Boeiende mozaïek van mini-utopieën

Oei, oei, oei, nog zo eentje van het wereldbestormerstype die zich op het wankele en gevaarlijke terrein van de ‘utopie’ begeeft. Ik hoor het conservatieve figuren als een Bart De Wever al smalend zeggen. Hij en zovele andere verdedigers van de status-quo gebruiken ‘utopisch’ en ‘onrealistisch ‘ zeer graag als synoniemen. Je weet wel: ‘We moeten niet verder springen dan de polsstok lang is’ en ander uitdrukkingen die getuigen van pragmatisme of zelfs van cynische apathie blijven nog steeds de dominante dooddoeners van deze dames en heren die hun behoudsgezinde wijsheid in pacht menen te hebben. ‘Neen’, schrijft Kristen Rogheh Ghodsee, ‘het is dom om afwijzend te staan tegenover radicale sociale dromen als er al zoveel mensen zijn die ons aantoonden hoe we deze dromen kunnen omzetten in praktische realiteiten.’

Militant optimisme

Zij hanteert ‘utopisch’ door te verwijzen naar denkers en bewegingen die probeerden de huislijke sfeer opnieuw in te richten op manieren die aanzienlijk afweken van de heersende tradities van hun samenlevingen. Hoewel Ghodsee met dit boek geen filosofische ambities heeft, verwijst ze toch naar de Duitse filosoof Ernst Bloch die het begrip ‘concrete utopie’ gemunt heeft en dat in verband brengt met het vermogen om hoop op te wekken. Dat streven naar de concrete utopie – ‘utopisme’ noemt zij het naar mijn gevoel minder geslaagd – stimuleert onze cognitieve capaciteiten om ons te kunnen voorstellen dat er een andere, betere toekomst mogelijk is. Dat noemt zij haar project van ‘militant optimisme’. ‘Hopen is jezelf overleveren aan de toekomst,’ legt de feministische historica Rebecca Solnit uit, ‘en die geestdrift voor de toekomst is wat het leden bewoonbaar maakt’. Het werk van Rebecca Solnit en Kristen Rogheh Ghodsee vertoont veel overeenkomsten en ook Solnit zou meer naar het Nederlands mogen worden vertaald. Met veel instemming citeert Ghodsee ook David Graeber en David Wengrow uit hun prachtig tegendraads boek ‘Het begin van alles’: ‘Als er in de menselijke geschiedenis ooit iets vreselijk mis is gegaan, begon het misschien juist fout te lopen op het moment dat mensen de vrijheid begonnen te verliezen om zich andere vormen van  sociaal bestaan voor te stellen en ernaar te handelen’. Geen pragmatisme dus voor Ghodsee, maar wel grenzen verleggen van wat politiek, wetenschappelijk of psychologisch haalbaar lijkt en stoutmoedig wegen inslaan die niemand eerder is gegaan. Vandaar ook de ambitieuze ondertitel van dit boek: wat tweeduizend jaar experimenteren ons kan leren over het goede leven.

Voor mij was de lectuur van dit boek een eerste kennismaking met deze merkwaardige Amerikaanse etnograaf en hoogleraar Russische en Oost-Europese Studies aan de Universiteit van Pennsylvania.  Ze is vooral bekend om haar etnografische werk over postcommunistisch Bulgarije. Ghodsee is een atypische Amerikaanse met kosmopolitische roots. Haar vader was Perzisch en haar moeder Puerto Ricaans.

Tijdens haar studie aan de universiteit ontmoette ze en trouwde ze met een Bulgaarse rechtenstudent. Vandaar allicht haar belangstelling voor postsocialistische genderstudies. Dat leverde onder meer een boek op met de merkwaardige titel ‘Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme’ dat eerder ook in vertaling bij uitgeverij EPO verscheen. ‘Alledaags utopia’ is haar recentste boek dat zeer snel door de uitgeverij naar het Nederlands werd vertaald.

Niet alledaags

‘Alledaags utopia’ is een kanjer van een boek dat bestaat uit acht kloeke hoofdstukken waarvoor ze niet alleen de geschiedenis induikt op zeer uiteenlopende plekken van de wereldbol, maar waarin ze die lijnen ook doortrekt naar zeer recente ontwikkelingen, waardoor ze de andere, meer progressieve kant van de VS laat zien. Niet iedereen heet Trump daar. In een uitvoerig hoofdstuk ‘De goede school’ verwijst ze onder meer naar het succes van de cursus ‘Rechtvaardigheid’ van de filosoof Michael Sandel die aan het Harvard College door meer dan 15000 studenten werd gevolgd. Haar invalshoek om naar ‘Alledaags utopia’ te kijken wijkt echter af van de klassieke maatschappijkritische benaderingen van linkse auteurs. Het is niet voldoende om onze economieën is bekritiseren, zij kijkt ook met een zeer kritisch en feministisch oog naar ons privéleven. We worden ook beïnvloed door waar we wonen, door hoe we onze kinderen grootbrengen en opvoeden, door onze persoonlijke relatie en door de kwaliteit van onze banden met vrienden, familie en partners. In al die hoofdstukken verkent Ghodsee alternatieve manieren om huizen te bouwen, onze kinderen op te voeden, onze jeugd te vormen, ons bezit te delen en te bepalen wie eigenlijk tot onze familie behoort. Zij is ervan overtuigd dat zelfs zonder een radicale politiek te voeren samenwoonprojecten, coworkingsruimtes en de opkomst van thuiswerktrends die de oude manieren om de overgang naar volwassenheid herdefiniëren, de traditionele rol van het ‘gezinshoofd’ en de ‘baas’ kunnen ondermijnen.  In tegenstelling tot haar vorige boek waarin ze zich vooral op de rol van de staat richtte, kijkt zij in dit boek meer naar autonome en op de gemeenschap gebaseerde experimenten die geïnspireerd zijn door een grote verscheidenheid aan ideologische kaders, waaronder enkele die expliciet religieus georiënteerd zijn. Zo ontstaat er een boeiende mozaïek van meestal mini-utopieën waarin niet alleen religieuze bewegingen, maar ook 19de eeuwse anarchistische experimenten tot de succesvolle cohousingsbeweging in Denemarken  over de bloeiende ecodorpen in Colombia en Portugal tot de nieuwe visie op onderwijs die ooit werd voorgesteld door het Education for Self-Reliance Program in Tanzania onder Julius Nyerere. Zij verzamelt niet alleen gegevens over ecodorpen en andere samenlevingsvormen, maar zij brengt ook evaluatiemateriaal aan waaruit blijkt dat de levenstevredenheid groter is bij mensen die leven in gemeenschappen die eigendommen delen. Dat is voorlopig niet alledaags, maar zou het kunnen worden…

Van Ghodsee tot … Galeano

De overtuigingskracht van iemand als Ghodsee is groot. Die kracht zit niet alleen in haar inhoudelijk sterk betoog, maar ook voornamelijk in haar zeer persoonlijke stijl. Zij situeert zich duidelijk ter linkerzijde, maar dan toch in een speciaal vakje, want zij noemt zichzelf half-marxist en half-boeddhist. Ghodsee profileert zich in de eerste plaats als een feministe die haar felheid heeft opgedaan tijdens haar ongelukkige jeugd: zij is een meisje uit een arm en weinig harmonieus gezin dat op 14 jaar haar thuis achter zich laat en wordt opgenomen door haar lerares en haar man aan wie ze trouwens dit boek heeft opgedragen. Daar ontvangt ze de warmte die ze in haar kerngezin niet heeft gekregen en kan ze zich verder ontwikkelen tot een studax die het uiteindelijk weet te schoppen tot hoogleraar met een zeer eigenzinnig profiel. Over haar persoonlijke ervaringen schrijft ze: ‘Ik deel mijn eigen verhaal hier alleen om te benadrukken dat de problemen van het gezin voor mij geen abstracte, theoretische overwegingen zijn, maar dingen die in mijn eigen leven heb meegemaakt en die nog steeds in al onze samenlevingen voorkomen.’ (p. 231) Het is die mengeling tussen enerzijds indringende persoonlijke ervaringen en anderzijds meer algemene verwijzingen naar voorbeelden van alledaags utopia die de lezer van dit boek uitnodigt om de reis te ondernemen en na te denken over het soort veranderingen die ons huiselijk leven minder geïsoleerd, flexibeler en duurzamer kunnen maken. ‘Ik heb het dan over dingen als universele kinderopvang, coöperatief leven, ethisch onderwijs tot zelfwerkzaamheid en kritisch denken, gedeeld bezit en uitbreiding van het begrip ‘gezin’. (p. 307 Is dat makkelijk? Neen, natuurlijk niet. De weg naar verandering in een voortdurende strijd. Zoals de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano ooit uitlegde: ‘ Utopia ligt aan  de horizon. Als ik twee stappen dichterbij kom, zet het twee stappen van me weg. Als ik nog tien stappen loop, loopt ook de horizon tien stappen van me weg. Hoe snel ik ook loop, ik zal het nooit bereiken. Wat is dan het nut van de utopie? Het punt is: blijven lopen.’ (p. 307)

 

 

Alledaags utopia, Wat tweeduizend jaar experimenteren ons kan leren over het goede leven
Kristen Rogheh Ghodsee
EPO, Berchem
2023
400 blz.
9789462674356
Print Friendly, PDF & Email

Visited 68 Times, 1 Visit today

Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).