Bolivia marcheert in twee richtingen

Op 15 augustus vertrokken verbolgen inheemse Bolivianen en milieubeschermers naar La Paz. De verbindingsweg van Bení naar Cochabamba door het natuur- en inheems gebied TIPNIS (Territorio Indígena Parque Nacional Isiboro-Sécure) mocht er niet komen (zie Uitpers nr. 134). De Morales-regering hield echter het been stijf. Bolivia is verdeeld. Wat gebeurde er in de afgelopen maanden?

 

Syndicate

Aankomst van de mars op de Plaza San Francisco, (© Szymon Kochanski, overgenomen uit MO*)

Woensdag 19 oktober was dé grote dag voor de protesterende inheemsen. Na méér dan twee maanden hadden ze de ruim zeshonderd kilometers al marcherend overbrugd en stapten zij triomfantelijk El Alto en La Paz binnen. De ongeveer 2000 marchistas – het aantal betogers was fel aangegroeid – werden enthousiast onthaald door honderdduizenden stedelingen. De vakbond COB en de studenten schaarden zich uitdrukkelijk achter de eisen van de inheemsen. Suzanne Kruijt van Broederlijk Delen was ter plaatse: “Bij aankomst op de Plaza San Francisco in het centrum van de stad, werd een mis opgedragen aan de mars en spraken verschillende inheemse leiders de menigte toe. Eén van hen, Celso Padilla, gaf een indrukwekkende getuigenis over het politiegeweld van 25 september waar hij een breuk in zijn rugwervels aan overhield. Ook vertelden de leiders over de angst die heerste om de mars voort te zetten. De inheemse organisaties zijn een juridisch proces begonnen tegen de verantwoordelijke autoriteiten, waaronder president Evo Morales. Bovendien kondigden de inheemse parlementariërs die via de MAS gekozen waren in 2009, aan zich per direct af te scheiden van deze partij en hun eigen agenda te volgen.”

Dood van een kind

Het onbegrip en de frustratie over de houding van Evo Morales, die nooit zelf de dialoog met de manifestanten is aangegaan – alleen via een aantal ministers – en die nu ook niet aanwezig was in La Paz om de mars te ontvangen, was groot. Op 25 september is er ook een kindje overleden en vanaf toen is alles uit de hand beginnen lopen. Die dag is ongetwijfeld een keerpunt geweest in heel de TIPNIS-affaire. De marchistas kregen steeds meer supporters en de al fel gehavende populariteit van Evo Morales werd nog meer aangetast. Enkele ministers vonden dat zij in die omstandigheden niet langer konden functioneren en dienden hun ontslag in. Evo Morales vroeg en public om vergiffenis voor het politionele geweld, maar weigerde om op de eisen van de marcheerders, het afblazen van de weg door TIPNIS-gebied, in te gaan. De oppositie, voornamelijk dan de Movimiento Sin Miedo (Beweging Zonder Vrees) van Juan del Granado, probeerde politieke punt te slaan uit deze situatie en stelde Morales verantwoordelijk voor het geweld en de dood van dat Boliviaans kind. Zij probeerde het optreden van de regering-Morales te vergelijken met dat van het leger tijdens de gasoorlog van 2003, waarbij meer dan zeventig mensen het leven lieten en president Sánchez de Lozada op de vlucht ging naar de USA. Politiek analist Juan Carlos Zambrana stelde dat het de natte droom van de oppositie was om van die confrontatie tussen regering en inheemsen gebruik te maken om Morales weg te krijgen. “De Movimiento Sin Miedo ging zelfs zo ver dat ze Morales van genocide beschuldigden zonder dat er een schot was gevallen.” Alle middelen waren goed om de tegenpartij in diskrediet te brengen. Zambrana waarschuwde ook voor het gevaar van die extreem negatieve regeringshouding: “Het zijn kritische momenten, niet alleen voor de regering-Morales, maar voor de hele Boliviaanse bevolking, die wel eens zou kunnen marcheren in de richting van de vernietiging van haar eigen emancipatieproces.”

In elk geval: de scheiding der geesten was groot, zeer groot. Zeker nadat de cocaleros, die door dik en dun Evo Morales bleven steunen, een tegenbetoging organiseerden. Bolivia marcheerde toen letterlijk in twee tegenovergestelde richtingen. De tipnis-weg legde de politieke tegenstellingen bloot. In de betoging werden niet mis te begrijpen slogans als “Tipnis sí, Evo no!” en “Tipnis sí, coca no!” meegedragen.

Begin van het einde?

De politieke vertaling van dat groeiende ongenoegen tegen de politiek van de regering-Morales kwam al tot uiting op 16 oktober. Op die dag moesten alle Bolivianen naar de stembus om nieuwe rechters te kiezen voor verschillende rechtbanken en raden, onder meer de Grondwettelijke Plurinationale Rechtbank en het Hooggerechtshof. Morales had deze verkiezingen ingesteld om, zoals hij het zelf zei, “het rechtssysteem te dekoloniseren”. Voorstanders beweerden dat de verkiezingen konden helpen om de democratie te versterken en het zwakke en inefficiënte rechtssysteem, waarin de inheemse bevolking weinig rechten had, te verbeteren. Morales wilde deze stembusgang om een gerechtelijk apparaat te vernieuwen dat volgens hem door corruptie en willekeur is aangetast. De oppositie daarentegen vond dat Morales via zijn overwicht in het parlement een grotere controle over justitie probeerde te krijgen.


In plaats van een succes voor Morales – voor het eerst in de geschiedenis van Latijns-Amerika werden rechters rechtstreeks door het volk gekozen! – werd er massaal blanco en ongeldig gestemd. De actuele TIPNIS-affaire zal hierin zeker een belangrijke rol gespeeld hebben. Politieke analisten beschouwden deze uitslag in de eerste plaats als een afwijzing van de regeringspolitiek. Het was voor het eerst sinds zijn aantreden in 2006 dat Morales een belangrijke verkiezing verloor. “Is dit het begin van het einde voor Morales?” vroeg politicoloog Jorge Lazarte zich af.


Plaza San Francisco op 19 oktober (© Szymon Kochanski)

 

De ommekeer

In eerste instantie negeerde Morales de betogers en hun eisen, maar de druk werd steeds groter. Ook van binnenuit. Pablo Solon, Boliviaanse ambassadeur bij de VN en spreekbuis van Morales over de milieuproblematiek, schreef in een open brief aan Evo Morales onder meer het volgende: “Het is onbegrijpelijk dat wij als land die op internationale VN-bijeenkomsten de wereldconferentie in 2014 over inheemse volkeren promoten, in eigen land geen volwaardige inspraak zouden gunnen aan de eigen inheemse volkeren. Het TIPNIS-conflict had nooit mogen ontstaan. Een betere weginfrastructuur is noodzakelijk, maar niet door de TIPNIS. Het is duurder om een weg te maken die niet door dat gebied loopt, maar 200 of 300 miljoen dollar willen besparen zonder daarbij rekening te houden met de socio-ecologische kosten is volledig in tegenstrijd met de principes van het vivir bien.”

Twee dagen na aankomst van de mars ging Morales door de knieën. Op 21 oktober hield de president een persconferentie waarop hij meedeelde, dat de regering besloten had in te gaan op de eisen van de betogers. Er ging in zeven haasten een wetsaanpassing gebeuren, waardoor vastgelegd werd dat de geplande weg niet langer door TIPNIS-gebied zou lopen. De regering gehoorzaamt aan het volk (zoals de regeringsslogan gobernar obediciendo, regeren al gehoorzamend luidt), maar het heeft lang geduurd.

Universeel of corporatistisch

Het is niet de eerste keer dat de regering-Morales bakzeil moet halen. Om verdere sociale onlusten te voorkomen gebeurde dat al einde 2010. Toen de sociale bewegingen hun tanden lieten zien, werd de verhoging op de benzineprijs snel ingetrokken. Vicepresident Álvaro García Linera vond te midden van die politieke heksenketel nog tijd voor enkele theoretische beschouwingen: “Het is legitiem dat onze compañeros zich bekommeren om de toekomst van het woud, maar het is ook legitiem dat er om een weg gevraagd wordt om regio’s met elkaar te verbinden.” En dan komt hij tot de kern van zijn boodschap. “De sociale bewegingen formuleren niet altijd eisen met een universeel karakter. Dat gebeurt hoogst zelden. Als sociale beweging hebben zij doorgaans een corporatistische visie. Dat is een van de creatieve spanningen die we nu beleven. Na de grote golfbeweging volgt de terugval. In die periode, die kortstondig of langdurig kan zijn, ontwikkelen zich corporatistische reflexen. De staat mag niet in de plaats komen van de samenleving, maar mag ook niet in een hoekje geduwd worden door het corporatisme van sociale bewegingen. Dat is het grote probleem van vandaag.” Linera voegt eraan toe dat protestmarsen geen probleem mogen vormen als er tenminste universele eisen worden gesteld. “Het is alleen als alle onderdrukte groepen – inheemsen, boeren en arbeiders – samen optreden, dat het proceso de cambio vooruit komt.”

Moeilijke spagaathouding

Het intrekken van de route door het TIPNIS-gebied kan als een politieke nederlaag voor Morales worden beschouwd, maar wijst volgens de Uruguyaanse intellectueel Raúl Zebechi die Bolivia op de voet volgt, ook op een positief aspect van de regering-Morales. “Bolivia is rijk aan sociale bewegingen, die bereid zijn hun leven te geven voor iets wat ze niet willen, maar het is tevens een land dat over een president beschikt die het aandurft om vergissingen te bekennen en daarop terug te komen.”

In elk geval zal de regering-Morales in de laatste twee jaar van haar mandaat alles in het werk moeten stellen om de twee Bolivia’s, die in verschillende richtingen marcheren met elkaar te verzoenen. Om deze eensgezindheid in de hand te werken, organiseert de regering-Morales eind 2011 een sociale top waarvoor zowel inheemsen, arbeiders, mijnwerkers, boeren als vaderlandslievende ondernemers en intellectuelen worden uitgenodigd. De Argentijnse analist Pablo Stefanoni en ex-hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique in het Spaans vindt zo’n eenmalig initiatief niet voldoende: “Die levensnoodzakelijke inspraak moet permanenter georganiseerd worden. Er moeten nieuwe antwoorden gezocht worden op oude en nieuwe problemen.” “Misschien,” voegt hij er wat onverwachts en met een knipoog naar de geschiedenis aan toe, “moet er gezocht worden naar een evenwicht tussen het voluntarisme van een Lenin en het reformisme van een Bernstein”. Of, anders gezegd: om het Andino en Amazone-socialisme, waarover Álvaro García Linera het graag heeft, te realiseren, zullen er nog veel ‘creatieve oplossingen’ moeten bedacht worden. De regering-Morales probeert staande te blijven in een moeilijke spagaathouding tussen economische ontwikkeling en bescherming van inheemse rechten én natuurbescherming. Rumoerige sociale bewegingen maken die positie dubbel moeilijk.

De inheemse journaliste Cynthia Cisneros, die voor de regering-Morales werkte tijdens het opstellen van de nieuwe grondwet, spreekt verzoenende woorden: “Als het proceso de cambio van alle Bolivianen is, dan moeten we dat nu verdedigen in de overtuiging dat de toekomst aan ons is. De schouders ergens onder zetten betekent meer dan om het even welke partij steunen. Het is de vraag hoe die grote gemeenschap die Bolivia heet, kan overleven. Daarom hebben wij de verplichting een ontwikkelingsmodel te ontwerpen voor alle Bolivianen, maar wij moeten er van uitgaan dat we ook het recht hebben ons te vergissen in dat hele veranderingsproces.”

 

(© Szymon Kochanski, overgenomen uit MO*)

(Uitpers nr. 136, 13de jg., november 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 97 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

zie ook