Berlusconi laat puinhoop na

Oef, Silvio Berlusconi is niet langer minister-president van Italië. De opluchting is groot bij al die Italianen die hij niet kon hersenspoelen – weliswaar een minderheid. De alom geprezen bankier Mario Monti komt als een deus ex machina uit zijn internationale hoogten van Goldman Sachs en Trilaterale naar Rome om schijnbaar boven de partijen orde op zaken te stellen (zie ook artikel over Goldman Sachs). Berlusconi genoot het vertrouwen niet meer van de grote burgerij die al een tijdje een alternatief zocht. Maar in het parlement lag dat lastig, Berlusconi hield zijn meerderheid in de hand met geld, gunsten en chantage. De acute financiële crisis kwam erg gelegen om hem weg te werken.

Zeventien jaar lang domineerde Berlusconi de Italiaanse politiek. Hij trad begin 1994 officieel in de politiek met een nieuwe partij, Forza Italia, die hij in nieuwe stijl, met een gigantische tv-show, het veld instuurde. Berlusconi diende zich aan als ‘il nuovo’, het nieuwe, na de implosie van het zogenaamde CAF-systeem – naar de socialistische leider Bettino Craxi en de christendemocraten Giulio Andreotti en Arnaldo Forlani. Dat waren stuk voor stuk zeer goede vrienden van Berlusconi. Craxi had als premier speciaal de wet doen veranderen zodat Berlusconi een gigantisch mediarijk kon uitbouwen – de basis van zijn groot fortuin.

“Technocraten”

Met de anti-corruptie operatie Mani pulite, Schone Handen, stortte vanaf 1992 dat CAF-systeem in elkaar. De communistische PCI was al omgevormd tot “Democraten van Links” (later zou dat Links sneuvelen), de socialistische PSI verdween gewoon en de christendemocratie viel uit elkaar. Italië kreeg toen ook al een “technocratische regering” onder leiding van een bankier, Carlo Azeglio Ciampi

De reclamefirma Publitalia van Berlusconi greep naar kreten en termen van de voetbalwereld om Forza Italia te lanceren. Enkele maanden later was Berlusconi premier aan het hoofd van een coalitieregering van Forza Italia, de Lega Nord – toen nog minder xenofoob dan nu – en de Nationale Alliantie van Gianfranco Fini, de opvolgster van de neofascistische MSI.

Na de val van die regering eind 1994 kreeg Italië toen ook al een “technocratische regering”, geleid door Lamberto Dini die eerder directeur was van de Nationale Bank én minister van Financiën onder Berlusconi. Als premier voerde Dini een politiek van verregaande privatisering van staatsbedrijven.

Ook in 2000-2001 had Italië een technocratische regering onder de leiding van Giuliano Amato, vroeger nummer twee van de PSI die merkwaardig genoeg aan aanklachten ontsnapte en in november weer even werd getipt als “technocratisch” premier.

Tijdens die eerste zeven maanden als premier gaf Berlusconi duidelijk aan wat zijn prioriteiten waren: justitie en media. Justitie om zelf uit handen van de rechters te blijven – hij bedacht in dat verband allerlei wetten om hem immuniteit te verlenen – en media om een feitelijk monopolie te verwerven. Hij bezit zelf drie nationale zenders en had als premier acht jaar lang volstrekte controle over de overheidszender Rai. Het hielp hem flink om miljoenen Italianen grondig te hersenspoelen.

“Links” heeft hem daarbij wel goed geholpen. Na de zege van de Ulivo bij de verkiezingen van 1996, werd Romano Prodi, een kopstuk van het CAF-systeem, premier van een zogenaamde centrumlinkse coalitie die bij gebrek aan coherentie al snel ontgoochelde. Zelfs de beloofde wet tegen belangenvermenging kwam er niet. Na drie premiers ging de Ulivo in de verkiezingen van 2001 ten onder, Berlusconi triomfeerde en bleef vijf jaar premier met dezelfde prioriteiten als vroeger. Het was slechts nipt dat hij de verkiezingen van 2006 verloor tegenover een coalitie van rechts tot en met de communistische Rifondazione. Die coalitie was het onderling over essentiële zaken oneens, maar zette bij voorbeeld de politiek van grotere “arbeidsflexibiliteit” verder. Onder druk van o.m. het Vaticaan trok een rechtse minipartij (van Clemente Mastella, Justitie) eruit en kwamen er begin 2008 vervroegde verkiezingen die Berlusconi met glans won. Uiterst-links, tot dan goed voor meer dan 10 % van de stemmen, zakte tot 3 % en verdween uit het parlement.

Walging

Sindsdien werd het beleid van Berlusconi getekend door een reeks schandalen rond ingehuurde prostituees. Dat zijn in feite onbeduidende zaken tegenover de financiële schandalen, de chantage, het liberale wanbeleid, maar het leverde hem wel veel ongewenste publiciteit op. Zijn aanvallen op justitie en pers stuitten op meer en meer walg bij de hogere burgerij. Die vond hem al lang een stijlloze parvenu, maar een die haar belangen toch wel verdedigde. Ze hielden Berlusconi echter ook verantwoordelijk voor de verzwakking van hun concurrentiepositie tegenover de partners van de EU, ze namen het niet dat hij steevast ontkende dat Italië in crisis verkeert. “Kijk maar naar de volle restaurants”, zei Berlusconi onlangs urbi et orbi.

Sommigen zoeken al enkele jaren een alternatief. Fiat-baas Luca Cordero de Montezemolo werkt actief aan een versterkt politiek centrum. Jarenlang werden in Italië politieke hervormingen, vooral van het kiesstelsel, doorgevoerd om het politieke veld eenvoudiger te maken. Het leek er inderdaad op dat men tot twee grote polen was gekomen – rechts en centrumlinks – maar Italië heeft nog altijd meer dan twintig partijen.

Het “berlusconisme” is aan implosie toe. ‘Il Cavaliere’ (Berlusconi) had de Nationale Alliantie van Fini gedwongen tot een fusie met Forza Italia in een ‘Popolo della libertà” (PDL). Fini brak daarmee in de hoop als rechts alternatief aanvaard te worden, maar dat was gerekend zonder de “overtuigingskracht” (koopkracht) van Berlusconi die schaamteloos parlementsleden betaalde om hem te blijven steunen.

Uitvaartmis

Wat na die implosie? Il Cavaliere heeft de middelen om nog een schare getrouwen rond zich te houden. Maar hij heeft zeer belangrijke pijlers verloren: de hoge burgerij en de katholieke kerk, en de steun van de uiterst-rechtse Lega Nord die zich in haar noordelijke bolwerken terugtrekt om niet met Berlusconi weg te kwijnen.

De waarschijnlijke implosie van de PDL zal tot een herschikking van rechts leiden. Opnieuw wordt gesproken over een mogelijke wedergeboorte van de ‘Democrazia Cristiana’, de oude christendemocratie die van 1946 tot 1994 bijna onafgebroken de lakens uitdeelde. Het was een partij die zowel de christelijke arbeidersbeweging als het gros van het patronaat onder één dak verenigde en die tegelijk waakte over de “waarden” van de katholieke kerk. Ze kon wel niet verhinderen dat de Italianen in referendums de mogelijkheid van echtscheiding en de liberalisering van abortus massaal goedkeurden. De kerk heeft de voorbije tien jaar bij gebrek aan beter Berlusconi politiek gesteund. Het Vaticaan drong erop aan dat de gelovigen hun kritiek op il Cavaliere zouden inslikken omdat die de kerkelijke belangen en “waarden” (tegen euthanasie en genetisch onderzoek) verdedigde. Dat liep soms moeilijk, veel katholieken ook onder de clerus, bekritiseerden het beleid van de Lega-ministers tegen migranten. De jongste jaren was het katholieke weekblad Famiglia Cristiana vaak de meest kritische persstem op dat vlak.

Maar het duurde tot dit jaar eer de hoge hiërarchie de stem verhief. Eerst in juli in een manifest voor een andere politiek en dan half oktober op een bijeenkomst in Todi van alle grote katholieke bewegingen. Dat werd als het ware een uitvaartmis waar monseigneur Bagnasco, voorzitter van de bisschoppenconferentie, verklaarde dat de lucht moet gezuiverd worden.

Rechtse herschikking

De kerkelijke hiërarchie zal haar steen bijdragen tot een rechtse herschikking, al behoudt ze ook enkele pionnen, de zogenaamde Teodem, bij de Democratische Partij (PD). Die PD hoopt de pijler te kunnen zijn waarrond een brede coalitie tegen de PDL groeit. Dat zou gaan van de linkse SEL (Socialismo, Ecologia, Libertà) van Nichi Vendola (een rechtse afscheiding van Rifondazione Comunista) over Italia dei Valori van Antonio Di Pietro tot het huidige politieke centrum van christendemocratische UDC en de groep rond Fini. Maar alleen de weerzin van Berlusconi houdt zo een coalitie in leven, nu de Cavaliere op de achtergrond is geraakt, valt dat cement weg.

Dus is de tijd rijp voor een verregaande herschikking van rechts buiten Berlusconi en de Lega Nord om. Een rechtse partij die zich als “centrum” aandient en kan rekenen op de steun van de patronale organisatie Confindustria en van de kerkelijke hiërarchie. Om een politiek van “hervormingen” te voeren zoals door Confindustria gewenst, met onder meer nog grotere arbeidsflexibiliteit waaronder groter gemak om te ontslaan en een verdere hervorming van de pensioenen.

Het probleem daarbij is dat Italië nog altijd sterke syndicale bewegingen heeft die massaal kunnen mobiliseren. Om dat te neutraliseren moet rechts een goede verstandhouding zoeken met centrumlinks. Moeilijk zal dat niet zijn, de PD stelt zich bijzonder gematigd op. Van de linkerkant hoeft ze voorlopig niet veel te vrezen, Rifondazione en de andere linkse groepen hebben nog weinig troepen sinds de rampzalige regeringsdeelname van 2006 tot 2008. Er is nu wel de SEL van Vendola die het de PD in voorverkiezingen al enkele keren lastig maakte. Maar die SEL stelt zich ook alsmaar “gematigder” op. Links raakt stilaan onvindbaar. En Italia dei Valori dreigt met het wegkwijnen van Berlusconi een van zijn grondelementen, het anti-berlusconisme, te verliezen.

Topbankier Monti krijgt het tegen die achtergrond relatief makkelijk om in afwachting van een rechtse herschikking de politiek van Confindustria door te voeren. Althans politiek, want er zijn nog de vakbonden en de talrijke groepen die de jongste jaren massa’s mensen op straat kregen om buiten de PD om hun verontwaardiging en woede te uiten.

(Uitpers nr. 137, 13de jg., december 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook