Broederstrijd bij Moslim Broederschap

De Moslim Broederschap heeft beslist betere tijden gekend. De twee staten die de Broederschap goed genegen zijn, Turkije en Qatar, plaatsen de jongste tijd vaker hun eigen belangen boven die van de Broeders. En de harde repressie in Egypte heeft de Broederschap dubbel zwaar getroffen, want die repressie leidt tot grote interne ruzie. Leiders in Londen en Istanbul zijn druk in de weer om elkaar uit te sluiten.

Lente

De Broederschap werd in 1928 opgericht in Egypte als een organisatie die onder meer de Britse dominantie wou bestrijden door de moslims ook politiek te verenigen. Met haar sociale netwerken wortelde ze zich in de maatschappij, ook nadat in 1963 de republiek was uitgeroepen. Nasser vond echter dat de Moslim Broeders een modern progressief beleid in de weg stonden en pakte ze met harde hand aan. Zijn opvolgers – Sadat, Mobarak – toonden meer geduld, zij waren dan ook veel conservatiever.

De hoogdagen van de Broeders kwamen met de Arabische lente van 2011. Dat was zo in Tunesië waar de partij Ennahda na de val van Ben Ali bij verkiezingen de sterkste werd; in Marokko wonnen ze (zonder echte lente) de verkiezingen, in Syrië namen ze het voortouw in de opstand tegen president Assad. Bij de Palestijnen groeide de invloed van Hamas. En er was vooral Egypte.

Niet dat ze in Egypte erg actief deelnamen aan die lente, ze waren eerder achterdochtig. Maar ze waren wel degenen die er het meest bij wonnen: bij de presidentsverkiezingen van 2012 was hun kandidaat, Mohamed Morsi, winnaar. Een jaar later kwam er de staatsgreep van legerleider Abdul Fatah Al Sissi die de Moslim Broeders zeer hard aanpakte. Het Broederschap werd bestempeld als een terroristische organisatie, betogers werden afgeslacht, leden geëxecuteerd en massaal opgesloten. Morsi stierf in gevangenschap.

Overleven

De Broeders reageerden verdeeld. Een deel was voor harde weerstand tegen Sissi’s dictatuur, zelfs voor gewapende strijd. Anderen vonden dat de overleving van de broederschap voor alles gaat en er dus pragmatisch moest getracht worden via onder meer sociale netwerken te overleven. In augustus vorig jaar werd Mahmoud Ezzat, de leider van de Broederschap, opgepakt en in april dit jaar tot levenslang veroordeeld. Sindsdien is er een bittere strijd om het leiderschap.

Na de arrestatie van Ezzat werd de in Londen verblijvende Ibrahim Mounir waarnemend secretaris-generaal van de Broederschap. Zijn aanstelling wordt echter betwist door de in Istanbul verblijvende voorganger Mahmoud Hussein.

Mounir heeft hem en vijf anderen in oktober geschorst wegens corruptie. Daarop hebben Hussein en zijn medestanders Mounir geschorst. Mounir controleert de diplomatie, Hussein de website, de tv-zenders en de bankrekeningen. Hussein zegt de steun te hebben van de Shouria, de hoogste raad van de Broederschap. Die Shouria zou dan Mounir uit zijn functie hebben ontzet.

Het brengt een deel van de achterban alvast in verwarring. Want het gaat vooral om machtsposities, niet om de inhoud, beide heren worden beschouwd als erg conservatief.

Erdogan gastvrij

In Istanbul heeft Hussein de controle over de drie tv-zenders van de Broederschap. President Recep Erdogan heeft na de coup van Sissi in 2013 de betrekkingen met Cairo verbroken en de Egyptische Moslim Broeders, onder wie Hussein, gastvrijheid verleend, zoals hij ook Broeders uit de Golfregio eerder al had opgevangen.

Hij deed dat niet alleen in het kader van zijn islamiseringspolitiek, maar ook om hun invloed in de moslimwereld voor eigen baat te gebruiken. Partijen die aanleunen bij de Broeders, sturen aan op goede relaties met Turkije, zoals Ennahda in Tunesië. In Syrië steunde hij de Broeders tegen Assad om een bevriend regime te krijgen in Damascus – intussen bezet Turkije wel een deel van dat land.

Maar sinds vorig jaar zoekt Erdogan toenadering tot Egypte en tot het kamp van de Broederschap-vijanden in het algemeen. Die vijanden, dat is vooral de groep met Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Egypte. In 2017 gingen die landen in conflict met Qatar dat volgens hen de Moslim Broeders royaal steunt en zijn tv-zender Al Jazeera daartoe gebruikt. Ze eisten ook de terugtrekking van het Turkse garnizoen in Qatar. Qatar werd afgezonderd, vluchten van en naar mochten niet meer door het luchtruim van die landen.

Maar Qatar trok er zich niet veel van aan en overleefde zonder problemen. Begin 2020 kwam op de conferentie van de Golfstaten de verzoening, de blokkade werd opgeheven zonder dat Qatar veel had toegegeven. Al Jazeera is sindsdien wel milder geworden in de kritiek op de rivalen.

De tegenstellingen tussen de twee kampen zijn evenwel gebleven. In talrijke landen staan ze nog steeds lijnrecht tegenover elkaar, zoals in Libië waar Turkije en Qatar de regering in Tripoli steunen, terwijl het andere kamp de zijde kiest van generaal Haftar in het oosten.

Erdogans ontrouw

Het is vooral Erdogan, geplaagd door de economische en financiële crisis in eigen land, die aan verzoening werkt. Egypte, onder meer omdat dit land voor de ontginning van gasvelden in het oosten van de Middellandse Zee front vormt met Griekenland, Cyprus en Israël, wat tegen de Turkse belangen ingaat. Er is hoe dan ook het grote gewicht van Egypte in de Arabische wereld. Egypte zelf zoekt investeerders en bondgenoten om zijn invloed in Soedan te vrijwaren en tegen de dam op de Nijl in Ethiopië.

Sinds 2013 zijn er geen diplomatieke betrekkingen meer tussen Ankara en Cairo. Het was dan ook opvallend dat in mei dit jaar een officiële delegatie van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken naar Cairo trok. Egypte heeft een reeks eisen, waaronder de terugtrekking van de Turkse troepen uit Libië en uit het noorden van Syrië, en stopzetting van steun aan de Syrische Moslim Broeders die in Turkije verblijven.

Kort voor dat bezoek ondervonden de Moslim Broeders in Istanbul al wat er op komst was. Hun drie tv-zenders – El Sharq, Watan tv en Mekameleen – kregen bevel hun kritiek op Egypte te milderen of zelfs stop te zetten. De belangen van de Broeders moeten wijken voor de belangen van Ankara. Al Jazeera, altijd zeer positief over Erdogan, heeft daar geen melding van gemaakt. Ankara speelt met dat drukkingmiddel: toen er geen schot kwam in de gesprekken met Egypte, mochten de zenders van de Broeders in juni weer wat hardere taal tegen Sissi gebruiken.

Emiratengeld

Daarop is de toenadering gevolgd van Ankara met de Verenigde Arabische Emiraten. Vorige maand ging kroonprins Mohamed Ben Zayed van Abu Dhabi, de belangrijkste leider van de Emiraten, persoonlijk op bezoek bij Erdogan. En niet met lege handen, hij bracht een investeringsfonds van 9 miljard euro mee.

Die toenadering van Turkije tot ongeveer de felste tegenstander van het Moslim Broederschap, betekent alweer geen goed nieuws voor de Broeders. Niet alleen in Ankara, Qatar heeft ook al enkele Broeders die er onderdak hadden gekregen, het land uitgewezen om zo zijn goede bedoelingen te bewijzen. Dat komt bovenop andere tegenslagen: in Marokko werd de Broeder-partij bij recente verkiezingen verpletterd, in Tunesië is Ennahda buitenspel gezet, steeds meer Arabische regimes knopen weer relaties aan met aartsvijand Assad. En nu is er ook al twijfel aan Qatar.

Qatar zoekt inderdaad ook betere relaties met Egypte en de andere landen van die groep. In Cairo denken ze dan vooral aan de enorme fondsen van Qatar om te investeren. Qatar zorgde er eveneens voor dat zijn media, waaronder Al Jazeera, veel milder werden voor Sissi, waarop een sinds lang vastzittende journalist van Al Jazeera in Cairo werd vrijgelaten.

Het gaat totnogtoe om een verzoening in zeer lichte vorm. Turkije en Qatar blijven de Moslim Broederschap globaal steunen, binnen de perken van het eigen belang. In Egypte blijft de Broederschap gebrandmerkt als een terreurbeweging, de hoogste Saoedische mosliminstantie heeft ze eind vorig jaar ook als dusdanig veroordeeld. Al zijn de Saoedi’s wel pragmatisch: in Jemen werken ze zeer nauw samen met de partij Al Islah, de lokale Broederschap, tegen de Houti’s. Ook hier primeert het eigen belang.

Europa

De Moslim Broeders zien nog wel grote mogelijkheden in West-Europa. In Duitland zijn ze zich stevig aan het inplanten in het oosten, ze hebben de wind mee bij een deel van de miljoenen Turkse moslims. In het Verenigd Koninkrijk zijn ze al decennia heel sterk aanwezig, met een stevige centrale organisatie die uitgebreide en goede diplomatieke en politieke contacten heeft in Londen en West-Europa. Maar vooral in Frankrijk hebben ze voet aan de grond. Met overal Qatar als grote financier.

Qatar moet wel meer en meer rekening houden met de gevoeligheden tegenover de Moslim Broeders in West-Europa. De Franse president Emmanuel Macron bracht vorige week een bezoek aan Doha. Met hem kwam Laurent Nunez, coördinator van de terreurbestrijding, die zei Qatar een lijst te hebben overhandigd van een 15-tal instellingen (moskeeën, verenigingen, scholen), met het verzoek die niet langer te financieren. Qatar reageerde boos en zei dat er helemaal geen lijst was overgemaakt.

Parijs is hoe dan ook niet opgezet met het vele geld dat Qatar er besteedt in moslimbuurten. Dat is steun aan “culturele organisaties”, steun aan KMO’s”, aan jeugdbewegingen sportclubs (buiten PSG), enz. Zoals in België maken ze gebruik van ‘liefdadigheidsfondsen’. Het geld gaat naar milieus waar de Broederschap sterk is ingeplant en waar ze met dat geld een beleid voert van wat de Franse overheid bestempelt als “separatisme”. Het tegenwerken van integratie, een beleid van een gescheiden “zij” en “wij” (de ware gelovigen).

Separatisme

Frankrijk heeft een wet tegen dat “separatisme” dat het onder meer wil bestrijden via het onderwijs en ook door gerichte investeringen om het leven in deze buurten te verbeteren. Men hoopt zo de invloed van vooral de Moslim Broeders terug te dringen. Die Broeders hebben wel ruimere invloed gewonnen door hun campagnes tegen “islamofobie”: elke kritiek op de islam wordt afgedaan als discriminatie van moslims in het algemeen en gelijkgesteld met een vorm van racisme. Een deel van links stapt daarin mee, blind voor het feit dat het hier nochtans ook om uiterst-rechts gaat.
.
Waarom zoveel aandacht voor Frankrijk? Omdat er een grote moslimbevolking is. Omdat Frankrijk met zijn laïcité, sterke scheiding van staat en religie, een gedroomd doelwit is, zeker na verbodsbepalingen op de sluier. En omdat er gemakkelijk politieke vrienden worden gevonden.

Niet alleen bij een deel van links. Qatar heeft er enkele machtige politieke vrienden. Onder hen ex-president Nicolas Sarkozy van wie sterk wordt vermoed dat hij een handje toestak om de Wereldbeker voetbal 2022 aan Qatar toe te wijzen. En als goedbetaald consulent van Qatar zou hij de invloed van de Qatari op de moslims in Frankrijk niet gaan tegenwerken. Het is daarnaast ook makkelijk geweest invloed te kopen in de sportwereld en de media. Ze verwennen ook graag enkele journalisten, onder meer in België. (Zie:
https://www.uitpers.be/qatarese-vrienden-van-de-standaard-journalist-kleuren-zijn-werk/)

Zie ook:

Zie ook:

Franse heksenjacht tegen heksenjacht

Zie ook:

 

Islamofobie, een Broederlijke meestervondst

 

 

 

 

 

 

Deel dit artikel

Visited 563 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook