Blokfluiten en sirenen voor het Vlaams Belang

· 1 juli 2006 Like

‘Het is verbazend dat sommige mensen – ik noem ze maar blokfluiten – zich niet schamen om de onnozelste argumenten voor machtsdeelneming van het Vlaams Belang in te roepen. Een van die veelgehoorde argumenten is: zo zal het VB zijn bestuursonkunde bewijzen. Wie dit standpunt verdedigt, bepleit het vooruitzicht op slecht bestuur als het betere alternatief. Bovendien, welke ervaring leert dat slechte bestuurders vrijwillig aftreden?

Iedereen weet wat er in doos van het VB zit. Diegenen die pleiten voor machtsdeelname van het VB zijn niet alleen defaitisten. Onder hen zijn er ook heel wat die alleen maar denken aan hun eigenbelang, aan het behoud van hun functies en hun macht en aan het op afstand houden van rivalen. Toch heb ik de indruk dat sommigen ook wat verdoken plezier willen beleven aan het optillen van het deksel van de doos. Dat blinde verlangen om te openen wat gesloten is, is dom en banaal, maar die dwaze hunkering heeft wel al altijd bestaan. Het gaat om de zwakheid die mensen ertoe verleidt om het paard van Troje altijd weer binnen de muren te halen. Dat is een hunkering die heel wat tegenstanders van het cordon sanitaire in de klassieke partijen en in de publieke opinie bezielt. Maar zijn die blokfluiten even nieuwsgierig naar het resultaat van hun ontnuchtering?

Over de deelname van het VB wordt graag gepraat in termen van binnenbreken, maar zijn de schurken die uitgenodigd worden om in te breken nog dieven? De pleitbezorgers van de machtsdeling met het VB maken op mij de indruk van huisbezitters die ’s nachts de deuren van hun huizen laten openstaan in de hoop dat de dieven maar één keer zullen komen en dat ze zich, gezien de toegankelijkheid van de domeinen, als redelijke schurken zullen gedragen. Maar wat moeten we beginnen met burgers die medeplichtig worden aan de misdaden die anderen tegen henzelf beramen? Wat gebeurt er als de schurken toch niet redelijk blijken te zijn? De politie die dat soort ‘onfaire’ wetsovertreders achtervolgt, moet nog worden uitgevonden.

Het succes van het VB is voor mij niets anders dan het succes van de haat tegen het leven en het mogelijke geluk dat ermee verbonden is. Het sociaal gespreide succes van deze totalitaire partij bewijst dat dit gevoel van levenshaat niet klassengebonden is. Het VB en zijn aanhangers is het om blinde haat en actie te doen: een vorm van verbeten moordzucht tegen alles wat het minst in staat is om zichzelf te verdedigen. Het verontrustende aan het succes van het VB is immers niet dat de partij de waarheid geweld aandoet, maar dat ze juist aanhangers wint door opzettelijk te liegen. De verkiezingsslogan waarmee het VB het meeste succes zou boeken, is ongetwijfeld: ‘Als u voor ons kiest en ervoor zorgt dat we winnen, zullen we harder liegen dan ooit tevoren’. Ik denk dat het VB zelf verrast was toen die partij ontdekte dat het zich verstrikken in tegenspraken en leugens geen handicap is, maar juist de koninklijke weg van haar succes. Hetzelfde geldt voor het gebruik van geweld.

Met Thucydides zouden we kunnen zeggen: ‘Zo weinig moeite geven zich de mensen bij het onderzoek naar de waarheid; liever wenden ze zich tot wat het eerst voor de hand ligt.’ We mogen niet vergeten dat politiek ook een uitdrukking is van een stemming. Alles wat in het openbaar gebeurt, heeft ook in het privé-leven zijn wortels. De Italiaanse schrijver Umberto Saba presenteerde Napoleon Bonaparte ooit als een kind dat altijd weer wegliep van zijn moeder, steeds verder en verder van huis, van Parijs naar Moskou. Maar omdat Napoleon zijn strooptochten in het gezelschap van enorme legertroepen verrichtte, ontging het de buitenwereld dat de zogenaamde Europese beschavingsidealen die de dictator bezielden alleen maar de dekmantel van zijn individuele, destructieve obsessies waren.

Daarom ben ik verbouwereerd als ik sommigen hoor zeggen dat Gerolf Annemans af en toe als een verstandig man praat. Ik geloof mijn eigen oren niet, want het is alsof ik weer hoor zeggen dat Hitler nog zo kwaad niet was: kijk maar naar de autosnelwegen die hij aanlegde. Of dat Mussolini ook zijn verdiensten had: kijk maar naar de moerassen die hij droog liet leggen. Je hoeft toch geen intellectueel te zijn om te weten dat het stinkdier niet minder gaat stinken als je het onder de kraan blijft houden.

Het eerste doel van totalitaire partijen, zoals het VB er één is, is altijd het ondermijnen van de rechtsstaat, die de behoeder van onze waarden en de buffer van hun ondermijners is. Hebben we zo’n kort geheugen dat we ons al niet meer herinneren hoe uitgerekend Gerolf Annemans de rechtsstaat openlijk aanviel toen hij rechters fysiek bedreigde omdat een van hun vonnissen hem en zijn partij niet aanstond? Die dreiging, die op het hart van de rechtsstaat mikt, bedoelde Imre Kertész, de joodse Hongaarse Nobelprijswinnaar literatuur, toen hij in zijn essay De ongelukkige twintigste eeuw opmerkte dat de nazi’s niets anders nastreefden dan de nihilistische tegencultuur die alles ten koste van de ander wil (en niets voor een ander). Annemans, zijn kornuiten en zijn partij behoren duidelijk tot de krachten die de consensus over het habeas corpus, dat het ware fundament van onze beschaving is, aan het vernietigen zijn.

Ten slotte: de klassieke partijen die zouden instemmen met machtsdeelname van het VB op lokaal niveau, zullen daarvoor later op nationaal vlak de rekening betalen, in welke vorm ook. Waarom zouden de kiezers voor de kopieën kiezen, als ze direct het origineel kunnen krijgen? Er zijn kortom geen redelijke argumenten om, na zovele jaren, voor de opheffing van het cordon sanitaire te pleiten.

Ik zou niet graag in de schoenen staan van de partij die bezwijkt voor de lokroep der sirenen en het akkoord rond het cordon sanitaire als eerste verbreekt. Die partij zal door de geschiedenis worden vervloekt als de ondermijner van de waarden waarover sedert het einde van de Tweede Wereldoorlog (maar ook daarvoor al) in de hele westerse wereld een consensus bestaat. Daarom zal de reputatie van de partij die het cordon aan haar laars lapt nog kwalijker zijn dan die van het geboefte dat ze salonfähig heeft gemaakt.

Het heeft geen zin om te praten over de goede kanten van het VB, want er zijn er geen. In zulke zaken deel ik zonder reserve de mening van Sebastian Haffner die bijna zeventig jaar geleden in Het verhaal van een Duitser (1939) over de opkomende nazi’s in Duitsland schreef: ‘Het was eenvoudig vermoeiend om te praten over welke van hun beweerde doelstellingen en plannen toch enigszins aannemelijk of op z’n minst “historisch gerechtvaardigd” was, als het geheel zo stonk zoals het deed. Dat de nazi’s vijanden waren – voor mij en voor alles wat me dierbaar was –, daarin vergiste ik me geen moment. Waarin ik me echter volkomen vergiste, was hoe huiveringwekkend die vijanden zouden zijn. Ik neigde er destijds nog toe om hen niet helemaal serieus te nemen, een wijdverbreide instelling onder hun onervaren tegenstanders, die hen veel geholpen heeft en ook nu nog helpt.’

Piet de Moor

Schrijver

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juni-augustus 2006)

Piet de Moor informatie