China draagt ontegensprekelijk bij tot de ontwikkeling van Afrika, maar vergeet daarbij het eigenbelang niet en kan dankzij zijn invloed in Afrika ook zijn invloed op internationaal vlak versterken. Dat maakt Xavier Aurégan , geograaf verbonden aan de katholieke universiteit van Rijsel, duidelijk in zijn zeer doorwrochte boek ‘Chine, Puissance Africaine’.
De auteur gaat ervan uit dat de toenemende Chinese invloed in Afrika moet worden gezien in het licht van het Chinese streven om de sterkste wereldmacht te worden. Waar de Chinese aanwezigheid in Afrika onder het bewind van Mao Zedong (1949-1976) beperkt bleef tot enkele bevriende landen, namen de Chinees-Afrikaanse betrekkingen vanaf 1993 een ware vlucht. China werd in Afrika actief door handel, investeringen, contracten met Chinese bedrijven, ontwikkelingshulp en leningen van de Chinese regering en financiële instellingen. De Fora voor Chinees-Afrikaanse samenwerking (FOCAC) zagen het licht.
Die samenwerking levert China geen windeieren op: toegang tot Afrikaanse grondstoffen, diplomatieke steun van Afrikaanse landen en Afrikaanse afzetmarkten. China, dat zich officieel nog altijd een communistisch land noemt, maar in feite het staatskapitalisme huldigt, treedt volgens de auteur in Afrika op dezelfde wijze op als de westerse kapitalistische landen. Het project van de huidige Chinese president en partijleider Xi Jinping, de Nieuwe Zijdenroutes, bewijst dat. Volgens Xavier Aurégan werd Afrika voor China een laboratorium waar het de uitbreiding van zijn invloed in de wereld uittest.
De Chinese aanwezigheid in Afrika dateert niet van gisteren. In 2008 werd aan de Keniaanse kust een Chinees muntstuk uit de vijftiende eeuw opgegraven. Zwarte slaven zouden vanaf de zevende eeuw door Arabische slavendrijvers naar China worden gevoerd. Tijdens de Conferentie van Bandung van april 1955, de conferentie van de onafhankelijke landen, vond de eerste echte ontmoeting tussen China en de landen van de zogenaamde Derde Wereld plaats. De Chinese Volksrepubliek nam al vlug de leiding van de Derde Wereldbeweging en diende zich aan als een alternatief voor de twee blokken van destijds: het Sovjetblok en het Westen. Hoewel de Volksrepubliek zelf nog economisch een onderontwikkeld land was, nam de Chinese steun aan Afrikaanse landen geleidelijk toe.
Hulp levert politieke winst op
Dat leverde de Volksrepubliek ook politieke winst op, want na de Tweede Oorlog rees de vraag wie China is: de Volksrepubliek of Taiwan. Tussen 1956 en 1976 erkenden al 41 Afrikaanse landen de Volksrepubliek. China steunde de Afrikaanse landen die de Volksrepubliek als het enige China erkenden. Dat gebeurde vooral door steun aan infrastructuurwerken. Waar de Sovjetunie kredieten tegen een rente van 2,5 procent en een looptijd van maximum 30 jaar toekende, verleende China kredieten zonder rente en met een looptijd van 50 jaar. Maar de Chinese Volksrepubliek stuitte in Afrika ook op weerstand, gefinancierd en georganiseerd door de Verenigde Staten, Frankrijk en consoorten. Van de andere kant weigerde China onafhankelijkheidsbewegingen te steunen die pro-Sovjetunie waren. Zo belandde het communistische China, met name in Angola, soms in het anticommunistische Westerse kamp.
De Chinese Volksrepubliek startte haar steun aan de Afrikaanse landen met het sturen van medische missies, die de Chinese ideologie moesten verspreiden en de Chinese diplomatie moesten ontwikkelen in de strijd met het Westen en de Sovjetunie. Maar die medische missies waren niet altijd een succes. De artsen en het medische personeel moesten in de eerste plaats ‘rood’ zijn en pas daarna ‘expert’. Dat leidde soms tot rampzalige toestanden: overlijdens, slechte gezondheidstoestanden, onbekwame artsen enz. Na Mao werd het Chinese gezondheidssysteem gedeeltelijk geprivatiseerd door partijleider Deng Xiaoping. Op economisch vlak voerde Deng eveneens drastische hervormingen door. Er moest een ‘socialistische markteconomie’ komen. Nadat het individueel initiatief werd aangemoedigd, werd het privébezit in 2004 officieel toegelaten. Privé ondernemers konden lid worden van de Communistische Partij.
In het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw werden tal van Chinese financiële instellingen opgericht die de investeringen van Chinese bedrijven in het buitenland financieren, de invoer en uitvoer van Chinese goederen vergemakkelijken en China’s betrekkingen met het buitenland bevorderen. Zo investeerde The Export-Import Bank of China (Exim Bank) tussen 2001 en 2010 67 miljard dollar in Afrika, dat was 12 miljard dollar meer dan de Wereldbank. Om de staatsbedrijven beter te controleren en China een grotere toegang tot de wereldmarkt te bezorgen werd de SASAC opgericht. Met activa ten belope van 30.000 miljard dollar in 2022 werd de SASAC de grootste en rijkste economische instelling ter wereld.
Congo: Chinees wingewest
Xavier Aurégan richt de schijnwerper ook op de betrekkingen tussen China en de Democratische Republiek Congo, de vroegere Belgische kolonie. In 2007 sloot de Chinese Exim Bank het ‘contract van de eeuw’ met Congo: een lening van 8,5 miljard dollar. Daar kwam een jaar later nog eens 5 miljard dollar bij, waardoor Congo de grootste Afrikaanse schuldenaar van China werd. In ruil kregen de Chinese staatsbedrijven toegang tot de Congolese kobalt- en koperreserves waarvan de waarde op 14 miljard dollar wordt geraamd. Eveneens in 2008 werd het Chinees-Congolese mijnbedrijf Sicomines opgericht, waarvan 68 procent in handen is van Chinese staatsbedrijven en 32 procent van het Congolese staatsbedrijf Gécamines. In 2023 eiste Congo een herziening van het contract omdat China nog maar een derde van het bedrag voorzien voor de infrastructuurwerken had gestort. Na acht maanden stortte China 800 miljoen dollar bij wijze van vergoeding, terwijl de uitkering van dividenden ten belope van 1,2 miljard dollar over een aantal jaren zouden worden gespreid.
De Chinese investeringen in Afrika botsen regelmatig op protest. Dat wordt, onder politieke invloed, vooral door vakbonden en werkgeversorganisatie georganiseerd. Ze klagen over Chinese oneerlijke concurrentie, het gebrek aan garantie voor de ingevoerde Chinese producten, alsook de slechte kwaliteit hiervan en de gevallen van namaak. Daarnaast wordt de Chinezen verweten de plaatselijke gebruiken niet te eerbiedigen of het leefmilieu te schaden. De Chinezen worden verdacht van witwaspraktijken, wapenhandel, mensenhandel, kinderarbeid en prostitutie. Maar in landen waar het staatshoofd zich positief over China uitlaat, bestaat veel minder protest tegen de Chinese invloed omdat China zich niet moeit met de binnenlandse politieke toestand in de landen waarmee het zaken doet. Soms wordt geweld tegen Chinezen in Afrika gepleegd. Daarom besloot China in 2017 een eerste militaire basis in het buitenland, met name in Djibouti, te vestigen.
Sinds 2009 is de Chinese Volksrepubliek de grootste handelspartner van Afrika. De Chinese uitvoer naar en de invoer vanuit Afrika samengeteld lagen in 2022 110 maal hoger dan in 1995. Meer dan 90 procent van de Chinese uitvoer naar Afrika bestaat uit bewerkte producten, doorgaans van bedenkelijke kwaliteit. Hoewel de Chinese dumpingpraktijken de Afrikaanse economie geen deugd doen, wordt hiertegen slechts door weinig Afrikaanse landen bij de Wereldhandelsorganisatie geprotesteerd, in tegenstelling tot de Verenigde Staten.
Voor wat hoort wat
Vanaf 1950 werd de ontwikkelingshulp voor China een middel om zijn buitenlands beleid gestalte te geven. Maar in de loop der jaren werd de hulp steeds meer vervangen door leningen. Zeker sinds Xi Jinping aan de macht is moet de Chinese hulp aan Afrika steeds meer de Chinese belangen behartigen. De praktijk van de ‘gebonden hulp’ werd gelanceerd. De Chinese investeringen in Afrika moeten de Chinese ministeries, banken en bedrijven ook iets opbrengen. Zo keert 60 tot 90 procent van de bedragen die China aan Afrika toekent op een of andere manier terug naar China. De Chinese bijdrage tot de ontwikkeling van de Afrikaanse landen beloopt gemiddeld 20 miljard dollar per jaar.
In de loop der jaren werd China het land dat de meeste landbouwgronden in Afrika verwierf door het kopen of het huren van die gronden. Waar die verworven oppervlakte in 1970 450.000 ha beliep, kwamen tussen 2021 en 2023 meer dan 4 miljard ha Afrikaanse gronden in Chinese handen. Naast de negatieve gevolgen van die grondovernames voor het milieu, leiden ze ook tot conflicten tussen de plaatselijke bevolking en de nieuwe eigenaars. Door het beleid van de Chinese eigenaars wordt de Afrikaanse landbouw steeds intensiever. Dat kan nodig zijn vanwege de toename van de Afrikaanse bevolking, maar daarnaast pikken de Chinese investeerders graag een graantje mee.
Tussen 2000 en 2022 kende China voor 170 miljard dollar leningen aan Afrika toe. Op die leningen wordt kritiek geleverd, omdat ze de Afrikaanse landen met zware schulden opzadelen. De Chinese leningen nemen vooral sinds de start van de Nieuwe Zijdenroutes toe. Afrikaanse landen worden daardoor steeds afhankelijker van China.
Zoals gezegd wil China via zijn economische banden met Afrika ook zijn invloed op internationaal vlak versterken. En dat lukt zeer goed. Zo slaagde China erin landgenoten aan het hoofd van een aantal instellingen van de Verenigde Naties te plaatsen. Om de Chinese kandidaat te doen verkiezen, werden Afrikaanse landen omgekocht, door hun schuldenlast te verminderen of financiële steun te beloven. China breidt zijn invloed in andere landen, ook Afrikaanse, uit door de oprichting van Chinese Culturele Centra, de beïnvloeding van nationale politieke partijen en het gebruik van de media. Het kan best dat het Chinese Afrika-beleid het statuut van Afrikaanse landen heeft verbetert, maar anderzijds, zo besluit Xavier Aurégan, hebben de Afrikaanse landen in grote mate bijgedragen tot de versterking van de internationale macht van China. Dat zal Peking niet tegenspreken.
Xavier Aurégan
Chine, Puissance Africaine
Géopolitique des relations Sino-Africaines
Armand Colin 2024
270 blz. – 24,00 euro
