Centraal-Amerikaanse ex-guerrilla faalt politiek

Vorig jaar, verkoos Guatemala een nieuwe president. 36 jaar strijd in het maquis konden niet verhinderen dat de populistische rechtse kandidaat, Alfonso Portillo het haalde. In El Salvador en Nicaragua hebben in 2000 gemeenteraadsverkiezingen plaats. Zullen het FMLN (Frente Farabundo Martí de Liberación Nacional) en het FSLN (Frente Sandinista de Liberación Nacional) standhouden als tweede grootste politieke partij?


Hoe gedragen de voormalige guerrillagroeperingen in Centraal-Amerika zich in het legale politieke bestel? Zo vindingrijk in de guerrillastrijd, maar o zo weinig creatief blijken ze te zijn als het erop aankomt politieke, sociale en economische alternatieven uit te dokteren.



Centraal-Amerika kende de afgelopen 25 jaar een bewogen geschiedenis. Begin jaren ’70 staken in Guatemala en Nicaragua guerrillagroeperingen de kop op. Even later volgde El Salvador. De URNG (Unión Revolucionario Nacional Guatemalteca), FSLN (Nicaragua) en het FMLN (El Salvador) koesterden dezelfde droom. Via de gewapende strijd zouden ze hun maatschappij fundamenteel veranderen en voor eens en altijd een einde maken aan de sociale en economische onrechtvaardigheden. Het revolutionaire elan houdt op met de verkiezingsnederlaag van het Frente Sandinista in 1990, de onderhandelde vrede tussen het FMLN en de regering van President Alfredo Cristiani in 1992 en het vredesakkoord in Guatemala in 1996. Het FSLN, FMLN en de URNG werden noodgedwongen politieke partijen en hun speelruimte beperkt tot de arena van de democratische verkiezingen. De bevrijdingsstrijd in Centraal-Amerika kostte aan 300.000 mensen het leven en meer dan een miljoen gingen op de vlucht. Had al dat bloedvergieten zin? Ongetwijfeld wel, ondanks het feit dat veel verworvenheden teniet zijn gedaan en ondanks het ongenoegen met sommige voormalige guerrillaleiders, die zich nestelden in de zachte parlementaire zetels.

DE "ROJINEGRO" REVOLUTIE



Nicaragua was zonder twijfel het best geplaatst om die revolutionaire droom te verwezenlijken. De vijand, dictator Somoza, was immers verslagen, verpletterd. Het FSLN trok op 19 juli 1979 triomfantelijk de hoofdstad Managua binnen, net zoals de Cubanen dat vele jaren eerder in Havana hadden gedaan. Maar Nicaragua is Cuba niet. De kersverse leiders van het FSLN opteerden voor een hegemonie van regering, leger en massaorganisaties. Burgerlijke ideeën waren uit den boze. De bondgenoten uit de burgerij van vroeger werden vijanden. Maar vrij vlug bleek dat het FSLN niet aan de hooggestelde verwachtingen kon voldoen. Het sandinisme is nooit een communistisch regime geweest (ook al werd het scheldwoord "sandino-comunistas" te pas en ten onpas gebruikt). De drie pijlers van het regime waren: gemengde economie, participatieve democratie en niet-gebondenheid. Er was een nauwe band met Cuba en met het socialistische blok, maar dat kwam niet alleen door de ideologische affiniteit, maar het was ook een gevolg van de economische boycot vanwege de VS.


De sandinisten gaven een heel eigen invulling aan het begrip democratie. Democratie betekende: algemene alfabetisatiecampagne, onderwijs voor elk kind, een betere gezondheidszorg, woningen voor de daklozen, basisvoeding voor iedereen, organisatie en sociale mobilisatie.

HET TIJ KEERT


De Amerikaanse president Ronald Reagan zag de sociale verwezenlijken van het FSLN met lede ogen aan. Nicaragua was een lichtend voorbeeld voor de Salvadoraanse en Guatemalaanse guerrilla???s en moest en zou gecounterd worden. Nicaragua weigerde de dictaten van het IMF en de Wereldbank op te volgen, en werd dan als een paria behandeld door het Westen. De aanvankelijke schermutselingen van ontevreden boeren in het Noorden van het land, werden een regelrechte burgeroorlog. President Reagan steunde openlijk de "freedom fighters" van de contra. De militaire agressie van de VS zorgde ervoor dat de militaire logica in het bestuur van het land de overhand kreeg. Het verticalisme was zelfs binnen het productieproces troef. Voor de VS was het máár een "guerra de baja intensidad" (oorlog van lage intensiteit). Voor de Nicaraguaanse jongens en hun families was de oorlog bittere ernst. Naast de barslechte economische toestand waar Nicaragua mee te kampen had, zorgde ook de dienstplicht ervoor dat het FSLN in 1990 de verkiezingen verloor.

TERUG NAAR AF


De overwinning van de voor-de-gelegenheid-gevormde oppositiepartij UNO (Unión Nacional Opositora), kwam als een donderslag bij heldere hemel. De pisnijdige Reagan was ondertussen door de meer gematigde Carter vervangen. Er kwam een ontwapeningsakkoord met de contra, kortom er zou vrede komen. Maar door "normale" verkiezingen uit te schrijven, tekende het FSLN haar eigen doodvonnis. Eigenlijk kwam het neer op een referendum: ben je vóór of tegen het sandinisme, vóór of tegen de oorlog.


Violeta Chamorro, weduwe van de legendarische krantenman Pedro Chamorro voerde haar campagne in het wit. Daniel Ortega kwam als een vechthaan naar voor. Het bleek de verkeerde boodschap op het verkeerde moment te zijn.


Het FSLN was totaal niet op die nieuwe situatie voorbereid. Er komt al vlug onenigheid binnen de partij over de manier waarop er oppositie moet gevoerd worden. Volgens de "orthodoxen"- lees ex-president Daniel Ortega – moet dat op straat gebeuren. Volgens de reformisten – strekking ex-vice-president Sergio Ramírez – kan het enkel via het parlement.


In 1994 stapt de fractieleider van het FSLN in het parlement Sergio Ramírez,op. Samen met nog een aantal historische leiders als Dora María Tellez richt hij het Movimiento de Renovación Sandinista (MRS) op. Het partijdagblad Barricada komt in handen van de orthodoxe vleugel en onder de willekeur van Tomás Borge sterft de eens zo gerespecteerde krant een zachte dood. Net als in de buurlanden El Salvador en Guatemala lijken de voormalige guerrillagroeperingen in vredestijd te vergeten wie de eigenlijke vijand is: het neoliberalisme.

VAN KWAAD TOT ERGER


De interne tegenstellingen knagen aan de slagkracht van het FSLN als politieke partij. De kloof tussen de leiders en de basismilitanten wordt langzaam groter. Voor de meeste Nicaraguanen bestaat de grootste dagelijkse zorg uit overleven. Niemand is dan ook verbaasd als het FSLN in 1996 een tweede verkiezingsnederlaag inkasseert. Arnoldo Alemán ultra-neoliberaal haalt het op de gematigde Pedro Solorzano en kandidaat van het FSLN, Daniel Ortega.


Nicaragua staat er slecht voor. Economisch haalt het land niet eens het niveau van 1975. In 1998 doet Nicargua het slechter dan Haíti en Burundi met een deficit van 900 miljoen dollar. Tienduizenden Nicaraguanen emigreren en zoeken werk in de VS of Costa Rica. Hun dollars (de remesas) houden de economie nog enigszins recht. Het vermogen van president Arnoldo Alemán daarentegen is met 900% gestegen sinds hij president werd. De verhalen over corruptie in de regering zijn niet meer bij te houden. De Fiscale Inspecteur van de Staat Joaquín Jarquín wordt gevangen gezet, nadat hij de begroting van de regering niet wou goedkeuren. Het bewind van Alemán wordt een somozisme zonder Somoza. En uitgerekend dat bewind, de meest corrupte regering van de afgelopen jaren, kan rekenen op de steun van het FSLN. Onlangs gooiden de partij van Alemán (PLC-Partido Liberal Constitucionalista)en het FSLN het op een akkoord. Ze sloten een pact om een aantal wijzigingen in de grondwet aan te brengen. De hervormingen aan het kiesstelsel, bijvoorbeeld, zijn enkel in het voordeel van de twee betrokken partijen. Zo krijgt Alemán gegarandeerd een zitje in het parlement na zijn regeerperiode (een nieuwe Pinochet in de maak?). De tweede kiesronde wordt uitgeschakeld, om te verhinderen dat er allianties gesmeed worden. Kortom Nicaragua stevent op een heus tweepartijensysteem af, op een maatschappij die uitsluit. En nu Alemán denkt dat er geen oppositie meer is- hij heeft immers het FSLN ingepakt- fulmineert hij tegen de kritische pers, de nationale en internationale NGO???s en de buitenlandse coöperanten.

HET VERRAAD


Wat bezielt het FSLN om een dergelijk pact af te sluiten met de vroegere vijand? Wat is er geworden van de oude idealen? In een interview verklaart Humberto Ortega dat "het normaal is dat tijdens een voetbalmatch niet iedereen op de eretribune kan zitten". Met andere woorden, de vroegere guerrillaleider en stafchef van het sandinistische leger vindt het normaal dat niet iedereen dezelfde kansen krijgt. Daniel Ortega en Tomás Borge, respectievelijk secretaris-generaal en adjunct van het FSLN verklaren dat het pact een middel is om de macht te heroveren. Want zo stellen ze, iedereen die tegen Alemán is zal voor hen stemmen. Maar terwijl 78% van de Nicaraguaanse bevolking in extreme armoede leeft keurt het FSLN in het parlement de inkrimping van het budget voor gezondheidszorg en onderwijs goed.


Het FSLN is de radicale optie voor de armen duidelijk vergeten. Die bestaat enkel nog in de holle discours van de verkiezingspropaganda en de internationale fora. In zijn recente boek "Adiós muchachos", wijt Sergio Ramírez het debacle van het FSLN vooral aan het feit dat de fundamentele ethiek verloren is gegaan. Het FSLN is een electorale partij geworden zonder enige inhoud. Andere dissidente stemmen binnen het FSLN menen dat het Frente zich nu tevreden stelt met een kleine portie van de macht en zelfs dat kleine beetje macht niet in verwezenlijken weet om te zetten. De linkse vleugel binnen het FSLN, gegroepeerd rond de figuur van Monica Baltodona steekt de kritiek op het pact niet onder stoelen of banken. Zij stellen dat het net de taak is van het FSLN de mensen te organiseren tegen het neoliberalisme.

HOOP VOOR DE TOEKOMST ?



De Sandinistische revolutie, een uniek project in de jaren 80, heeft veel meer dan bloedsporen nagelaten. De basismilitanten zijn gevormd volgens de principes van de revolutionaire moraal, ze hebben geleerd zich te organiseren en op te komen voor hun rechten en voor hun medemensen. Dat bleek nog maar eens duidelijk in november 1998 toen de orkaan Mitch door Centraal-Amerika raasde. In El Salvador en Nicaragua waren het de burgemeesters van het FMLN en het FSLN die de opvang van de getroffenen organiseerden. De vroegere "combatientes" zetten hun beste beentje voor en zorgden ervoor dat de internatonale hulp (althans die van de NGO???s) op de juiste plaats terechtkwam. Vrouwen die tewerkgesteld zijn in de talrijke vrijhandelszones in Centraal-Amerika organiseren zich en gebruiken daarbij de klandestiene methodes van vroeger.


Intellectuelen, studenten, boeren, buschauffeurs en allerlei organisaties leggen regelmatig het land lam om hun eisen kracht bij te zetten. In de marge van het FSLN ontstond een ruime beweging, de Unidad Sandinista Carlos Fonseca Amador, die het Sandinisme terug naar haar wortels wil brengen. Een andere beweging de Movimiento Comunal, bestaat vooral uit basismilitanten van het FSLN die zich buiten de partijstructuur bevinden. De beweging organiseert manifestaties, richt haar pijlen op de corruptie binnen de regering en het pact FSLN-PLC en roept op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De vraag is nu, wie al dat ongenoegen en die strijdbaarheid zal kanaliseren. Heronriënteert het FSLN zich niet dan zullen andere krachten, zoals de zogenaamde "derde weg" (voornamelijk gematigd rechtse partijen) er de vruchten van plukken. Het ziet er naar uit dat het pact FSLN-PLC dat proces nog zal versnellen en dat vele sandinisten tégen het pact dus tégen het FSLN zullen stemmen.

Volgt Deel twee: El Salvador/Guatemala.



 

About