Bertinotti???s (en Marx???) ???idee??n die niet sterven???

Fausto Bertinotti. "Le idee che non muoiono". Ed. Ponte alle Grazie, 2000.

Fausto Bertinotti is leider van de Italiaanse "Partito della Rifondazione Comunista", de ???Partij voor communistische herstichting???. Vroeger leidde hij een belangrijke militante vleugel binnen de grote linkse vakbond CGIL. Rifondazione Comunista werd gesticht nadat de PCI, de communistische partij, na de val van de Berlijnse Muur haar proces van sociaal-democratisering voortzette door in 1992 ook nog van naam te veranderen: PDS, Democratische Partij van Links, twee jaar geleden "verruimd" tot "DS", Democraten van Links.


Rifondazione groepeerde diverse tendensen die uit de PCI kwamen naast militante syndicalisten en Democrazia Proletaria, een partij die links van de PCI stond. Kort na het ontstaan van Rifondazione, scheurde een groep zich af om als "Comunisti Unitari" onderdak te gaan zoeken bij de PDS. Eind vorig jaar stapte de groep rond partijvoorzitter Armando Cossutta uit de partij om die van de Partito dei comunisti italiani, partij van de Italiaanse communisten, op te richten. Het kwam er voor die groep op aan ministers te krijgen in de nieuwe regering van Massimo D???Alema (DS). Cossutta leidde indertijd een fractie binnen de PCI die erg sterk op Moskou was gericht maar de sociaal-democratisering van de PCI niet echt in vraag stelde. Dat hebben ze intussen wel bewezen door hun deelname aan een regering waarvan ook rechtse partijen deel uitmaken (bij voorbeeld die van minister van Buitenlandse Zaken Lamberto Dini, ooit minister van Financiën in de rechtse regering van Berlusconi en de rechtse Udeur, een verzameling rechtse christen-democratische notabelen).

Bertinotti wordt in de Italiaanse pers vaak afgeschilderd als leider van een archeo-partij die nog altijd tegen beter weten in bij het marxisme zweert. Bertinotti reageert daarop in een boek bestaande uit een gesprek met een medewerker. In "Le idee che non muoiono" (De ideeën die niet sterven) gaat Bertinotti tegen de stroom in: het marxisme blijft in alle opzichten actueel, ook in de fase van de mondialisering. Het gaat niet echt om een welopgebouwde analyse, wel om een reeks beschouwingen rond de actualiteit van Marx??? ideeën, ook en vooral die van de ???jonge Marx???.


Hij verwijst onder meer naar een van de basiswerken, de "Duitse ideologie", over de dynamiek van het kapitalisme, over de culturele dominantie die het in de maatschappij uitoefent. Hij verwijst naar de ideeën van vrijheid en bevrijding die Marx??? werk doordringen. Maar hij onderstreept vooral de actualiteit van Marx??? waardentheorie in de hedendaagse vormen van uitbuiting.


Hij analyseert aan de hand van die theorie de mechanismen van de mondialisering, van de wijzigingen in het arbeidsproces door de informatiseirng, de fragmentatie van de arbeidersklasse, de uitholling van de nationale staten. Hij wijst ook op een zeer belangrijke vaststelling: het aantal werkers in loondienst wordt helemaal niet kleiner, maar wordt wereldwijd steeds groter. De arbeidersklasse is dus helemaal niet aan het verdwijnen als mogelijke draagster van een revolutionair project.

Bertinotti geeft natuurlijk toe dat dit project in een zeer zware crisis verkeert door de enorme mislukking van wat het "reële socialisme" werd genoemd (Sovjet-Unie). Het gaat hier niet om een crisis van een socialistisch project, voert Bertinotti aan, de mislukking is te wijten aan een "schaarste aan socialisme". Hij maakt hier en op andere plaatsen een radicale kritiek van het stalinisme en poststalinisme.


Hij voegt er wel aan toe dat de hedendaagse marxisten nood hebben aan een "theorie van de staat, van legaliteit en democratie". Die is nochtans bij Marx zelf te vinden, vooral in diens analyse van de ???Commune van Parijs??? van 1871. Uit de ervaring van de Commune trok Marx zelfs zeer duidelijke lessen over de nodige maatregelen om een bureaucratievorming te beletten. Op dat vlak is er dus niet echt een vacuüm zoals Bertinotti suggereert.


De crisis van het socialistisch project heeft ook te maken met de dynamiek van het kapitalisme. Daarbij lijkt Bertinotti ervan uit te gaan dat die dynamiek onomkeerbaar is. Hij gaat daarmee voorbij aan het cyclisch karakter van dat kapitalisme dat in de jaren ???70 toch een ernstige crisis kende. Zelfs verscheidene kapitalistische leiders zijn beducht voor een nieuwe ommekeer, voor een nieuwe cyclus van neergang als enkele zeepbellen openspatten. De leider van Rifondazione wijst er terloops wel op dat de jongste evolutie van het kapitalisme de ongelijkheid in de samenleving verder heeft verscherpt.

Op de sociaal-democratische kritieken repliceert Bertinotti dat het reformisme al evenzeer mislukt is. De sociaal-democraten hebben uit de mislukking van het "reële socialisme" een volkomen verkeerde conclusie getrokken, zegt hij, ze stellen niets van het kapitalistisch kader nog in vraag en vinden dat de mondialisering zoiets als een natuurfenomeen of zelfs een positieve evolutie is waartegen men zich niet kan of niet mag afzetten. Zij hebben geen last met de "pensée unique" waarbinnen geen plaats wordt gelaten voor fundamentele kritieken van het kapitalistisch kader.

Freddy De Pauw



(Uitpers, december 2000)

Over

Lees ook