de kop in te drukken door de beperkingen te versoepelen. Zo verklaarde vicepremier Sur Chunlan tijdens een vergadering van de National Health Commission begin december dat China een nieuwe fase was ingegaan en voor “nieuwe taken” stond in de strijd tegen Covid-19. Als onderdeel van de recente versoepeling van Covid-19-controlemaatregelen, kondigde de regering bijvoorbeeld aan dat mensen vanaf 5 december geen bewijs van een 48 uur negatieve Covid-19-test meer nodig hebben om met het openbaar vervoer te reizen. Binnenkort zullen miljoenen naar hun dorpen en familie terugkeren om het Lentefestival te vieren. Velen kunnen covid meebrengen, omdat het Omnicron zich bij velen asymptomatisch verspreidt.

Voor de Communistische Partij (CCP), die zichzelf afschildert als grotendeels onfeilbaar, zijn grote beleidsveranderingen gênant. Ze kunnen niet ruiterlijk toegeven dat er iets mis is gegaan. Het opdoeken van zero-covid is bijzonder lastig, aangezien het een van de top-prioriteiten van president Xi Jinping is. Dus de partij schildert haar verschuiving af als voortbouwend op overwinningen uit het verleden, in plaats van toe te geven aan publieke druk. In de China Daily wordt het als volgt verwoord: ”Autoriteiten in verschillende Chinese regio’s hebben de COVID-19-beperkingen langzaam en gestaag versoepeld en een nieuwe aanpak aangenomen om met het virus om te gaan en het leven van de mensen minder gereglementeerd te maken”.

Wij vrezen dat de grote roerganger Xi Jinping op een crisis afstevent die hij zelf heeft veroorzaakt, zonder Plan-B of een snelle, pijnloze uitweg. Maand na maand bazuinden de staatsmedia dat Xi’s zero-covid-beleid en de partij bekwaam en humaan zijn. Hij heeft het succes van ‘zero-Covid’ gekoppeld aan zijn eigen legitimiteit als heerser. Door van het zero-covid-beleid een loyaliteitstest te maken, lijkt Xi van een gezondheidscrisis in een politieke crisis gesukkeld.

Stephen Reicher, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van St. Andrews, analyseert de protesten vanuit een socio-psychologisch perspectief en komt tot de conclusie dat massa’s en collectief protest zeer geavanceerd zijn en ons inzicht geven in de onderliggende samenleving. Vooral van degenen die normaal gesproken geen stem hebben, Het laat ons ook zien dat geen enkel regime – zelfs niet de machtige Chinese staat – zich kan veroorloven gezien te worden als een vreemde macht. “Dat wil zeggen, een die over de mensen spreekt in plaats van voor de mensen”.

‘Zero-Covid’ versoepelt

China’s ‘zero-covid’-beleid steunt/de op drie mechanismen om uitbraken in te dammen. De eerste is regelmatige massale tests, die tot doel hebben besmette mensen snel te vinden. De tweede is gecentraliseerde quarantaine, om de geïnfecteerden en hun nauwe contacten weg te houden van de rest van het publiek. De derde is lockdowns, om elke verspreiding van de ziekte uit te roeien. Al deze mechanismen worden nu ontmanteld. De overheid laat het initiatief echter over aan de lokale besturen. Zodoende kunnen er ‘uitzonderingen’ toegestaan worden, waarvoor de centrale overheid later niet ter verantwoording moet geroepen worden. Dan vallen enkel lokale hoofden.

Volgens de officiële gegevens is de laatste uitbraak van Covid-19 in China aan het afnemen. Het aantal nieuwe gevallen is recent gedaald tot minder dan 30.000 per dag, een afname ten opzichte van de piek van meer dan 40.000 eind november. Maar dat komt waarschijnlijk doordat er minder mensen worden getest.

Anekdotisch bewijs suggereert immers dat meer Chinezen de ziekte nog steeds oplopen, waardoor het risico op een grotere golf toeneemt, temeer daar de Omicron-variant zich snel verspreid bij de ondergevaccineerde bevolking in meer dan 85% van de Chinese steden. China is slecht beschermd tegen een endemisch virus dat steeds moeilijker onder controle te krijgen is.

In maart nog werd gemeld dat meer dan 130 miljoen Chinezen van 60 jaar en ouder niet gevaccineerd waren of minder dan drie doses hadden gekregen. Slechts 40% van de 80-plussers heeft drie doses lokaal vaccin (vooral het minder effectieve Sinovac of Sinopharm) gekregen, de hoeveelheid die nodig is om een redelijke bescherming te bieden tegen ernstige ziekte en overlijden.

Maar verre van opnieuw op slot te gaan, versoepelt de regering haar covid-controles nu.

De autoritaire staat

De Chinese overheid zit gevangen in een soort Catch-22: harder optreden om het virus weer onder controle te krijgen, zal de economische kosten doen stijgen en de publieke woede verder aanwakkeren. Maar het omgekeerde, nl. van harde naar zachtere maatregelen overgaan zodat het virus zich weer zal verspreiden, zal wellicht honderdduizenden zo niet meer doden tot gevolg hebben.

The Economist heeft de waarschijnlijke voortgang van de huidige uitbraak in China gemodelleerd. Als het ongecontroleerd doorgaat, kan het aantal infecties pieken op 45 miljoen per dag. Zelfs in de veronderstelling dat alle patiënten die intensieve zorg nodig hebben deze krijgen (wat weinig waarschijnlijk is), zullen er wellicht zo’n 680.000 mensen overlijden. In werkelijkheid neemt de effectiviteit van vaccins af en zouden velen onbehandeld blijven. De behoefte aan intensive care (IC)-bedden zou oplopen tot 410.000, bijna zeven keer de capaciteit van China. De Chinese leiders lijken te zoeken naar een middenweg, maar het is niet duidelijk of die er is.

Er blijven nog tenminste twee belangrijke uitdagingen.

Ten eerste de inspanning om meer mensen te laten vaccineren, met name ouderen en mensen in risicogroepen, is onvoldoende geweest. De vaccinatiegraad onder 60-plussers is sinds de zomer volgens officiële cijfers weinig veranderd. Degenen die twee doses hadden gekregen, stegen volgens de Chinese CDC (Chinees Centrum voor ziektecontrole en preventie) van 85,6% in augustus tot 86,4% in november, terwijl het booster-injectiepercentage steeg van 67,8% tot 68,2%. De Verenigde Staten hebben 92% van de 60-plussers ingeënt en 70% kreeg boosters, de Duitse cijfers zijn 91% en 85,9% en die van Japan 92% en 90%, aldus de CDC.

Ten tweede hebben ambtenaren herhaaldelijk gezegd dat het Chinese gezondheidssysteem een nieuwe golf van Covid-gevallen niet aankan, aangezien de medische middelen ongelijk over het land zijn verdeeld. Hoewel ze jaren de tijd hebben gehad om de ICU-capaciteit van Chinese ziekenhuizen uit te breiden, blijft die ontoereikend. Volgens een rapport gepubliceerd door de Fudan School of Public Health in Shanghai, had China in 2021 slechts 4,37 ICU-bedden (Intensieve zorgen) per 100.000 mensen, vergeleken met 34,2 in de Verenigde Staten in 2015. Een toestroom van spoedeisende patiënten na een dramatische escalatie van Covid-gevallen zou het gezondheidssysteem opnieuw op de proef stellen.

Om deze reden zal het doel zijn om stapsgewijs vooruit te gaan en ervoor te zorgen dat ziekenhuizen niet overspoeld raken. Als dat het geval is, kunnen impopulaire beperkingen zoals lockdowns altijd opnieuw worden opgelegd.

De implicaties gaan verder dan covid. Door een streng controle-apparaat van opsporing en handhaving in elke wijk en woonblok op te leggen, heeft Xi het idee doorbroken dat zijn covid-beleid “mensen centraal” stelt. In plaats daarvan heeft hij een onbuigzame autoritaire staat in elk huis gebracht. Door ondanks de gevolgen voor de economie bij zero-covid te blijven, heeft hij twijfel doen rijzen over een van de belangrijkste aanspraken van de partij op de macht – dat alleen zij stabiliteit en welvaart kan garanderen.

Een meer verantwoordelijke regering zou haar fouten erkennen, en levensreddende stappen zetten om geleidelijk uit zero-covid te komen, zoals in Korea, Singapore of Taiwan. Alle tekenen wijzen erop dat Xi Jinping en de Communistische Partij hier niet klaar voor waren. Het land heeft te weinig IC-bedden om een grote uitbraak aan te kunnen. Het heeft niet genoeg medisch personeel opgeleid, noch protocollen aangenomen over welke patiënten moeten worden behandeld en waar.

Sputterende propaganda

In een land waar regering en staatsmedia lang de angst voor het virus hebben aangewakkerd, als een bedreiging voor de volksgezondheid, beginnen ze nu mensen te vertellen dat Omicron redelijk ongevaarlijk is. Hoewel Omicron milder is dan eerdere varianten, kan het nog steeds dodelijk zijn, vooral in een populatie die geen immuniteit heeft verkregen door infectie, zoals Hong Kong ontdekte toen veel ouderen stierven tijdens een uitbraak in het voorjaar. Dit roept het verontrustende vooruitzicht op dat de partij het werkelijke aantal covid-sterfgevallen zal manipuleren.

De volkse woede-uitbarsting was een krachtige illustratie van hoe grondig ‘s werelds strengste pandemische beperkingen het leven in China op zijn kop hebben gezet. Xi Jinping, pas herkozen als ‘leider voor het leven’, breidt de greep van de Chinese Communistische Partij op haar volk verder uit dan wat zelfs Mao Zedong bereikte.

Economische terugval

De strikte zero-Covid maatregelen hebben dit jaar de binnenlandse economische activiteit getemperd, fabrieken en toeleveringsketens zijn verstoord door lockdowns en andere beperkingen. De onderbrekingen in de ‘just-in-time delivery’ hebben zich ook in andere landen doen voelen.

In mei maakte de Europese Kamer van Koophandel in China bekend dat bijna een kwart van de respondenten in een enquête overweegt huidige of geplande investeringen uit China te halen. Zo’n 92% van de respondenten gaf aan negatief te zijn beïnvloed door de Chinese havensluitingen, het afgenomen vrachtvervoer over de weg en de stijgende zeevrachtkosten.

De Caixin/S&P Global manufacturing inkoopmanagersindex laat zien dat de fabrieksactiviteit in november voor de vierde achtereenvolgende maand kromp.

Brokerage Nomura verlaagde haar prognose voor het Chinese bbp voor het vierde kwartaal van 2,8% naar 2,4% op jaarbasis, en verlaagde haar prognose voor de groei voor het volledige jaar van 2,9% naar 2,8%, wat ver onder de officiële doelstelling van China van ongeveer 5,5% ligt.

Nomura schat dat meer dan een vijfde van het Chinese bbp in lockdown zit, een groter aandeel dan bijvoorbeeld de Britse economie.

De jeugdwerkloosheid bedroeg in China in juli 19,9 procent, wat in combinatie met onbetaalbare huizen de gedachte aan een actief beroepsleven onbereikbaar maakt.

‘Zero-Covid’ bezorgde zelfs de internetreuzen van China kopzorgen. De e-commerce gigant Alibaba rapporteerde een nettoverlies van bijna $3 miljard, deels als gevolg van een zwakke consumentenvraag. Tencent, het meest waardevolle bedrijf van China, ontsloeg dit jaar duizenden werknemers, de eerste keer in bijna tien jaar dat het personeelsbestand is gekrompen.

Jiang Zemin

Zelfs vóór zijn dood was Jiang Zemin populair onder jongere Chinezen, die zich weinig herinneren van zijn werkelijke rol tijdens en na Tiananmen, maar hem beschouwen als een lieve, opvliegende opa. De dood van Jiang Zemin komt dus op een moeilijk moment voor China, vooral in het licht van Xi’s beleid.

Terwijl China nu worstelt met een tragere economische groei, toenemende spanningen met het Westen en het verpletterende gewicht van nul-Covid-beperkingen, heeft de dood van Jiang de heimwee naar een vervlogen pre-Xi-tijdperk aangescherpt. Het was een China dat werd gekenmerkt door stijgende welvaart, aangedreven door hoge groei en openheid, toen het land opgenomen raakte in de wereldeconomie en probeerde zijn internationale reputatie na Tiananmen te herstellen.

Jiang’s kleurrijke persoonlijkheid staat immers in schril contrast met Xi’s zorgvuldig opgebouwde, saaie imago.

Tijdens Jiang, die van 1989 tot 2002 de leider van de CCP was, raakte China meer geïntegreerd in de wereldeconomie en groeide het in internationale status. Hij telde de overdracht van Hongkong van Groot-Brittannië als kolonie aan China als een van zijn meest trotse prestaties. Jiang zorgde er ook voor dat de partijheerschappij in China overleefde na Tiananmen te midden van de strijd van de post-Sovjetwereld en westerse sancties. China’s toetreding tot de World Trade Organization in 2001 gebeurde tijdens zijn bewind. Tijdens de groots opgezette herdenkingsdienst, waarop ook Xi het woord nam, bleef men veeleer op de vlakte.

Wat ook de vergelijking met Xi heeft aangewakkerd, is de mening dat laatstgenoemde de hervormingen van Jiang aan het afbouwen is, terwijl hij de controle over de economie en de Communistische Partij aanscherpt. Xi Jinping volgt immers een lijn van economisch en politiek beleid dat haaks staat op dat van Jiang Zemin en zelfs Deng Xiaoping, en terugwil naar veel van de draconische tactieken en filosofieën van Mao Zedong.

”Nietsnutten”

De frustraties van Chinezen, die nu na drie jaar leven onder strenge Covid-beperkingen zijn overgekookt, zitten wellicht bij vele stedelingen dieper. Na het gewelddadig neerslaan van pro-democratische demonstraties op het Tiananmen-plein in 1989, sloot Peking onder Jiang Zemin een impliciete sociale overeenkomst: in ruil voor beperkingen van de politieke vrijheden zouden de mensen stabiliteit en comfort krijgen. Met de opening, de groei en opname van China in de wereldeconomie steeg de materiele welvaart voor de gemiddelde Chinees.

Lange tijd werden de Chinese jongeren omschreven als materialistisch en consumptie-gek, allen wilden ze de laatste Louis Vuitton tas of pronken met de nieuwste Versace sjaal. Deze trend is sinds enkele jaren aan het veranderen. Veel jonge mensen in urbaan China vinden dat ze niet bij machte zijn om krachten te bestrijden die sociale verwachtingen onbereikbaar maken. “Plat liggen” (平躺 of bailan 摆烂) als sociale protestbeweging werd vorig jaar zelfs mainstream in China, verwijzend naar het idee om net genoeg te doen om rond te komen. Dus in plaats van energie te verspillen aan het proberen een onmogelijke situatie op te lossen, besluiten veel mensen om “het te laten rotten” (让它腐烂), waardoor ze in wezen het streven naar een hoge prestatie in de Chinese samenleving opgeven. Het is nu een veelgebruikte uitdrukking die de Chinese overheid op alle niveaus, van lokale kaderleden tot de hoogste autoriteiten, zorgen baart.

Hoewel de “laat het rotten”-mentaliteit niet noodzakelijkerwijs reeds universeel is onder alle Chinezen, is het wijdverspreid genoeg om te wijzen op een echt gevoel van pessimisme en desillusie onder de jongeren van China. Het is een opmerkelijk fenomeen dat een negatieve invloed zou kunnen hebben op een toch al vertragende economie.

Voor mensen van midden twintig en dertig is de verwachting om voor hun bejaarde ouders te zorgen terwijl ze jonge kinderen opvoeden nu een enorme last te midden van de stijgende kosten van levensonderhoud. De huizenprijzen zijn onredelijk hoog in grote steden als Beijing en Shanghai. Het verhaal van het platteland kan heel anders zijn, maar hun stem wordt nauwelijks gehoord door de internationale gemeenschap. De hoop dat je een beter leven zult hebben als je hard werkt, is onder stedelijke jongeren afgenomen. Maar aan de andere kant geeft dit ook aan dat de stadsjongeren en hun familie wat middelen hebben verzameld om honger te voorkomen. De twee zijn uitdagingen voor het Chinese ontwikkelingsmodel, waarvoor de staat waarschijnlijk nog geen oplossing heeft gevonden.

Hong Kong

Vóór de recente protesten, verwachtten maar weinig Hongkongers dat Chinese burgers van het vasteland – die zeven decennia onder de communistische partij hebben geleefd en de meedogenloze repressie na de pro-democratische demonstraties op Tiananmen in 1989 hebben meegemaakt – op straat zouden komen.

Vele Hongkongers hadden immers altijd een negatief beeld van de Chinese bevolking op het vasteland. Mainland Chinezen waren in hun ogen arrogant, conservatief en nationalistisch.

Bij deze protesten werd het geleidelijkaan duidelijk dat de Mainland-Chinezen niet alleen ontevreden waren over het Covid-beleid, maar ook over het regime en het hele politieke systeem.

Veel Hongkongers zeggen dat de protesten hen een gevoel van deja vu gaven — de slogans die in de straten van Shanghai, Beijing en andere steden te horen waren, weergalmden de politieke eisen uit Hong Kong tijdens protesten van 2019 en 2020 aldaar. De Chinese demonstranten zijn echter verder gegaan dan oproepen om een einde te maken aan de lockdowns; studenten op universiteitscampussen hebben democratie en rechtsstaat geëist en mensen op straat riepen om de verwijdering van de communistische partij en haar leider. Velen kopieerden het gebruik van blanco vellen wit A4-papier, die voor het eerst werden gebruikt tijdens de protesten in Hong Kong in 2020 om de slogans te vermijden die verboden waren onder de nieuwe nationale veiligheidswet in de stad.

Protesten in Hong Kong, dat ooit prat ging op zijn robuuste burgerlijke vrijheden, zijn grotendeels verdwenen onder de nieuwe wet. Maar de golf van Chinese protesten heeft een aantal demonstranten ertoe aangezet het risico te lopen wetten en Covid-regelgeving te overtreden om hun solidariteit met de ‘Mainlanders’ te betuigen. En, hoewel veel Hongkongers sympathiseren met de demonstranten op het vasteland, zijn ze net zo pessimistisch over de uitkomst na het harde optreden dat hun eigen demonstraties te beurt viel, waarbij betogers, pro-democratische politici en schrijvers werden gearresteerd en onafhankelijke mediakanalen en niet-gouvernementele organisaties werden gesloten. Ze verwachten dat de protesten op het vasteland ook tot massa-arrestaties zullen leiden.

Vanuit een officieel standpunt werd dit bevestigd door Xie Fuzhan, vice-voorzitter van de Commissie Economische Zaken van het Nationale Comité van de Chinese People’s Political Consultative Conference, op een seminarie begin december. Hij vergeleek de nieuwe ‘versoepelingen’ met deze eerder genomen in HongKong en zei dat de snelle economische groei in China het westerse geloof heeft ontkracht dat modernisering alleen kan worden bereikt door kapitalisme, en dat de “Chinese Communistische Partij er nu naar streeft het land te leiden naar de opbouw van een groot modern socialistisch land”.

Zit de rot erin?

Zelfs als Xi Jinping de onvrede bij brede lagen van de bevolking ondergronds kan drijven, zal de desillusie die door de protesten aan het licht is gekomen, blijven bestaan. ‘Zero-Covid’ maakte het gemak en de schijnbare willekeur duidelijk waarmee de partij haar wil aan mensen kon opleggen. Voor veel Chinezen heeft een dergelijke dominantie hun verwachting van constante vooruitgang aan het wankelen gebracht en hun ambitie en bereidheid om risico’s te nemen gevoelig ondermijnd. Afwachten hoevelen alles willen “laten rotten”.

Print Friendly, PDF & Email

Visited 308 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook