Geopolitieke Ontwikkelingen
Mensenrechten

INTERNATIONALE POLITIEK

Regionale Conflicten
Economie

China. De Grootmacht, en haar Laatste Generatie. | Uitpers %

China. De Grootmacht, en haar Laatste Generatie.

Image
Deliveroo in Peking, oktober 2025: de besteller heeft welliicht een uniiversitair diploma. Copyright @ Maria Fialho

Wij horen, en lezen in de krant, tot vervelens toe dat de wereldorde aan het verschuiven is. De wereldorde en de geopolitiek. Door de spectaculaire opkomst van China zouden er nu drie wereldmachten zijn: de VS en China, en voor wie een derde wil, Rusland erbij. Europa of de Europese Unie staat niet mee op de lijst. Een afgeleide daarvan is de vraag of China nu onze vijand dan wel alleen maar tegenstrever is, dit omdat wij de Verenigde Staten, zeker niet die onder Donald Trump, nooit als vijand zouden willen.

De VS die in de ogen van de wereld en zeker van China aan een neergang bezig zijn die Trump krampachtig probeert te stoppen, onder meer door aan te knopen bij oude kolonialistische methoden. Zie Venezuela. Rusland dat erg verzwakt in een lastige oorlog verwikkeld zit maar dat nog steeds, vergeten we dat niet, zeer groot is. En China.

Deze geopolitieke ontwikkelingen of de details ervan zijn niet het onderwerp van dit artikel, dat wil alleen China, de Chinese Volksrepubliek, plaatsen in het nieuwe panorama.

 De grootmacht

China is een land waar ze geen overdreven bewondering hebben voor blanke westerlingen.

Peking, overwerk bij de bestellers.Copyright @ Maria Fialho
Shanghai: loodzware aansporingen op de muren, nu spoorloos verdwenen.
Copyright @ Maria Fialho

Koloniale mogendheden zijn er nooit in geslaagd China écht te koloniseren, een half geslaagde poging van Japan buiten beschouwing gelaten, maar hebben er wel twee oorlogen of meer aan gewijd om op de rand ervan een voet aan de grond te krijgen: zie het verhaal van de Opiumoorlogen, de concessies aan de Chinese oostkust, Hong Kong, enzovoort. Daarbij zal de militaire expeditie van Amerikaanse en Europese troepen tijdens de Bokseropstand, 1899-1900, die besloten werd met de totale plundering van het keizerlijke zomerpaleis, de onvergeeflijke vernedering geweest zijn. China is dat niet vergeten en houdt er een grote dosis rancune over, die het gebruikt om het eigen nationalisme op te pompen.

Jaar na jaar worden deze episodes opgevoerd in heftige films en propaganda om Chinese rancune tegen Westerse invloed te voeden. Die invloed, dat is onder meer een pakket van noties als mensenrechten, democratie, civil society, die algemeen door Chinese overheden worden afgeschilderd als westers cultureel imperialisme. Een soort antwoord op de  West-Europese claim dat oosterse dictaturen of autoritaire landen niet echt economisch konden democratiseren zonder uiteindelijk ook politiek te democratiseren.

Vorig najaar ging het nog steeds over de Opiumoorlog enz, maar er was een verschuiving: bij de 80-ste verjaardag jaar op jaar van de overwinning op Japan (zie de militaire parade in Peking op 3 september 2025) hadden we — in Parijs, dat wel — recht op een choreografie en twee films:

–  het spektakel Deep in Memory, een choreografie in de Opéra Comique in Parijs in november. Een spektakel over de Japanse massamoorden in Nanking in 1937.

–  de film De fotostudio van Nanking. (Dead to Rights), Chinese inzending voor de Oscars 2025.

–  de film Unit 731  // Evil Unbound. Over Japanse oorlogsmisdaden.

(731 was een speciale eenheid bij Harbin die op gevangenen experimenteerde in de stijl van dr Mengele in Auschwitz, maar dan op z’n Japans.)

De woede die dit nog steeds oproept in China zit dieper geworteld dan men meestal vermoedt.

 Zoiets kan men als een detail beschouwen, een illustratie van een klimaat dat ik in oktober nog onverwacht voorgeschoteld kreeg in Peking.

Wat voor een klimaat?

Opening naar de wereld

China is al lang geen ontwikkelingsland meer, en de parameters van de internationale politiek veranderen. De Volksrepubliek was in de relatief bescheiden termen van president Hu Jintao (2003 – 2013) nog op weg naar de status van een “gemiddeld welvarend land”, maar is zich met Xi Jinping gaan installeren als nieuwe mondiale grootmacht. Het doet dat niet in het wilde weg, maar doordacht en met strategie. Zie de “nieuwe zijderoute”, de OBOR, One Belt One Road strategie voor de ontsluiting van het traditioneel tussen zijn bergen en woestijnen opgesloten China.

Peking, overwerk bij de bestellers.
Copyright @ Maria Fialho

Door zijn relatieve nieuwigheid is dit een belangrijke onbekende factor in de Chinese politiek: sinds de Ming-dynastie (1368 to 1644 AD) hield het rijk zich niet bezig met de wereld, zodat men, nu dit blijkbaar veranderd is, het afwachten heeft naar wat het Middelste Rijk in de wereld zal doen. In dat OBOR-kader is China strategisch belangrijke steunpunten in Afrika en in de Westerse wereld gaan opkopen. Havens, energie, communicatie. In Djibouti, klein maar strategisch geplaatst op de Hoorn van Afrika, heeft het al z’n eerste overzeese marinebasis.

Want het heeft nu, steeds sneller en steeds meer, een marine. Die heeft het nodig om zijn strategie in de Zuid Chinese Zee te realiseren. Die strategie, dat is het wegduwen van de Amerikaanse vloot van de Chinese oostkust en de eilanden die het daar claimt.

Zo is China ook steeds sneller en steeds meer zijn strijdkrachten aan het moderniseren en uitbreiden. En zijn nucleair arsenaal. En is het zijn geopolitiek en zijn bondgenoten dan wel tegenstanders gaan herzien: Rusland bijvoorbeeld, waarmee Peking per slot van rekening enkele duizenden kilometer grens gemeen heeft —  en waar het onbeperkt de olie en het gas kan kopen die het in de eigen bodem niet heeft… Machtige buren, die elkaar al lang kennen.

Sommigen, in Europa, zien daar een gevaar in: zijn de Chinezen ons aan het overnemen? Gaan de Chinezen ons zelfs, economisch en commercieel, met huid en haar opvreten? Dat is moeilijk te zeggen. Dit alles is, met een koel oog bekeken, immers ook normaal te noemen: Peking wil een middelgrote wereldmacht zijn, en gaat zich daarnaar gedragen. Dat hoeft Europa of zelfs België niet dadelijk verschrikt op de kast te jagen.

Maar is China onze vijand? Dat hangt er van af.

Mijn vertrekpunt in het algemeen is dat Europa. — lees “”het Westen”, met Noord-Amerika, Australië enzoverder, — de factuur voor de kolonisatie gepresenteerd krijgt, en niet in staat zal zijn die te betalen. En daar ook niet over wenst na te denken. Dat zal zijn consequenties hebben, maar het maakt China niet noodzakelijk tot onze vijand. Als we dat willen moeten we het zelf doen.

China is nu dus goed op weg op wereldvlak de plaats in te nemen — economisch,  militair, politiek — waar het meent recht op te hebben. Het moet dat wel doen tegen de bestaande wankelende wereldorde in, dus tegen de “algemeen aanvaarde”, ofte Westerse wereldorde. Wat misschien een sluimerende tegenstelling was, werd in 2020 bruut naar de oppervlakte geschopt toen V.S.-president Donald Trump bij het uitbreken van de Covid19 pandemie de schuldige oorzaak daarvan zonder meer aan China weet — en dan ook een economisch- en handelsconflict startte dat al gauw een economische oorlog werd. Hoewel alle cijfers en zeker die over China onjuist zijn, kan men vrijwel zeker zeggen dat China die oorlog niet verloren heeft. Wie hem wel verloren zou hebben, zouden de Europeanen kunnen zijn, maar dat is een langer verhaal.

(Tussen twee haken, een paar cijfers waar men ons bang mee maakt:

Het Chinees Bruto Binnenlands Product  BBP  1985 :  310 miljard $.

                                             in                2024:   18,8 biljoen $

Het Handelsverkeer    omvatte :

– in de Koude Oorlog 1950-1989, tussen  V.S. – Sovjetunie  minder dan 2 miljard $ / jaar

in  2024  tussen V.S. – China  600 miljard $ / jaar   ==.  2 miljard $ / dag

Daarom kan Trump zelfs in volle economische oorlog de V.S. niet echt loskoppelen van China.)

Anti-westerse reactie

Wat we wèl kunnen zeggen is dat Xi Jinping in de voormalige Derde Wereld, die voormalige gekoloniseerde wereld en dan vooral in Afrika, aan een politieke campagne begonnen is tegen Westerse gedachten. Daar biedt Peking financiële en andere hulp voor infrastructuur en ontwikkelingsprojecten die door de betrokken landen des te driftiger onthaald wordt waar ze in het Westen veel moeilijker los te krijgen zou zijn — en ook gezien het feit dat China hen niet gekoloniseerd heeft. In die hoofdsteden luidt de boodschap van Xi: waarom zou men tijd verliezen met pogingen tot democratie en veel partijen, vrije meningsuiting en dergelijke meer, waar wij toch zien dat dit in het westen ook niet zo uitmuntend functioneert, als bij ons in China blijkt dat met een deugdelijk autoritair bewind dat de stabiliteit waarborgt, de zaken prima gaan en de economie met sprongen vooruit gaat?

Het kan de moeite waard zijn naar een ernstig antwoord te zoeken.

Feitelijk kan men stellen dat China als opkomende supermacht de belangrijkste motor is geworden in die anti-westerse reactie.  (In de BRICS, de VN, in zowat alle lopende conflicten)

Europa daarentegen: Heeft geen China-strategie. Weet niet hoe het tot wat voor economisch evenwicht moet komen.

Voor China loopt de EU aan het handje van Washington D.C., en stelt op zichzelf niet veel voor. Beter met D.C. onderhandelen dus, in Chinese ogen.

Wat nog erger is: In Europa wordt China zelfs niet meer zo interessant gevonden. Dat komt tot uiting in de media, de sinologie… Zelfs in de diplomatie. China wordt steeds meer weliswaar negatief gezien, als vijandige macht, maar dan verwaarloosbaar eigenlijk, in plaats van verplichte lectuur.

De zwakke kant van de grootmacht

Veranderingen gaan zo snel in China dat je ze vaak niet eens opmerkt. Er zijn regels, dat wel: cafés met westerse inslag verdwijnen uit Peking en komen niet terug, net als fietsherstellers en barbecuekraampjes, dingen die het leven gemakkelijker maken. Wat in de plaats komt en blijft, is de glitter en glans van nieuwe gebouwen, vaak torens in glas en staal: dat begon op de centrale Changan-laan in de jaren 2004-2006 toen de traditionele lage huizenlaantjes, de hutongs, werden platgeslagen in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008, en spoelt steeds verder over de stad. Die stad moet een etalage zijn van het Nieuwe China, waar alles goed gaat ook als het niet goed gaat. En na de stad, over het land.

Dat nieuwe China is het Rijke China, zoiets zal niemand verbazen. De gigantische toonzalen in de nieuwe Soho’s en shopping-centers stralen de logo’s van Vuitton, Longchamp, Hermes en Prada in het rond, prachtig verlicht, maar zelden met een klant erin, en zelfs nauwelijks verkopers te bekennen. Chinese merken, als die er zijn, zullen in de kelders verstopt zitten. Bij de namaak-Vuitton wellicht.

Op de Changan-laan, de feitelijke hoofdstraat van Peking,  die loopt van West naar Oost langs de Tiananmen-poort en het plein, Mao Zedongs portret aan de noordkant, zijn mausoleum op het plein aan de zuidkant, prijkt een modern gebouw, mét uitzicht op Tiananmen, dat is de zeer selecte Changan Club. Lidgeld kan naar het schijnt tot 100.000 dollar oplopen (dat is ongeveer 700.000 renminbi, een weliswaar geschat gemiddeld maandloon zou rond de 850 yuan of renminbi hangen). Boven de monumentale ingang van de Club prijkt de naam PORSCHE.

Dat contrasteert wel een beetje met een beeld dat onwillekeurig in je opkomt: waar zijn de oproepen voor de ethische burger gebleven, de goede kameraad, het voorbeeldige partijlid? Luttele jaren geleden kon je nergens komen zonder naast murengroot geschilderde slogans te lopen: de catechismus van de goede Beijinger — maar hetzelfde uiteraard in de andere steden van het rijk.

In twaalf woorden, samen 24 karakters, stond daar het recept voor welverdiende welvaart met, zoals wel vaker in de Chinese communicatie met vreemdelingen en onderdanen, een zelfvoldane en eerder bekrompen ondertoon:

  • Rijkdom en kracht
  • vrijheid
  • gelijkheid
  • democratie
  • patriottisme
  • burgerzin
  • harmonie
  • toewijding
  • gerechtigheid
  • wettelijkheid
  • integriteit
  • vriendschap

Er waren werkgroepen opgericht om die typisch Chinese waarden er bij het publiek in te hameren en uit te leggen. Men had de indruk, toen rond 2018 al, dat dat niet meer nodig was want de Pekingers hadden het ook zo wel begrepen, en dreven er de spot mee.

Wat nu nieuw is in Peking — en zoals later zal blijken, ook in Shanghai en elders, is dat alle politieke slogans, aansporingen en ophitsingen, schijnheilig of niet, weer totaal verdwenen zijn. Op het Tiananmenplein, tegenover de Verboden Stad met het portret van Mao, staat een tien meter hoog kunstwerk, een bloemstuk zoals Pekingers die zo goed kunnen maken,  in de vorm van een reusachtige bloempot. Bij de pot het opschrift met gelukwensen — aan de Partij? aan het Regime? — voor de verjaardag 1949 – 2025. Hoe dan ook hebben zij het met 75 jaar al langer volgehouden dan de Sovjet-Unie.

Je zou kunnen zeggen dat de aansporingen vervangen zijn door de alomtegenwoordige camera’s, die het gedrag en het komen en gaan zoniet — nog niet —  de gedachten van de Chinezen controleren — maar eigenlijk waren die camera’s er al.

Mijn vriend Xiaoxi is 42, getrouwd, een kind, en werkloos. Twee jaar geleden was hij nog bij de gelukkigen die werk hadden – nu is hij na zeven jaar dienst bij de zeer grote firma Xiaomi, afgedankt en denkt niet op zijn leeftijd nog ergens ordentelijk werk te zullen vinden. Hij zegt, de grens om nog een baan te vinden ligt nu op 35 jaar.  35 jaar is nu de leeftijd voor afdankingen. Dit is voorlopig persoonlijk echter zijn zorg niet: de meesten van zijn oude klaskameraden hebben hetzelfde voor.

Hij weet ook wat er gaande is. Grote bedrijven danken af en gaan in goedkopere provincies, waar extra voordelen geboden worden en de lonen lager zijn, nieuwe fabrieken bouwen die meteen met meer AI, meer robots en minder werknemers zullen draaien. In afwachting vervangen ze oudere personeelsleden door jongere, goedkopere. Xiao xi blijft er rustig onder: zijn vrouw heeft nog werk, zijn schoonfamilie heeft geld, hij zorgt thuis voor het kind en de keuken, doet de was. En verder niets meer: hij vraagt zich af of dat goed is voor hem, zo volledig afhaken. Ergens vreest hij van niet, hij voelt de leegte op zich afkomen.

Begin van revolte

Niet alleen in Peking gebeurt dit. Het is de trend in heel China. Zeker sinds de immobiliënbel barstte met het Evergrande bankroet. Zeker sinds de drie Covid-jaren.

De Covid 19 pandemie en het Chinese antwoord erop betekenden, dat hoor je nu van diverse kanten, een radicale breuk. Het was een breuk die niet alleen hele panden van de economie platlegde, maar die toesloeg in het sociale weefsel en het bewustzijn. Miljoenen mensen werden voor onbepaalde tijd opgesloten, in quarantaine, vaak in moeilijke omstandigheden, zonder dat de staat, die de quarantaine oplegde, in de middelen voorzag om die te overleven — voedselbevoorrading, medische zorgen enzovoort –. Zelfs de notoir Chinese plantrekkerij werd onmogelijk gemaakt doordat iederéén opgesloten zat. De lockdown van Shanghai van einde maart tot begin juni 2022 betekende dat “In economische termen een geschatte 40 % van het Chinese bruto binnenlands product geblokkeerd was door een of andere vorm van lockdown. In Shanghai, een metropool met 25 miljoen inwoners, bracht dit een veralgemeend gevoel van wanhoop en uitzichtloosheid teweeg.”

En een begin van revolte.

Mijn vriendin de advocate was er bij toen niet Shanghai maar Peking op straat kwam op 22 november 2022, in de befaamde “Wit papier-betogingen”.

“Natuurlijk was ik daarbij!” zegt ze.

De betogingen startten naar aanleiding van een brand in Urumqi, maar daar ging het niet over. Het ging erover dat ze opgesloten zaten, dat ze niet niet konden gaan werken, enzovoort. Waren er slogans geweest, dan dat ze geen testen meer wilden, maar eten. En afgeleid: vóór vrije meningsuiting, vrije kunsten, vrije film… Vandaar de witte vellen papier die zee meedroegen, aangezien ze niets mochten zeggen…

Er kwam geen vervolg op de betogingen, zoiets was natuurlijk verboden. Begin december kwam de reactie van de overheid, met groepen arrestaties. Sommige betogers — iedereen was gefilmd, allicht — bleven bijna een half jaar onder arrest, zonder aanklacht. Maar dan werden de Covid maatregelen toch opgeheven.

Wie daar op straat was? — Een mengeling van jongeren, en lui van middelbare leeftijd.

De laatste generatie.

Jonge mensen haken af. Vaak hebben ze geen werk. Ze studeren af aan de universiteit en ze staan op straat, raken niet aan serieus werk. Natuurlijk zijn er jobs: wat je het meeste ziet in de stad zijn de bestellers, de pakjesdragers, voor de post, voor restaurants, van de online verkoop die gigantische vormen aangenomen heeft. Algemeen wordt gezegd dat de grote meerderheid van die pakjesdragers een universitair diploma op zak heeft.

De vrienden van Xiaoxi geven op. Dat wil zeggen dat ze naar hun dorp terugkeren, waar ze ten minste hun familie hebben. Hun moeder zal ze een bed en te eten geven. Ook al zal dat niet royaal zijn, en gepaard gaan met behoorlijk wat gezichtsverlies: tot hiertoe kwam de grote zoon met nieuwjaar op bezoek met cadeaus en zijn zakken vol geld. Het was daarop dat het regime zich steunde om de dictatuur en het onbestaande sociale vangnet te doen slikken door de bevolking.

Maar nu komt de zoon platzak en zonder werk hulp zoeken. Daarom gaan de zonen ook niet allemaal terug.

Weet het regime dat het in de ogen van veel Chinezen zijn reden van bestaan, zijn reden van geduld worden, aan het verliezen is?

Voorlopig is het zo dat als die Chinezen hun mond opendoen, zelfs zonder iets te zeggen, met een wit papier, een witte A4, ze de nor in gaan. Wat dan. Nee ze zijn niet gelukkig, maar wat kunnen ze doen?

Ze gaan de clown uithangen, tussen de bullshitbanen in, ‘neerliggen’.

Wat is neerliggen?

“Wij zijn de laatste generatie” is het devies.

Dat gold al voor de Shanghai lockdown.

Vroeger was het model “meritocratie”, zegt mijn advocate. Een goeie baan hebben en zo. Niet meer.

Nu trekken jonge afgestudeerden niet meer automatisch naar Peking. Ze zijn niet langer zo geïnteresseerd in “goeie” jobs. “Waarom,” zeggen ze, “Waarom zou ik hard gaan werken, uitgeperst worden en dan eruit gegooid worden?”

Politiek helpt hier niet.

Vroeger konden we nog wat sleutelen met NGO’s, die zijn nu gemuilkorfd, de activisten zijn opgesloten of in de natuur verdwenen. De sociale media zijn onder controle. Misstanden kun je wel constateren, maar je mag er geen commentaar bij geven. Je kan letterlijk niets meer.

Zo is ook het culturele luik uit het leven aan het verdwijnen. Mensen trekken weg uit Peking. Wie dat niet kunnen zitten hier vast. Het is als de kat in wintertijd: thuis blijven, niet bewegen, overleven. Niet zoals onder Covid. Onder Covid dachten we, daarna wordt het wel beter. Maar het werd slechter, Covid was maar het begin van de lange winter.

Over het neerliggen.

Volgens officiële cijfers van juni 2023 was toen in China meer dan één op vijf stedelingen tussen. 16 en 24 jaar werkloos. Daarna werden geen werkloosheidscijfers meer bekend gemaakt, tot in januari 2024. Toen stond het cijfer op 14,9 % — maar 62 miljoen studenten waren daar niet meer bijgeteld. Heel wat “studenten” aan tweederangs universiteiten werden niet als “afgestudeerd” beschouwd omdat hun universiteit weigerde hun diploma af te leveren zolang zij geen bewijs konden voorleggen, dat ze werk hadden.

Jongeren zijn in deze situatie van nationale neergang de meest zichtbare slachtoffers. Zij zouden trouwen als ze een woning hadden. zij zijn het die de appartementen kochten die nu onafgewerkt blijven staan, en het geld van hun aanbetaling kwijt zijn. Nu de regering tegen een dalend bevolkingscijfer aankijkt, roept ze de jeugd op om veel kinderen te maken, en tegelijk de vrouwen — de moedertjes — om niet te gaan werken maar thuis te blijven en voor keuken en kind te zorgen. Naar de kerk hoeven ze niet. Dat zouden die jonge mensen dan misschien wel doen, als ze werk hadden en een woning, en konden trouwen. Misschien.

Want er zijn andere fenomenen.

Deur en gordijnen dicht

Dat afwachten neemt soms vreemde vormen aan. Dus ze gingen niet meer naar het dorp met nieuwjaar.  Ze gingen “plat liggen“, dat was de eerste uiting, de eerste vorm van wat je wel verzet moet noemen. Lijdzaam verzet. Geen overuren meer doen. Telefoon niet opnemen als de baas belt buiten de uren. Geen karaoke meer, geen medische controles, geen hoge huishuur meer. Gedaan met mooie kleren, terug naar de groene legerjas uit de jaren 1970. Ze komen niet meer bijeen, willen niet meer gemanipuleerd worden, ze hebben afgehaakt, doen niet meer mee. Na hun uren gaan ze naar hun cocoon, doen de deur op slot en de gordijnen dicht en luisteren wat naar muziek. Dat was de eerste fase.

De tweede fase was die van de “Vier maal Nee“.  Gemakkelijk: Geen “romantische relaties” meer; Geen huwelijk, geen woning kopen, geen kinderen maken.

Apart misschien in deze afdeling: jonge vrouwen die, in plaats van niet te gaan werken, wat de regering wil, beslissen wel te werken en niet te trouwen, en geen kinderen te krijgen. Definitief. Zij zullen “De laatste generatie” zijn in China.

Laat dit als een grapje klinken. Doch, volgens het Nationaal bureau voor Statistiek telde de Volksrepubliek in 2022 6,8 miljoen huwelijken, het laagste cijfer in 37 jaar; in 2019 waren het nog 10 miljoen huwelijken.

Of de geboorten. In 2022 telde China 9,6 babies, het laagste cijfer sinds 1949, meteen één miljoen minder dan in 2021, een vermindering van veertig procent in de voorbije vijf jaar. In 2024 nog 9,54 miljoen; in 2025 nog 7,92 miljoen. Vorig jaar bleek de Volksrepubliek ineens met een dalend bevolkingscijfer te zitten en met een snel vergrijzende bevolking, dit in een periode waar de oude “éénkindpolitiek” van het maoïsme met nieuwe wetten die twee kinderen en méér toelaten en zelfs aanmoedigen, al lang voorbijgestreefd heette. Ook dit heeft, uiteraard, zijn economische gevolgen. Volgens cijfers van de VN zou de Chinese bevolking met 1 % per jaar dalen.  Tegen 2100, als u in cijfers gelooft, zou dat leiden tot een daling van meer dan 580 miljoen inwoners. Zowat een halvering dus. Wat de Communistische Partij daar moet aan doen weet ze niet, dus ze doet maar wat. Om te beginnen heeft ze nu een belasting van 13 % ingesteld op voorbehoedsmiddelen.

De derde fase is die van de “Tien maal Nee“. Kopen ze al lang geen nieuwe auto’s meer en ondertekenen ze geen formulieren voor orgaan-donatie na overlijden, laten sommigen zich niet meer vaccineren, de nieuwe lijst (Chinezen houden van lijstjes) is breder. Er wordt geen bloed meer gegeven; geen giften aan liefdadigheid; geen huwelijk, kinderen, woningaankoop; geen loterij; niet op de beurs spelen of in fondsen beleggen, geen emotionele banden aangaan, en oude mensen die op straat neervallen niét gaan helpen.

Het is duidelijk een weggaan van sociale verbondenheid, weg van solidariteit, tegenover een regering die terzake haar werk niet doet. Men moet wel opmerken dat de meest flagrant asociale “nee’s” antwoorden op bekende oplichterijen en valstrikken in het Chinese dagelijks leven: de schandalen rond vervalst of besmet bloed, verdwenen liefdadigheid die Maseratis bekostigde, BC’s (Bekende Chinezen) die met privé jets naar topziekenhuizen vervoerd werden, terwijl baby X in het ziekenhuis van de zuurstof werd gehaald omdat zijn vader de rekening niet kon betalen…

Bij veel Chinezen sijpelt het door dat zij oud kunnen worden alvorens ze rijk zijn. Daar beginnen ze naar te handelen, ook al zijn ze aan politiek niet toe. Politiek is alsnog verboden iin China.

De keizer in de boot.

Zoals ik eerder aangaf blijft er weinig reden om Xi Jinping niet als de nieuwe keizer van China te beschouwen, die zoals andere autocraten de volle verantwoordelijkheid moet dragen van wat zijn regime uitspookt. Ook omdat hij zijn pogingen om alle Chinezen in binnen- en buitenland te controleren zo ver heeft doorgedreven dat veel Chinezen opnieuw bang zijn. Bang om te spreken, bang om kritiek uit te brengen, bang om wat dan ook te ondernemen dat verkeerd kan uitgelegd worden.

Een hardnekkig verhaal wil dat Xi Jinping, de huidige keizer van China (tsjèn, zeggen zijn onderdanen) drie secties van de maatschappij als grote vijanden heeft. Dat zijn, natuurlijk, eerst en vooral de intellectuelen, professoren, creatieven en kunstenaars en dergelijke, die hun vrijheid en zelfs mogelijkheid van spreken en handelen zo verwoestend ingeperkt zagen onder zijn beleid en de alomvattende censuur en controle.

Dat zijn ook de managers, de ondernemers, de onafhankelijke fabrikanten en anderen voor wie hun door het regime ingebakken strijd tegen de rivaliserende staatsbedrijven de hele tijd eindeloos veel moeilijker wordt.

En dat is de regering met haar administratie, die zich de hele tijd moet aanpassen aan de wensen, de prerogatieven, en de dictaten van de Partij. De Communistische Partij van China, waarvan Xi Jinping het gevierde opperhoofd is. Een regering die dus eigenlijk haar werk niet kan doen.

Van een vierde vijand wordt niet veel gesproken. Dat zijn de gewone, onmondige  Chinezen, die vooral sinds de falikant afgelopen tirannieke anti-Covid campagne hun koopkracht en arbeidsvoorwaarden maand na maand zien achteruit gaan.

En toch stoot de toeschouwer, bij toekijken en een beetje lezen, telkens weer ook in China zelf op kritische geletterde Chinezen die het verleden niet vergeten en doorwerken. Méér: zij houden de Chinese cultuur in leven, die natuurlijk ook een politieke cultuur is. Zo is er een Chinese kritische oppositie in het buitenland — bijvoorbeeld de kring China Heritage rond Geremie Barmé in Australië, maar er zijn er andere, die teksten van intellectuelen in China en er buiten uitgeven, vertalen en verspreiden, die zich blijven verzetten, om te beletten dat het verleden, onder meer dat van de Culturele Revolutie, begraven en vergeten wordt. In afwachting dat het Chinese volk reageert.

Zij doen het in stilte. Een China-wijze vriend stuurde mij de oude dichtregel uit een klassiek gedicht: “Tienduizend paarden samen stil”, met de uitleg: als je ergens op een wijdse steppe zou staan, en voor je staan 10.000 paarden die geen enkel geluid maken, hoe zou jij je voelen? Wel, zo voelt de Chinese regering zich. De grootste kracht is de kracht zonder geluid. Wat als die paarden bewegen, met hun 10.000? Wat dan?

In de dominante confucianistische ideologie wordt het recht van de boeren erkend om de heersende dynastie omver te werpen, als die het volk niet meer dient. Confucius’ latere navolger Mencius legt dit duidelijk uit met zijn beeld van het bootje op het water: de keizer is het bootje, het volk is het water, dat kan de boot drijvend houden, dat kan het bootje ook doen kapseizen en zinken.

Relevant

Democratie in het tijdperk van disinformatie en digitaal kapitalisme

“Een groeiende horde dictators en autocraten vormt een evident gevaar voor democratie en mensenrechten; en ze verhinderen de mondiale samenleving om haar levensbelangrijke ecologische en sociale doelen zelfs maar…

China op het goede snelspoor

Het World Energy Outlook rapport van het IEA (Internationaal Energiebureau) levert een verrassend inzicht: China’ Hoge Snelheidstreinen (HST) dragen veel meer bij tot de klimaatstrijd dan al die elektrische…

De “As van onrust”

Een spectaculaire militaire parade in Peking, met aan de zijde van president-partijleider Xi Jinping zijn Russische collega Vladimir Poetin en Kim Jong-un van Noord-Korea, talrijke media slaan tilt. “Een…

Over welvaart en verarming

Enkele maanden geleden stopte ik met mijn maandelijkse nieuwsbrief over mondiaal sociaal beleid. Er was immers geen nieuws meer. Nadat zo’n goede dertig jaar geleden de wereld overrompeld werd…

VERKIEZINGEN IN THAILAND. Meer van hetzelfde?

      Tijdens vervroegde algemene verkiezingen op zondag 8 februari 2026 kozen Thaise kiezers een nieuw Huis van Afgevaardigden met 500 zetels en spraken zich uit in een…

Sex en de logica van de macht

De ‘zaak Epstein’ is nog lang niet afgelopen. Niet alleen zal ze Trump blijven achtervolgen, zijn naam komt immers duizenden keren voor in alle al vrijgegeven documenten, de zaak…

Democratie in het tijdperk van disinformatie en digitaal kapitalisme
Steun Uitpers!

Lees hier meer over