Bosnië-Herzegovina: ieder zijn president

Een tiental jaar geleden vroeg de BBC me in een live-uitzending het bestuur in België toe te lichten. Ik was amper begonnen met uit te leggen dat wij zeven parlementen en zes regeringen hadden, of de Britse journalist vroeg al vol ongeloof hoe zoiets kon werken. “Simpel”, zei ik, “Wij zijn te vadsig om verder te gaan dan wat over en weer te brullen. Wij schieten niet op elkaar zoals in Noord-Ierland”. Daar had hij niet van terug. Maar helemaal hilarisch werd het toen ik over de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel (dat zich een gewest waant) begon. “You’re pulling my leg”, Je houdt me voor de gek) probeerde de andere kant nog. Alles werd gesmoord in een homerisch gelach in Londen.

Complex

Ik denk daar nog altijd met binnenpretjes aan terug. Maar nu ik de verkiezingen in Bosnië-Herzegovina heb gevolgd, vrees ik dat het échte surrealisme van bestuur eerder in het Oosten van Europa ligt dan bij ons. Ik dacht alles gezien te hebben, want ik heb ter plekke nog de oorlog in en het uiteenvallen van Joegoslavië kunnen verslaan. Van Bosnië-Herzegovina (BiH) herinnert iedereen zich de gruwelijke feiten van Snajperskaaleja (Sniper Alley) in de hoofdstad Sarajevo, en vooral de massamoord op ruim 8.000 Bosniakken door de Tsjetniks en het Servische JNA in Srebrenica (1995). Nederland is er door het falen van zijn blauwhelmen nog altijd niet goed van.

Het land was eigenlijk een bedenksel van Tito (Josip Broz) geweest, de communistische partizanenleider tegen de nazi’s die in 1971 de moslims in het land van erkenning als nationale minderheid verhief tot deelrepubliek. Hij legde meteen de grenzen vast in de grondwet van 1974, waaraan sindsdien niet meer getornd kan worden. Toen in 1992 BiH in navolging van Slovenië en Kroatië ook zijn onafhankelijkheid uitriep (op 6 april erkend door de EU), verzandde het geen maand later in een bloedige burgeroorlog met Servië, dat drie jaar lang Sarajevo in een wurggreep zou houden.

Dayton

Pas na NAVO-bombardementen op Belgrado en de vredesakkoorden van Dayton (de tekst van het akkoord is een deel van de huidige grondwet) zag BiH zijn zelfstandigheid gewaarborgd. Maar in een land dat tienduizenden doden te betreuren had, een veelvoud ontheemden telde, een hele generatie verkracht of gemarteld had gezien, en etnische zuiveringen over zich heen kreeg, was en bleef stabiliteit ver te zoeken. Dertig jaar later is die toestand amper gewijzigd.

Corruptie, politiek opbod, en onontwarbare beleidsstructuren zijn daar debet aan. Sinds de invoering van het meerpartijenstelsel in 1990 is BiH nu al negen keer naar de stembus getrokken. Eenvoudig stemmen is er niet bij. Een paar cijfers: na Dayton hebben zich twee administratieve blokken gevormd, een Servisch (de Republika Srpska) en een Bosnisch-Kroatisch (FBiH); de FBiH is opgedeeld in tien kantons, met een koepel die vanuit Brčko de nationale staatsbelangen opvolgt.

Dat komt erop neer dat liefst veertien regeringen moeten gekozen worden, met samen 136 ministers. De wet voorziet dat er een nationaal triumviraat als president bestaat, dat voor vier jaar aangesteld wordt en de drie etnisch-religieuze groepen vertegenwoordigt (katholiek, orthodox, islamitisch), waarbij om de acht maanden het gezag wordt doorgegeven aan de volgende etnische kandidaat.
Elke groep heeft natuurlijk ook zijn eigen deelregering en parlement. (Het geproest in Londen zal stilaan wel tot uitpuilende ogen hebben geleid). Het nationaal Bosnische parlement bestaat uit 42 leden in het Lagerhuis, en 15 in de Senaat (het “Huis van het Volk”). De Senaat kan elke wetgeving blokkeren als belangen van een groep in het gedrang komen.

Rekenwerk

Het duurt dan vaak wel even vooral de resultaten en de machtsverhoudingen intern worden afgeklokt. Dat heb je met, volgens de cijfers van de kiescommissie (CIK), 7.257 gegadigden voor een zitje, 72 politieke partijen, 38 kartels en 17 onafhankelijke kandidaten.

Een bijkomend probleem is dat wie zich tot geen van de drie groepen bekent, zoals Romazigeuners of Joden, geen president kan worden, al heeft hij het recht zich kandidaat te stellen. Die anomalie is al vijf keer behandeld door het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg, en heeft al vijf keer een veroordeling opgeleverd. Tevergeefs.

e huidige Hoge Commissaris voor Bosnië-Herzegovina, de Duitse christendemocraat (CSU), Christian Schmidt, heeft al zijn tanden stukgebeten op geplande aanpassingen van de volksvertegenwoordiging (op grond van een gewijzigde demografie).
Schmidt staat in voor de invulling van het burgerlijk luik dat de vredesakkoorden omschreven, hij mag de wetgeving doen toepassen en desnoods politici ontslaan die de grondwet schenden. Schmidt greep in bij de pas gehouden verkiezingen: met een opgelegde verandering van de kieswet beoogde hij impasses bij de regeringsvorming te voorkomen.

EU dilemma

Wat alleen maar aantoont hoe hachelijk de verhouding van de Europese Unie met BiH blijft. De Unie hinkt op twee benen: het wil de roerige republiek in de Westelijke Balkan nauwer betrekken bij de Unie, maar moet tegelijk danig rekening houden met de gevoeligheden in het land.
Het verklaart waarom onderhandelingen over een associatieverdrag met de EU zo goed als misgelopen zijn sinds 2005. Die erkenning kwam er wel in 2008, maar sindsdien is de hele operatie vrijwel vastgelopen, ook al solliciteerde BiH in 2016 naar een toetreding. Het land krijgt wel steun door een preferentieel handelsregime, maar toenmalig bevoegd commissaris Johannes Hahn waarschuwde Sarajavo onomwonden: “We expect that the authorities at all levels will ensure that the challenges the country faces when it comes to its judicial system are addressed constructively, in a spirit of dialogue and mutual understanding.”

Dat blijkt dus nog altijd het struikelblok te zijn. Logisch, want veel is nog wederop te bouwen. Sinds 2014 zijn 400.000 opgeleide mensen weggetrokken uit het land (brain drain), de infrastructuur en de industrie zijn nog lang niet hersteld na de verwoestingen van de burgeroorlog, en de overstap van planeconomie naar vrije markt verloopt niet van een leien dakje.

Erger, de corruptie blijft door die omschakeling zienderogen toenemen. Het land staat pas 110e op de wereldranglijst van betrouwbare handel, rechtspraak en politiek, heeft in Europa het hoogste armoedegehalte, de zwakste gezondheidszorg en de laagste lonen, en is door de pandemie en de oorlog in Oekraïne nog dieper in de machteloosheid geduwd met een inflatie van 17,6 % (cijfer van augustus 2022).

Ommekeer

Het zag er na de verkiezingen van 2 oktober dan ook belabberd uit. Want tegen alle verwachtingen in, blijken voor het eerst sinds de onafhankelijkheid kandidaten die ethnonationalisme niét vooropstellen het gehaald te hebben. Dat wil zeggen: bij de Bosniakken en de Kroaten.
Op 16 november legden de drie presidentsverkozenen de eed af. Denis Bećirović, een sociaaldemocratisch hoogleraar geschiedenis, versloeg Bakir Izetbegović, uittredend president voor de Moslims en zoon van de eerste president Alija Izetbegović. Hij kwam op met een programma dat de braindrain en de armoede drastisch wil aanpakken.

De Kroaten herkozen Željko Komšić, al heerst er wel wat twijfel over de man die aangezien wordt als een satraap van de Bosniakken (er wordt gemeenschappelijk gestemd voor de presidentskandidaten). Hij profileert zich als onomwonden tegenstander van Rusland en een groot verdediger van toetreding tot de Europese Unie en de NAVO.

Dat zit heel anders bij de RepublikaSrpska. Die koos voor het eerst in de geschiedenis een vrouw als vertegenwoordigster voor het presidentschap, Željka Cvijanović. Zij is pro-Russisch en behoort tot de radicale Servische nationalisten van de SNSD, al beloofde ze in haar aanvaardingstoespraak dat ze “met de beste bedoelingen aan het werk wil gaan voor beide gebiedsdelen en alle burgers”.

Dodik

Hoewel de president(e) van BiH weinig binnenlandse zeggenschap heeft, is hij of zij wel belangrijk voor het buitenlands beleid. Dat zag er somber uit voor de relaties met Europa. De uittredende Servische president Milorad Dodikvolgt al jaren een autoritaire koers, en stelt zich ongegeneerd separatistisch op. Foreign Policy schreef onomwonden: “Dodikhas (…) worked consistently toundermine the country in a bid to weaken it and pursue his separatist agenda. (…) Late last year, he set in motion a process that would lead to Republika Srpska’s secession. What stopped him from going through wit hit—by his own candid admission—was Russia’s war in Ukraine, though he did note that the war only postponed his plans”.

Het verklaart allicht waarom hij uit eigen beweging verkoos zich te laten verkiezen voor het presidentschap van de Republika Srpska, niet van BiH. De Verenigde Staten hebben overigens strafmaatregelen tegen hem opgelegd vanwege destabiliserend beleid en corruptie”. Hij snijdt zo de weg af van Mirko Šarović, die opkwam voor de SDS, totnogtoe de grootste oppositiepartij.

DS was de partij van oorlogsmisdadiger Radovan Karadžić. Die kreeg 40 jaar cel op zijn proces voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag (2016), in hoger beroep verstrengd tot levenslang (2019). Hij werd verantwoordelijk geacht voor misdaden tegen de mensheid in Srebrenica en twintig andere gemeenten, gijzeling van VN-soldaten, en burgerbeschietingen in Sarajevo. In eigen land had hij de macht verloren door toedoen van Dodik, die de SDS verdrong in 2002.
Of Dodik niet evenzeer in het racistisch rechts extremisme vervalt blijft één van de kopzorgen die de EU hoofdpijn bezorgt.

 

Print Friendly, PDF & Email

Visited 185 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook