Bush speelt nog met idee van oorlog tegen Iran en Syrië

De Amerikaanse regering geeft contradictorische signalen wat betreft de uitbreiding van de oorlog in Irak naar Syrië en Iran. Vanaf mei zag het er naar uit dat de voorkeur gegeven werd aan dialoog met die twee landen, maar de voorbije weken is de oorlogsoptie weer sterk naar voor gekomen. Dit keer, nu Groot-Brittannië afhaakt na het vertrek van Tony “Poedel” Blair, met sterke steun van Frankrijk, dat zich in 2003 nog verzette tegen de invasie van Irak.

De verdrijving van Saddam Hoessein moest het begin worden van een “groot Midden-Oosten”, met democratie en welvaart voor iedereen – in de praktijk lees: met pro-westerse dictatoriale regimes genre zoals in Egypte, Jordanië en op vrijwel het hele Arabische schiereiland. De Amerikaanse politiek boekte één succes: kolonel Kadhafi van Libië capituleerde uit vrees voor een Amerikaanse invasie volgend op de val van Saddam Hoessein. Het regime in Libië is inmiddels in wezen niets veranderd, maar nu is Kadhafi een “goede” dictator, waarbij de westerse leiders hun opwachting gaan maken in de hoop hun deel te krijgen van de oliedollars die Libië ziet binnenstromen dankzij de enorme stijging van de prijs van het zwarte goud.

Maar het “groot Midden-Oosten” kende één enorme tegenslag, namelijk in Irak, waar de plannen voor dat nieuwe Midden-Oosten een begin van uitvoering moesten kennen. De verwachting dat de Irakezen de Amerikanen met open armen zouden ontvangen bleek een fatale illusie. Dat was de redding van Syrië en Iran, die, in geval van succes in Irak, als volgende op de lijst stonden. Nieuwe fronten openen bij aanhoudend geweld en verliezen in Irak was geen direct haalbare kaart, hoezeer de neoconservatieven (neocons) rond vice-president Dick Cheney daar ook op aandrongen. Velen van hen hebben immers belangen in de wapenindustrie. Uitgesteld is echter niet verloren.

De uitbreiding van de oorlog had ook zijn tegenstanders in de regering, onder andere staatssecretaris Condoleezza Rice. Eerder dit jaar leek haar standpunt aan kracht te winnen. Ter gelegenheid van een top in het Egyptische Sjarm-al-Sjeik aan de Rode Zee op 3 en 4 mei, ontmoette ze daar haar Iraanse en Syrische collega’s, Manoucher Mottaki en Walid Mouallem. Met Mottaki bleef het bij enkele beleefdheidswoorden, maar met Mouallem had ze een half uur durend gesprek. Voor het eerst in meer dan 25 jaar kwam het tot een dialoog tussen de VS en Iran toen de ambassadeurs van beide landen in Bagdad op 28 mei een ontmoeting hadden. Op 24 juli was er een tweede gesprek in de Iraakse hoofdstad.

Sedertdien keerde het tij blijkbaar in het voordeel van de “neocons”, alhoewel velen van hen eieren voor hun geld kozen en de regering verlieten in het vooruitzicht van de verkiezingen van volgend jaar. Niet alleen werd de druk op Iran opgedreven door Amerikaanse dreigementen tegen firma’ die zaken deden met Iran, maar plots werd een enorm bewapeningsprogramma van Israël van de Amerikaanse satellietstaten in de regio bekendgemaakt. Wapens die nodig zouden zijn tegen de Iraanse dreiging.

Op 17 september meldde “The Sunday Telegraph” dat president Bush stappen aan het zetten was voor oorlog met Iran. Volgens gegevens van de krant, die ook door andere media werden geciteerd, zou het niet om een directe invasie gaan, maar zou het Pentagon een lijst van 2.000 in Iran te bombarderen doelwitten hebben opgesteld. En, meer nog, Condoleezza Rice, die naar een diplomatieke oplossing streefde, zou haar meningsverschil met vice-president Cheney hebben bijgelegd en nu ook voor militaire actie zijn.

Dit alhoewel generaal op rust John Abizaid, die vier jaar lang bevelhebber was van het Centrale Commando, dat zich met Irak e.a. landen in de regio bezig hield, verklaarde dat er te leven valt met een Iran dat over kernwapens zou beschikken. Abizaid gaat er van uit dat Iran geen zelfmoordnatie is en maar al te goed beseft dat de VS militair superieur zijn. Dus: een Iraanse nucleaire aanval is niet te verwachten.

Dat het de VS wel ernst is, blijkt uit een nog duistere episode in de eerste week van september toen Israëlische vliegtuigen een opdracht uitvoerden in de omgeving van de stad Deir ez-Zor in het uiterste oosten van Syrië. Het zou gaan om een spionageopdracht, een test van de Syrische luchtverdediging of een bombardement van een Syrische nucleaire installatie, waar materiaal uit Noord-Korea zou zijn gearriveerd. De VS zouden hun toestemming voor de actie hebben gegeven. En aangezien de vliegtuigen bij hun terugkeer naar Israël een 300-tal km over Turkije vlogen mag worden aangenomen dat ook – zoniet de regering – de Turkse militairen erbij betrokken waren.

In deze sfeer van oorlog dreigt de voor half november in Washington voorziene internationale conferentie over het Midden-Oosten een slag in het water te worden. Toen president Bush dat initiatief lanceerde in juli, zowat twee maanden vooraleer generaal Petraeus zijn rapport over de situatie in Irak zou presenteren, ging het om een poging de Arabische wereld gunstig te stemmen. In ruil voor een poging de Palestijnse kwestie op te lossen, hoopte Bush de steun van de Arabieren te krijgen voor het Amerikaanse optreden in Irak. Iets gelijkaardigs gebeurde toen de VS en haar bondgenoten, onder wie vele Arabische, in 1991 Koeweit bevrijdden van de Iraakse bezetting. Als doekje voor het Arabische bloeden werd toen eind oktober in Madrid een “conferentie over het Midden-Oosten” bijeengeroepen, die inmiddels een grote oplichterij is gebleken.

Zoals in 1991 heeft Israël geen boodschap aan een vredesconferentie. Toenmalig premier Shamir verklaarde achteraf dat hij slechts onder grote Amerikaanse druk naar de Spaanse hoofdstad was gegaan en zonodig ten eeuwigen dage was blijven onderhandelen. Vrede is geen Israëlische prioriteit, gebiedsuitbreiding (met hulp van de VS en de Europese Unie) wel. Hetzelfde geldt voor de huidige premier Ehud Olmert. Hij wil in het vooruitzicht van de conferentie slechts een vrijblijvende principeverklaring, in tegenstelling tot de Palestijnen die een gedetailleerd plan, met bijhorend tijdschema willen, om tot een onafhankelijke Palestijnse staat te komen.

Anderhalve maand voor het begin van de conferentie is er nog altijd niets geregeld. Zelfs niet wie zal worden uitgenodigd of wie zal komen. Zo wou Washington aanvankelijk niet weten van een Syrische aanwezigheid. Nu zijn de Syriërs ineens wel welkom. Daarentegen is er hard gelobbyd om de Saoedi’s naar de Amerikaanse hoofdstad te krijgen. Die houden echter de boot af. Al vijf jaar geleden heeft Saoedi-Arabië een vredesplan gelanceerd, dat de steun kreeg van de Arabische Liga: vrede met Israël en normale relaties van alle Arabische landen met de joodse staat in ruil voor volledige ontruiming van de in 1967 door Israël bezette gebieden, Oost-Jeruzalem inbegrepen, en de vestiging van een Palestijnse staat in die gebieden. In de Israëlische expansielogica is er nooit ernstig ingegaan op dat voorstel. Vandaar dat de Saoedi’s nu niet bereid zijn naar een conferentie te gaan, waarop geen enkele vooruitgang zal worden geboekt. Zelfs de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas begrijpt dat de conferentie in de huidige omstandigheden niets ernstigs zal opleveren. Hoogstens zal er worden gepraat over de “heropbouw” in de bezette gebieden van wat Israël de voorbije paar jaren met westerse steun heeft vernietigd. Erger nog, een fervent aanhanger van Israël zoals Tony “Poedel” Blair zou de Palestijnen daar in moeten bijstaan!

Ook voor Washington is de conferentie geen prioriteit meer nu het zichzelf aan het wijsmaken is dat het geweld in Irak is afgenomen – iets wat vroeger ook nog wel eens is gebeurd, om dan in volle hevigheid weer uit te barsten – en er dus ruimte komt voor nieuwe agressieve acties. Iets waarvoor de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner enthousiast zijn steun heeft gegeven. Hij was de eerste bewindsman die openlijk sprak van “oorlog” tegen Iran om te voorkomen dat dit land atoomwapens zou verwerven. Met de Israëlische kernbommen daarentegen heeft hij geen enkele moeite. Hij gaat die bommen liever zoeken waar ze misschien, zoals in Irak, niet liggen dan ze weg te halen waar hij weet dat ze te vinden zijn.

De vraag is echter of Bush voldoende steun op het Kapitool zal vinden voor zijn oorlogsplannen. De Democraten hebben hem totnogtoe alles samen maar weinig in de weg gelegd inzake zijn Irak-beleid. Maar Iran of Syrië aanvallen nu de VS al volop de handen vol hebben in Irak en Afghanistan is nog iets anders, ook financieel. Nu worden er bij de militairen al klachten gehoord dat nieuwe fronten openen nauwelijks haalbaar is. Sommige “neocons” hopen dan ook dat Israël het voortouw zal nemen. Ze sporen het ertoe aan, met de belofte dat, eens het zover is, de VS wel zullen volgen. En dat kan Israël goed uitkomen: enkele bombardementen hier en daar zijn voldoende omdat de conferentie in Washington te doen ontsporen.

Ook de Amerikaanse presidentsverkiezingen binnen dertien maanden spelen een belangrijke rol in de overwegingen van Bush en zijn entourage. Als het faliekant afloopt dreigt de Republikeinse partij voor lange tijd van de kaart te worden geveegd. Een snel succes daarentegen – zie de invasie van Bush in Irak – zou de Republikeinen opnieuw voor vier jaar het presidentschap kunnen bezorgen. Maar het is een dubbeltje op zijn kant. Zal Bush toeslaan voor zijn vertrek of de beslissing overlaten aan zijn opvolger?

(Uitpers, nr 90, 9de jg., oktober 2007)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 74 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook