Big brother in Thailand

Autoritaire regimes hebben de neiging om tot het uiterste te gaan als het er op aankomt aan de macht te blijven door afwijkende meningen het zwijgen op te leggen. Sinds de democratie uit Thailand werd verbannen na de militaire staatsgreep van 2014, zijn er een aantal wetten aangenomen (en andere verscherpt) die het Thaise volk zogezegd moeten beschermen tegen de schadelijke effecten van computercriminaliteit en nepnieuws of om de vrijheid van informatie te garanderen. Niets is minder waar.

Sinds de oprichting van Thailands natiestaat aan het einde van de 19e eeuw, ontwaren de politieke wetenschappers Chris Baker en Pasuk Phongpaichit twee steeds weerkerende tendenzen in de Thaise geschiedenis. De eerste is de noodzaak van een sterke absolutistische staat nodig om externe bedreigingen (kolonialisme/communisme) en interne wanorde (vroeger de Chinezen, nu kritische dissidenten) te overwinnen. De tweede is het recht van de monarchie en militaire elite om  ‘onbaatzuchtig’ en ‘professioneel’ te regeren. De formule werd halverwege de 20e eeuw nieuw leven ingeblazen. Met de hulp van de VS werden de koninklijke en militaire elementen van de traditie bij elkaar gedreven, zodat Siam (later Thailand) vooruitgang en ontwikkeling kon bereiken om te kunnen overleven in een wereld van concurrerende naties en ideologieën.

Van vrij en liberaal naar autoritair

Toch werd Thailand in september 1997 het eerste land in ASEAN dat een wet op de vrijheid van informatie invoerde. De Official Information Act (OIA), zoals die werd genoemd, werd een nieuwe maatstaf voor een vrije samenleving en haar openheid en transparantie. Voor het eerst had het publiek recht op toegang tot informatie, met name informatie die voorheen in het bezit was van de overheid.

Niet veel Thais realiseerden zich destijds dat alleen een democratische samenleving met een verantwoordelijke regering zo’n wet zou bekrachtigen.

Het idee werd begin jaren negentig geïnitieerd door de (technocratische) regering van oud-premier Anand Panyarachun, die werd geinstalleerd na de staatsgreep in 1992. Als voormalig minister van Buitenlandse Zaken en diplomaat vond hij dat het publiek toegang moest hebben tot verslagen van het Thaise buitenlands beleid. Het idee leidde tot opname van dit recht in de grondwet van 1997.

Met de Grondwet van 1997 – ook wel het “Volkshandvest” genoemd -, was er een sterk gevoel dat Thailand nu een echte liberale democratie was geworden met het recht van het publiek op kennis en toegang tot door de overheid beheerde informatie. 1997 was inderdaad een keerpunt – dat samenviel met de Tom Yum Gung financiële crisis – een nieuwe democratie in combinatie met de bevordering van liberale waarden en mensenrechten als een van de grondbeginselen van het buitenlands beleid van Thailand.

Dat was 1997 en sindsdien zijn we diverse staatsgrepen, regeringen en herschreven grondwetten verder. Over het algemeen waren de gouden jaren van de OIA tijdens de eerste vier jaar onder voormalig premier Chuan Leekpai. Het publiek toonde zich enorm gefascineerd door nieuws over  schandalen, corruptie en allerlei misdrijven die voordien door de overheid uit openbare gegevensbanken waren verwijderd.

In 2001 wonnen Thaksin Shinawatra en zijn Thai Rak Thai Party de verkiezingen. Dankzij de OIA kon Prasong Lertrattanwisut, een bekende onderzoeksjournalist, al Thaksins echte financiële transacties opdiepen en bewijzen dat hij een deel van zijn aandelen had overgedragen aan zijn chauffeur en kok. Volgens de Thaise wet moeten alle ministers bij aantreden hun financiële situatie en vermogen aangeven. Het schandaal van Thaksin werd de “grote vis” die door de OIA was gevangen.

Maar toen de informatiewet zijn vijfde jaar inging, was het enthousiasme van het publiek enigszins geluwd. De media konden nog over diverse schandaaltjes van ‘puu noi’ (kleine jongens) schrijven, maar de grote vissen bleven buitenboord. De OIA werd vooral gebruikt om persoonlijke vetes uit te vechten, leek het. Overheidsinstanties op nationaal en provinciaal niveau waren ook terughoudender geworden om informatie vrij te geven.

In het afgelopen decennium hebben politici – uit angst om te worden ontmaskerd -, herhaalde pogingen ondernomen om de OIA af te zwakken en de toegang voor het publiek tot door de overheid beheerde informatie moeilijker te maken. Dit vooral met name met betrekking tot de zgn. nationale veiligheid en details over wapenaankopen.

Sinds 2014, toen de politieke onrust zich concentreerde op politieke hervormingen waarbij alle belangrijke instellingen in het land betrokken waren, heeft de huidige regering besloten om extra, nooit eerder geziene, barrières voor toegang tot gevoelige informatie op te werpen.

Bang voor ‘fake news’ of de waarheid?

De sinds 2014 in voege getreden informatiewetten zijn zwaar bekritiseerd door de media, maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten als een poging om openbare informatie voor het publiek af te schermen. Het werd ook gezien als een aanfluiting van de bewering van de regering dat ze schoon is en transparant.

De herziene wet geeft elk agentschap ruime arbitraire bevoegdheden om te beslissen of en welk type informatie binnen een bepaalde tijdspanne (aantal dagen) kan worden onthuld. Een lokale ambtenaar kan elke openbaarmaking van openbare informatie technisch stopzetten als het verzoek, inclusief dat van buitenlanders, onnodig of storend wordt geacht. De herziene versie zal de ambtenaar in staat stellen om zijn persoonlijk oordeel te gebruiken als voldoende raison d’être, om het verzoek van een persoon om openbare gegevens te verkrijgen, te stoppen.

De nieuwe wet legt beperkingen op aan de openbaarmaking van alle gegevens en informatie die schade zouden kunnen toebrengen aan de nationale defensie en veiligheid, antiterrorisme, de koninklijke instelling en informatie met betrekking tot de veiligheidsbescherming ervan, evenals internationale betrekkingen met het buitenland en financiële veiligheid. Bovendien moeten alle rechtszaken die betrekking hebben op geschillen over de nationale veiligheid in het geheim worden gevoerd. Degenen die de details van zulke zaken onthullen, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden en riskeren een gevangenisstraf van tenminste 10 jaar.

Onder de huidige regering zijn verschillende wetgevingen met betrekking tot inspraak, openbare vergadering, het recht van het publiek om te weten, en vele andere herzien, waardoor het land minder liberaal en minder open is geworden. Het is glashelder dat het echte doel van deze wetten is om de stem van het volk te onderdrukken, stelt Wasant Techawongtham in een opiniebijdrage in de Bangkok Post.

Na de staatsgreep van 2006 heeft de regering onder generaal Surayud Chulanont, nu voorzitter van de Privy Council, voor het eerst wetgeving tegen computercriminaliteit ingevoerd om de wereld van het internet aan banden te leggen. De wetgeving, bekend als de Computer Crime Act 2017, zou zijn aangenomen om computerhacking, gegevensdiefstal en spam of valse gegevens te voorkomen. Artikel 14, punten 1 en 2, van de wet staat de regering toe om alles wat zij als “vals” of “vervormde” informatie beschouwt, te vervolgen. Het zijn multi-interpreteerbare termen die tot machtsmisbruik kunnen leiden. Zo is de wet na de coup van 2014 door de (militaire) regering gebruikt tegen tegenstanders die het regime bekritiseerden.

Ook andere wetten werden gebruikt om de vrijheid van meningsuiting in te perken, bijvoorbeeld de Wet op de openbare vergadering van 2015 en de Cyberbeveiligingswet van 2019.

De Wet op de openbare vergadering legt strenge beperkingen op aan politieke vergaderingen, wat heeft geleid tot arrestaties van demonstranten tijdens doorgaans vreedzame, soms ludieke, betogingen.

De Cybersecurity Act wordt verondersteld schade aan de computerinfrastructuur en het netwerk te voorkomen, maar een sectie die handelt over “kritieke cyberdreigingen” maakt een brede interpretatie mogelijk van strafbare feiten die de “openbare vrede” en “nationale veiligheid” bedreigen en die een “terrorisme”-dreiging vormen.

En het Noodbesluit (Emergency Decree), dat voor de twaalfde keer verlengd is tot 31 juli, stelt verschillende gezondheids-, beleids- en ordediensten in staat om samen te werken aan anti-Covid-19-maatregelen en middelen voor de volksgezondheid. Kritiek erop wordt evenwel niet getolereerd.

Een groep van 18 gebruikers van sociale media is bijvoorbeeld in juridische problemen geraakt door berichten die ze verspreiden over de Covid-19-situatie en de bijwerkingen van de vaccins. De minister van Digitaal, Economie en Samenleving (DES), Chaiwut Thanakhamanusorn, verklaarde tijdens een persconferentie op 24 mei 2021 dat ongefundeerde berichten sociale onrust kunnen veroorzaken en uiteindelijk een bedreiging kunnen vormen voor de nationale veiligheid. Daarom diende het ministerie en de politie een aanklacht in. Zes verdachten werden gearresteerd wegens vermeende overtreding van de Computer Crime Act 2007 en het Noodbesluit. Nog eens 12 verdachten  kregen het bevel de inhoud op hun Facebook te verwijderen.

Al deze wetten hebben tot doel de vrijheid van meningsuiting te onderdrukken. Degenen die hun mening poogden te uiten tegen de huidige heersers, zijn hard aangepakt. Aanvankelijk werden ‘dissidenten’ door de Thaise autoriteiten gedagvaard voor “een training in attitudeverandering”. Maar toen dit eerder in volharding dan onderwerping resulteerde, werd de ‘opvoeding’ aangepast en eindigden velen in de gevangenis. Ze mochten pas terug naar hun familie nadat ze ermee hadden ingestemd hun lippen te verzegelen.

Maar anti-regeringsdissidenten zijn niet de enige slachtoffers. Alle media voelden zich gedwongen hun aanbod zeer zorgvuldig te screenen, wat in veel gevallen tot zelfcensuur heeft geleid.

Bovendien controleren speciale diensten van het leger verschillende sociale mediaplatforms waar het publieke debat nog min of meer vrij wordt gevoerd. Maar deze staat van vrijheid zal blijkbaar niet lang meer blijven bestaan. Om het vrije debat (dat vaak, net zoals in het Westen, erg polariserend en sensatiegericht is) te stoppen, heeft het regime onlangs de Raad van State gevraagd om relevante juridische maatregelen te nemen met het oog op de controle van digitale inhoud op sociale media.

Een regeringswoordvoerder rechtvaardigde de stap met de mededeling dat de handhaving van de bestaande wetten te lang duurt en de publieke schade moet stoppen die wordt veroorzaakt door malafide acties op sociale media.

Waarom vindt het regime dat het zijn toevlucht moet nemen tot nog meer onderdrukkende maatregelen? Is het echt nepnieuws dat ze willen elimineren? Of is het de waarheid waar ze bang voor zijn?, vraagt  Wasant Techawongtham tot besluit.

Lèse-majesté bereikt nieuwe mijlpaal

De International Federation for Human Rights (FIDH) en Thai Lawyers for Human Rights (TLHR) roepen de Thaise autoriteiten op om een einde te maken aan de juridische vervolging van personen die hun recht op vrijheid van meningsuiting willen uitoefenen. Bovendien willen ze artikel 112 (over lèse-majesté – majesteitsschennis) wijzigen om het in overeenstemming te brengen met de Thaise mensenrechtenverplichtingen zoals voorzien in het in 1966 aangenomen Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).

Het aantal personen dat aangeklaagd is wegens majesteitsschennis was begin juni 100. De overgrote meerderheid van deze gevallen was het gevolg van politieke uitingen op het internet en de deelname aan vreedzame prodemocratische demonstraties die plaatsvonden tussen augustus 2020 en maart 2021. Zo heeft de Thaise politie in maart een strafrechtelijke aanklacht ingediend tegen de vooral bij jongeren populaire Thanathorn Juangroongruangkit, – leider van de Future Forward Party tot die partij in 2020 ontbonden werd -, wegens belastering van de monarchie in een Facebook Live-stream. Hij maakte zijn beklag over “de overdreven afhankelijkheid van de regering van Siam Bioscience, een bedrijf dat eigendom is van de koning, voor de productie en levering van AstraZeneca-vaccins voor zowel Thailand als de wijdere regio, ondanks het feit dat het bedrijf geen eerdere ervaring heeft met het produceren van vaccins”. Thanathorns zaak is in afwachting van een proces.

“De krachtige handhaving van artikel 112 om de acties van pro-democratische activisten, demonstranten en critici van de monarchie strafbaar te stellen, heeft geleid tot flagrante schendingen van het recht op vrijheid, de vrijheid van meningsuiting en een eerlijk proces. De Thaise regering moet een einde maken aan dit misbruik en onmiddellijk gehoor geven aan de oproepen tot wijziging van artikel 112″, stelde FIDH-secretaris-generaal Adilur Rahman Khan.

Volgens informatie verzameld door TLHR zijn tussen 24 november 2020 en 11 juni 2021 100 personen aangeklaagd op grond van artikel 112  van het Thaise wetboek van strafrecht . Hiervan zijn acht kinderen (d.w.z. personen onder de 18 jaar). Artikel 112 legt gevangenisstraffen op voor degenen die de koning, de koningin, de troonopvolger of de regent belasteren, beledigen of bedreigen. Personen die schuldig worden bevonden riskeren gevangenisstraffen van drie tot vijftien jaar voor elke telling.

Na een onderbreking van twee jaar werden eind november 2020 de vervolgingen en arrestaties op grond van artikel 112 hervat als reactie op de landelijke pro-democratische protesten die Thailand het grootste deel van 2020 overspoelden. Tijdens veel van deze demonstraties verbraken betogers het lang bestaande politieke taboe om de monarchie rechtstreeks te bekritiseren, en riepen op tot hervormingen van de instelling. Premier Prayuth Chan-ocha kondigde op 19 november 2020 aan dat de regering “alle wetten en artikelen” zou handhaven tegen pro-democratische leiders en demonstranten.

Verschillende VN-mechanismen voor toezicht op de mensenrechten hebben hun bezorgdheid geuit over het groeiende aantal majesteitsschennisvervolgingen in Thailand en de steeds strengere toepassing van artikel 112. Ze hebben ook herhaaldelijk opgeroepen tot wijziging of intrekking van artikel 112. “We hebben herhaaldelijk benadrukt dat majesteitsschenniswetten geen plaats hebben in een democratisch land”, stelde een vergadering van UN-experts begin februari 2021 in een speciaal rapport voor de in Geneve gevestigde VN-Raad voor de Mensenrechten. “Hun steeds strengere toepassing heeft tot gevolg gehad dat de vrijheid van meningsuiting wordt bekoeld en de openbare ruimte en het genot van fundamentele vrijheden in Thailand verder wordt beperkt”, voegden ze eraan toe.

Na de aankondiging van generaal Prayuth hebben de autoriteiten prodemocratische activisten en vreedzame demonstranten, die tijdens protesten en op socialemediaplatforms openbare kritiek op of opmerkingen maakten over de Thaise monarchie, actief vervolgd, gearresteerd en vastgehouden.  Vooral prominente pro-democratische activisten zijn het doelwit geweest. Sommigen van hen ontvangen meerdere aanklachten op grond van artikel 112, wat kan leiden tot zeer lange gevangenisstraffen.

De Thai Lawyers for Human Rights (TLHR) melden op 17 juni dat studentenactivist Parit Chiwarak nu wordt geconfronteerd met 20 aanklachten onder de Lèse-majesté-wet. De klachten verwijzen naar Facebook-berichten die Parit plaatste over de scheiding van koning Vajiralongkorn van zijn ex-vrouw Sujarinee Vivacharawongse, en het gebruik van Sanam Luang voor begrafenissen. Sinds het bewind van koning Rama I, dat begon in 1782, wordt de open ruimte voor het Koninklijk Paleis, bekend als Sanam Luang, gebruikt als crematieplaats voor de begrafenissen van koningen, koninginnen en hooggeplaatste leden van de koninklijke familie. De klachten waren ingediend door een lid van het Thailand Help Center for Cyberbullying Victims, een royalistische online groep waarvan de leden reeds talloze aanklachten tegen netizens hebben ingediend. Parit Chiwarak ontkende alle beschuldigingen en verzocht om Sujarinee en haar zonen als getuigen te laten verschijnen en hen te laten uitleggen waarom ze Thailand moesten verlaten.

De borgtocht van veel beklaagden van majesteitschennis is door de rechtbanken systematisch geweigerd, zowel tijdens het onderzoek als in afwachting van het proces. Sinds november 2020 hebben de autoriteiten ten minste 17 personen vastgehouden wegens vermeende schending van artikel 112. Hoewel sinds juni 2021 alle beklaagden van majesteitsschennis op borgtocht zijn vrijgelaten, worden velen van hen vrijgelaten onder de voorwaarde dat ze zich niet opnieuw bezighouden met activiteiten die verdere schade toebrengen aan de monarchie en niet deelnemen aan activiteiten die de openbare orde kunnen verstoren.

Een aantal van hen verklaarden na hun vrijlating dat ze in de gevangenis covid hadden opgelopen, iets wat de regering voordien geheim had gehouden. Sindsdien worden het aantal covid-besmettingen en doden in de officiele statistieken meegenomen. Van de iets meer dan 310.000 gevangenen is 10% besmet.

Toen de tweede golf van majesteitsschennis vervolgingen begon, registreerde Thailand ook de langste gevangenisstraf die ooit is opgelegd op grond van artikel 112. Op 19 januari 2021 heeft de correctionele rechtbank van Bangkok de 65-jarige voormalige ambtenaar Anchan Preelert veroordeeld tot 87 jaar gevangenisstraf voor 29 tellingen van majesteitsschennis over online berichten. Haar straf werd teruggebracht tot 43 jaar en zes maanden, nadat ze schuldig pleitte.

De dag ervoor veroordeelde de rechtbank van Bangkok de schrijver en dichter Siraphop Kornaroot van majesteitsschennis voor zijn online artikelen en gedichten. Siraphop werd veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf. Hij werd echter onmiddellijk vrijgelaten na de beslissing van de rechtbank, omdat hij na zijn arrestatie op 1 juni 2014 al vier jaar en 11 maanden in voorarrest had doorgebracht. In haar advies van 24 april 2019 vond de ‘Werkgroep willekeurige detentie van de Verenigde Naties’ (UNGWAD) geen rechtsgrond voor de detentie van Siraphop, en concludeerde dat zijn detentie het gevolg was van zijn vreedzame uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting, dus willekeurig was. Ze riep de Thaise regering op Siraphop onmiddellijk vrij te laten. Het VN-orgaan herhaalde ook dat Thaise militaire rechtbanken “niet als competent, onafhankelijk of onpartijdig kunnen worden beschouwd.”

Kritiek op generaal Prayuth is laster

De voorzitter van een commissie die de reputatie van premier Prayuth Chan-o-cha moet verdedigen, beweert dat er sinds september 2020 meer dan 100 zaken zijn gestart tegen personen die de premier bekritiseren.

“Deze bekrompen reactie op publieke kritiek zou schokkend zijn als het niet zo voorspelbaar was”, zegt David Diaz-Jogeix, Senior Director of Programmes van ARTICLE 19. “Thaise functionarissen in openbare functies zouden het belang van een open politiek discours moeten erkennen en een hogere mate van kritiek moeten accepteren dan anderen. De zelfingenomen anti-lastercampagne van de premier is het laatste voorbeeld van de herhaalde pogingen van de regering om afwijkende meningen en publieke kritiek uit te roeien.” De premier en zijn vertegenwoordigers moeten stoppen met het gebruik van lasterprocedures om de vrijheid van meningsuiting aan te vallen, en de Thaise regering moet snel actie ondernemen om laster te decriminaliseren, meent ARTICLE 19

Het meest opvallende doelwit in de campagne van de regering tegen critici van de premier is Winyu Wongsurawat, een beroemde tv-presentator. Winyu werd op 28 mei 2021 door de politie ondervraagd wegens vermeende schendingen van de artikelen 328 (laster door publicatie) en 393 (openbare belediging) van het Thaise Wetboek van Strafrecht nadat hij op Twitter kritische opmerkingen had geplaatst over de premier. Volgens de dagvaarding van Winyu werd het onderzoek ingesteld door Aphiwat Khanthong, een assistent-minister in het kantoor van de premier. Winyu ontkende alle beschuldigingen tegen hem.

Het onderzoek naar Winyu is het laatste in een reeks die de overijverige Aphiwat namens de premier heeft ingesteld. Een klacht van Aphiwat bracht de politie er ook toe een onderzoek in te stellen naar Weerachatpong (achternaam ingehouden) voor een Facebook-bericht waarin de premier werd bekritiseerd. Op 24 mei 2021 deed Weerchatpong aangifte bij de politie, bekende schuld en betaalde een boete, waarna het onderzoek werd beëindigd. De Thai Lawyers for Human Rights meldde dat de zaak van Weerachatpong de vierde lasterzaak is die door Aphiwat is aangespannen, maar verdere details over de andere zaken werden niet verstrekt.

De dagvaarding van Winyu geeft aan dat de klacht is ingediend op basis van het op 21 september 2020 uitgevaardigde uitvoerend bevelnummer 32/2563 van de premier. Hoewel het bevel (executive order) zelf niet openbaar is gemaakt, geeft de dagvaarding van Winyu aan dat het bevel aanleiding was tot de oprichting van een ‘commissie voor onderzoek en vervolging’ om “personen die desinformatie en verkeerde informatie over de taken van de premier en de ministers op sociale media verspreiden te vervolgen”.

 

Tijdens een interview op 1 juni 2021 met The Matter, een online nieuwsplatform, zei Aphiwat Khanthong dat de commissie, waarvan hij voorzitter is, is ingesteld omdat de premier was aangevallen op sociale media en er niet eerder een overheidsinstantie was ingesteld om hem te beschermen. Hij adviseerde dat de commissie bestaat uit tien commissieleden, van wie velen juristen zijn, en nog eens 30 personen die belast zijn met het screenen van sociale platforms op lasterlijke inhoud. Hoewel slechts enkele gevallen van laster, die door deze commissie zijn aangespannen, openbaar zijn gemaakt, beweerde Aphiwat in het interview dat de commissie sinds haar oprichting meer dan 100 zaken namens de premier heeft ingediend op grond van laster- en majesteitsschennisbepalingen en de wet op computercriminaliteit. Volgens Aphiwat werden de meeste zaken in de onderzoeksfase afgebroken omdat de beschuldigden bereid waren hun excuses aan te bieden, een boete te betalen en te beloven hun overtreding niet te herhalen. Het betreft niet alleen kritiek op de persoon van de premier maar ook op zijn beleidsdaden.

In General Comment nr. 34 stelde het VN-Mensenrechtencomité dat “alle publieke figuren, inclusief degenen die het hoogste politieke gezag uitoefenen, zoals staatshoofden en regeringsleiders, terecht vatbaar zijn voor kritiek” en beweerde dat beledigingen jegens publieke figuren geen rechtvaardiging vormen voor het opleggen van sancties. Het rapport van ARTICLE 19 maart 2021, -“Truth Be Told: Criminal defamation in Thai law and the case for reform”-, analyseert strafrechtelijke lasterbepalingen binnen de Thaise wet en stelt vast dat deze onverenigbaar zijn met de internationale mensenrechtennormen. Te vaak worden strafrechtelijke procedures wegens laster in Thailand gebruikt om legitieme uitingen te onderdrukken.  De Thaise regering zou laster moeten decriminaliseren en ervoor zorgen dat vrijheidsstraffen nooit worden opgelegd als straf voor laster, meent ARTICLE 19.

Geen land voor dissidenten

Thailand was ooit een plaats waar afwijkende meningen van de regering werden getolereerd. Het is lang als een van de meest vrije en liberale landen van Zuidoost Azie beschouwd. Het werd gezien als een veilige haven voor dissidenten in de regio, van wie velen arriveerden om asiel te zoeken in een derde land volgens de regels van de VN-Mensenrechtencommissie. Dat is spijtig genoeg het verleden.

De regionale samenwerking tussen Thailand, Laos, Vietnam, Cambodja en China groeit terwijl hun regeringen jacht maken op politieke dissidenten die asiel of veiigheid zoeken op vreemde bodem.

“In het verleden hadden maar weinigen gedacht dat Thailand zich bij deze club van meedogenloze en repressieve autoritaire regimes zou aansluiten. Maar hier zijn we, dankzij de …  militaire regering. Sinds de staatsgreep van 2014 is het land een gevaarlijke plek geworden voor politieke asielzoekers,” stelt de Bangkok Post in een editoriaal. Het militaire regime wordt ervan beschuldigd dat het meehelpt aan de ontvoering en deportatie uit Thailand van buitenlandse dissidenten door hun regeringen. En omgekeerd, in extreme gevallen verdwenen Thaise dissidenten, zoals de politieke activist Wanchalearm Satsaksit, terwijl hij in ballingschap leefde in Cambodja. En de bekende activist Surachai Danwattananusorn en twee andere dissidenten verdwenen terwijl ze zich in 2018 in Laos verstopten.

De Bangkok Post besluit: “Thailand hoort niet thuis in deze regionale club van regeringen die de ontvoering en deportatie van buitenlandse dissidenten sanctioneert en het vasteland van Zuidoost-Azië tot een gevaarlijke plaats maakt voor degenen die zich verzetten tegen een autoritaire heerschappij (zie ook: https://www.greenleft.org.au/content/thai-dissidents-face-deadly-threats-abroad).

 

 

 

 

(Visited 607 times, 3 visits today)
Deel dit artikel

Visited 400 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Jan Servaes

Jan Servaes (PhD) was UNESCO-leerstoelhouder voor 'Communicatie voor duurzame sociale verandering' aan de Universiteit van Massachusetts, VSA. Hij heeft internationale communicatie en communicatie voor sociale verandering gedoceerd in Australië, België, China, Hong Kong, de Verenigde Staten, Nederland en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen. Hij staat bekend om zijn ‘multipliciteitsparadigma’ in ‘Communication for Development. One World, Multiple Cultures ” (1999).
Servaes was hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift "Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies." Hij is de hoofdredacteur van het 'Handbook of Communication for Development and Social Change' (2020) en co-editor van de Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication (2021)

zie ook