‘BHL’ maakt ‘duizelingwekkend’ veel wind, maar doet geen stof opwaaien…

Bernard-Henri Lévy, ‘Duizelingwekkend Amerika’, De Geus, Breda, 2007, 415 blz., 22,90 euro, ISBN 978-90-445-0894-9

Uitgevers zouden af en toe tegen zichzelf beschermd moeten worden. Ze hebben wel eens de neiging om voor hun auteurs onnodig de loftrompet of het wierookvat boven te halen. Wat slecht is voor de kwaliteit van hun ‘achterflapteksten’.

Met ‘Duizelingwekkend Amerika’, de Nederlandse vertaling van ‘American Vertigo’ (1) van de Franse zelfuitgeroepen ‘nouveau philosophe’, Bernard-Henri Lévy, doet de uitgever er nog een schepje bovenop. Onder de titel op de kaft staat de vermelding: ‘mediafenomeen van formaat’. Wie een beetje thuis is in de moderne mediawereld voelt meteen nattigheid. Mediafenomenen zijn, zoals bekend, erg goed in het produceren van wind en het verkopen van gebakken lucht. BHL – zo wordt de naam van het ‘fenomeen’ in de Franse media afgekort – weet er alles van.

‘Duizelingwekkend Amerika’ is de neerslag van een reis die BHL in 2004 ondernam dwars door de Verenigde Staten. Bescheiden zoals steeds, vergelijkt hij deze onderneming met die van Alexis de Tocqueville. In 1831 stak deze jonge, Franse aristocraat en historicus – hij was toen 25 – samen met zijn vriend Gustave de Beaumont de Atlantische Oceaan over met het ambitieuze plan om de nieuwe Amerikaanse maatschappij, het gevangeniswezen en het unieke democratische model van de Amerikanen aan een grondig onderzoek te onderwerpen. De twee jonge Fransen deden geen half werk. Alexis de Tocqueville schreef het baanbrekende ‘De la démocratie en Amérique’, dat nog steeds geldt als een voorloper van de moderne sociologie. (2) Beiden bleven 271 dagen in de States, deden 17 van de toenmalige 24 staten van de VS aan, reisden tijdens een van de meest barre winters die Noord-Amerika ooit had meegemaakt, werden af en toe geveld door ziekte en hadden in Washington een onderhoud met president John Quincy Adams en zijn opvolger Andrew Jackson.

BHL van zijn kant gaat op reis op uitnodiging van het tijdschrift Atlantic Monthly, dat hem een auto met chauffeur ter beschikking stelt, een riant reisbudget en af en toe een helikopter, waarmee hij bijvoorbeeld de Grand Canyon overvliegt. Atlantic Monthly bezorgt de Franse ‘nouveau philosophe’ een goed gevuld afsprakenboekje, met daarin de namen van “een hele ‘ménagerie’ van stripfiguren, excentriekelingen en mensen die in ons land moeten doorgaan voor intellectuelen”, zoals de Amerikaanse politicoloog en professor aan de Harvarduniversiteit in Boston, Glyn Morgan (3), nogal smalend opmerkte nadat hij zich door het vreselijke ‘American Vertigo’ had geworsteld.

Jetsetfiguur

Want dat is toch wel opvallend: in de Verenigde Staten werd BHL’s boek genadeloos afgekraakt door niet onbelangrijke recensenten als Garrison Keilor in de New York Times of Tony Judt in The Globalist en de New York Review of Books. (“American Vertigo geeft de ontwapenende indruk van een man die op eigen houtje een Amerika ontdekt, dat iedereen al kent”, schreef Judt.)

In Frankrijk liggen de zaken duidelijk anders. BHL behoort er tot de politieke, ‘literaire’ en mediatieke jetset. Dat is een wereldje van ‘ons kent ons’. BHL, het ‘mediafenomeen van formaat’, is er thuis in het kringetje van dertig à veertig notabelen. Zij monopoliseren er de televisiedebatten monopoliseren, mogen in de kranten ‘à volonté’ opiniestukken afscheiden en ze interviewen elkaar graag over de boeken die ze net hebben geschreven. Zo slaagde BHL erin zijn Amerikaanse exploten van ‘American Vertigo’ in de gezaghebbende krant Le Monde te laten verslaan door een medewerkster van zijn eigen revue ‘La Règle du Jeu’. De filosoof heeft bij meer dan een redactie een wit voetje. Hij kan er naar hartelust en eigenhandig lovende artikelen over zijn ‘oeuvre’ nog lovender maken (bij het magazine Elle bijvoorbeeld) of kritische stukken naar de prullenmand laten verwijzen. BHL is kind aan huis bij de openbare omroep in Frankrijk, heeft een zitje in de toezichtsraad van Arte en mag politieke zwaargewichten tot zijn persoonlijke vrienden rekenen. Nicolas Sarkozy bijvoorbeeld behoort tot BHL’s vriendenkring en ook ex-minister van Financiën en Economie, Dominique Strauss-Kahn, een kopstuk van een van de vele baronieën binnen de Franse Parti socialiste (ook hij laat zich, net zoals BHL, graag aanspreken met een letterwoord: DSK). BHL is een graag geziene en vaak uitgenodigde gast in de uitzendingen van televisiester Anne Sinclair, de echtgenote van DSK. BHL en DSK bezitten een ‘bescheiden’ paleisje in het Marokkaanse Marrakech. Beiden zijn lid van het meer dan informele clubje van ‘vrienden van Marokko’. Zijn films, boeken en talloze tv-optredens hebben BHL geen windeieren gelegd. In Marrakech is BHL eigenaar van een riante ‘riyad’, een feodaal ‘hôtel de maître’ dat naast een van de vele paleizen van koning Mohammed VI is gelegen. Het is een pand met geschiedenis: ooit was het de eigendom van de Amerikaanse tycoon Paul Getty Junior, die het van de hand deed aan barones La Rochefoucauld – later kochten de Franse filmsterren Alain Delon en Mireille Darc het op en sinds enkele jaren is het van BHL. Om rustig te kunnen werken aan zijn ‘literair-filosofisch’ oeuvre beschikt BHL sinds enkele jaren ook over een prachtig huis in een van de chicste wijken van Tanger – alweer in de onmiddellijke nabijheid van een ander paleis van Mohammed VI. BHL liet zijn nieuwe woning op kosten van de Franse televisiezender France 5 decoreren. (4) Dit BHL-iaanse stulpje biedt uitzicht op de baai van Tanger. Maar er was een probleempje. Boven de nieuwe woonst van de schrijver lag café Hafa, een gerespecteerd etablissement waar Marokkanen en tal van buitenlandse toeristen (die het uit de betere toeristische gidsen kennen) komen genieten van de muntthee en het prachtige panorama op de baai. De klanten van café Hafa konden bij BHL in de salons binnenkijken en dus liet de gevierde schrijver een metershoge muur optrekken. De bezoekers van café Hafa konden voortaan het weidse zicht op de zee vergeten. Protesten van de cafébaas en de buren mochten niet baten. (5) Als buurman van ‘sa majesté’ Mohammed VI heeft BHL zo zijn relaties in het koninkrijk Marokko.

‘Intellectuelen zoals ik…’

Voor wie voor het eerst kennis maakt met de figuur BHL is ‘Duizelingwekkend Amerika’ een echte goudmijn. Geen enkele irritante kentrek van deze Parijse ijdeltuit ontbreekt in dit boek. De man heeft een torenhoge zelfdunk, heeft zichzelf in zijn lange carrière al zo vele veren opgestoken, dat hij niet meer merkt hoe hij zich inmiddels een hele donsdeken anaal heeft toegediend.

In de VS nodigt BHL zichzelf uit voor ‘een tweedaags reisje’ in het gezelschap van John Kerry, de democratische presidentskandidaat die het in 2004 opneemt (en verliest) tegen de republikein George W. Bush. BHL is in zijn eigenwaan de nieuwe Tocqueville en dient dus met alle égards te worden behandelen. Kerry’s campagnestaf denkt daar anders over. BHL krijgt een plaatsje in het tweede vliegtuig, “Het verkeerde, het toestel waarmee de kandidaat niet zelf reisde, maar waarin de bagage, de geluidsapparatuur en het lagere personeel werden vervoerd,” schrijft hij verbolgen. Zoveel onrecht en misprijzen moet BHL wel aanklagen: “Nu had ik recht op vliegtuig nummer 1, maar ik kon aandringen wat ik wilde, ik kon er steeds weer op wijzen dat ik schrijver was in de voetsporen van Tocqueville en dat het voor mijn project van essentieel belang was om een interview met de kandidaat te hebben, al was het maar tien minuten – ik kreeg hem niet te spreken.”

Kortom de echte Tocqueville had in zijn tijd vele straten voorsprong op het nepexemplaar anno 2004. Alexis de Tocquevile en zijn compagnon Gustave de Beaumont hadden tijdens hun trip door Amerika tot tweemaal toe een gesprek met een verkozen president, zaten aan tafel met Charles Caroll, de laatste overlevende van de Amerikaanse ‘Declaration of Independence’ uit 1776. BHL geraakt niet eens in de onmiddellijke buurt van een verliezende presidentskandidaat. Het is niet het enige verschil tussen de echte Tocqueville en het namaakexemplaar uit ‘Duizelingwekkend Amerika’.

Tocqueville en reisgenoot Beaumont verlieten Frankrijk omdat ze in onmin leefden met de regering van Louis Philippe. BHL mag zich tot de intimi rekenen van de Franse president Sarkozy. Alexis de Tocqueville schreef na zijn Amerikareis een bijzonder rijk en stevig gestoffeerd boek – wellicht te rijk en te gestoffeerd, zo merkt Harvardprofessor Glyn Morgan vandaag op. “Er is nauwelijks één maatschappelijk fenomeen dat de historicus niet tracht uit te leggen. Hij heeft de neiging, zoals zijn goede vriend John Stuart Mill betreurde, om alles te willen uitleggen. Maar de Tocqueville probeerde tenminste de maatschappelijke fenomenen die hij ontmoette te verduidelijken. Jammer genoeg staat Bernard-Henri Lévy mijlenver van de politieke sociologie. Zijn sterk punt, tenminste als men het zo mag uitdrukken, is het opstel, niet de verklaring. Zijn beschrijving van Amerika zou bewondering kunnen opwekken, ware het niet dat de essentie van zijn werk perfect zou passen in een reismagazine.”

‘Duizelingwekkend Amerika’ haalt inderdaad het niveau van een op glanzend papier gedrukt toeristisch magazine dat bij de betere kapper of de tandarts in de wachtzaal ligt. Alleen de kleurenfoto’s ontbreken.

BHL gaat in de States op zoek naar geestesgenoten, “intellectuelen, zoals ik”. En dat valt niet altijd mee. Zijn gesprek met Samuel Huntington, de bedenker van ‘The Clash of Civilizations’, blijkt een afknapper te zijn. BHL had verwacht met Huntington een ‘politiek correcte’ Amerikaanse denker te ontmoeten. Blijkt dat Huntington niet alleen een islamieten- en Arabierenvreter is (op dit vlak is hij inderdaad een echte soulmate van BHL), maar een ordinaire racist tout court. Huntington voorspelt namelijk dat de Verenigde Staten zullen ten onder gaan aan “de horden nieuwe Mexicaanse immigranten van wie hij zeker weet dat ze ten eerste niet kunnen assimileren, en er ten tweede slechts van dromen om met geweld, door een nieuwe burgeroorlog de gebieden te heroveren die ze in 1840 zijn kwijtgeraakt…” En dat is zelfs voor BHL een brug te ver.

De Franse denker schrijft “verheugd te zijn wanneer er in de grootste en machtigste democratie ter wereld eindelijk een generatie intellectuelen opstaat die er net zo over denkt als ik en toegang heeft tot de kringen van de macht.” Hij bedoelt daarmee lieden als Paul Wolfowitz (de onlangs wegens nepotisme afgezette directeur van de Wereldbank en havik onder de haviken uit de entourage van George W. Bush), Richard Perle, de neoconservatieve publicist Bill Kristol, Francis Fukuyama (nog een boegbeeld van het Bushtijdperk en auteur van ‘The End of History and The Last Man’).

Bill Kristol, Paul Wolfowitz en Richard Perle zijn drie spilfiguren van de pro-Israëlische lobby in de Verenigde Staten. Perle was in 1996 medeopsteller van het beruchte – in opdracht van de Israëlische Likoedpremier Benyamin Nethanyahu geschreven – rapport ‘A Clean Break: A New Strategy For Securing The Realm’, waarin stevig werd gepleit voor een spoedige militaire interventie tegen Irak om er het regime van Saddam Hoessein omver te werpen. Maar voor BHL is dat schijnbaar niet eens het vermelden waard. Kristol, Wolfowitz en Perle zijn zijn ideologische broeders. Ze hebben niet alleen “toegang tot de kringen van de macht”, ze zijn samen met BHL fervente verdedigers van de staat Israël.

Wanneer hij al dit schone volk mag ontmoeten, wordt BHL af en toe zelfs een beetje lyrisch. Over Kristol schrijft BHL: “Wanneer ik hem hoor vertellen hoe zijn jeugd door de grote antitotalitaire denkers van de twintigste eeuw werd gevormd, wanneer ik zie hoe hij zich opwindt over cultureel relativisme en historicisme als alibi voor de gruwelijkste dictaturen, wanneer ik me voor de geest haal hoe hij begin jaren negentig de beleidsmakers van de Amerikaanse buitenlandse politiek bestookte om hen tot ingrijpen in Bosnië en later Kosovo te bewegen, wanneer ik ten slotte terugdenk aan zijn pleidooien tegen de taliban en vooral tegen onze stilzwijgende goedkeuring van de ijzeren greep waarmee zij Afghanistan regeerden, zie ik mijn eigen geschiedenis terug, zie ik de ijkpunten van mijn eigen intellectuele biografie versneld langstrekken.”

BHL heeft inderdaad veel gemeen met een uiterst rechts figuur als Kristol: ook hij heeft hard gepleit voor een Amerikaanse ingrijpen in Bosnië en Kosovo (BHL heeft er ooit zelfs een propagandafilm voor in elkaar gedraaid – zijn eerste film Bosna! uit 1994). Ook hij was een bijzonder enthousiast aanhanger van de Amerikaanse militaire invasie in Afghanistan tegen de taliban. Volgens het wereldbeeld van BHL waren er in Afghanistan goede en slechte moslimfundamentalisten. BHL was en is nog steeds – zoals blijkt uit ‘Duizelingwekkend Amerika’ – een fervent aanhanger van de Afghaanse krijgsheer en moslimfundamentalist Ahmed Massoed. Hij noemde Massoed ooit “een moslim van de Verlichting’. Toen Massoed in Kaboel de plak zwaaide behoorden de terreur van de sharia, de publieke terechtstellingen en de verplichte boerka voor de Afghaanse vrouwen net zo goed tot het dagelijkse leven als ten tijde van het talibanbewind. Dat BHL “een intellectueel is met toegang tot de macht” werd ook in het geval Afghanistan duidelijk. In februari 2002 stuurde de Franse socialistische minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, hem naar Afghanistan om te onderzoeken welke bijdrage Parijs kon leveren bij de wederopbouw van het land. Inmiddels weten we dat er in Afghanistan nog steeds niets is wederopgebouwd.

In ‘Duizelingwekkend Amerika’ noemt BHL zich niettemin een verdediger van “een verlicht, antitotalitair en modern links”. Dat was hij ongetwijfeld ook toen hij in maart 1985 medeondertekenaar was van een petitie, die gericht was aan de leden van het Amerikaanse Congres. Daarin pleitte BHL – samen met een andere ‘intellectueel met toegang tot de macht’, Alexander Haig, voormalig opperbevelhebber van de NAVO en in de eerste regering van Ronald Reagan minister van Buitenlandse Zaken – voor “een snelle hervatting van de hulp aan het Nicaraguaanse verzet.” BHL en Haig hadden enige zin voor dramatiek: “De Vrije Wereld verwacht van u een antwoord”. Het Nicaraguaanse verzet dat door BHL en Haig gesteund werd bestond uit de terreurgroepen van de contra’s, die hun oorlog tegen de Nicaraguaanse Sandinistische regering lieten betalen door de CIA en de internationale drugsmaffia.

Man met vijandbeeld

Opmerkelijk is ook hoe BHL in ‘Duizelingwekkend Amerika’ een zeer duidelijk en roestvrij vijandbeeld ontwikkelt. Het oude ‘communistische totalitarisme’ is samen met de Sovjetunie en de Berlijnse Muur al een tijd verdwenen. Het islamofascisme is de nieuwe vijand (een term die ook gekoesterd wordt door de zetelende Amerikaanse president George W. Bush). Enige blinde vlek op BHL’s wereldkaart is de grote sponsor van het islamitische, fundamentalistische terrorisme. Saoedi-Arabië en zijn koningshuis komen nergens voor in de 415 pagina’s tellende ‘analyse’ en ‘reisverslag’. Gesprekspartners als Huntington, Perle, Kristol, Wolfowitz, Fukuyama worden door de auteur met het grootste ontzag behandeld. Perle en Kristol blijken hevige voorstanders te zijn van de oorlog in Irak. BHL is dat niet, ook al verzuimt hij één reden op te geven waarom hij tegen de VS-invasie in Irak was. Huntington blijkt met BHL een bijna hysterische islamietenhaat te delen, wat BHL niet belet Huntingtons anti-Mexicaans racisme te ‘betreuren’. Francis Fukuyama vertelt dat hij enkele van BHL’s artikelen over het radicale islamisme heeft gelezen, “maar hij denkt dat het fundamentalisme geen serieuze partij is, dat het niet in staat is de derde totalitaire macht te worden, die het grote raderwerk van de geschiedenis weer in beweging zal zetten.” Als hij in gesprek gaat met deze grote intellectuelen, noteert BHL rustig de meningsverschillen en blijft zeer beleefd.

Maar al wie zich aan ‘anti-Amerikanisme’ bezondigt – en dat is in wezen iedereen die zich fundamentele vragen stelt over het binnen- en buitenlands beleid van Washington – wordt door de Franse filosoof genadeloos neergemaaid.

“Ik herinner me hoe we in Frankrijk, toen ik jong was, het Amerikaanse leger plachten te demoniseren,” schrijft BHL. “Ik herinner me het beeld dat we hadden van de oorlogszuchtige GI in Vietnam, een bruut en een fascist per definitie, die niets dan dood en verderf kon zaaien. En dan heb ik het nog niet over het gekrijs van haat en woede waarmee enkele maanden geleden bij het uitbreken van de oorlog in Irak, in Europa en vooral in Frankrijk de terugkeer van de figuur van de imperialistische en barbaarse soldaat werd begroet, die niet eens een museum kon beschermen en tot de gruwelijkste excessen in staat bleek, zoals in Abu Ghraib.” Waarom BHL tegen de VS-interventie in Irak gekant is, komt de lezer niet te weten. Wel zijn afkeer voor “het gekrijs van haat en woede” van de Europese oorlogstegenstanders.

De kritiek van de andersglobalisten op de dominante positie van de Verenigde Staten binnen de internationale financiële instellingen en dus binnen de internationale economische orde? BHL doet het met één pennentrek af als “geschetter over het monsterlijke imperialisme”

De alarmerende invloed van de Amerikaanse christelijke fundamentalisten op president en regering in de States. Larie en apekool, volgens BHL. “Jammer voor de liefhebbers van de simpele verklaringen,” schrijft BHL, “in Amerika bleek de religie niet het graf, maar de wieg van de democratie; natuurlijk wordt de religie later ook een dochter van de Verlichting – maar eerst en vooral was ze een dochter van het evangelisch protestantisme. In tegenstelling tot het geklets van de instinctieve anti-Amerikanen is deze religie over een lange termijn gezien niet synoniem met extremisme…” In Memphis woont BHL een conventie bij van de Church of God in Christ, een van de vele gecommercialiseerde instituten van de religieuze waanzin in de VS. Plots lijkt de verdediger van de Verlichting getroffen door een bij hem nooit geziene opstoot van nederigheid en mildheid. “Hoe kun je hier in al die bedrijvigheid uit elkaar houden wat deel uitmaakt van de legitieme waarneming van de belangen van een kerk met zes of zeven miljoen leden, en wat meer in de richting gaat van maffiapraktijken?”, vraagt hij zich af. “Ik weet het niet. Ik ben in alle oprechtheid niet in staat te oordelen.”

BHL zit echter zelden om een oordeel verlegen. “Er wordt veel te haastig geredeneerd door degenen die zien dat de Amerikaanse presidenten op de bijbel zweren, dat ze hun inaugurale rede besluiten met de in Frankrijk onvoorstelbare formule So help me God, dat de bankbiljetten het opschrift dragen In God We Trust, wat tussen haakjes, niet het devies van het land is…” “Amerika is een seculier land. Amerika is anders dan de legende beweert in de strikte betekenis en vanaf het eerste begin trouw aan de dubbele leer van de twee gescheiden machten en de neutraliteit van de staat in zaken die het geloof betreffen…” De Amerikanen zijn seculier geboren, terwijl wij Fransen het zijn geworden”

Een ‘antisemitische’ Indianenleider

In Brooklyn slaat BHL twee republikeinen gade, Norm Coleman uit Minnesota en Rick Santorum uit Pennsylvania, die bij de orthodoxe joden naar steun komen vissen voor de verkiezingscampagne van George W. Bush. De plaatselijke rabbijnen tonen zich wat terughoudend. Maar omdat beide heren zo aandringen zijn ze bereid even op te sommen “wat onze gemeenschap zoal nodig heeft voor haar scholen, synagogen, gezondheidszorg en voor steun aan Israël in zijn strijd tegen het terrorisme”. BHL is een man die trots is op zichzelf en op zijn bijzondere gaven. “Van een ding ben ik zeker,” schrijft hij, “ik heb mijn eigen radar. Ik heb mijn persoonlijk controlepaneel, waarop bij gevoelige onderwerpen de lampjes voor het beste en slechtste gaan flakkeren. En ik heb niet het gevoel gekregen dat Rick Santorum en Norm Coleman de oprechte vrienden waren die ze voorgaven te zijn en die verondersteld worden van dit land een onwankelbare steunpilaar voor Israël te maken. Ik heb ze gehoord. Gadegeslagen. Ik heb bij allebei de nodige consideratie gezien voor een krachtige, hechte gemeenschap die voor een deel haar politieke lot in handen heeft. Maar wat zou er gebeuren in een situatie waarin die gemeenschap plotseling aan macht inboet? Wat zal er gebeuren op de dag (waarvan niemand kan uitsluiten dat hij vroeg of laat komt) dat een andere gemeenschap, die haat tegen de joden als kernpunt van haar programma ziet, meer macht krijgt?”

De vraag is absoluut niet retorisch. Bij zijn luxereis door Amerika gaat BHL’s persoonlijke controlepaneel heel snel flikkeren. De antisemieten zijn overal.

In het hartje van het Pine Ridge Reservaat staat midden in een geul van rioolwater de armoedige camper van Russell Means, “de roemruchte activist, veteraan van Wounded Knee, vriend van Marlon Brando, onvermoeibare voorvechter van de zaak van de Indianen en tegen hun achterstelling, icoon, held, kleurrijke en legendarische figuur.” Russell Means is een wat verbitterde man, maar hij weet wel wat er zoal op deze planeet gebeurt. De ontmoeting met BHL is niet echt hartelijk. “U hier, meneer Lévy. Nog niet in Israël? Toch heb ik op de radio gehoord dat Ariel Sharon alle joden van Frankrijk uitgenodigd heeft om naar Tel-Aviv te emigreren! Ha, ha, ha!” Sharon had de Franse joden inderdaad opgeroepen om massaal naar Israël te vluchten om zich in veiligheid te brengen voor het oprukkende antisemitisme van de Fransen. Maar BHL is ontzettend geschokt. Russell Means krijgt van hem meteen het etiket “een met antisemitisme besmette Indiaanse held” opgeplakt. “Ik ben niet dit hele eind gekomen om dit soort slechte grappen aan te horen, die ook nog eens volledig misplaats zijn, omdat ik niet alleen een universalistische, humanistische jood ben, maar ook solidair met de Indiaanse zaak, en met hem wil komen praten over de mogelijkheid een Yad Vashem van het Indiaanse leed op te zetten.”

Russell Means heeft weinig boodschap aan het universalisme en humanisme van BHL en geeft hem “een vreselijk antwoord dat hamerend op een toon van ingehouden woede wordt uitgesproken: “Ik hoef me niet de les te laten lezen door zionisten, hoort u dat goed? Die hoeven mij niets te vertellen”. Einde van de anekdote. Als het van BHL afhangt gaat deze Indianenactivist voor de rest van zijn dagen als ‘antisemiet’ door het leven.

En BHL’s persoonlijke controlepaneel blijft maar flikkeren. Er zijn niet alleen Arabische loeders op deze planeet. Er zijn ook ‘goede’ Arabieren. In Dearborne (Michigan) maakt BHL kennis met de lokale Arabische gemeenschap, die ondanks 9/11 verrassend oer-Amerikaans blijft: “de McDonalds is er halal en de stripteaseclub heet er islamitische te zijn,” aldus BHL. En de honderdvijftienduizend Arabieren willen het even goed doen als de joden, een eigen sterke lobby uitbouwen die voor hun belangen weet op te komen. BHL maakt spontaan de vergelijking met het Arabisch gepeupel in de Franse banlieues. Hij vindt dat de Arabieren van Dearborne “ver verwijderd zijn van de Franse voorsteden, waar ze op de vlag schijten en joelen en fluiten bij het volkslied, en waar de haat jegens het gastland slechts geëvenaard wordt door een antisemitisme dat staat te trappelen om in actie te komen.” Of hoe een verlichte Franse ‘nieuwe filosoof’ probleemloos en geruisloos opschuift naar een onversneden Front national-discours…

 

‘In de voetsporen van de Tocqueville’

In zijn blinde verdediging van het ‘Amerikaanse model’ durft BHL zelfs de degens te kruisen met de wetenschap. Volgens het zeer officiële US Census Bureau leefde in 2005 12,6% van de VS-bevolking in armoede. Dat zijn 37 miljoen Amerikanen (of 24,9% van de zwarte bevolking; 21,8% van de ‘Hispanics’ of Spaanssprekende Amerikanen en 8,3% van de blanke Amerikanen). BHL is uiteraard boven dit officiële Amerikaanse statistisch bureau verheven en weet ons te melden: “Ik heb de statistieken gezien waaruit blijkt dat de helft zo niet twee derde van de 37 miljoen Amerikaanse ‘armen’ (de aanhalingstekens zijn van hem) dat niet lang zullen blijven en voorlopig nog in het bezit zijn van hun eigen auto en woning”. Over welke statistieken BHL het hier heeft, blijft echter een groot geheim.

Hetzelfde natte vingerwerk levert BHL bij zijn bezoek aan de Amerikaanse gevangenissen. Wie in de voetsporen treedt van Alexis de Tocqueville moet nu eenmaal via het Amerikaanse gevangeniswezen passeren. En echt van harte is het niet bij BHL. Met een klein vliegtuigje – “officieel een burgertoestel”, benadrukt BHL – wordt hij naar Guantánamo overgevlogen. Hij blijft er drie dagen, toont zich uiteraard geschokt over deze brutale schending van alle internationale conventies door het Witte Huis, het Pentagon en de CIA. “Een gevangenis in de verste uithoek van het land, die zich aan alle normen onttrekt,” meldt BHL – maar dat zal wel een lapsus zijn. Vanuit zijn burgervliegtuigje moet hij wel gemerkt hebben dat hij op weg was naar Cuba, het land van Fidel Castro, “de meest homofobe caudillo van het halfrond” (sic). Maar zijn bezoek aan het concentratiekamp in Guantánamo is nauwelijks vijf nietszeggende pagina’s in zijn boek waard. Voor het overige doet BHL ook nog de bajessen aan van Rikers Island, Angola en Philadelphia en – een toerist laat zo’n kans niet liggen – de beruchte tot museum omgeturnde gevangenis van Alcatraz. In tegenstelling tot de Tocqueville weet BHL bijzonder weinig te melden over het Amerikaanse gevangeniswezen. Hij vergeet zelfs zijn lezers te informeren over het waanzinnig hoge aantal gevangenen in de VS (2.267.787 in 2004 om precies te zijn). En hij maakt ‘en passant’ snel even het proces van de Franse socioloog Loïc Wacquant, die het Amerikaanse gevangeniswezen en strafbeleid wel grondig heeft onderzocht. Maar Wacquant behoort tot de BHL-iaanse categorie van ‘anti-Amerikanisten’ en verdient dus alleen maar misprijzen.

Centrale stelling van Wacquant is dat in de VS de laatste resten van de verzorgingsstaat worden ontmanteld om te worden vervangen door een gespierde strafstaat, die de armen (vooral zwarten en ‘Hispanics’) massaal opsluit, waardoor de gevangenissen overvol geraken. Een beleid dat in Europa steeds meer enthousiaste navolgers kent onder de aanhangers van het neoliberalisme, het veiligheidsdenken en de law-and-orderdoctrine. (6)

Niet gestoord door enige kennis van zaken, veegt BHL het onderzoek van Wacquant van tafel. “Betekent dit, zoals extreemlinks beweert, dat Amerika voor een repressieve aanpak van de armoede heeft gekozen? En moet je – zoals de concurrent van Pierre Bourdieu (7) – Loïc Wacquant, dit in Frankrijk doet – concluderen dat het de keuze heeft gemaakt om tegenover de sociale staat een strafrechtelijke staat te stellen, het model van de bestraffende staat tegenover de verzorgende staat, het vangnet van politiecontroles en hechtenis tegenover dat van een minimuminkomen en gegarandeerde medische hulp? Nee natuurlijk niet. Ik zal beslist niet zover gaan dat te beweren.”

Daarmee is het probleem dat Wacquant aankaart voor BHL van de baan, al voegt hij er in één adem aan toe: “Maar dat Amerika na Rusland wereldkampioen is in het uitdelen van gevangenisstraffen, is een feit.” BHL heeft Wacquant zeer slecht gelezen. De Franse socioloog toont namelijk aan – en hij steunt daarbij op de statistieken van het Bureau of Justice in de VS en de jaarlijkse strafrechtelijke statistieken van de Raad van Europa – dat de Verenigde Staten wel degelijk de wereldkampioen zijn van de strafrechtelijke aanpak. De VS telden op het einde van het vorige millennium 740 gevangenen per 100.000 inwoners en blijven daarmee ver vooruit op de ex-Sovjetunie en de ex-Sovjetrepublieken. Rusland telde 600 gevangenen per 100.000 inwoners, Wit-Rusland 500, Oekraïne 385, Litouwen 351 en Letland 346 (ter vergelijking: België 82).

BHL manipuleert niet alleen statistieken, hij zet zowat alle mogelijk denkbare feiten naar zijn hand. In het Franse medialandschap blijft BHL een superster, maar in de Franse academische wereld (en ver daarbuiten) wordt hij op zijn juiste waarde geschat: een zelfgenoegzame schertsfiguur. De Franse filosoof Gilles Deleuze was in 1977 al weinig flatterend over de ‘nieuwe filosofen’, waarvan BHL een van de belangrijkste exponenten is. Hun werk “berust op een formidabele literaire marketing, die hen een forse klankkast bezorgt.” “Ik ben van oordeel dat hun denken waardeloos is. Ik zie twee mogelijke verklaringen voor deze nulliteit. Ten eerste werken ze met grote concepten, zo groot als een holle kies: DE wet, DE macht, De meester, De Wereld, DE rebellie, Het geloof, enz… Ten tweede slagen ze erin om groteske mengsels te serveren, oppervlakkige dualismen, de wet en de rebel, de macht en de engel. Hoe zwakker de inhoud van hun denken, hoe belangrijker de denker zelf…” (7)

‘Duizelingwekkend Amerika’ is een perfecte illustratie van Deleuze’s definitie van het bernard-henri-lévisme.

(Uitpers, nr 88, 8ste jg., juli-augustus 2007)

Noten:

(1) Bernard-Henri Lévy’s boek verscheen in januari 2006 eerst in een Engelse versie onder de titel: ‘American Vertigo. Travels in Tocqueville’s Footsteps’ (Random House, New York). In maart 2006 volgde de Franse vertaling: ‘American Vertigo’ (Grasset, Parijs).

(2) Alexis de Tocqueville is lange tijd in Europa een wat vergeten auteur geweest. Zijn ‘De la démocratie en Amérique’ bleef in de VS niettemin een klassieker. Bij ons dook de Tocqueville een beetje uit het niets op toen Albert II tijdens zijn maidenspeech na zijn eedaflegging voor de verenigde kamers op 9 augustus 1993 uit het werk van de Franse historicus citeerde. De toespraak van de nieuwe Belgische koning was geschreven door toenmalig CVP-premier Jean-Luc Dehaene en als gelegenheidstekstschrijver van een monarchistische redevoering vergat de eerste minister te melden dat de Tocqueville een overtuigde republikein was.

(3) Glyn Morgan, ‘Le récit touristique d’un voyageur poli. Bernard-Henri Lévy en Amérique’, Le Monde diplomatique, maart 2006, blz. 24.

(4) Serge Halimi, ‘Enfin la brigade d’acclamation se lasse…’, Le Monde diplomatique, maart 2006, blz. 24.

(5) Jean-Pierre Tuquoi, ‘Majesté, je dois beaucoup à votre père… France-Maroc, une affaire de famille’, Albin Michel, Parijs, 2006, blz. 137-139.

(6) Loïc Wacquant, ‘Straf de armen. Het nieuwe beleid van de sociale onzekerheid’, EPO, Berchem, 2006. (zie ook www.uitpers.be, nr. 84, maart 2007).

(7) BHL is niet altijd even subtiel als hij afrekent met ‘anti-Amerikanisten’. Loïc Wacquant is geen concurrent van Pierre Bourdieu, hij was er de leerling van. Het onderzoek voor zijn werk ‘Straf de armen’ deed hij niet in Frankrijk, maar in de VS, waar hij overigens doceert aan universiteit van Berkeley.

(8) Gilles Deleuze, ‘À propos des nouveaux philosophes et d’un problème plus général’, Editions de Minuit, Parijs, 2003.

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=486357&refsource=uitpers