Brazilië: een zwarte februari, een rode april

Het zuidelijk deel van het Amerikaanse continent kent nogal wat contradictorische situaties. Terwijl de Argentijnse regering blijft genieten van het succes van de “canje” (de ruil) van zijn buitenlandse schuld en zich voorbereidt op de harde strijd met het Internationaal Muntfonds (IMF) over de kwestie van de tarieven van de geprivatiseerde ondernemingen, had de regering van Uruguay af te rekenen met haar eerste probleem: het faillissement van de voornaamste coöperatieve bank van het land.

Dit nauwelijks drie dagen nadat Tabare Vázquez op 1 maart zijn functie van president had opgenomen. En tezelfdertijd moet president Luiz Inacia “Lula” da Silva het hoofd bieden aan harde conflicten ten gevolge van de keuzes die hij op economisch en politiek vlak heeft gemaakt.

Februari was een bittere maand voor Brazilië. Op 12 februari werd Dorthy Stang, een tot Braziliaanse genaturaliseerd Amerikaanse religieuze, in het noorden, in de staat Pará, vermoord door huurmoordenaars, die waren gerekruteerd door grootgrondbezitters en clandestiene houthandelaars. Op 14 februari verdreef de militaire politie van de stad Goiâna 3.000 “daklozen”, die 130 hectaren bezetten van een industrieel park. De balans: twee doden, twintig zwaar gewonden en meer dan 800 arrestaties. De vijftiende leed de Arbeiderspartij (PT) de zwaarste nederlaag sedert ze twee jaar geleden aan de macht kwam: ze verloor het voorzitterschap van de Kamer van Volksvertegenwoordigers door een gelegenheidscoalitie, die meteen de zwakke punten van de regering blootlegde. De nieuwe voorzitter van de Kamer, Severino Cavalcanti, van de Volkspartij, een rechtse en corrupte politicus, werd verkozen met de steun van wat men “de lage clerus” noemt (de volksvertegenwoordigers met kleine zichtbaarheid en klein budget) tegen de belofte dat hun salarissen zouden worden verhoogd. Die nederlaag is het gevolg van het feit dat de PT allianties sloot met krachten die ze vroeger nefast vond en die zich nu tegen haar keren en haar dwingen steeds meer toegevingen te doen in het vooruitzicht van de nakende regeringsherschikking.

Maar het is de landelijke sectoren en in de periferieën van de grote steden dat zich de zwaarste problemen voordoen. “De dood van Dorothy heeft aan het licht gebracht wat er allemaal gebeurt in de regio Pará. De oorzaak van wat er gebeurt is de ongeordende bezetting van het land door de grootgrondbezitters, door de houthandelaars en nu ook door de soja-kwekers”; zegt bisschop Tomás Balduino, de voorzitter van de Pastorale Commissie van het Land (CPT). Deze organisatie heeft de vinger op de wonde gelegd: in 2003 waren er 73 moorden in landelijk Brazilië, waarvan 33 in de staat Pará. Van 1985 tot 2004, vielen er 1.379 doden bij landbouwconflicten, waarvan 523 in Pará. In amper tien gevallen kwam het tot een gerechtelijke uitspraak. Er werden moet moeite vijf aanstokers en acht uitvoerders van misdaden veroordeeld. Bovendien heeft de CPT de agro-business – die ze definieert als “agro-bandieten” – aan de kaak gesteld als schuldige van het huidige geweld. Het is deze agro-business die; als productieve sector, mag rekenen op de gunst van Lula. Ze heeft zelfs een ministeriële portefeuille in de regering van Lula. Volgens Tomás Balduino heeft de agro-business 35.292 landbouwfamilies, die wettelijke titels hadden voor hun bezit, verdreven van hun grond. Vorig jaar ging het om 34.850 families.

Een week na de moord lanceerde de regering “het groene pakket”, een reeks decreten die proberen een einde te maken aan de illegale landbezettingen door de grote landeigenaars en door de houthandelaars. Ze stuurde 2.000 soldaten om de moordenaars op te pakken en de vrede te handhaven. De voormalige volksvertegenwoordiger van de PT en voorzitter van de Vereniging voor de Landhervorming, Plinio Arruda Sampaio, liet in het Folha de Sao Paulo van 23 februari verstaan dat het pakket door de politieke klasse eigenlijk is opgevat als “beloften voor onverbiddelijke bestraffing van de criminelen, gevangenisstraffen voor drie of vier verdachten, en de aankondiging van acties die bedoeld zijn om de publieke opinie de indruk te geven dat de regering energiek optreedt.” Hij zegt dat de door Lula getroffen maatregelen “een rookgordijn zijn om het gebrek aan moed van de hoogste autoriteiten te camoufleren.” Ook de sociale bewegingen en de kerk hebben er geen vertrouwen in en eisen van de regering een intensifiëring van de landbouwhervorming als enige manier om een einde te maken aan het geweld. In 2004 werden slechts 30.000 families geïnstalleerd, op een totaal van 115.000 die als doel waren vooropgesteld in het Nationaal Plan voor de Landbouwhervorming.

Er zijn ook andere redenen voor het wantrouwen. De regering heeft het budget voor 2005 verminderd met 16 miljard reais (zowat 6 miljard dollar), waardoor het ministerie van de Landbouwhervorming slechts 40.000 families land zal kunnen geven, of de helft van het eerder vooropgestelde doel. Dat komt neer op evenveel families als er jaarlijks worden verdreven door grootgrondbezitters alleen al in de staat Pará. Het alarm is afgegaan. De sociale crisis kan tot brokken en tot een politieke crisis leiden. João Pedro Stédile, van de Beweging van de Landlozen (MST), beweert dat Lula de verkiezingen van 2006 kan verliezen als hij niet van koers verandert. Kennedy Alencar, journalist van de conservatieve Folha zegt dat de regering haar energie verbrandt in pogingen om een “sociale uitbarsting te vermijden”. De linkse informatiebureaus Carta Maior en Adital zijn het daar mee eens. “De regering zal nooit meer uit dit moeras geraken”, zegt Adital, terwijl Carta vreest dat de vermindering van het budget voor hervormingen de landelijke sectoren in vuur en vlam zou kunnen zetten.

Op 4 maart zette de regering een stap in de richting van het ergste: ze besloot de wisselmarkt te “deregulariseren”, waardoor het neoliberale model sterker wordt. In 2004 boekte de bank Itaú de grootste winst ooit in de geschiedenis van het Braziliaanse banksysteem, dat een proces van concentratie en van explosieve verhoging van de winsten meemaakt dankzij de zeer hoge rentevoeten.

De Brazilianen “zonder land” proberen het ongenoegen, dat geen richting lijkt te vinden, te kanaliseren. Vorig jaar heeft de MST 150 eigendommen bezet tijdens de “abril vermelho” (rode april). Dit jaar wil ze de inzet verdubbelen. Ze wil een indrukwekkende grootscheepse nationale actie organiseren. Waarschijnlijk zal het een grote nationale mars vanuit diverse richtingen naar Brasilia organiseren. Zoiets als de mars die de beweging in april 1997 organiseerde voor de landhervorming en ter herdenking van de massamoord te Eldorado dos Carajás (ook in Pará) onder de regering van Fernando Henrique Cardoso. Die mars had een grote nationale en internationale weerklank. Vele landbouwers die te voet in de hoofdstad zullen arriveren, zullen zich zeker afvragen of er echt enige verandering is in het land dat door links wordt geregeerd.

(Uitpers, nr. 63, 6de jg., april 2005)

Bron: http://www.jornada.unam.mx, via RISAL (Réseau Information Solidarité Amérique Latine, http://risal.collectifs.net)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over