Bolivia’s omstreden autoweg

De Boliviaanse regering beleeft moeilijke tijden. In Uitpers nr. 134, 136 en 137 hadden we het uitvoerig over de maandenlange mars van de inheemsen om geen autoweg door het TIPNIS-gebied (Inheems Gebied Nationaal Park Isiboro Sécure) aan te leggen. De regering-Morales zwichtte einde vorig jaar voor dat protest en trok het plan in. Prompt begonnen andere bevolkingsgroepen een tegenmars om de wet ongedaan te maken. Ook voor hen legde Morales zijn oor te luister. Een volksraadpleging dan maar stelde de voetballende president voor die probeert te slalommen tussen sociale bewegingen die elkaar het leven zuur maken.

(Foto:Franz Chávez (IPS/La Paz).

Wet nr 180

Nog even de feiten op een rijtje: enkele dagen na aankomst van de TIPNIS-mars van de overkoepelende inheemse organisatie CIDOB, waarbij 34 inheemse volkeren aangesloten zijn, en die ondersteund werd door de grote vakbondscentrale COB, ging Morales door de knieën. Het keerpunt zou de dood geweest zijn van een kind bij repressief optreden van de politie. Rond dit bericht ontstond veel onduidelijkheid. E-mailcontact achteraf met Gilbert Pauwels, een zeer betrouwbare bron in Oruro, leverde een genuanceerder beeld op: ‘Intussen is het duidelijk dat het niet waar is dat een kindje stierf bij het politiegeweld. Het gaat om een gerucht, al dat niet moedwillig verspreid, om de interventie erger voor te stellen dan ze in werkelijkheid is geweest. Het ging inderdaad om een ‘keerpunt’, maar dan een op basis van een leugen. Er zijn zeker verkeerde en erge dingen gebeurd, maar die werden extra opgeblazen. Zo zonden anti-Morales televisiekanalen honderden keren diezelfde beelden van onverantwoorde repressie uit. Het is goed dat de publieke opinie reageert op alle schendingen van mensenrechten, maar politieke manipulatie van informatie en leugens moeten evenzeer aangeklaagd worden. De internationale pers en een aantal ngo’s hebben zich niet voldoende kritisch opgesteld.’ Gilbert Pauwels stelde zich ook vragen bij die zogenaamde triomfantelijke aankomst in La Paz waarover de binnen- en buitenlandse pers verslag uitbracht. ‘Zouden alle mensen die de mars stonden toe te juichen werkelijk echt bezorgd zijn om de inheemse volkeren en om Moeder Aarde of speelden andere motieven een rol? En werden anderen, die terecht die bezorgdheid wilden uiten, niet in dezelfde zin gemanipuleerd? De mars zelf was zonder twijfel een enorme inzet voor een goede zaak, maar dit werd niet door iedereen als zodanig gerespecteerd. De oppositie zag er eerder een uitstekende gelegenheid in om Morales andermaal aan het kruis te nagelen.’
Op 21 oktober 2011 hield de president een persconferentie waarop hij meedeelde, dat de regering besloten had in te gaan op de eisen van de betogers. Er vond in zeven haasten een wetgevende aanpassing plaats, de wet nr. 180, waardoor vastgelegd werd dat deel twee van de geplande weg niet langer door TIPNIS-gebied zou lopen.

De regering gehoorzaamde uiteindelijk aan het volk (zoals de regeringsslogan governar obediciendo, ‘regeren al gehoorzamend’ luidt), maar het had lang geduurd. Het bleek echter al heel snel dat ‘het’ volk een onbruikbaar containerbegrip is, zeker in een land dat door nieuwe sociale bewegingen met elk hun specifieke invalshoeken in beweging is gebracht. Zelfs binnen de inheemse bevolking zijn de verschillen niet gering. Volgens de nieuwe grondwet worden er 36 etnische groepen erkend, maar in werkelijkheid zijn het er heel wat meer en zij zitten zeker niet allemaal op dezelfde golflengte. Zoals ik al eerder schreef, woonden de collas in de westelijke hooglanden. Een aantal onder hen, voornamelijk cocaboeren en kolonisten uit de vroegere mijnstreken van Oruro waren, op zoek naar vruchtbare gronden, intussen afgezakt naar het TIPNIS-gebied, waar de laaglandindianen, de cambas, zichzelf als de oorspronkelijke bewoners beschouwen.

De tegenmars

Dat het tussen beide groepen om allerlei redenen niet boterde, kwam al snel tot uiting, want einde december 2011 ontstond er een nieuwe krachtmeting, die vertaald werd in een nieuwe mars op La Paz. De marcheerders behoorden deze keer tot de CONISUR (Consejo Indigena del Sur of Inheemse Raad van het Zuiden), waarbij inheemse groepen uit het TIPNIS-gebied zijn aangesloten, maar ook cocaleros, werkzaam in een gekoloniseerde zone van TIPNIS, die op gebiedsuitbreiding uit waren. Zij bekeken de weg door het TIPNIS-gebied vanuit een heel andere invalshoek. Zij vonden dat die verbinding noodzakelijk was om hun gemeenschappen te kunnen voorzien van basisbehoeften én om hun producten makkelijker en sneller te kunnen afzetten. Daarom vroeg de CONISUR dat de wet nr. 180 zou worden teruggeschroefd.

Na 39 dagen kwamen ook zij onder veel belangstelling aan in La Paz. Volgens CONISUR-leider Guercindo Pradel waren de 37 gemeenschappen die deelnamen aan de tegenmars dé originele inheemse bewoners van het TIPNIS-gebied. Hij benadrukte ook dat zijn organisatie de vier inheemse taalgroepen van Bolivia vertegenwoordigde. Ineens doken er 37 gemeenschappen op, meer dus dan er in de nieuwe grondwet staan. En bij de tegenpartij CIDOB zouden er 34 inheemse gemeenschappen aangesloten zijn? Dan zijn we al aan 71. Waar komen die ineens vandaan? Wie behoort nu tot de ‘echte’ oorspronkelijke bevolking van dit land? Het komt me voor dat er om politieke redenen graag en duchtig geschermd wordt met het ‘authentieke’ inheemse karakter van een beweging.

In elk geval werd de druk op de regering-Morales andermaal flink opgevoerd. De voetballende president werd in de rol gedrongen van scheidsrechter, die de hoogopgelopen gemoederen tussen beide partijen moest weten te sussen. Hij vroeg dan ook aan de marchistas van de CIDOB om in dialoog te gaan met de marchistas van de CONISUR om tot een akkoord te komen.

CONISUR-mars op weg naar La Paz ( Opinion.com.bo)

Een volksraadpleging

Op 6 februari 2012 kwamen CONISUR en de regering-Morales tot een akkoord om alsnog een referendum te organiseren in drie fasen en dit binnen maximaal 120 dagen. Deze beslissing werd gegoten in een nieuwe wet met het nummer 222 die bekend werd als ‘volksraadpleging van de inheemse volkeren van het TIPNIS-gebied’. Op die manier werd de toekomst van het wegennetproject, en bij uitbreiding de politiek van de overheid om Bolivia verder te ontwikkelen, in handen gelegd van de mensen die er het meest door getroffen werden. Vicepresident Álvaro García Linera gaf ruiterlijk toe dat de regering twee kapitale fouten had gemaakt: ten eerste dat de plaatselijke bevolking geen inspraak had gekregen in de plannen voor de aanleg van een weg en ten tweede dat de wet nr. 180 die de weg door TIPNIS-gebied verbood ook niet onderhevig is geweest aan een referendum. Hij zei letterlijk: ‘Beide vergissingen moeten we rechtzetten. Hoe doen we dat best? Door het volk zelf te laten beslissen, dat is de meest democratische manier.’ De regering deed tevens een oproep naar alle sociale organisaties om mee de parameters op te stellen voor toekomstige referenda. Tegengestelde visies bij de ontwikkeling van het land zijn onvermijdelijk, maar kunnen via een beter uitgebouwde participatieve democratie met elkaar verzoend worden. ‘Regeren door te gehoorzamen’ betekent dat de macht niet bij de staat ligt,’ zei de vice-president. ‘Het is het volk dat elke dag, en niet alleen om de vijf jaar bij het uitbrengen van een stem, uiting moet geven aan zijn behoeften en verwachtingen.’

Meer democratie of volksverlakkerij?

Gaat Bolivia met deze nieuwe maatregelen echt de weg op van een participatieve democratie of blijft het bij mooipraterij van de vice-president? CIDOB en ook de vakbondscentrale COB vonden heel de heisa rond de volksraadpleging een staaltje van volksverlakkerij. Wat is immers de waarde, zo vragen zij zich af, van een volksraadpleging over een project waarvan de contracten al werden afgesloten met de Braziliaanse bouwfirma OAS? Rond het referendum bestaat nog veel onduidelijkheid. Zal het bindend of adviserend zijn? Zolang er over dit punt geen duidelijkheid bestaat, kan het als bindend worden beschouwd door de regering als de uitkomst pro-aanleg van de weg is en louter adviserend als de uitslag contra is,’ stelt Ellen Verryt van de ngo Wereldsolidariteit. (1) Intussen heeft CIDOB bekend gemaakt dat ze de volksraadpleging, zoals voorzien in de wet nr. 220, verwerpen en dat ze zich klaar maken voor een nieuwe mars ter verdediging van het TIPNIS-gebied, die op 20 april zal vertrekken. CIDOB benadrukt nogmaals dat ze zich niet verzetten tegen een nieuwe weg, maar dat er moet gekozen worden voor een alternatieve route, die niet door het hart van het natuurgebied loopt.

Nummer tien (Evo) trapt op doel (foto: Mathias Monbaliu)

Een dribbelend politicus

In februari 2012 was Evo Morales in zijn geboortedepartement Oruro om een nieuw voetbalterrein in te huldigen. Hij stond daar als Boliviaanse president maar ook als voetballer met rugnummer tien op het truitje van zijn gespierde body. Natuurlijk is Morales geen Johan Cruyf of een Lionel Messi. Misschien gelukkig maar, want anders had hij zeker bij Barcelona gespeeld en was hij geen Boliviaans president kunnen worden. Dan was er ook geen gewone inheemse man president van zijn land geworden. De traditionele politieke kaarten zijn de laatste jaren volledig door elkaar geschud, maar het nieuwe Bolivia heeft nog geen nieuw evenwicht gevonden: de geboorte van iets nieuws brengt onvermijdelijk groeipijnen met zich mee. De regering-Morales gaat nog moeilijke tijden tegemoet: er is niet alleen de aangekondigde volksraadpleging, in 2013 zijn er gemeenteraadsverkiezingen en einde 2014 volgen er nieuwe presidentsverkiezingen. In de volgende twee jaren zal voetballer Morales als nummer één van zijn land al zijn dribbeltalent moeten aanwenden om politieke mijnenvelden te kunnen ontwijken en om de vele combattieve sociale bewegingen in zijn land binnen eenzelfde nationaal project te laten marcheren. Of in voetbaltermen uitgedrukt: nummer tien moet voor cohesie in zijn team zorgen anders gaan ze doelpunten incasseren.

De straat laat zich niet onbetuigd (foto: Walter Lotens)

(Uitpers nr. 141, 13de jg., april 2012)

(1) Ellen Verryt ( regionaal verantwoordelijke voor Latijns-Amerika bij de NGO Wereldsolidariteit) Bolivia: een weg die niet verbindt maar (onder)scheidt, De Wereld Morgen van 5 maart 2012

Visited 14 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).