Burgers als “legitiem doelwit”

“Parties to a conflict shall at all times distinguish between the civilian population and combatants in order to spare civilian population and property. Neither the civilian population as such nor civilian persons shall be the object of attack. Attacks shall be directed solely against military objectives”

Grondregel van het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht

Hoewel er in vrijwel alle hedendaagse internationale conflicten sprake is van geplande of  bewust genomen risico’s met de veiligheid van de burgerbevolking, is er in de recentelijk gevoerde ”julioorlog”, zowel van de kant van het Israëlische leger als Hezbollah niet alleen sprake geweest van een bewust gemaakte  militaire keus tot het aanvallen van burgerdoelen, 
eveneens is deze tactiek, die als vuile oorlog kan worden gekarakteriseerd,  door beide partijen openlijk verdedigd en gepropageerd

A Israëlische aanvallen op Libanon:

1 Aanleiding

De door gangbare media als ”julioorlog” aangeduide Israëlische aanvallen op Libanon namen een aanvang op 12-7 en hadden als directe aanleiding de gevangenname dd 12-7 van twee Israëlische soldaten, nav een door Hezbollah uitgevoerde militaire operatie op Israëlisch grondgebied. In tegenstelling tot het door de gangbare Westerse nieuwsmedia en politici
gesuggereerde was er geen sprake van een ontvoering, aangezien de betreffende militairen gevangengenomen waren bij een  militaire operatie van een van de conflictpartijen, hetgeen volgens het oorlogsrecht gelegitimeerd is.

Hetgeen echter niet gelegitimeerd was, was de door Hezbollah gestelde eis tot een gevangenenruil met Hezbollah-strijders, hetgeen impliceert gijzeling van de betreffende Israëlische soldaten en als zodanig een ernstige schending van het Internationaal Recht

2 Schending Libanese soevereinteitsrecht

Echter, nog los van deze kennelijke aanleiding, is het evident, dat de op Libanon uitgevoerde aanvallen een schending zijn van het Libanese soevereiniteitsrecht, zoals vastgelegd in het VN-Handvest, aangezien het hier een conflict betreft tussen Israël als Staat en een niet-statelijke partij, Hezbollah en niet met Libanon als Staat.

3 Legitieme redenen voor een militaire aanval op een ander land

Een van de legitieme redenen voor een aanval op een ander land, waarbij het soevereiniteitsrecht terzijde kan worden verschoven is zowel het recht op zelfverdediging als het Mandaat van een VN-Veiligheidsresolutie, dat een dergelijke aanval legitimeert. Aangezien er geen sprake was van een dergelijk Mandaat, bedienden de Israëlische autoriteiten, hierin gesteund door de VS, zich van het zelfverdedigingsargument.
Dit gaat echter alleen op, wanneer er ook daadwerkelijk sprake is van een militaire aanval door een andere Staat, in casu Libanon. Aangezien hiervan geen sprake was, kan een en ander niet door Israël als legitimiteit voor deze aanval worden aangevoerd

Het is dan ook zeer te betreuren, dat de VN-Veiligheidsraad, met name door de tegenstand van  de VS, niet tot een gezamenlijk besluit tot veroordeling van de Israëlische aanvallen heeft kunnen komen, hetgeen haar geloofwaardigheid als VN-orgaan, dat zich dient te baseren op de bepalingen van het VN-Handvest, in ernstige mate heeft ondergraven.

4 Karakter Israëlische aanvallen

Van meet af aan is kenmerkend geweest voor de Israëlische aanvallen, dat er sprake was van willekeurige bombardementen op Libanese burgerdoelen zoals woonwijken in Beiroet en met name dorpen in Zuid-Libanon ervan uitgaande, dat zich eveneens Hezbollah strijders in deze burgergebieden bevonden. Volgens een recente rapportage van Amnesty International is er zelfs in een aantal gevallen sprake geweest van doelbewuste bombardementen in gebieden,
waar geen sprake was van de aanwezigheid van Hezbollah.
Ten gevolge van deze aanvallen zijn meer dan 1287 Libanese burgers om het leven gekomen
Meer dan 1 miljoen mensen zijn gevlucht van huis en haard. Eveneens hebben deze aanvallen geresulteerd in de vernietiging van grote delen van de Libanese civiele infrastructuur zoals bruggen en elektriciteits- en watervoorzieningen. Met name de vernietiging van elektriciteits en watervoorzieningen is internationaalrechtelijk verboden, aangezien een en ander een ernstige aantasting is van de humanitaire behoeften van de burgerbevolking.

5 Oorlogsmisdaden

Volgens de reeds in de inleiding genoemde vuistregel van het Humanitaire Oorlogsrecht, als vastgelegd in de Geneefse Conventies dd 1949, dient bij iedere militaire aanval, een strikt onderscheid gemaakt te worden tussen combattanten [militairen en strijders] en non-combattanten [burgers]. Het bewust militair aanvallen van burgers en burgerdoelen, wanneer er slechts sprake is van de aanwezigheid van burgers, is onder alle omstandigheden als zijnde een oorlogsmisdaad streng verboden.

Wanneer er  sprake is van een in elkaar overlopende situatie, zoals de aanwezigheid van strijders in burgerdoelen zoals steden, dorpen en vluchtelingenkampen, dienen door de aanvallende partij alle voorzorgen genomen te worden om de burgerbevolking te beschermen.
Het is dus evident, dat ook in een dergelijk geval geen sprake kan zijn van luchtbombardementen, aangezien dan ieder mogelijk onderscheid tussen burgers en strijders wegvalt.
Hieruit vloeit dus voort, dat de door de Israëlische autoriteiten aangedragen verdediging voor de willekeurige bombardementen van Libanese burgerdoelen vanwege het gebruik van Hezbollah van de Libanese burgerbevolking als ”menselijk schild”, geen hout snijdt.
Niet alleen zijn er door zowel Amnesty International als Human Rights Watch geen concrete bewijzen aangetroffen voor deze handelwijze van Hezbollah, die eveneens verboden is volgens het Internationaal Recht, daarenboven ontslaat dit Israël niet van zijn verantwoordelijkheid, maximale maatregelen te treffen voor de veiligheid van de burgerbevolking.
Eveneens dienen de conflictpartijen zich in hun wapenkeuze af te zien van de zogenaamde antipersonele wapens, die door hun werking een groot aantal burgerslachtoffers kunnen veroorzaken. Conflictpartijen dienen zich dan ook te bedienen van wapens, die het risico
voor de burgerbevolking zoveel mogelijk beperken.
Op de Israëlische schending van deze internationaalrechtelijke verplichting tav het wapengebruik, door de inzet van de internationaal-verboden clusterbommen in Zuid-Libanon, kom ik nog terug.

6 Burgerbevolking als ”legitiem militair doel”

Verontrustend zijn eveneens geweest de door o.a. de Israëlische minister van Justitie gedane uitspraak, die werd ondersteund door sommige hoge legerofficieren, dat de aanwezige burgerbevolking in Zuid-Libanon, ten zuiden van de Litani-rivier, die geen gehoor gegeven had aan de Israëlische oproep, Zuid-Libanon te verlaten, beschouwd zou worden als ”legitiem
militair doel”.
Hoewel het tot een internationaalrechtelijke verplichting van een aanvallend leger behoort, de plaatselijke bevolking te waarschuwen voor het door een militaire aanval te lopen risico, impliceert dat genendele, dat diegenen, die vanwege welke omstandigheden dan ook, het gebied niet kunnen of willen verlaten, geen bescherming meer zouden genieten volgens de bepalingen van het Humanitair Oorlogsrecht. Israël blijft dus gehouden aan haar internationaal-rechtelijke verplichtingen tav de in Zuid-Libanon verblijvende burgerbevolking.
Eveneens hebben de Israëlische autoriteiten, ook na de afkondiging van de wapenstilstand met Hezbollah dd 14-8, na de totstandkoming van VN-Veiligheidsraadsresolutie 1701, naar Zuid-Libanon terugkerende vluchtelingen opgeroepen, dit niet te doen, aangezien ieder terugkerend
voertuig beneden de Litani-rvier als ”vijandelijk” object beschouwd zou worden. Uit bovenstaande mag duidelijk zijn, dat dit een ernstige schending is van het Internationaal Recht.
Een ernstig feit is eveneens, dat in een aantal gevallen vluchtende Libanese burgers, die reden in een voertuig met een witte vlag, eveneens door het Israëlische leger zijn gebombardeerd, alsmede zijn er 4 VN-medewerkers omgekomen door Israëlische luchtaanvallen, ondanks de aangegeven en herkenbare VN-post en de herhaaldelijk door Unifilsoldaten gedane verzoeken
aan de Israëlische legerautoriteiten, niet te schieten.

Ook dit heeft helaas niet geleid tot een VN-Veiligheidsraadsveroordeling

7 Het gebruik door het Israëlische leger van clusterbommen, met name in Zuid-Libanon

Tenslotte wil ik nog wijzen op het feit, dat Israël in ernstige mate schuldig is aan oorlogsmisdaden, vanwege het gebruik van de internationaal verboden clusterbommen in Zuid-Libanon. Clusterbommen zijn immers antipersonele wapens, niet alleen vanwege het
feit, dat zij na ontploffing in honderden  dodelijke projectielen of deeltjes daarvan, met grote snelheid de wijde omgeving worden ingeslingerd, met alle voor de aanwezige burgerbevolking van dien, eveneens zijn zij verboden volgens het Verdrag van Ottawa op Landmijnen. Niet ontploft kunnen zij namelijk ongevormd worden tot landmijnen, die
kunnen ontploffen, wanneer er door iemand op getrapt wordt. Ingevolge hiervan zijn, nog los van het aangerichte verlies aan de levens van burgers, reeds 12 mensen, na de ingang van de wapenstilstand, het slachtoffer geworden. 37 mensen zijn gewond geraakt tengevolge van deze ontploffingen.

Terecht is dan ook Israël door Human Rights Watch opgeroepen, mee te werken een overzicht te maken van de locaties van de aan te treffen clusterbommen in Zuid-Libanon. Momenteel zijn naar schatting enkele duizenden niet ontplofte clusterbommen in Libanon, met alle voor de bevolking aanwezige humanitaire risico’s van dien. Het is dan ook verheugend, dat recentelijk Belgie mijnopruimers naar Zuid-Libanon heeft gestuurd ter detectering en berging van deze levensgevaarlijke clusterbommen.

8 Blokkade Libanon

Zoals bekend heeft Israël vanaf haar aanvallen op Libanon een zee en luchtblokkade van Libanon ingesteld, die ondanks de overeengekomen wapenstilstand nog steeds wordt gecontinueerd. Volgens het Internationaal Recht is een dergelijke blokkade weliswaar
gelegitimeerd, maar onder voorwaarde, dat alle voor de burgerbevolking noodzakelijke levensmiddelen en medicijnen onvoorwaardelijk dienen te worden doorgelaten.
Het heeft zich helaas een aantal keren voorgedaan, met name in Zuid-Libanon, dat hulpkonvooien hetzij door het Israëlische leger werden gebombardeerd, hetzij werden geweigerd, met alle voor de burgerbevolking humanitaire gevolgen van dien. Een obstuctie van het verlenen van medische en voedselhulp aan de burgerbevolking wordt eveneens als een oorlogsmisdaad beschouwd.


B Hezbollah raketaanvallen op Israëlische steden

Het is echter even evident, dat ook Hezbollah zich met de raketaanvallen op Israëlische steden schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden. Bij deze raketaanvallen zijn tenminste 120 mensen om het leven gekomen. Eveneens vermelden de Israëlische autoriteiten een vluchtaantal van 330.000 mensen, maar ik heb hiervoor, in tegenstelling tot de gegevens rond de Libanese vluchtelingen, geen bevestigingen kunnen vinden. Volgens onafhankelijke bronnen is er sprake van een vluchtaantal van 10.000 mensen. Immers, uiteraard is eveneens Hezbollah, als conflictspartij, gehouden aan de naleving van het Humanitair Oorlogsrecht, vastgelegd in de Geneefse Conventies.

Motivatie Hezbollah:

Als verdediging voor deze raketaanvallen stelt Hezbollah, dat het de intentie was, Israëlische militaire installaties te treffen. De praktijk van het treffen van steden en met name woonhuizen en eveneens ziekenhuizen, waarbij met name de Joods-Israëlische en Arabisch-Israëlische burgerbevolking het slachtoffer is geworden, wijst uit, dat er op zijn zachtst gezegd, sprake is geweest van willekeurige militaire aanvallen op burgerdoelen, hetgeen oorlogsmisdaden zijn volgens het Internationaal Recht.
Een ander door Hezbollah aangevoerd, eveneens oneigenlijk argument is de verwijzing naar de door Israël gepleegde oorlogsmisdaden in Libanon. Echter, een van de belangrijkste bepalingen van het Internationaal Recht luidt, dat het verboden is, de mensenrechtenschendingen van de ene partij te beantwoorden door gelijkluidende mensenrechtenschendingen.
Op Hezbollah rust dus, evenals op het Israëlische leger, de verplichting, te allen tijde een onderscheid te maken tussen combattanten en non-combattanten en evenals in het Israëlische geval, in elkaar overlopende situaties [bijvoorbeeld een aanwezige Israëlische militaire installatie bij een stad of dorp] alle voorzorgsmaatregelen te nemen ter bescherming van de
burgerbevolking’. Een en ander sluit uiteraard willekeurige aanvallen op burgerdoelen uit

Evenmin kan door Hezbollah argumenten worden aangevoerd als de terecht door haar veroordeelde Israëlische bezetting van Shebaa Farms [de bron van het conflict tussen Israël en Hezbollah] en de reeds 39 jaar durende Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden en de Syrische Golan-Hoogte. Een ander te verwerpen argumentatie, die weleens wordt gehanteerd is eveneens de technologische geavanceerdheid en de sterkte van het Israëlische leger.

Overeind blijft staan, dat iedere burgerbevolking, aan welke zijde van het conflict ook, recht heeft op gelijke bescherming door de andere militaire conflictpartij ongeacht politieke overtuiging en voor welke partij geldende sympathieën ook. Slechts wanneer burgers direct deelnemen aan militaire handelingen, gelden zij als combattant.
Verder rust tenslotte nog op Hezbollah en uiteraard evenzeer op Israël, de absolute verplichting van een humane behandeling van krijgsgevangenen en het verbod, gijzelaars te maken.

Epiloog:

Het is evident, dat in deze julioorlog aan beide zijden niet alleen sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, maar dat eveneens schokkend is de openlijke door de wederzijdse conflictpartijen te berde gebrachte redeneringen, waarbij er alle mogelijke illegale voorwendsels zijn gezocht ter legitimatie van de schending van de
elementaire rechten van de burgerbevolking.
Humaniteit tav de burgerbevolking dient te allen tijde, door welke conflictspartij ook, te worden toegepast, alsmede een humane behandeling van krijgsgevangenen. Schendingen door de andere partij mogen niet als argument worden aangewend om de rechten van burgers te schenden.

Ik spreek dan ook de hoop uit, dat de aangekondigde 15.000 man sterke VN-Vredesmacht met name als insteek mag hebben het beschermen van de burgerbevolking, ongeacht de conflictpartij, met ingrijpingsbevoegdheid, wanneer haar rechten dreigen geschonden te worden door respectievelijk Israël als Hezbollah.

De ervaring uit het verleden met Rwanda, Srebrenica en eveneens Darfoer leert immers, wat de gevolgen zijn, wanneer een VN-Vredesmacht slechts het mandaat heeft tot het ”scheiden van de partijen” zonder ingrijpingsbevoegdheid.

Evenzeer is het van belang, dat deze vredesmacht wordt samengesteld uit landen, die neutraal staan in het conflict, hetgeen landen uit het Midden-Oosten, de VS, maar eveneens het mi veelal naar Israël toe impliciet partijdige Europa, uitsluit.

(Uitpers, nr. 78, 8ste jg., september 2006)


Bronnen:

A Tav Israëlische oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen:

Rapport Amnesty dd 23-8 tav bewuste Israëlische vernietiging infrastructuur
en bombardementen op burgerdoelen als oorlogstactiek

Zie
http://web.amnesty.org/library/index/engmde180072006

http://hrw.org/english/docs/2006/08/22/lebano14061.htm

Tav clusterbommen:

http://hrw.org/english/docs/2006/08/17/lebano14026.htm

http://hrw.org/english/docs/2006/08/16/lebano14011.htm

http://hrw.org/english/docs/2006/08/11/israb13972.htm

http://hrw.org/english/docs/2006/08/11/israb13974.htm

http://hrw.org/english/docs/2006/07/24/isrlpa13798.htm

http://www.vrtnieuws.be/nieuwsnet_master/versie2/nieuws/details/060826LibanonHI/index.shtml


Tav vrije doorgang voedsel en medicijnen bij blokkade:

http://hrw.org/english/docs/2006/07/20/lebano13779.htm

http://hrw.org/english/docs/2006/07/20/lebano13779.htm


Beschietingen van vluchtkonvooien met witte vlaggen

http://hrw.org/english/docs/2006/07/31/isrlpa13882.htm

B Oorlogsmisdaden Hezbollah:


http://hrw.org/english/docs/2006/07/18/lebano13760.htm

http://hrw.org/english/docs/2006/08/05/lebano13921.htm

http://hrw.org/campaigns/Israël_lebanon/pdfs/Israël_lebanon080406List.pdf

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 65 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook