Braziliaanse gezinsboeren versus agroindustrie

Terwijl ik dit artikel probeer te schrijven, galmt vanuit een Gaúcho-radio (Zuid-Brazilië) volgende reclame de huiskamers binnen: “Zoek je grond in Bahia of Mato Grosso (meer naar het Noorden en het Noord-Oosten van het land)? Wíj kunnen bemiddelen voor goede gronden en zorgen dat u alle machines kan aankopen om te starten met soja- of katoenproductie.”

Zo’n propaganda zet meteen de gepolariseerde situatie van twee totaal verschillende landbouwmodellen in de verf: de grootschalige, vooral op exportgerichte, landbouw tegenover 4 miljoen gezinnen van de Agricultura Familiar.

Bovendien doet het me denken aan bemiddelaars die in jaren ’60 heel wat Vlamingen afliepen met de boodschap: “Je kan spotgoedkoop grond kopen in Brazilië. Wij kunnen bemiddelen.” Sindsdien zijn er tal van Vlaamse beleggers die anno 2007 nog altijd 6000 tot soms 12.000 hectare grond in Brazilië bezitten. Meestal zijn ze al jaren verwikkeld in heel wat juridische twisten.

In hetzelfde Bahia van de radiospot leven er 650.000 familiale boeren met gemiddeld 2 hectare, terwijl er evengoed bedrijven zijn van 600.000 hectare. In Mato Grosso heerst de grootste sojaboer ter wereld: gouverneur Blairo Maggi. Hij is goed voor zo’n 150.000 hectare soja in monocultuur. Zijn areaal deint nog jaarlijks verder uit. In het Zuid-Westen van Paraná neem ik deel aan het Fetraf-congres. De gemiddelde sojaboer uit de gezinslandbouw beschikt er over 12 hectare; in rotatiesysteem. Het gaat hier dus om een heel complex land met zeer verschillende economische gegevenheden naast elkaar. Als de Europese boer zich door de Braziliaanse bedreigd voelt, dan is het vast niet door de gezinsboer. Tenzij, tenzij die boer(in) zelf gevangen zit in het integratiesysteem voor kippen en varkens. Maar daarover meer in wat volgt.

Materiaal over familiale landbouw en soja op vormingsdag van Wervel.

Fetraf-Sul/CUT

Fetraf-Sul is de Federatie van gezinsboeren in Zuid-Brazilië (Paraná, Santa Catarina, Rio Grande do Sul). De federatie werd gesticht in 2001, als een onderdeel van de bredere vakbond CUT (Central Única dos Trabalhadores).Vanuit deze dynamiek werd in november 2005 Fetraf-Brasil opgericht met momenteel Fetrafs in 14 deelstaten van Brazilië.

Fetraf-Sul houdt om de drie jaar een congres dat intens in ‘mutirões’ wordt voorbereid en dat uitloopt in de verkiezing van een nieuw bestuur. ‘Mutirão’ is een traditionele activiteit waarbij veel mensen samenwerken om iets te bereiken. Bij Fetraf-Sul is het een jaarlijks proces. Alle families in de gemeenschappen worden bezocht en men gaat met hen in gesprek rond een welbepaald thema. Dit jaar waren de politieke thema’s van het komende congres aan de orde. De voorstellen die elk gezin (al dan niet lid van de lokale vakbond) naar voor bracht, werden verzameld en later besproken op een gemeentelijke bijeenkomst. Vanuit de vele consultaties blijft de uiteindelijke ontwerptekst voor het congres bij de mensen. Het is een instrument voor verdere vorming en discussie.

Het model Fetraf staat dan ook voor een nieuw syndicalisme, waarbij de boeren het heft in eigen handen nemen. Ze openen samen het venster op een andere toekomst. Dat ‘nieuwe’ blijkt uit zo’n congres en in de voorbereiding ervan. Democratie is er gelukkig geen loos woord. Dat in duidelijke tegenstelling tot de officiële vakbonden, die corporatistisch in het lijntje van de overheid lopen. Dat was vooral voor de Militaire Dictatuur (1964-1985) bijzonder interessant.

Graag mijn impressie vanuit het tweede congres sinds het korte bestaan van Fetraf-Sul/CUT. Francisco Beltrão, Paraná, 28-30 maart 2007.

Vrouwen, jongeren en internationale delegatie

Wat opvalt, is de sterke aanwezigheid van jongeren en vrouwen. Fetraf steekt dan ook veel energie in vorming: Terra Solidária (vorming van boeren en boerinnen die hun secundair onderwijs niet konden volbrengen en nu op latere leeftijd willen bij studeren; let op de prachtige benaming: Terra=aarde, solidária=solidair); Projeto Mulher (gelijkaardig vormingsprogramma, specifiek voor vrouwen); Consórcio da juventude (vorming voor jongeren met het uitdrukkelijke engagement om werkgelegenheid en werk te scheppen). Het congres telt maar liefst 3000 afgevaardigden, plaatselijke ‘boerenleiders’. Ze vertegenwoordigen 100.000 boeren uit de drie staten.

Een internationale delegatie van 21 deelnemers onderstreept dat Fetraf niet alleen nationaal, maar ook internationaal gedragen worden. Vertegenwoordigers uit Nicaragua, Argentinië, Bolivia, Uruguay, Senegal, Frankrijk, Duitsland, Nederland en België zijn een levende uitdrukking dat gezinslandbouw wereldwijd in hetzelfde onveilige schuitje zit. Én dat de boerenlandbouw uit de verschillende continenten elkaar nodig heeft. België werd vertegenwoordigd door René Ladouce, voorzitter van de Waalse Boerenbond FWA (Fédération Wallonne de l’ Agriculture’) en zijn vrouw Aline Wanzoul, Marek Posnanski van CSA (Collectif Stratégies Alimentaires), Johan De Clercq van Max Havelaar en ondergetekende voor Wervel.

Opvallende voorstellen in de strategie voor Fetraf zijn: de verdere uitbouw van het systeem Fetraf (een nieuw democratisch syndicalisme zowel op plaatselijk, regionaal als nationaal vlak); diversificatie; agroecologie; uitbouw van socio-economische alternatieven; verdere versterking van de participatie van jongeren en vrouwen; verdere uitbouw van vorming en van internationale samenwerking; het belang van mística (spiritualiteit), zowel in het eigen leven als in het samen opkomen voor een andere landbouwrealiteit.

Als inzet voor de debatten van de tweede dag wordt ’s morgens de nieuwe film van Dirk Barrez voorgesteld. ‘Koe nr. 80 heeft een probleem. Familiale landbouw en de agroindustrie.’ Dit filmproduct spruit voort uit een uniek internationaal samenwerkingsverband tussen Europese NGO’s. Voor België zijn dat: Vredeseilanden, Wervel, Oxfam-Solidariteit en CSA. Voor Frankrijk: RAD; voor Groot-Brittannië: ACORD; op Europees vlak: CPE (Confédération Paysanne Européenne). Het sterke van de film is dat niet alleen het internationale probleem wordt aangekaart, maar dat door alles heen de solidariteit tussen boeren uit Brazilië, Europa en Afrika duidelijk blijkt.

Er worden nu 200 DVD’s in Brazilië verspreid voor plaatselijke vormingsprocessen. De film wordt verder in Europa verspreid in diverse talen: Engels, Nederlands, Frans, Spaans, Portugees. In heel wat regio’s van Brazilië spoort de DVD samen met het vertaalde Wervelboek ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan.’ (Navios que se cruzam na calada da noite. Soja sobre o oceano). [Voor dit boek: zie kader onderaan dit artikel]

Heel wat stands op congres. hier belang behoud eigen zaden ‘sementes
criolas’.

Melk

Terwijl de stemgerechtigde boerenleiders ’s namiddags de resoluties bediscussiëren, bezoekt de internationale delegatie diverse bedrijven i.v.m. enkele typische producties voor Paraná: melk, soja, kippen, agroforestry. Tussendoor wordt ook het sterk opkomende fenomeen van de energiegewassen doorgesproken, met vooral de kansen en gevaren voor de Braziliaanse boeren.

We bezoeken een biologisch bedrijf met melkverwerking. Oorspronkelijk was het een samenwerkingsverband van vijf gezinnen. Drie gingen uiteindelijk verder in de agroecologie. De twee andere gezinnen kozen voor de vertrouwde weg van voorheen. De Braziliaanse melkproductie is dan ook op een belangrijk kruispunt gekomen. Tot 15 jaar geleden werd er 14 miljard liter melk geproduceerd. Tot voor kort moesten er veel zuivelproducten ingevoerd worden, wat dan ook duchtig gebeurde, o.a. vanuit de Europese Unie. Momenteel wordt er 25 miljard liter geproduceerd, waarvan 6 miljard liter in Zuid-Brazilië. Sinds 2004 is er zowel export (ongeveer 2 %, maar groeiend), als import. Het is alvast voor Fetraf niet de bedoeling om per sé met deze melk de wereldmarkt op te gaan, maar de nationale tendens is wel die van verdere groei. Het is ongeveer het enige product dat voor velen een vast inkomen garandeert, want de melkprijs is voorlopig goed. Blijkt bijvoorbeeld dat de voorbije jaren van grote droogte meer boeren melk gingen produceren. En ’t ja, quota zijn in Brazilië onbekend.

Een geanimeerd debat ontspint zich dan ook tussen de aanwezige boeren, vertegenwoordigers van de Federale overheid en Braziliaanse NGO’s. De vraag is o.a. of de regering er zal in slagen om de grote inkomensongelijkheid in Brazilië bij te sturen, zodat meer mensen koopkracht krijgen om zuivelproducten te kopen. Ook de sociale programma’s zoals ‘Fome Zero/Honger Nul’, met directe opkoop van zuivel bij de gezinsboeren kunnen soelaas brengen. Die opkoop en verdeling van diverse producten wordt per gemeente geregeld. Vier jaar geleden was de gemiddelde zuivelconsumptie in Brazilië 130 liter. Anno 2007 is dat 137 liter. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat iedere mens over 180 liter zou moeten kunnen beschikken. Als je bedenkt dat er in Brazilië 180 miljoen monden zijn, dan zijn er nog mogelijkheden te over om een melkpoedervloed richting wereldmarkt te voorkomen.

Kippen

Zowel de streek rond Francisco Beltrão in Paraná, als Chapecó in Santa Catarina zijn belangrijke productiegebieden voor gevogelte. Buiten de scharrelkippen (‘galinhas caipiras’) die nog op elke boerderij rondlopen, zitten bijna alle kippen of kalkoenen (én hun kwekers) bij enkele multinationale bedrijven onder contract. We hebben een interessante namiddag bij zo’n boerenfamilie. Naast melk en wat akkerbouw hebben ze een grote schuur met kippen voor Sadia staan. Aan het hoofd van de grote integratoren staat dan ook Sadia. Verder: Perdigão, Seara (in 1998 opgekocht door Bunge en in 2006 doorverkocht aan Cargill), Frangosul (opgekocht door het Franse Doux), Avipal en Diplomata. Samen hebben deze zes bedrijven 43,85 % van de productie en 75,89 % van de export in handen.

Mag ik doorgaan met nóg enkele getallen, die ik die namiddag oppik?

Sinds 1961 is de vleesproductie wereldwijd met 271 % gestegen; gevogelte met 805 %. De internationale vleeshandel is tussen 1986 en 2004 gestegen met 241 %; 550 % voor gevogelte.

De kostprijs in Brazilië is beduidend goedkoper dan in Europa: 0,54 euro per kilo ‘kiponderdelen’ i.p.v. 0,76 euro in Duitsland. Daar bovenop komt dat voor onverwerkte kip 25 % heffing aan de Europese grens wordt geheven en voor verwerkte kip 8 %. De gevolgen doen zich raden: Braziliaanse kipstukken staan te drummen aan onze grenzen, meestal gepekeld in zout.

Sinds 1996 zitten we in Europa met het fenomeen dat de Europese consument, evenals de Amerikaanse, vooral kippenborsten koopt. Dat komt de industrie goed uit, want sinds 1995 begonnen de nieuwe WTO-regels te gelden. Oók en vooral in Afrika. Sinds 1996 worden grote delen van Afrika overspoeld met kippenbillen en -poten, niet alleen uit Europa, maar vooral ingevroren kippenvlees vanuit Brazilië. Alweer kampioen Sadia op kop. De vertegenwoordiger uit Senegal kon bevestigen hoe rampzalig dit uitpakt voor het inkomen van miljoenen Afrikaanse gezinnen. De kip was voorheen vooral het werk van de vrouwen en onmisbaar voor feestmaaltijden. Op deze feesten worden nu toch de ingevroren kippenbillen gekocht, terwijl de plaatselijke economieën instorten.

Als uitsmijter: wereldwijd worden kuikens en moederkippen voor 80 % nog vanuit twee multinationale bedrijven aangeleverd: eentje uit de VS en een tweede opereert vanuit Duitsland. Zo zou de helft van de cargo’s van Lufthansa voor kuikens zijn! Ook vanuit Zaventem worden miljoenen kuikens richting Afrika versast.

Soja

De derde namiddag stond in het teken van soja. Brazilië is bekend om de enorme ontbossing en opmars van de soja. Hierrond werd in Vlaanderen juist een website ontwikkeld voor het onderwijs: www.sojaconnectie.be . Minder bekend is dat soja en soja twee is. We bezoeken dan ook niet om het even welk bedrijf. Voor we naar de boerderij vertrekken, bestuderen we bij de kredietinstelling Cresol de sojasituatie in de gemeente Planalto. Het gemiddelde bedrijf bedraagt er 12 hectare en heeft soja in wisselteelt. Vergelijk dit even met de grootschalige monocultuur van de grootste soja’boer’ Blairo Maggi: 150.000 hectare. Zeker als je het bedrijf dat we bezoeken vergelijkt met de conventionele, grootschalige teelt, is het verschil gigantisch. Het betreft een biologisch bedrijf met o.m. soja. Het wieden gebeurt er niet met een wiedeg, maar met de hand. De meeste boeren beschikken hier niet over een tractor, maar werken met een ossenstel. Toch wel een bijzonder zware onderneming in het hete Brazilië. Het gezin dat ons ontvangt, heeft de laatste jaren wel bijzónder veel pech. De laatste drie jaar schroeide er in Zuid-Brazilië een grote droogte met serieus productieverlies tot gevolg. Het lopende oogstjaar is voor de meeste boeren goed, omdat er veel regen viel. Maar veel regen wil ook zeggen: mogelijkheid tot schimmel. Het gaat om de ‘ferrugem asiática’, de aziatische schimmel. Die is sinds 4 jaar vanuit Argentinië overgewaaid en is nu dé grote schrik voor de sojatelers. Bij ons bezoek merkten we dat ze, na een heel seizoen hard werken, een volledig veld niet kunnen oogsten. Reden? Aziatische schimmel. De problemen zijn dus groot, om nog maar te zwijgen over de voortdurende dreiging van contaminatie door GGO-soja van de buren.

Sinds ongeveer een halfjaar werd in België een overlegplatform opgericht voor ‘meer maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen’. Om niet meteen ‘duurzame diervoederstromen’ te zeggen. Boerenbond en andere partners zitten rond de tafel. Ik durf samen met de Braziliaanse gezinslandbouw te hopen dat in de op te stellen criteria het onderscheid zal gemaakt worden tussen de grootschalige monocultuur met allerlei kwalijke gevolgen en de meer duurzame vorm van produceren bij de gezinslandbouw.

Agroforestry en biodiesel

Het was een wat rare combinatie: op een agroforestry-bedrijf discussiëren over de mogelijkheden en gevaren van dé nieuwe hype, namelijk biodiesel. Daar ga ik nu niet op in. U kunt er meer over lezen in het Werveldossier: ‘Europa wil energiegewassen. De Boeren ook?’ (www.wervel.be; info@wervel.be)

Agroforestry begint de laatste tijd zelfs in Vlaanderen zijn weg te vinden. We kunnen inspiratie opdoen bij boeren in Indonesië, Brazilië, Guatemala en zoveel andere landen in het Zuiden. Uiteraard is het voor heel wat teelten een totaal andere context. Noord-Frankrijk en Engeland kunnen dus voor ons Vlamingen eerder een referentiepunt zijn.

Wat we zeker wél gemeenschappelijk hebben, is dat de wetgeving niet is afgestemd op hen die juist landbouw en natuur vanouds verweven. Zij die de natuur zoveel mogelijk behouden en in evenwicht met haar produceren, worden afgestraft, zowel in Vlaanderen als in Brazilië. We citeren de boer van het bedrijf dat we bezochten: “Moest de wet hier toegepast worden, dan konden wij de deuren sluiten. Terecht moet de aanplant van soja en van andere grootschalige teelten op 30 meter van rivieren en bronnen blijven. Dat gaat echter voor ‘agroflorestal’ niet op. Door onze manier van telen, herstellen wij juist de natuur. Je kan het zelf zien. Bronnen die leeg stonden, beginnen nu terug te vloeien.”

De man heeft recht van spreken. In één van de weinige Araucáriabossen die nog resten, telen ze o.a. erva mate. Erva Mate is oorspronkelijk een theeboom, die de Guarani oogsten voor hun theepijp. Dit gebruik werd door de Gaúchos van het Zuiden overgenomen. Sinds kort is er een groeiende vraag vanuit de Verenigde Staten naar biologische erva mate. Er worden nu tal van andere producten mee gemaakt.

De Pinheiro (een soort den, die vooral in Paraná en Santa Catarina voorkomt) is de typische boom in deze bossen. Er schiet nog 0,8 % van het oorspronkelijke woud over.
De meeste bossen sneuvelden in de jaren ’70-’80 van de twintigste eeuw voor de sojateelt.

Beter inkomen

Een tweede boer die we bezochten doet écht aan volledige heropbouw van landschap, bodem, waterbeheer, diversiteit. Én aan het hervullen van het boereninkomen, zo blijkt! De beginsituatie is een ontbost berggebied in de buurt van Curitiba met weiland voor melkvee. In de streek is volop een invasie bezig van een bedrijf dat de gronden volzet met ‘monocultuur Amerikaanse den’. Ondanks deze pletwals van slechts één verzurende boomsoort zet hij een veelheid aan vrucht- en andere bomen, tientallen soorten planten en kruiden door elkaar. Een lust voor het oog. Al is zijn systeem nog maar in opbouw, toch heeft hij op de verst gevorderde stukken met een polycultuur van augurken, maniok, feijão (bonen) en andere teelten door elkaar een opbrengst van 3000 tot 4000 reais/ha. Normaal gezien hebben de boeren in de streek maar 500 reais/ha voor feijão. (1 euro = 2,68 reais.) Een teler krijgt doorgaans 0,50 R/kg voor feijão. Door het Fome Zero-programma van de federale overheid kunnen ze 1,4 R/kg krijgen.

Agroforestry is in deze barre opwarmingstijden van de aarde niet alleen ecologisch interessant, maar eerst en vooral economisch. Laten we hopen dat beleidsmakers daar oren naar hebben. Aan beide kanten van de oceaan.

(Uitpers, nr 86, 8ste jg., mei 2007)

Luc Vankrunkelsven werkt deels in Brazilië en deels in Europa. www.fetrafsul.org.br ; www.wervel.be


Kruisende schepen in de nacht

 

Soja over de oceaan

Soja: alomtegenwoordig in Brazilië, alomtegenwoordig in Europa. Brazilië: op de akkers. Europa: vooral richting voedertroggen van varkens en kippen. Een kleiner deel van het wereldwijde sojavolume voedt de vlees- en melkkoeien, alsook vissen in de explosief groeiende aquacultuur. Het kleinste deel mag de mensheid rechtstreeks voeden. Voor Wervel zijn deze wereldwijde sojastromen bedenkelijk. Ecologisch en sociaal is de sojateelt in zijn huidige omvang ten nadele van Latijns Amerika. In West Europa houdt de sojastroom vooral een kunstmatige vleesproductie in stand, met daaraan gekoppeld een gigantisch mestprobleem. Is de groeiende vleesconsumptie in de wereld te verantwoorden, terwijl 855 miljoen mensen honger hebben?

Wervel wil de volgende vijf jaar boer en consument verder informeren over het sojadrama én enthousiast maken voor de alternatieven. Het verspreiden van dit boek hoort daar bij. Mogen we op jou rekenen? Voor jezelf? Voor vrienden en kennissen? Bezoek alvast www.wervel.be, met zijn elektronische voedselkrant. De site houdt je op de hoogte van soja, landbouw, voedsel en aanverwanten.

Het sojaboek bestaat uit 272 bladzijden en kost 14,50 euro, exclusief verzendkosten. Het verscheen op de viering van ’15 jaar Wervel’ en is te bekomen op de volgende adressen van Wervelbasisgroepen in elke provincie:

 

  • Vlaams-Brabant: jeroen AT wervel PUNT be
  • Antwerpen: Dirk Verdickt, p.a. Bioforum, Uitbreidingstraat 470, 2600 Berchem; (03) 286 92 78 (kantooruren 9u-17u.)
  • Limburg: Jan Reyskens, Dormaalstraat 26, 3511 Kuringen;
    011/25 00 72; reyskensjan@scarlet.be
  • Oost-Vlaanderen: Patrick Cohen, Wittemolenstraat 15, 9040 Sint-Amandsberg; 09/228 04 69; Patrick.Cohen@telenet.be
  • West-Vlaanderen: Veerle Devaere, Beverlaai 43, 8500 Kortrijk;
    (056) 25 60 58; Veerle.devaere@skynet.be
  • Brussel: Wervelsecretariaat: een goeie gelegenheid om Wervel, zijn medewerkers en zijn documentatie te leren kennen
    Wervelsecretariaat, Vooruitgangstraat 333/9a, 1030 Brussel

Als u één boek voor u zelf koopt + eentje om als geschenk te geven of om door te verkopen krijg je er een extra boek gratis bij: ‘En toch…een andere wereld is mogelijk. Porto Alegre: de basis in beweging’ van dezelfde auteur. Normale prijs: 11,50 euro.

Bestellen in de boekhandel?  ISBN 90 6416 4088

 

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :