Het kon bijna niet anders. José-Antonio Kast won met 58,21 % de Chileense Presidentsverkiezingen. Zijn rivaal, Jeanette Jara, haalde 41,82 %. De participatiegraad was 85 %. De hoge score die rechtse en uiterst-rechtse partijen haalden in de eerste ronde, lieten weinig hoop voor een ander resultaat.
Velen zien in deze uitslag een ethische, nog meer dan een politieke keuze. De sociale problemen in het land zijn helemaal niet opgelost. Zij waren het die de verkiezing van Gabriel Boric vier jaar geleden hadden mogelijk gemaakt. Maar zonder meerderheid in het Parlement kan een President weinig bereiken. Vandaag maken de sociale bezorgdheden plaats voor angst, voor aandacht voor veiligheid en migratie.
Chili gaat dus weer volledig de andere kant op. Het is een gepolariseerd land. In de campagne toonde Kast zich vooral gematigd, het zou allemaal zo’n vaart niet lopen. Jara kwam zeer agressief uit de hoek, ze had immers weinig te verliezen.
Zeker is dat Kast, een die-hard pinochetist en zoon van nazi-ouders, meer militairen wil inzetten en de grenscontroles wil versterken. Ook hij heeft geen directe parlementaire meerderheid, maar coalities zijn wel mogelijk. Het is de enige hoop op een eerder gematigde aanpak.
Na vijfendertig jaar is er wel een definitief einde gekomen aan de transitie in Chili. Het is terug naar af. Het rechtse blok in Latijns Amerika wordt ook weer versterkt.
In plaats van rechten en een strijd voor meer gelijkheid komt er meer autoritarisme.
Kast zal aantreden op 11 maart 2026, voor een periode van vier jaar.
