Beslag op Congo’s inboedel

“Met tegenzin” (BBC) hebben de Congolese kiezers op 18 en 19 december bij referendum de nieuwe grondwet goedgekeurd. Met 74,66% van de uitslag bekend had 83,08% ‘ja’ gezegd en 16,92% ‘nee’. Daarmee gaven de kiezers te kennen dat de Transitie nu naar de slotfase moet: algemene verkiezingen in het voorjaar van 2006.

Het referendum ging niet over een fundamentele politieke, want van de bijna 25 miljoen kiezers heeft quasi niemand een letter uit de nieuwe grondwet gelezen. Maar geen nood: de Transitie zit op schema, het Westen is tevreden.

Op 23 december 2005, 5 dagen nà het referendum, stellen academici van de Luikse universiteit in Brussel een nummer van “Fédéralisme et Régionalisme” voor met daarin de complete tekst van de grondwet, voorafgegaan door wat beschouwingen (zie ook: http://www.ulg.ac.be/capri/docs/Special_RDC.pdf).

In het laatste artikel verklaren Bob Kabamba en Pierre Verjans (docenten in Luik) samen met Marc Bossuyt (rechter bij het Arbitragehof), Nicolas Banneux (constitutionalist) en een zekere Evariste Boshab hoe zij aan de grondwet hebben meegeschreven.

De vijf zaten in het college van experts bij de Congolese senaat dat op 4 januari 2005 een ontwerp van grondwet heeft overgemaakt. Kabamba leunde nauw bij Louis Michel aan toen die nog Belgisch minister was. Boshab wordt als professor van de universiteit van Kinshasa aangeduid.

De vijf, zo blijkt, liepen over van nobele bedoelingen. Ze hadden voor ogen dat het Congolese volk “decennialang gebukt ging onder regimes die niet de minste mensenrechten respecteerden en evenmin de voorwaarden schiepen voor de ontplooiing van het individu of de collectiviteit” enz. enz. Verplicht discours in zo’n verband.

Wat er nièt staat is dat professor Boshab in december 2004 – luttele dagen voor het indienen van zijn eerbiedwaardige ontwerp van grondwet – oneervol is ontslagen als kabinetschef van president Kabila. Boshab heeft, samen met enkele ministers, van een som van 32 miljoen dollar die door buurland Congo-Brazzaville aan Congo-Kinshasa is teruggestort 10% commissie afgeroomd en in eigen zak gestoken,.

Wat voor een straf staat er in België op breeduit graaien in de staatskas? Rechter Marc Bossuyt kan misschien een aanduiding geven. In elk geval: in Congo wordt Evariste Boshab niet door het gerecht verontrust. Er bestaat doodeenvoudig geen justitie. Daarbij komt nu dat ook een groep Belgische experts, beslagen in grondwetsaangelegenheden, zo vriendelijk is Boshab publiekelijk te rehabiliteren.

In de door het Westen voor Congo uitgetekende Transitie is justitie géén prioriteit. Defensie daarentegen is dat wel. De Transitie moet van Congo een stabiel land maken met één nationaal leger dat de stabiliteit bewaakt. Alvast één markant feit: twee dagen vòòr het referendum keurt Congo een aanbod van de Europese Unie goed. Voortaan voert de EU het beheer over de betaling van de soldij! Daarover straks iets meer.

Greep op Congo

Om te begrijpen wat er vandaag met Congo gebeurt, is een terugblik onontbeerlijk. De komende maanden moet Congo het einde van 15 jaar Transitie beleven. Dat proces begon in 1990 onder dictator Mobutu die een meerpartijenregime beloofde. Omdat Mobutu zijn eenmansbewind transformeerde in multi-Mobutisme maar tegelijk zijn dictatuur in stand hield, liet het Westen hem vallen. De Belgen braken in het begin van de jaren ’90 met het regime, “de Amerikanen hadden zich daadwerkelijk ingezet voor het ten val brengen van Mobutu” (C. Braeckman, Wortels van het geweld).

De VS gingen op zoek naar een betrouwbare vervanger. Etienne Tshisekedi – de ene dag opposant, de volgende premier of minister van Mobutu– was dat alvast niet. In 1996 meenden ze dat Laurent-Desire Kabila hun mannetje in Congo zou worden. Een foute gok.

Kabila verjoeg in mei 1997 Mobutu maar begon voor Congo een nationalistische koers uit te stippelen met een politiek systeem dat zou steunen op volkscomités. In augustus 1998 trokken Rwanda en Uganda, met de VS op de achtergrond, ten oorlog om Kabila uit te schakelen. Kabila vroeg en kreeg militaire steun vanuit de SADC, de landenorganisatie van Zuidelijk Afrika.

De oorlog duurde tot in 2003. Naast het politieke objectief kreeg de oorlog gaandeweg een economisch aspect: een grootscheepse plundering van de grondstoffen, ten behoeve van industrieën buiten Congo en deels om de oorlog tegen Congo voort te financieren.

Vanaf 2001 kreeg het Westen weer helemaal greep op Congo. In januari 2001 werd Mzee Kabila vermoord door een lijfwacht. Zijn zoon Joseph volgde hem op als president. Voorjaar 2001 accepteerde Joseph Kabila de eerste van een reeks structurele aanpassingen van de Congolese staat en het economisch beleid. In ruil beloofden Westerse donoren, het Internationale Muntfonds en de Wereldbank opnieuw vers geld. De financiële steun bestond uit “grants and loans”. Er kwam géén kwijtschelding van de buitenlandse schuld, een erfenis van het Mobutisme. Eind 2004 werd de schuld op $10,39 miljard geraamd. 

Ook politiek moest Congo van het Westen weer in de pas gaan lopen. Dat gebeurde via de onderhandelingen tussen de regering in Kinshasa, de oppositie en de zogenaamde rebellen-bewegingen RCD en MLC, milities die met de bezettingstroepen van Rwanda en Uganda collaboreerden. De onderhandelingen werden gestuurd door vooral Angelsaksische adviseurs en diplomaten en hun vertrouwensmannen: de ex-president Mandela (van Zuid-Afrika) en Masire (van Botswana).

In december 2002 leidden de onderhandelingen tot het “Accord Global et Inclusif” van Pretoria. Het nam de draad van de Transitie en van de neokoloniale controle over Congo weer op.

Het akkoord bepaalde dat er een Transitie-periode van twee jaar kwam (van juli 2003 tot 30 juni 2005), eventueel met een jaar verlengbaar tot 30 juni 2006. Het drong Congo een politiek en institutioneel keurslijf op met zogenaamde composanten die de politieke macht onder elkaar verdeelden (regering, RCD-rebellen, MLC-rebellen, niet-gewapende oppositie en société civile).

President Kabila kreeg vier vice-presidenten naast zich, uit elke composante één. De composanten vulden ook het overgangsparlement met hun politici. Dat bestel moest Congo binnen de Transitie-periode naar algemene verkiezingen voeren.

Het akkoord stipuleerde verder dat de “belligerants” hun legers of milities zouden samenvoegen tot één nationaal leger.

Met het Akkoord van Pretoria werd echter de straffeloosheid (“impunité“)tot staatsraison verheven. De oorlog kostte aan 3,5 tot 4 miljoen mensen het leven; de bevolking in de bezette gebieden was het slachtoffer van onvoorstelbare terreur. Maar de hoofdverantwoordelijken gingen vrijuit, en meer nog: Jean-Pierre Bemba en Azarias Ruberwa, de cheffen van de rebellenbewegingen MLC en RCD en beiden top-oorlogscollaborateurs, werden tot vice-president gepromoveerd.

Via hun organisaties klommen topcriminelen van een ander slag weer naar het daglicht. De Mobutisten waagden zich opnieuw in Congo. Ex- en neo-Mobutisten infiltreerden vanaf 2001 in alle politieke organisaties. Op hun aansturen werden in 2001 de volkscomités van de vorige president Kabila opgeheven, zonder de minste inspraak van de basis.

Hun praktijken zijn weer schering en inslag: de Congolese staat wordt op grote schaal bestolen door al wie een postje heeft, in de politiek, de administratie of de openbare bedrijven.

Einde van de Transitie

En nu werkt Congo zich dus door de laatste maanden van de Transitie. De stemming is ambigu. De bevolking wil algemene verkiezingen. Dat heeft ze tussen juni en december 2005 gemanifesteerd toen haast 25 miljoen mensen zich als kiezer hebben laten registreren. In een totaal kapot land als Congo is dat een buitengewone prestatie.

Op 18 december 2005 konden de kiezers naar de stembus (voor de eerste keer sinds de schijnverkiezingen van 1964!), om hun mening te geven over het ontwerp van grondwet. Een meerderheid keurde de grondwet goed. Maar, zoals meer dan één waarnemer opmerkte, veel kiezers stemden ‘ja’ omdat ze de verkiezingskalender willen afhandelen, niet omdat ze achter de grondwet staan.

Het Westen heeft de afgelopen maanden enorme druk uitgeoefend op de politieke kaste in Congo en op de publieke opinie. Eind november ging de Belgische minister Armand De Decker in Kinshasa verklaren dat de grondwet moest goedgekeurd worden of dat Congo anders “zelfmoord pleegde”. Via de CIAT (het door het Westen gedomineerde comité dat de Transitie begeleidt), de VN en de Europese Unie zijn gelijkaardige boodschappen uitgestuurd.

Twee dagen nà het referendum stond Europees Commissaris Louis Michel in Congo om te zeggen hoe het nu voort moet. Tegen midden-januari moet het parlement de Kieswet gestemd hebben, met de kieskalender, bepalingen over de politieke partijen, hun financiering etc. Michel liet niet na te benadrukken dat de EU €149 miljoen aan de Congolese verkiezingen spendeert. “Ik oefen geen druk uit”, aldus Michel, “ik moet wel verantwoording afleggen aan het Europees parlement en de Europese belastingbetaler”. Dat zou pas een primeur zijn.

Nota bene: volgens een voorlopige kalender die eind december 2005 is bekendgemaakt, zouden de eerste ronde van de presidentsverkiezingen en de parlementsverkiezingen op 9 april plaatsvinden, en zou de uitslag van de tweede ronde voor de verkiezing van de president op 6 juni bekend zijn. Op 1 juni zouden verkiezingen paaltsvinden voor senatoren en regionale raden. Op 25 juni zou de president in functie treden.

Het Westen investeert zwaar in de verkiezingen. Volgens William Swing, die o.m. in Kinshasa VS-ambassadeur is geweest en nu in Congo de VN-vredesmissie MONUC leidt, hebben de VN nooit eerder een verkiezingsoperatie van deze schaal en factuur uitgevoerd. Ze kost $422 miljoen plus $48 miljoen voor veiligheid plus $15 miljoen voor communicatie. Dat budget is nodig omdat Congo groot maar ook straatarm is.

De geldschieters leggen wel beslag op het land, zoals een deurwaarder op het inboedel van een schooier. Begin november zei Jean-Marie Guehenno, de adjunct van VN-secretaris-generaal Koffi Annan voor vredesoperaties, in een Congolese krant dat de Congolese staat maar een beperkte soevereiniteit over zijn eigen zaken heeft. Nog in november verbood het IMF de regering tegemoet te komen aan de looneisen van ambtenaren en leerkrachten, zoals begin 2004 nochtans was overeengekomen. En wie betaalt, bepaalt.

De Westerse voogdij werkt op alle vlakken door. De grondwet legt voor Congo een uiterste decentralisatie vast, het land gaat van 11 naar 26 provincies, met verregaande bevoegdheden voor de provinciale besturen. De mafieuze zakennetwerken zullen er maar wel bij varen.

In november bezwoer de “internationale gemeenschap” het Congolese parlement de Amnestiewet te stemmen. De PPRD (de partij van president Joseph Kabila) boycotte de stemming, omdat de kans bestond dat de moordenaars van president Laurent-Désiré Kabila amnestie zouden krijgen. Rond dezelfde tijd, in november, agiteerden Mobutu-militairen in Congo-Brazzaville overigens onbeschaamd voor collectieve repatriëring.

De hervorming van de veiligheidssector gebeurt met Westerse omkadering, meer bepaald van Frankrijk en België (die intens onderling coördineren), Nederland, de Europese Unie als zodanig (via EUSEC) en Zuid-Afrika. In mei 2005 heeft de Congolese legertop een strategisch plan voor het nieuwe leger geproduceerd. Voorop staan de vorming van lichte infanterie-brigades en een snelle interventie-eenheid. Dat laatste element zou wonderwel passen in het militaire programma van de Fransen (en de Amerikanen) om Afrikaanse troepen in Afrikaanse conflicten het vuile werk te laten doen. Ook voor de nieuwe Congolese politie staat training met het oog op snelle interventie voorop.

Justitie, we zeiden het al, staat intussen nergens. Het internationaal gerechtshof van Den Haag kreeg steun van de Congolese regering om iets aan de oorlogsmisdaden te doen. Er zijn ook ‘warlords’ gearresteerd en opgesloten, maar het betreft cheffen van kleine milities in Oost-Congo. De toplui van RCD en MLC zijn onaantastbaar want vice-president.

Dankzij buitenlandse ngo’s circuleren er in de provincies ambulante gerechtshoven. Maar een structureel herstel van de justitie, laat staan van de “rechtsstaat” lijkt voor geen enkel van de grote gevers een prioriteit. En zelfs al kiest men voor vergeving, van de Commissie voor Waarheid en Verzoening heeft sinds haar oprichting niemand nog iets substantieels gehoord.

Voor wie kiezen?

Het is dus logisch dat de Congolezen met grote scepsis naar de verkiezingen gaan. Voor wie moeten ze kiezen? Voor Etienne Tshisekedi? die in 2002 – na vier jaar terreur van de rebellen – een alliantie sloot met de collaboratiebeweging van Azarias Ruberwa, en die voorjaaar 2005 het massale ongenoegen exploiteerde om zichzelf weer in een incontournabele positie te manoeuvreren? Voor Ruberwa zelf misschien, die nu als religieus predikant de passie preekt? Voor Bemba, veroordeeld in België maar florerend als zakenman-politicus in Congo?

President Joseph Kabila zag tijdens een recente tournee in het binnenland zijn populariteit bevestigd. Hij heeft ook niets van de dictator waarvoor ongeïnformeerde Europeanen hem houden. “Joseph” is integendeel veel te mak. In zijn entourage laat hij de ex-chef van de Jeunesse Mobutiste, Vital Kamerhe, gedijen maar hij weert kennelijk vertrouwensmannen van zijn vader. Hij doet ook niets aan manifeste veiligheidsrisico’s, zoals vorige zomer nog toen hij wist dat Mobutu’s killers her en der wapens hadden opgeslagen.

Het hele verkiezingsproces kan nog door troebelen doorkruist worden. In het Oosten blijven Congolese en buitenlandse milities actief. Tijdens de laatste week van 2005 hebben MONUC-Blauwhelmen en Congolese militairen andermaal met Ugandese militie-leden gevochten. Rwanda kan nog altijd rekenen op enkele Congolese officieren, zoals Laurent Nkunda die in 2004 opnieuw de Kivu-provincies terroriseerde en nu beurtelings aan deze en gene kant van de Congolees-Rwandese grens wordt gesignaleerd. In Katanga blijven mai-mai-milities serieuze moeilijkheden veroorzaken. De ex-rebellen van RCD en MLC hebben zich tot politieke partijen getransformeerd maar hun milities zijn niet integraal ontbonden of in het nieuwe leger opgegaan. Iedereen houdt er rekening mee dat zij de oorlog opnieuw in gang steken als hun leiders Ruberwa en Bemba op een of andere manier de verkiezingen verliezen.

Verloopt alles ordelijk, dan verhuist de volgende maanden de hele verkiezingssantekraam die eerder in Irak en Afghanistan stond opgesteld naar Congo. Dan worden in Congo dezelfde polling-stations, dezelfde trainingcenters, dezelfde teltenten opgetimmerd die eerder al voor de schijnvertoningen in die andere geïntervenieerde naties hebben gediend. En dan verschijnt er nadien, na vijftien jaar Transitie, eindelijk ook in Congo weer een politieke elite waarmee het Westen zaken kan doen.

(Uitpers, nr. 71, 7de jg., januari 2006)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :