Belang verkiezingen in Congo moeilijk te overschatten

Moeilijk om het belang van de Congolese verkiezingen te overschatten, moeilijk ook om deze gebeurtenis te bevatten. Een machtig land (“schandaal van de natuur” is het jongste bon mot), 55 à 60 miljoen mensen, drie generaties die in 46 jaar tijd nooit één keer convenabel hun stem hebben kunnen uitbrengen.

Congo volbrengt meteen elf verschillende verkiezingen, van hoog tot laag. Met de eerste stembusgang, voor president en parlement, op 30 juli, en de volgende vermoedelijk rond 15 oktober. Als de kalender kan gehaald worden, zou op 1 december de winnaar van de presidentsverkiezingen bekend zijn. Maar nu al wordt aangekondigd dat zijn installatie niet meer kan in 2006.

De verkiezingscampagne begint op 29 juni, nog net binnen de (verlengde) Transitieperiode die de voornaamste politieke composanten in hun vredesakkoord van eind 2002 hebben afgesproken. De campagne wordt geen formele bedoening, verre van. Met alles wat Congo de voorbije 4 decennia te verduren kreeg, is de kiesstrijd een echt conflict tussen twee maatschappijmodellen: dat van de bouwers tegen dat van de dieven, zij mèt een ontwikkelingsproject tegen zij die – zoals tijdens het Mobutisme – willen stelen en laten stelen.

President Joseph Kabila lijkt de voornaamste kandidaat voor zijn eigen opvolging. Bovendien: hij ontpopt zich als de enige politieke leider met een nationaal project. Dat heeft hij op 24 juni nogmaals laten blijken. Op die dag is de Alliance de la Majorité Présidentielle opgericht, een bijzonder heterogeen ‘platform’, dat wel, maar met Kabila als boegbeeld.

Kabila maakte die dag een onderscheid tussen twee perioden van zijn bewind. Van 2001 tot 2003 heeft hij voor Congo naar vrede gestreefd, het land bij elkaar gehouden en het politiek en economisch weer bij Afrika en de wereld aangesloten. In 2003 heeft hij echter “een institutionele architectuur” moeten aanvaarden, de beruchte ‘1+4’-regeerformule, met notoire oorlogsmisdadigers en hypercorrupte politici, die nog voortduurt tot er een verkozen ploeg aantreedt. ‘1+4’ heeft volgens Kabila “dysfonctionnements” meegebracht die het elan van 2001-2003 hebben gebroken. “Dat was de prijs voor de terugkeer van de vrede”, aldus de president.

Na de verkiezingen wil hij het eerdere elan terugvinden. De ‘betere’ reputatie die Joseph Kabila in het Westen geniet, berust wel op zijn bereidheid in zijn eerste beleidstijd verregaande concessies te doen om in de Congolese economie de marktorthodoxie te herstellen.

‘1+4’ is door de zogenaamde internationale gemeenschap aan Congo opgedrongen. Maar dat het een misbaksel is, wordt nu ook in Westerse kringen aanvaard. De EU-afgevaardigde in Kinshasa, Carlo De Filippi, schreef het nog in een interne nota van 5 mei: “L’installation au pouvoir, suite à Sun City, des anciens belligérants s’est révélée être une erreur tant elle a favorisée, sur fond de méfiance réciproque, et les pratiques de corruption et de mauvaise gouvernance, et les manoeuvres dilatoires et leur volonté de rester au pouvoir coûte que coûte” [NB: De nota is op 10 juni uitgedeeld tijdens een betoging van Congolees extreem-rechts in Brussel, en het staat niet voor 100% vast dat ze authentiek is].

Er staat meer op het krediet van de jonge president Kabila. Eerder dit jaar sprak hij zijn bewondering uit voor Ernesto Che Guevara en zei hij dat “Congo over tien jaar het China van Afrika” moet zijn. Als Westerse kringen al op deze uitspraken reageerden, dan toch eerder schamper, van: “dat was allicht een boutade”. Maar het zou best kunnen dat Joseph Kabila hiermee weer de draad aan het opnemen is van zijn in januari 2001 vermoorde vader, president Laurent-Désiré Kabila. L.-D. Kabila had een plan voor de sociale en economische ontwikkeling van Congo nà de puinhoop die dictator Mobutu had achtergelaten en hij zou daarvoor eerder het Zuiden (waaronder China) dan het Noorden om assistentie vragen. Bovendien was hij van alle Congolese maquisards die Che Guevara in 1965 in Congo assisteerde onmiskenbaar degene die bij El Che het hoogst in aanzien stond.

Joseph Kabila dus, een man met een plan. Maar of hij het kan realiseren? Want om te beginnen is Joseph Kabila omgeven door haaien van de meest onbetrouwbare soort, vervolgens was hij in zijn eerste regeringsperiode met handen en voeten aan de Westerse dictaten (o.a. van IMF en Wereldbank) gebonden, dat schudt hij zomaar niet af. En drie: hoe liggen de krachtsverhoudingen nà de verkiezingen?

Mobutisten hergroeperen

Er doen ruwweg 270 partijen mee, voor het presidentschap zijn 33 kandidaten aanvaard tegen ruim 9700 kandidaten voor 500 zetels in het parlement. Opvallend: onder de kandidaten véél onafhankelijken, een signaal van wantrouwen (van henzelf èn de kiezers) in de politieke partijen – partis alimentaires – wier laatste bekommernis een partijprogramma is maar die vóór alles azen op postjes, vergoedingen en inkomstenbronnen. Vaak ook, uitzonderingen daargelaten, zijn het eenmanspartijtjes zonder structuur of militante aanhang.

In die krabbenmand tekent zich één manifeste tendens af: de terugkeer en de hergroepering van het Mobutisme. “Het is een doctrine geïnspireerd door het fascisme”, zegt de in Brussel verblijvende Congolese journalist Jorje Alves. “Mobutu zei: wij staan niet links, niet rechts en niet in het centrum. Dat komt recht van de nazis. Deze stroming betekent een ontkenning van de mens, het is de dictatuur in zijn puurste vorm. Mobutu verkondigde dat elk kind, van in de buik van zijn moeder, toebehoorde aan de eenheidspartij MPR”. Mobutu kon zich handhaven omdat hij zich als Koude Oorlog-marionet van het Westen in Afrika liet uitspelen tegen de onafhankelijkheidsbewegingen en omdat hij zijn land liet exploiteren op de condities van de multinationals, niet zonder zichzelf en zijn clan rijkelijk te bedienen.

Het Mobutu-regime is in mei 1997 verjaagd toen Laurent-Désiré Kabila na een volksopstand en een snelle opmars in Kinshasa de macht overnam. Het Mobutisme heeft Kabila dat nooit vergeven. Vanaf midden 1998 ondersteunde het de aanvalsoorlog tegen de Kabila-regering vanuit Rwanda en Uganda. Maar vanaf 2002-2003 kon het opnieuw politiek ageren, ook dankzij de 1+4-formule.

Vorig jaar stippelde het mobutistische kopstuk Kengo wa Dondo, premier onder Mobutu o.m. van 1982 tot 1987, naar verluidt een strategie uit. Tijdens een lunch in het restaurant Le Délice in Kinshasa gaf hij andere mobutisten de richtlijn van in zoveel mogelijk politieke groepen te infiltreren, “zodat we de meerderheid vormen, de heilige Alliantie van de Mobutisten kunnen heroprichten en de toekomstige regering domineren” (La Conscience 19.05.2006).

Zo komt het nu uit. Het wemelt overal van dit politieke ‘personeel’. Om de bekendsten te noemen: vice-president Jean-Pierre Bemba, de gewezen gouverneur van de Congolese Nationale Bank en Kengo’s Financieminister Pierre Pay-Pay, Honoré “The Terminator” Ngbanda. Maar ook: Alexis Thambwe Mwamba, nog een individu uit het Reseau-Kengo maar ook mede-oprichter van de rebellen-groep RCD en dan overgelopen naar de MLC-rebellen van Bemba om nu (voorlopig) te eindigen als een naam uit de Alliance van… president Kabila!

Met lui van dit slag wordt de kiesstrijd niet met politieke argumenten, wel met een uitgebreid gamma van andere instrumenten gespeeld.

Een goed deel van de politieke klasse doet alles om de verkiezingen te dwarsbomen of te vertragen. Aldo Ajello, de speciale gezant van de Europese Unie voor de regio van de Grote Meren, noemt dat het Assepoester-syndroom. Ajello: “de dag van de verkiezingen is voor veel politici zoals middernacht voor Assepoester, omdat dan alle mooie dingen verdwijnen en ze terug in de keuken belanden om de afwas te doen. Dus, al degenen die nu aan de macht zijn maar bang zijn dat ze op de dag van de verkiezingen hun macht verliezen, hebben de neiging om zich te bestendigen of om hun situatie zo lang mogelijk te rekken” (interview 2 juni 2006).

Een goed voorbeeld is Etienne Tshisekedi – langer een naaste medewerker van Mobutu dan diens opposant, die opriep om zowel de registratie van de kiezers als het referendum over de nieuwe grondwet te boycotten, maar dan eiste dat de registratie heropend zou worden zodat zijn aanhang zich als kiezers zou kunnen inschrijven. Technisch totaal onmogelijk, aldus Ajello. Maar de chantage van Tshisekedi had wel effect. Want al heeft de historische compagnon de route van Mobutu zich met zijn manoeuvres van deelname aan de verkiezingen uitgesloten, toch betreurt het Westen dat Tshisekedi niet wil meedoen. Ajello: “Tshisekedi en de UPDS zijn niet om het even wat, ze vertegenwoordigen de historische oppositie tegen Mobutu. Iedereen, secretaris-generaal Koffi Annan inbegrepen, heeft hem daarom gevraagd om toch mee te doen. Hij heeft niet gewild. We betreuren dat ontzettend en ik persoonlijk betreur dat in het bijzonder. Maar we moeten zijn beslissing respecteren. Wij van onze kant hopen dat hij de beslissing van het Congolese volk om naar verkiezingen te gaan, respecteert. Na de verkiezingen zullen we zien hoe mijnheer Tshisekedi op het Congolese politieke toneel de rol kan blijven spelen die hem toekomt”. Wordt Tshisekedi soms de institutionele opposant die president Joseph Kabila in bedwang moet houden?

Een hele rits van politici is begin mei beginnen pleiten voor uitstel van de verkiezingen om eerst nog alles eens onder elkaar door te praten. Onder hen ook de katholieke monseigneur Monsengwo, die tijdens de laatste jaren van Mobutu diens jarenlange multi-partijenconferentie (“multi-mobutisme” volgens de critici) leidde. Op 30 juni, aldus Monsengwo, is de Transitie officieel voorbij. Maar de onafhankelijke kiescommissie heeft éénzijdig beslist toch dáárna verkiezingen te houden. Dat moet volgens Monsengwo tot zware problemen leiden en om die te voorkomen, moeten de politieke klasse en de société civile eerst een consensus bereiken. Dan kan de draad van de verkiezingen weer worden opgenomen. Binnen de kerk is lang niet iedereen het met Monsengwo’s interventie eens. De bisschop van Bukavu in Oost-Congo keurde eventueel uitstel af, “om niet te blijven ronddraaien en van transitie naar transitie te gaan”.

Extreem-rechts speelt racistische propaganda uit. Zo wordt van Joseph Kabila beweerd dat hij niet de zoon van Laurent-Désiré Kabila is en vooral dat hij van Rwandese origine is. Om dat te bewijzen, circuleerde onlangs een foto van Rwanda’s president Kagame met enkele lijfwachten waarvan er één zogenaamd de huidige Congolese president Joseph Kabila voorstelt. Het was een pure vervalsing die ook zo klunzig was uitgevoerd dat ze héél snel is ontmaskerd. Maar in de Congolese publieke opinie, die behalve door een grote politieke betrokkenheid ook door een enorme beïnvloedbaarheid en ignorantie wordt gekenmerkt, slaat racisme wél in.

Militaire avonturen vallen niet uit te sluiten. Illustratief is het door het Westen geminimaliseerde incident met de “Amerikaanse” presidentskandidaat Oscar Kashala en zijn lijfwacht. Kashala zou in Harvard afgestudeerd zijn als arts en woont sinds jaren in de VS. Hij is vanuit het niets komen opduiken om aan de Congolese verkiezingen mee te doen. Eind mei is in Kinshasa een 30-tal veiligheidsagenten uit Kashala’s entourage opgepakt omdat ze een coup beraamd zouden hebben. Een aantal agenten was in dienst bij een Zuid-Afrikaanse firma, maar er waren ook drie Amerikanen bij die door AQMI Security in Orlando, Florida aan Kashala waren uitgeleend. Eén van de drie, Kevin Billings, is een gewezen agent van de Amerikaanse geheime dienst die heeft ingestaan voor de persoonlijke veiligheid van de presidenten Reagan en George H.W. Bush. Volgens Kashala was de hele zaak opgezet spel was om hem als kandidaat uit te schakelen.

Het Westen houdt wel degelijk rekening met gewelddadige incidenten die de verkiezingen en zeker de nasleep ervan kunnen doen ontsporen. De Europese Unie heeft een eigen troepenmacht op de been gebracht, waarvan de spits in Kinshasa gestationeerd is om de luchthaven van Ndjili te bewaken terwijl een stand-by-macht vanuit Gabon kan aanvliegen om buitenlanders in moeilijkheden te ontzetten. De EU wil het voor geen geld zien gebeuren dat de verkiezingen niet worden afgehandeld. “We beschouwen de verkiezingen niet als een eindpunt maar als een beginpunt”, aldus Aldo Ajello. Congo moet in zijn visie verkozen en legitieme instellingen krijgen waarmee de EU nadien een “strategisch partnership” kan aangaan “om het land weer op de been te helpen”. Tijdens het debat in de Duitse Bundestag over de Europese troepenmacht – Duitsland voert ze aan – heeft de regeringsmeerderheid duidelijk aangestipt dat Congo gestabiliseerd moet worden om mogelijke migratiestromen naar Europa in te dijken maar evenzeer omdat het land rijk is aan voor de Duitse industrie strategische grondstoffen.

Het Westen erkent dat het zwaar op de Congolese Transitie weegt. “Ik heb me zelfs afgevraagd of het wel verantwoord was dat we zulke pressie uitoefenden”, geeft ook EU-gezant Aldo Ajello toe. Die realiteit wordt overigens ook president Kabila aangerekend die verweten wordt een pion van de blanken te zijn.

De politieke klasse in Congo beseft echter dat de wérkelijke beslissingsmacht momenteel niet in maar buiten het land ligt, en ze laat er haar gedrag door bepalen. Tshisekedi’s UDPS volgt een dubbele tactiek. Haar Brusselse propagandist “docteur” François Mpuila voert een platpopulistische hetze tegen Europees commissaris Louis Michel die Joseph Kabila de hand boven het hoofd zou houden. Maar dat belet niet dat Remi Masamba, secretaris-generaal van de UDPS in Kinshasa, bij diezelfde Louis Michel voor het openen van een nieuwe concertatieronde is komen pleiten.

Tientalllen politici trekken nu op bedeltocht langs de Westerse hoofdsteden en ze doen dat zo schaamteloos potsierlijk dat in Washington alvast geen Congolese politici meer worden ontvangen “tot na 30 juli” (Le Palmarès).

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :