Catalanen zetten licht op groen voor meer regionale autonomie

De aanhoudende politieke kibbelpartij die Catalanen en Spanjaarden de voorbije maanden dienden te verdragen heeft eindelijk geleid tot tastbare resultaten: Catalonië heeft een nieuw Estatut en premier Zapatero is de weldoener van dienst. Of was het nu boosdoener?

Kiezen tussen JA, NEE of NEE

In het referendum, dat 18 juni jl. werd voorgelegd aan de 5,3 miljoen stemgerechtigde burgers in Catalonië, koos bijna 74% van de kiezers voor de herziening en de uitbreiding van het autonomiestatuut. De “nee-stem” bekoorde slechts 21% van de stembusgangers, heel wat minder dan verwacht. Opmerkelijk is ook de schaarse verkiezingsopkomst: de helft van de Catalanen vond de volksraadpleging geenszins de moeite waard om het lokale stembureau op te zoeken. Dat een groot deel van de bevolking nauwelijks begrijpt waarover het Nou Estatut juist handelt, zit daar ongetwijfeld voor iets tussen. Bovendien is door het oorverdovende gescheld en getier van de dienstdoende politici een soort van politieke doofheid merkbaar bij de bevolking.

Het nieuwe statuut, dat vier keer meer artikels telt dan het vorige statuut van 1979, regelt in vergaande mate de lokale bevoegdheden inzake belastingen, justitie, infrastructuur en immigratie. Het is uiteraard in de eerste plaats een geldkwestie: het regelen van de geldstromen binnen de vier Catalaanse provincies en over de grenzen van Catalunya heen. Daarnaast bevat het een aantal thema’s, zoals de Catalaanse taal en het concept “natie”, met een geringe juridische weerslag maar van grote symbolische waarde.

De inhoud van het Estatut mag dan weinig bekend zijn, en de interpretatie ervan sterk afhankelijk van de politieke kleur van de verkondiger, de argumenten voor de “ja-stem” waren overduidelijk: het drukt de wens uit om de Catalaanse autonomie op te vijzelen en om de bemoeizucht van de centrale overheid in Madrid terug te dringen. De “nee-stem” verenigde merkwaardig genoeg de tegenstanders van het nieuwe verdrag die zich aan beide uitersten van het politieke scala situeren: aan de rechterzijde bevindt zich de grootste landelijke oppositiepartij Partido Popular (PP), die een centralistische koers wil blijven varen onder de vlag van het España Grande. De partij, die officieel onder leiding staat van Mariano Rajoy en officieus onder die van schaduwmeesters als ex-premier Aznar en huidig directeur van het IMF Rodrigo Rato, zette een furieus tegenoffensief in en zamelde naar eigen zeggen meer dan 4 miljoen handtekeningen in tegen het Estatut.

Ook de politieke tegenpool van de PP, de radicale Catalaans-nationalistische Esquerra Republicana (ERC), riep op om tegen het statuut te stemmen, al heeft die beslissing hen de nodige moeite gekost. De republikeinse partij staat immers aan de wieg van het initiatief, toen leider Josep Lluís Carod-Rovira zo’n acht jaar geleden samen met de toenmalige president van de lokale regering ( Generalitat) Pasqual Maragall besloot om de vernieuwingsoperatie van het bestaande statuut van 1979 (het zogenaamde statuut van Sau) in gang te zetten. De ERC, die samen met de socialistische partij (PSC) van Maragall en de groen linkse coalitie ICV-EA deel uitmaakt van de tripartito die Catalonië regeert, werkte ook actief mee aan het opstellen van de eindtekst van het statuut zoals die op 30 september 2005 werd goedgekeurd door het Catalaanse parlement. Het document werd echter aan een stevige snoeibeurt onderworpen opdat het door de Cortes, het nationale parlement te Madrid, geloodst zou kunnen worden, en dat was er voor Carod en compagnie teveel aan: de “ja-stem” waartoe werd opgeroepen werd al vlug ingewisseld voor een “kritische ja-stem”, vervolgens voor stemonthouding, de ongeldige stem en tot slot de “nee-stem”.

Tandem Maragall-Rovira ingehaald door Zapatero-Mas

Het uiteindelijke verdrag, aldus de ERC, zou slechts een flauw afkooksel zijn van de oorspronkelijke tekst en zou de Catalanen geen stap dichter bij het zelfbeschikkingsrecht brengen. Het duo Carod-Maragall zou tevens door Zapatero buitenspel zijn gezet bij de finale onderhandelingen, toen de grootste regionale oppositiepartij CIU en diens leider Artur Mas stevig dwars ging liggen.

Zapatero kon maar net een hevigere politieke crisis vermijden, al zijn zelfs binnen zijn eigen partij (PSOE) nog lang niet alle brandjes geblust. Maragall is duidelijk misnoegd dat niet hij, maar wel zijn geestesgenoot Zapatero gelauwerd wordt en heeft al te kennen gegeven zich niet meer kandidaat te stellen bij de komende (vervroegde) verkiezingen in het najaar.

Voor de Spaanse premier is de uitslag van het referendum een flinke opsteker. Samen met het oplossen van het Baskische vraagstuk is de Catalaanse kwestie voor hem een sleuteldossier dat de algemene verkiezingen van 2008 in niet geringe mate zal beïnvloeden.

Met de goedkeuring van het nieuwe Catalaanse autonomieverdrag komt er een eind aan een jarenlang politiek steekspel voor en achter de schermen, en tegelijk wordt een nieuwe etappe in de modernisering van het Spaanse staatsbestel ingeluid. Naar het Catalaanse voorbeeld zullen ook andere deelstaten op sleeptouw genomen worden (Galicië heeft zonet ook een ontwerp voor een nieuw statuut ruchtbaar gemaakt), wat samen met het verhoopte einde van het ETA-geweld door velen gezien wordt als een definitieve stap naar de volwassenheid van de nog prille Spaanse democratie.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :