Blair geridderd, Assange gevangen

Julian Assange zit gevangen vanwege diens publicaties over Amerikaanse oorlogsmisdaden in Irak en Afghanistan. Tony Blair is geridderd, ondanks de aanvalsoorlog die hij voerde tegen Irak en de verwoesting die hij in dat land aanrichtte. Wat betekent dit voor de vrijheid van pers en het vertrouwen in de rechterlijke macht?

Beiden waren weer volop in het nieuws: Wikileaks-oprichter Julian Assange, omdat de Britse overheid besloten had hem uit te leveren aan de VS – en voormalig premier Tony Blair omdat de koningin hem geridderd had. De reguliere media presenteerden deze beide gebeurtenissen als los van elkaar staande nieuwsfeiten. Op de sociale media was dit anders. Daar verschenen talloze berichten van mensen die een verband zagen en die bovendien verontwaardigd reageerden. “Irak binnenvallen, levert je een mooie onderscheiding op,” twitterde de Britse journalist Richard Medhurst. “Voor schrijven over westerse misdaden in Irak word je gestraft.” Iemand met de Twitterhandle @RaggedTP schreef: “Als je weer eens kritiek hoort op Rusland, China of Noord-Korea vergeet dan niet dat Julian Assange gevangen zit vanwege het onthullen van oorlogsmisdaden en dat Tony Blair op vrije voeten is.”

Wat zijn de feiten? Toenmalig premier Blair stuurde in 2003 een troepenmacht van 46 duizend man naar Irak ter ondersteuning van de VS die het land binnenvielen om naar eigen zeggen massavernietigingswapens op te ruimen. Want die zouden een bedreiging vormen voor de buurlanden van Irak en de wereldgemeenschap. Ze zouden in 45 minuten tijd kunnen worden ingezet. Daar bleek niets van waar. Het enige wat de Amerikanen aantroffen, na drie jaar vruchteloos zoeken, was een partij vergane, onbruikbare projectielen, die nog dateerden uit de jaren tachtig toen Irak oorlog voerde met Iran. Het waren geen massavernietigingswapens en er ging geen enkele militaire dreiging van uit, was de conclusie van de Iraq Survey Group, die eropuit was gestuurd chemische en biologische wapens op te sporen.

Had Blair gelogen? Diens ambtsopvolger, Gordon Brown, zette in 2009 een commissie aan het werk voor onderzoek naar de rol van het Verenigd Koninkrijk in de oorlog tegen Irak. Deze commissie onder leiding van Sir John Chilcot concludeerde in 2016 onder meer dat Irak ten tijde van de invasie geen enkele bedreiging vormde voor het Verenigd Koninkrijk, dat Blair sprak over massavernietigingswapens met een stelligheid die niet kon worden gerechtvaardigd – en dat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk het gezag van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties hadden ondermijnd. Een jaar later liet Chilcot zich tegenover de Britse staatsomroep BBC ontvallen dat hij de indruk had dat Blair “niet eerlijk” was geweest over zijn besluit Irak binnen te vallen.

Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt landen om militair geweld tegen andere landen te gebruiken, tenzij uit zelfverdediging als ze worden aangevallen. Maar er staat geen straf op. Er zijn vanuit de Britse bevolking oproepen gedaan aan het Openbaar Ministerie om Blair te vervolgen. In reactie op een zaak die was aangespannen door de Iraakse ex-generaal Abdulwaheed al-Rabbat, stelde echter in 2017 de Hoge Raad dat Blair in eigen land niet vervolgd kon worden omdat er in het Britse wetboek voor strafrecht niets gezegd wordt over ‘agressiemisdaad’: het beginnen of uitlokken van een oorlog. Ook het Internationaal Strafhof in Den Haag kan hem niet vervolgen voor deze misdaad. Diverse lidstaten waaronder het Verenigd Koninkrijk blokkeren namelijk pogingen van het Strafhof om regeringsleiders te kunnen vervolgen voor aanvalsoorlogen. Het Strafhof is wel gerechtigd verdachten van oorlogsmisdaden te vervolgen. Eind 2020 maakte de hoofdaanklaagster Fatou Bensouda van het Strafhof bekend dat er “gegronde redenen” zijn om aan te nemen dat Britse troepen zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden in Irak, maar dat ze geen mogelijkheid ziet ze hiervoor aan te klagen.

Ruim 1,2 miljoen Britten hebben een petitie getekend in een oproep aan de koningin om af te zien van haar voornemen Blair te ridderen. Het mocht niet baten. Op 13 juni benoemde ze hem tot Knight Companion of the Most Noble Order of the Garter.

Dan Assange. De Australiër zorgde in 2010 voor ophef toen zijn klokkenluidersplatform Wikileaks een video publiceerde die gemaakt was vanuit een Amerikaanse legerhelikopter. Daarin was te zien dat de bemanning het vuur opende op een groep ongewapende burgers in Bagdad. Tenminste twaalf mensen kwamen daarbij om het leven, inclusief twee medewerkers van het Britse persbureau Reuters. In hetzelfde jaar publiceerde Wikileaks honderdduizenden vertrouwelijke documenten van de Amerikaanse krijgsmacht over de oorlogen in Irak en Afghanistan, waaruit bleek dat het helikopterincident niet op zichzelf stond. Het Amerikaanse geweld tegen burgers was veel groter geweest dan tot dan toe werd gedacht. In 2010 publiceerde Wikileaks ook nog eens ruim 250 duizend berichten uit de correspondentie tussen het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en Amerikaanse ambassades.

De Amerikaanse justitie wil Assange vervolgen omdat hij door het verkrijgen en publiceren van de documenten in strijd zou hebben gehandeld met een uit de mottenballen gehaalde spionagewet uit 1917. De Amerikanen hebben de Britse justitie gevraagd om zijn uitlevering. Dat was jarenlang onmogelijk omdat hij zich schuilhield in de ambassade van Ecuador in Londen. Op 11 april 2019 werd hij uit de ambassade gesleept en vastgezet in de Londense Belmarsh-gevangenis. Op 10 december 2021, na een slepende juridische procedure, oordeelde de Hoge Raad dat Assange mocht worden uitgeleverd. Op 17 juni, dus vier dagen nadat Blair geridderd was, ging ook minister van Buitenlandse Zaken Priti Patel akkoord met de uitlevering. Dit ondanks jarenlange en wereldwijde protesten van mensenrechtenorganisaties, journalistieke belangenverenigingen, organisaties van artsen – en een rapport van VN-mensenrechtenrapporteur Nils Melzer dat vernietigend was voor de Britse en Amerikaanse autoriteiten. Wikileaks heeft aangekondigd in beroep te gaan tegen het besluit van de Britse regering. “Vandaag is niet het einde van het gevecht,” twitterde Wikileaks. “Het is het begin van een nieuwe juridische strijd.”

Volgens Melzer willen de Britse en Amerikaanse autoriteiten een voorbeeld stellen. “Ze zeggen tegen de hele wereld: Als je doet wat Assange deed, dan zullen we je stoppen, je het zwijgen opleggen, jouw leven stuk maken en dat van je gezin.” Diverse media hebben inderdaad, naar aanleiding van de vervolging van Assange, kenbaar gemaakt te vrezen voor precedentwerking. “Journalisten hebben al sinds de Pentagon Papers (1) verslag uitgebracht over verkregen informatie die door de overheid als vertrouwelijk was bestempeld. Misstanden en machtsmisbruik werden zo aan het licht gebracht,” zei hoofdredacteur Marty Baron van The Washington Post in 2019 in een interview met The Daily Beast. “Met de nieuwe aanklacht tegen Julian Assange komt de overheid met een juridische argumentatie die dit belangrijke werk in gevaar brengt en die indruist tegen het Eerste Amendement.” Hoofdredacteur Dean Baquet van The New York Times zei die mening te delen. “Het verkrijgen en publiceren van informatie die de overheid geheim wil houden is van vitaal belang voor de journalistiek en de democratie,” zei hij. “De nieuwe aanklacht is een zeer verontrustende stap die de overheid neemt om meer controle te krijgen over wat Amerikanen wel en niet mogen weten.”

Dit artikel verscheen eerder in het weekblad De Andere Krant

 

Noot van de redactie:

(1) De Pentagon Papers zijn een geheim rapport van het Amerikaanse ministerie van defensie over de bemoeienissen van de VS met Vietnam in de periode1945-1967. Het rapport lekte uit en zorgde over de hele wereld voor sensatie toen de New York Times het vanaf 13 juni 1971 begon te publiceren.

 

Deel dit artikel

Visited 282 Times, 1 Visit today

Tags :
Eric van de Beek

Eric van de Beek is journalist.
Hij studeerde journalistiek aan Hogeschool Windesheim en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. En werkte jarenlang in vaste dienst bij Elsevier. De laatste jaren leverde hij als vrije journalist bijdragen aan onder meer Diplomat Magazine, Novini,
Sputnik, Gezond Verstand, Uitpers en De Andere krant.

Als eerste journalist schreef Van de Beek over de steun van het kabinet aan terreurgroepen in Syrië, de doofpotaffaire rond de nepgifgasaanval in Douma (Syrië) en het bedrog achter de Amerikaanse en Europese Magnitski-wetgeving. Van de Beek publiceerde boeken over de MH17-ramp en nepnieuws in de massamedia.

zie ook