Binnenkort voedselrellen in 33 landen. Dirk Barrez legt uit hoe dat komt

Vijf doden bij voedselrellen in Haïti. In februari vielen al veertig doden bij een gelijkaardige opstand in Kameroen. Ook in Egypte, Indonesië, de Filippijnen, Pakistan, Marokko, Mauritanië, Mozambique, Senegal, Ivoorkust en Jemen zijn er betogingen, stakingen en vaak gewelddadige confrontaties met de ordediensten. De wereldvoorraad van graan krimpt en de prijzen van maïs en rijst schieten de hoogte in. Wat is er aan de hand? Journalist Dirk Barrez, auteur van Koe 80 heeft een probleem, legt uit.

Hoe komt het de dat sommige voedselprijzen zo snel stijgen?

“Ik denk dat je vier oorzaken moet onderscheiden. De laatste twee jaar zijn er in veel gebieden waar graan wordt geteeld misoogsten geweest. Er is ook een sterke groei van de vraag in landen als India en vooral China waar mensen meer vlees beginnen te eten. Voor de productie van vlees heb je veel meer graan nodig dan als je het rechtstreeks opeet. Voor kippenvlees is dat twee keer zoveel graan. Voor andere vleessoorten zelfs tot tien keer zoveel. Derde oorzaak is de opkomst van de biobrandstof. Tot kort geleden brachten de VS per jaar 55 miljoen ton maïs op de wereldmarkt. Om ethanol te produceren is er nu al 130 miljoen ton maïs nodig. Dat is het voedsel waarmee men vroeger Cairo bevoorraadde. Ten slotte is er de klimaatverandering. In een aantal regio’s zorgt dat wellicht nu al tot een dalende productie. Over het huidige effect van de klimaatverandering bestaat nog twijfel, maar het klimaat zal zeker in de toekomst een grotere rol spelen.

Regeringen in Thailand en de Filippijnen dreigen met zware straffen tegen speculanten? Drijft speculatie de prijs omhoog?

“In een markt waar er tekorten optreden wordt het interessant om voorraden aan te leggen en te speculeren op hogere prijzen. Het is evident dat daar nu veel geld te verdienen valt. Hier en daar hoor je ook dat het opnieuw interessant is om in landbouw te investeren. Sommige banken roepen hun klanten op om een ‘graantje mee te pikken’.”

Profiteren de boeren van de hogere prijzen?

“Op korte termijn is het een goede zaak voor sommige boeren. Een melkveehouder zal niet nee zeggen tegen duurdere melk. Heel veel andere boeren zoals varkenskwekers zien de prijs van varkensvlees stagneren terwijl zij veel meer moet betalen voor dierenvoeding. Die zitten nu in de penarie. Merk ook op dat de meerprijs in de winkel voor veel producten veel hoger is dan voor het basisproduct. De tussenhandelaars, de verwerkers en de grootdistributie gebruiken de stijgende prijzen om hun marges te vergroten. Je moet die stijgende prijzen ook relativeren. De melkprijs staat nu op het niveau van 1983. Het is dus een heel genuanceerd verhaal.”

Zullen de hogere prijzen niet opnieuw duurzame investeringen lokken naar de landbouw?

“Landbouw wordt weer interessant voor financieel kapitaal dat op zoek is naar investeringen en hoge opbrengsten. Dat geeft een impuls aan de meest industriële en kapitaalintensieve landbouw. Dat is ten nadele van de familiale landbouw die met zijn eigen kapitaal werkt. De winnaar is de exportgerichte agro-industrie waar heel weinig plaats is voor arbeiders.”

Hebben we die agro-industrie nu niet juist hard nodig om de hele wereld te voeden?

“Als je zou kunnen aantonen dat de agro-industrie productiever is dan de familiale landbouw. Uit onderzoek blijkt dat dat niet zo is. Ik heb het niet over de overlevingslandbouw die je vaak in Afrikaanse landen ziet. Wel over de familiale landbouwbedrijven met een eigen kapitaal. Die zijn soms veel productiever dan de agro-industrieën bedrijven. Door het feit dat zij hun opbrengsten in de lokale economie investeren – en niet zoals de aandeelhouders van de agro-industrie ergens in het buitenland of de stad – zijn streken met sterke familiale bedrijven veel welvarender dan streken waar agro-industriële neerstrijken. De agro-industrie werkt met weinig mensen. Werkloze boeren verlaten het platteland en trekken naar de krottenwijken in de steden. Het zijn die slums waar nu voedselopstanden uitbarsten. Die boeren betalen dus twee keer een harde prijs. De eerste keer toen ze hun grond moesten verlaten. De tweede keer nu ze geen voedsel meer kunnen kopen door de hogere prijzen.”

“Je hebt dus een sterk platteland nodig waar boeren goed hun brood verdienen. Als je dan nog een stad hebt met fabrieken die hun producten kwijt kunnen aan de mensen op het platteland heb je een sterk ontwikkelingsmodel. Kijk naar de geschiedenis: alle rijke landen hebben het zo gedaan. Zelfs China probeert het de laatste jaren zo te doen. Maar wat zeggen de economen van het IMF en de Wereldbank: gooi de markten open en haal je voedsel elders. Alle rijke landen hebben altijd hun eigen landbouw beschermd om hun eigen voedsel te produceren zelfs als dat duurder is dan op de wereldmarkt.”

Het IMF laat alarmerende geluiden horen, maar grijpt tegelijk ook terug naar de recepten uit het verleden. Meer vrijhandel.

“Kijk wat de gevolgen zijn in Senegal. Als je aan een half miljoen Senegalese boeren zegt dat hun rijst te duur is en dat er voortaan goedkope rijst wordt ingevoerd uit Thailand, verliezen zij hun inkomen. Nu zeggen ze in Thailand en China: we stoppen met die goedkope uitvoer want we hebben dat voedsel zelf nodig. En die arme boeren kunnen alleen nog naar de stad trekken en deelnemen aan voedselrellen of met een gammel bootje naar Europa vluchten. Het IMF en de Wereldbank moeten maar eens zeggen wat ze daar aan willen doen. En als er nu nog overschotten op de wereldmarkt komen, zeggen de biobrandstofproducenten: dat is voor ons want onze fabrieken moeten draaien.”

“Het is ook ironisch dat de verpauperde boeren nu de schuld dreigen te krijgen van de stijgende prijzen. Terwijl diegenen die verantwoordelijk zijn voor het energiebeleid met biobrandstoffen buiten schot blijven. Diegenen die massa’s winsten maken door te speculeren met voedsel blijven buiten schot. Net als de elites van de Wereldbank en het IMF. Net als de elites van landen als Kameroen die landbouw niet belangrijk vinden. Zeventig procent van de Kameroenezen is boer. Van de begroting gaat er 1,7 procent naar landbouw.”

De Wereldbank voorspelt rellen in 33 landen.

“Je kan mensen niet kwalijk nemen dat ze laten horen dat ze honger hebben. In het budget van veel Egyptenaren neemt eten 50 procent in. Door de hogere prijzen dreigt dat te stijgen tot 75 procent. De impact is dus veel groter dan in het Westen. Wij hebben ook nog indexeringen en kunnen betogen voor hogere lonen. In Egypte is dat niet zo evident.”

U klinkt zeer pessimistisch.

“Je hebt me gevraagd wat de oorzaken zijn van de huidige crisis. Je kan ook vragen naar de oplossingen. Ik stel vast dat alle ontwikkelde landen hun landbouw in eigen handen hebben gehouden. De enige oplossing is de landbouw productiever maken zodat het inkomen van de boeren stijgt en een afzetmarkt in steden creëren met arbeiders die in fabrieken werken. Maar ook dat mag niet meer van de Wereldhandelsorganisatie. Je mag geen fabrieken beschermen tot ze sterk genoeg zijn om de concurrentie aan te kunnen. Ze moeten direct de strijd aangaan op de wereldmarkt. Ik ben niet tegen de markt. Maar als de markt niet werkt, moet je ingrijpen. Senegal is nog niet eens in staat zijn eigen katoen te verwerken. Als ze fabrieken bouwen, zouden die direct moeten concurreren met die van China. Maar de fabrieken in China zijn wel dertig jaar geleden gebouwd achter gesloten grenzen. Die zijn nu rijp genoeg om zich op de wereldmarkt te begeven.”

(Uitpers, nr 98, 9de jg., mei 2008)

Bron: http://indymedia.be/nl/print/26987

Dirk Barrez is stichter van PALA

Gratis inschrijven op de PALA e-brief:

http://parma.pair.com:80/jeugd/globalsociety/palabrief.php?enroll=1

Deel dit artikel

Visited 103 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook