Berlusconi’s grootste troef: de oppositie<br>Zijn grootste vijand: zichzelf

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi slaat in de campagne voor de parlementsverkiezingen van april als een dolgedraaide paljas steeds wilder om zich heen. Alle peilingen negerend, voorspelt hij de zege van rechts. Het lijkt niet zo waarschijnlijk dat de rechtse coalitie inderdaad zou winnen. Maar anderzijds is de oppositie van “centrum-links” weinig geloofwaardig. Die oppositie en zijn enorme mediamacht vormen Berlusconi’s grootste troeven in de campagne.

Dit wordt meer dan ooit een moddercampagne. Berlusconi gaf daartoe het sein door half januari persoonlijk tv-zenders te bestormen met zware aantijgingen tegen de belangrijkste leiders van de DS, de “Democraten van Links” (verre politieke erfgenamen van de communistische PCI). Berlusconi trok na zijn tv-optredens zelf naar een procureur met beschuldigingen aan die leiders. Zij zouden druk hebben uitgeoefend op zakenlieden bij een poging van het bevriende Unipol om de controle te krijgen over de BNL, de Banca Nazionale del Lavoro.

Het gaat hier inderdaad om een voor links zeer onverkwikkelijke zaak. Het was wel de eerste keer in de Italiaanse geschiedenis dat een premier rechtstreeks naar een procureur stapte om – dan nog aan het begin van een verkiezingscampagne – zijn voornaamste tegenstanders in beschuldiging te stellen. Berlusconi bond wel snel in, hij zei dat die stap geen enkele juridische waarde had. Maar intussen had hij het publiek duidelijk gemaakt dat zijn tegenstanders boter op het hoofd hebben en dat hij ook de justitie politiek kon gebruiken. Berlusconi verwijt zijn tegenstanders al twaalf jaar dat ze de justitie tegen hem misbruiken. Een van zijn geliefkoosde doelwitten zijn de zogenaamde “rode toga’s”, magistraten die Berlusconi aanklaagden wegens fraude, schriftvervalsing, actieve corruptie en dies meer.

Bevriende bankiers

Unipol is de verzekeringstak van de nog altijd belangrijke coöperatieve beweging die vroeger sterk aanleunde bij de PCI, nu bij de DS. De baas van Unipol, Giovanni Consorte, had allerlei zakelijke en politieke kanalen gebruikt om de controle over de BNL te verwerven. Hij had meer gedaan dan dat, hij was namelijk ook betrokken bij omvangrijke frauduleuze transacties op de beurs. Hij moest zich verantwoorden voor een persoonlijke ‘spaarpot’ van 50 miljoen euro die hij naar eigen zeggen gekregen had als consulent.

Volgens Berlusconi hadden de leiders van DS, Piero Fassino en ex-premier Massimo D’Alema, persoonlijk druk uitgeoefend ten voordele van Unipol, dat een geldschieter van hun partij zou zijn. Zij zouden in ontmoetingen met Antoine Bernheim, de grote baas van de verzekeringsmaatschappij Generali, aangedrongen hebben op de verkoop van de aandelen van Generali in de BNL aan Unipol. Alle betrokkenen – onder wie vrienden van de premier – ontkenden, Berlusconi moest inbinden.

Althans juridisch. Want intussen is toch maar weer eens gebleken hoe intiem die linkse leiders omgaan met bankiers en hoe ze zelf bij allerlei deals betrokken zijn. Het is opvallend hoe een belangrijk deel van het patronaat, dat altijd al een misprijzen had voor ‘parvenu’ Berlusconi, ook politiek meer vertrouwen heeft in de ‘centrum-linkse oppositie’ waarvan ze immers niets te vrezen heeft.

Afgezwakt elan

Dat is meteen een grote troef voor de rechtse coalitie van Berlusconi. Want die bijzonder heterogene centrum-linkse coalitie biedt geen duidelijk alternatief. Haar kandidaat-premier, Romano Prodi, pakt vooral uit met vage formules en met lauwe kritiek op rechts. Het elan van twee jaar geleden vanuit de linkse basis, met de ‘girotondi’ (manifestaties van burgers tegen onder meer de maatregelen van de regering om de justitie aan banden te leggen), de massale betogingen van andersglobalisten en van syndicalisten, is fel afgezwakt. De linkse politici hebben hun afkeer van al die mobilisaties nooit onder stoelen of banken gestoken. Zij verkiezen de paleismanoeuvres boven mobilisaties van de basis die ze niet kunnen controleren. Het feit dat de verkiezingscampagne komt na een periode van demobilisatie komt rechts zeer goed uit.

Zelfs de leiding van Rifondazione Comunista van Fausto Bertinotti geeft de voorkeur aan politieke combines boven mobilisatie. Rifondazione heeft zich ingeschakeld in de “Unione”, de zeer brede bundeling van al wat gemakshalve links en centrum-links wordt genoemd. Maar in die Unione zit ook nogal wat rechts personeel.

Die Unione beslaat inderdaad een bijzonder brede waaier. Aan de ene kant Rifondazione Comunista, de communisten van de kleine PdcI (zelf onderling weer erg verdeeld) die zich eerder van Rifondazione afscheurde en de Verdi (Groenen). Maar rechts van de DS vinden we onder meer een stukje van de oude “socialistische” PSI dat van bij Berlusconi komt. Er is vooral de Margherita van Francesco Rutelli, in 2001 de kandidaat-premier van centrum-links die zelf erg naar rechts is opgeschoven.

De Margherita neemt o.m. in ethische kwesties de standpunten van het Vaticaan over – ook Prodi vindt dat homokoppels niet dezelfde juridische rechten als andere kunnen hebben. Die Margherita ziet de overkomst van de Radicalen van Marco Pannella naar de Unione niet zitten omdat die in ethische kwestie aan de andere kant staan, terwijl ze op sociaal-economisch vlak beslist rechts zijn. Misschien al even rechts als de kleine Udeur van de sinistere Clemente Mastella die eerst bij rechts zat, dan bij centrum-links en eind januari met beide kampen onderhandelde over het aantal zekere zetels dat ze hem willen toebedelen.

Ontgoocheling

Politieke inhoud komt daarbij nauwelijks aan bod, alleen de verdeling van zetels en posten. Dit is zeker niet mobiliserend voor de linkse kiezers die zo weinig inhoudelijk verschil tussen de twee blokken zien. Zij merken hoe linkse leiders zich achter de coulissen inlaten met zakendeals in de bankwereld. Zij hebben eind 2004 verbijsterd vernomen hoe het voedingsimperium Parmalat ineens een onverklaarbare put had van 15 miljard euro, een van de grootste frauduleuze faillissementen uit de Europese geschiedenis en hoe ook centrumlinks tijdens zijn regeerperiode (1996-2001) niets had gedaan om dan toch tenminste dergelijke fraudes te verhinderen.

Centrum-links heeft toen evenmin iets gedaan om een onvoorstelbare belangenvermenging als die van Berlusconi aan banden te leggen. Berlusconi was in 1994 al premier geworden, en toen al kwamen maatregelen ter sprake om te beletten dat een zakenman als regeringsleider zijn privé-belangen boven het algemeen belang zou kunnen stellen. Maar in vijf jaar werd niets ondernomen, alles bleef bij het oude: alles is toegelaten.

Centrum-links draagt dan ook een enorme verantwoordelijkheid in het feit dat Berlusconi jarenlang wetten kon doen stemmen die volledig op zijn maat en die van zijn onmiddellijke omgeving waren gesneden. Alleen daardoor kon deze man uit de gevangenis blijven.

In die context kan Berlusconi voluit zijn andere troef uitspelen, zijn macht over de media. Hij wou per se nog de ‘par condicio’ wijzigen, de regeling over zendtijd voor de verschillende partijen op televisie. Berlusconi vindt dat een aanfluiting van zijn rechten als eigenaar van een eigen imperium om ongebreideld in tijd en geld propaganda te voeren. Deze man is een regelrecht gevaar voor het democratisch gehalte van Italië en Europa. We herinneren er hierbij graag aan dat Berlusconi een topman is van de Europese Volkspartij (EVP) van Wilfried Martens.

(Uitpers, nr. 72, 7de jg., februari 2006)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook