Belg is VN-stem in voedselcrisis

De Belg Olivier De Schutter, professor internationaal recht aan de UCL (Université catholique de Louvain), trad op 1 mei bij de Verenigde Naties (VN) in dienst als speciaal rapporteur voor het recht op voedsel. Een recht dat zwaar te lijden heeft onder de stijgende voedselprijzen.

Hoe “geladen” zijn nieuwe baan is, bleek al meteen op De Schutters eerste werkdag. Hij gaf een persconferentie en een interview in Le Monde, waarin hij opriep tot een onmiddellijke bevriezing van alle investeringen in biobrandstoffen. De Schutter ging weliswaar niet zover als zijn voorganger, de Zwitser Jean Ziegler, die biobrandstoffen bestempelde als een ‘misdaad tegen de menselijkheid’. Toch noemde De Schutter de doelstellingen van de EU en de VS inzake biobrandstoffen ‘onverantwoordelijk’ en ‘de rush naar biobrandstoffen een schandaal dat enkel de belangen van een kleine lobby dient’.

De Schutter zal nog meer heikele thema’s aanraken de komende maanden. Zo gaat hij op missie bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) –iets waar Ziegler nooit de kans toe kreeg, omdat hij de WTO te zeer schoffeerde, vermoedt de Schutter. De Schutter zal er onderzoeken of de WTO-regels het recht op voedsel al dan niet bemoeilijken. ‘Inzake landbouwsubsidies wil ik nog geen uitspraken doen. Subsidies maken het moeilijker voor ontwikkelingslanden om competitief te zijn maar een plotse afschaffing van subsidies kan de voedselprijzen opdrijven wat het recht op voedsel in voedselinvoerende ontwikkelingslanden kan raken.’ De Schutter is van oordeel dat landen en instellingen altijd eerst de invloed op het recht op voedsel moeten onderzoeken vooraleer ze een handelsakkoord afsluiten. ‘Soms gebeurt dat al, maar dan uitsluitend door economisten en die acht ik niet goed geplaatst om het recht op voedsel juist in te schatten.’

Investeren in landbouw

Zeker is dat de hoge voedselprijzen almaar hoger op de diplomatieke agenda klimmen. De prijshausse ligt niet enkel aan de opmars van de biobrandstoffen maar ook aan het feit dat almaar meer mensen in ontwikkelingslanden vlees eten. De Schutter: ‘Chinezen of Indiërs verwijten dat ze meer vlees eten, is moreel onaanvaardbaar, want dat is een gevolg van hun economische ontwikkeling en dat is juist positief. Wat wel kan, is alle landen erop wijzen dat de productie van één calorie vlees negen calorieën graan vergt en dat dit in de gegeven omstandigheden invloed heeft op de voorraden en dus de prijzen van graangewassen.’

Sommigen trekken uit de voedselcrisis de conclusie dat we nu eindelijk naar die grote wereldmarkt voor voedsel moeten met afbouw van subsidies en invoertarieven. Anderen bepleiten juist het omgekeerde. De Schutter wil daarin, anders dan Ziegler, nog niet kiezen in algemene termen. ‘We moeten in elk geval massaal investeren in landbouw. Boeren moeten toegang krijgen tot krediet, technologie, zaden, markten, opleiding. Ook de Wereldbank geeft nu toe dat er sprake is van onderinvestering. Eigenlijk is ze daar zelf mee verantwoordelijk voor.’

Op de vraag of ontwikkelingslanden het recht hebben om hun markt af te schermen tegen invoer van voedsel, antwoordt hij genuanceerd. ‘Het kan als het is om de lokale boeren te ondersteunen. Maar als dat ertoe leidt dat de gebruikers meer moeten betalen voor voedsel, kan dat het recht op voedsel bedreigen. Dan moet de meeropbrengst van hogere invoertarieven gebruikt worden om de hogere prijzen te compenseren.’

Weinig middelen

Mensenrechten zijn belangrijk, zal zowat elke diplomaat je vertellen, maar de mensenrechtenverdragen zijn boterzacht. Als landen ze bekrachtigen, zijn er weinig garanties dat ze die ook zullen naleven. Om die reden hebben de Verenigde Naties in de loop der jaren instrumenten ontwikkeld om te proberen op andere manieren vooruitgang te boeken. Het aanstellen van rapporteurs over een bepaald thema is zo’n speciaal instrument.

Een speciale rapporteur probeert vooral via samenwerking met de civiele samenleving en media de politiek in beweging te krijgen. Zo’n rapporteur beschikt over veel vrijheid en weinig verplichtingen. De Schutter: ‘De enige eis is dat ik jaarlijks twee rapporten opstel, in december een voor de Algemene Vergadering en in juni een voor de Mensenrechtenraad. Daarin moet ik aanbevelingen formuleren over het realiseren van het recht op voedsel en van de eerste millenniumdoelstelling (o.a. de halvering van het percentage van mensen dat honger leidt tegen 2015, jvd). Voor de rest ben ik vrij. De enige beperking is dat ik geen landen mag bezoeken zonder hun toestemming.’

Tegenover de weinige verplichtingen, staan evenwel ook weinig middelen. ‘Ik beschik over een budget om twee tot drie landenmissies per jaar te doen en over een assistent in Genève die me bijstaat op administratief en logistiek gebied. Ikzelf krijg geen extra vergoeding. Dat vormt op zich geen probleem omdat ik een goedbetaalde baan heb als professor.’ Dat betekent wel dat speciale rapporteurs zelf middelen moeten zoeken als ze meer willen doen, in eerste instantie natuurlijk bij het land dat de rapporteur heeft voorgesteld. De Schutter wil een beroep doen op België om een aantal bijeenkomsten met experts bijeen te roepen. Dan kan het helpen dat de rapporteur over goede contacten beschikt in de Belgische regering. Heeft professor de Schutter een partijkaart? ‘Ik heb met geen enkele politieke partij banden. Daarvoor ben ik veel te onafhankelijk. Desondanks steunt de Belgische overheid me tot nu toe zeer sterk. Wat ik erg apprecieer.’

Wat ons meteen bij de vraag brengt hoe de Schutter rapporteur is geworden. De Schutter: ‘Landen als België vinden het belangrijk mee te spelen in de mensenrechtenactiviteiten van de VN. Tot nu toe had België geen enkele speciale rapporteur en dus wilde onze diplomatie graag iemand voorstellen. Mensen op het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben me gevraagd of ik iets wilde doen in verband met mensenrechten. Ik heb gezegd dat het recht op voedsel mijn voorkeur wegdraagt omdat het te maken heeft met mondialisering en mensenrechten, thema’s die me sterk interesseren.’

Als België een kandidaat voordraagt, betekent dat nog niet dat die ook wordt verkozen door de 47 leden van de VN-mensenrechtenraad. Daar speelt dan het spel van de regio’s. De Schutter: ‘Vertegenwoordigers van de regio’s zijn vooraf met mij komen spreken. Hoe een en ander daarna precies verloopt, blijft onduidelijk. Normaal zou je verwachten dat iemand uit de ontwikkelingslanden waar honger een groot probleem is, deze job krijgt. Maar Ziegler kwam uit Zwitserland en ik kom uit België. Daarin speelt zeker mee dat de ontwikkelingslanden denken dat harde kritiek geloofwaardiger overkomt als hij gegeven wordt door een rapporteur uit een westers land.’

Mogelijk speelt ook het besef dat een rapporteur uit een rijk land kan terugvallen op de rijkdom van zijn land om zijn werk te doen. De Schutter heeft vragen bij het feit dat de rapporteur op zoek moeten naar middelen bij diezelfde regeringen die hij in zijn rapporten soms moet bekritiseren: ‘In zekere zin is het systeem disfunctioneel. Het is nu eenmaal een realiteit dat de VN niet genoeg geld hebben.’

(Uitpers, nr 99, 9de jg., juni 2008)

Dit artikel van John Vandaele verscheen in het juninummer van MO*, www.MO.be

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook