Geopolitieke Ontwikkelingen
Mensenrechten

INTERNATIONALE POLITIEK

Regionale Conflicten
Economie

BEEF OF SNEEF | Uitpers %

BEEF OF SNEEF

Image

Ik kan me geen akeliger beeld uit de filmgeschiedenis voorstellen dan de slottake van Mamlaket al-Kasab (De Taart voor de President). Hij duurt hooguit drie seconden. Volslagen zwart. En de aftiteling volgt. Dat slot is zo verontrustend omdat we de film door wel laagvliegende straaljagers over dorp en stad zien brullen, maar we niet weten of ze van de Iraakse luchtmacht komen, of van de Westerse coalitie die Irak onder zware strafmaatregelen had weten te plaatsen na de gruwelijke loopgravenoorlog tegen Iran. Beide landen volgden eenzelfde onverbiddelijke strategie in de moerassen rond het zuidelijke Basra. Irak legde mijnenvelden aan en bestookte de Iraniërs met gifgas. Iran stuurde duizenden weerloze kinderen die velden in met een paspoort voor de hemel, mochten ze sneuvelen. En dat deden ze bijna altijd in het vrijmaken van mijnenvelden om de echte troepen te laten oprukken. Acht jaar later was Irak blut, en Iran verhard in zijn sjiïtische verkalking.

In zijn film laat de Iraakse regisseur Hassan Hadi zijn verhaal vorm aannemen in het grensgebied van Mesopotamië, waar de stromen Eufraat en Tigris in elkaar opgaan om zich uit te storten in de Perzische Golf. Het gebied is na de oorlog opnieuw bevolkt geraakt met meestal sjiïtische armoezaaiers, die met eigen houten sloepen naar huis of school varen. Als ze wat geld kunnen sparen om huisraad of eten te kopen, dan rekenen ze op gulle autobezitters (en gulle Allah) om in de grote stad te geraken: Basra, jawel.

Hadi bouwt in de vorm van een Peter Pan verhaal, of eerder nog van een grimmig sprookje van Grimm zoals Het Meisje zonder Handen, de armzalige overlevingsstrijd van de bevolking, gezien door de ogen van twee negenjarigen, die nooit ten volle kunnen beseffen wat zich rondom hen afspeelt. En daar is niets goeds aan, al houden het meisje Lamia en het kleine boefje Said de moed erin bij gebrek aan helder inzicht en zelfstandigheid. Lamia, de dappere, heeft al beide ouders verloren, en leeft met haar grootmoeder Bibi in een gammele hut aan de rivier. Said van zijn kant wordt met de nek bekeken, omdat zijn vader een kreupele bedelaar is. Op school heerst, net als in heel Irak, een kadaverdiscipline. De leraar geeft geen les, maar is eigenlijk een soldaat die met stuitende propaganda de weldaden van diktator Saddam Hoessein bezingt, en er zijn eigen profijt uit haalt. Zo komt Lamia in de klas en moet ze onmiddellijk haar boekentas afgeven, die de man doorzoekt, en er haar hele lunch uit steelt. Eén appel.

Van in het begin van de film is de versmachtende rol van moskee en staat ondraaglijk. Lamia imiteert haar grootmoeder en smeekt Allah om hulp, telkens er wat verkeerd loopt – alles dus. De staat vernedert de gewone man tot zombie, die bij het minste bevel “spontaan” betogingen opzet, dood aan Amerika roept, en Saddam op het schild hijst. Kinderen moeten slogans afdreunen, zoals “Wij offeren onze ziel”. En omdat het de verjaardag van de grote leider is, moet ook de school haar bijdrage leveren: een taart. Vier kinderen worden uitgeloot, met natuurlijk Lamia en Said erbij. Want geld of geen geld, lege planken of niet bij de kruidenier, “they must sacrifice for the leader”. Lamia krijgt de opdracht de taart te maken (met gist, bloem, eieren en suiker, véél suiker: “Doe er maar veel room in”). Said moet voor het fruit zorgen. Aangezien de dorpswinkel niets meer te bieden heeft door de economische strafmaatregelen die de VN heeft opgelegd, begint hier de sage: de zoektocht naar het eten voor Saddam (eigenlijk, voor de soldaat-leraar, die stand-in is voor de president die niet overal kan zijn, en zich liefst veilig verschanst in zijn eigen omgeving en Bagdad). De verschillende stadia zijn evenveel beproevingen, terwijl zelfs op lege plekken de aanbidding van de dictator doorgaat. Zo leren Lamia en Said ongewild alles wat er misloopt in een autoritair bewind.

Vooral omdat de kinderen het op eigen houtje moeten doen: Bibi laat zich naar de stad rijden om zich te ontdoen van Lamia, zij kan de opvoeding niet meer aan. Ze is bejaard en versleten, en zal vrij vroeg in een ziekenhuis sterven. Het is voor de kinderen een hard leerproces: Lamia is doordrenkt van de klassieke eredienst voor het opperwezen, Said heeft zich van jongs af als gauwdief ontpopt om te overleven. Wat voor de nodige onenigheid en zelfs ruzie leidt tussen hun beiden. Toch slagen ze er onbewust in zich af te sluiten van de razende wereld: ze spelen geregeld “knipperoog” – wie het eerst knippert verliest. Dat brengt Lamia en Said altijd weer op het goede pad om door te gaan met de zoektocht, Lamia steevast met haar enig bezit, de haan Hindi die ze overal mee naartoe neemt.

Maar het is een verdorven wereld in de grote stad. Bloem wordt haar stug geweigerd door een plompe vetzak die een hoogzwangere vrouw wel wil helpen als ze maar eerst met hem naar de achterkamer gaat. Helaas loopt daar veel mis, de vrouw krijgt felle bloedingen onder de ruwe behandeling, de kinderen moeten op de loop. Tot ze in de opslagplaats een volle zak kunnen openrijten en in een plastic netje genoeg bloem kunnen weghalen – Said moet wel ontsnappen aan een felle achtervolging. Zelf laten ze zich bedotten door een sjacheraar, die afbiedt op het (pseudo-)zilveren horloge dat Lamia meedraagt tot ze toch een stapeltje biljetten krijgen – die achteraf vervalst blijken te zijn. Alle ondeugden moeten de revue passeren: diefstal, gierigheid, hebzucht, laffe onderdanigheid, misleiding, bedrog, machtsmisbruik, je noemt het, het is er.

Baneen Ahmad Nayyef (Lamia) in Mamlaket al-Kasab (2025)

“La réalité, c’est surtout dans la ‘grande ville’ Bassora, que Lamia se trouvera confrontée”, herneemt Anne Rendon in Benzine (4 februari 2026) het klassieke adagium uit de jaren dertig dat de stad goddeloos en het platteland integer is. Maar dat heeft alleen te maken met de snellere opeenvolging en de grootschaligheid in een  stad – de boerenbuiten moet niet onderdoen voor egoisme, zoals de leraar en de plaaggeesten van Said aantonen. Zelfredzaamheid is het enige waarop je kunt terugvallen.

Dan gebeurt de ramp: Said let niet op Hindi de haan, een boze Lamia gaat alleen op zoek, tot ze bij een vriendelijke slager haar netje terugziet, en de man haar haan teruggeeft en nog wat suiker toe. Weet Lamia veel dat er vuige pedofielen rondlopen, zoals de slager. Hij troont haar mee naar een bioskoop (welke seksfilm er gespeeld wordt, geeft Hani niet mee), wellicht om onoirbare daden te stellen. Lamia kan ternauwernood ontsnappen. Maar natuurlijk weten ze alle obstakels te overwinnen en op school blijkt de leraar bijzonder ingenomen te zijn met de taart en het fruit (“Veel beter dan vorig jaar, extra room”). Lamia wordt betaald met een  verplicht applaus. De constante is altijd een masker van corruptie: “The corruption of petty capitalism driven to the extreme – of government officials inured to payoffs, of police who see no point in helping ‘peasants’ – is everywhere” (2Critics, 8 mei 2026).

Baneen Ahmad Nayyef (Lamia) and Sajad Mohamad Qasem (Said) 

Het is juist de moeizame solidariteit tussen Lamia en Said, met breuken en jaloezie, die symbool staat voor de verschoppelingen in een diktatuur. Ze zijn niettemin door hun armoede en onbegrip van wat rond hen gaande is, op elkaar aangewezen. De ware wereld van Allah beantwoordt nergens aan Lamia’s ingehamerd geloof, noch aan het vrijgevochten, amoreel pragmatisme van Said. Ze leven in een wereld “that’s quite beyond their skills and understanding, and the possibility , the suggestion, that the trauma they experience comes from the top down, from an authoritarian regime that has damaged social institutions and eroded civility”.

Hadi heeft er goed aan gedaan de matrijs van het sprookje te gebruiken: geen enkel sprookje eindigt goed, het zijn valse eindjes die worden toegevoegd om de kinderen niet overdreven bang te maken. Dat zou dan ook hier moeten gebeuren. En inderdaad (spoiler!) nauwelijks is de fel bevochten taart verorberd door de leraar, of daar komen de vliegtuigen weer over. Met één verschil: ze gooien bommen op de school (Amerikanen zijn nu eenmaal notoir slecht in het raken van vooropgezette doelen, Hadi heeft het recht om ook dat te verwerken). Alles stort in elkaar, dichte rook en stof verhinderen de blik, alleen Lamia en Said vinden elkaar weer onder een tafel (een leuke pastiche op de Amerikaanse didactische filmpjes over wat te doen als de bom valt: “duck and cover”). “Wie eerst knippert, verliest” – ze blijven in elkaars ogen kijken, tot een nieuwe bom ontploft. Zwart beeld. Overleven ze ? Zijn ze dood ? Wat gebeurt er met hen ? Hadi laat het in het ongewisse. Zijn punt is gemaakt: macht en misbruik zijn van alle tijden, een oplossing ligt niet voor de hand.

Even belangrijk is dat Hadi uitsluitend met non-professionals heeft gewerkt, op één acteur na, de goede mens, een taxichauffeur die er alles aan doet om Bibi geneeskundige zorgen te geven, en die waakt over de kinderen. Er is een scene waarin Bibi koppig gaat aandringen bij de ongeïnteresseerde politie om de verloren gelopen Lamia terug te vinden. Geen beroepsacteur doet het beter dan Bibi in de schelle ruzie en onverzettelijkheid die alleen mensen kunnen tonen als ze niets anders meer hebben. En in die streek vaak niet kunnen lezen of schrijven. Er is dus redelijk wat geïmproviseerd in de film, wat hem veel autentieker maakt, want plaatselijke amateurs zijn “certainly rougher than pros would ’ve been, yet so authentic and instinctive in their choices that they raise the possibility that everyone is a born actor to some degree” (Matt Zoller Seitz in Roger Ebert, 6 februari 2026). Maar als iedereen een rol kan spelen, waar blijft dan de werkelijkheid ?

Het klopt dat Hadi terecht weigert het verleden te verklaren – er is geen gelijkenis, er is geen waarheid als we twee generaties verder zijn. “Der Film fragt nicht nostalgisch: Wie war es damals? Er fragt: Wie konnte es so weit kommen – und warum ist es noch immer nicht vorbei?” (Axel Timo Purr, in Artechock, s.d.).

Dat wil niet zeggen dat je geen vergelijkingen of eigen ervaringen kunt ombuigen om het verleden tastbaarder te maken. Hadi deed dat ook. “Hij hoefde als kind ‘slechts’ bloemen mee te nemen voor de verjaardag van Saddam Hoessein, maar heeft van dichtbij meegemaakt hoe het er in die tijd aan toeging”. Het dekor past dan voor de spelers, beter dan het script. Dictatuur is een overal aanwezige moker. “Zo zien we hoe alle schoolkinderen iedere ochtend een propagandistisch lied zingen en hangen de straten vol met allerlei muurschilderingen en foto’s van een tiran” (Sjoerd Crins, Cinemagazine, 14 mei 2026).

Maar wat geldt voor politiek geldt evenzeer voor godsdienst (of atheïsme): het verplichte gebed, het “vak” godsdienst, de voorlezingen. Indoktrinatie is het hoofdkussen van de duivel. Leer jezelf kennen, is de eenvoudige beschouwing die Hadi voorlegt. En hij deed dat met een bijna onooglijk, poëtisch moment in het dorp, “the moment when the little girl gazes at her reflection in the river” – wat Peter Bradshaw in The Guardian (11 februari 2026) onmiddellijk weer vernietigt in zijn stuk als hij er aan toevoegt: “Surely inspired by The Lion King”. Waarom niet door de boze koningin in Sneeuwwitje ? Of de mythologische Narkissos die alleen zichzelf kon bewonderen in zijn spiegelbeeld ? Bradshaw ontzenuwt met zijn denigrerende toon, de subversieve kant van Hadi’s film, en verwijst hem naar Hollywood en de vaste grammatica die daar uit nooddruft dient gehanteerd. Quod non.

The President’s Cake is integendeel het orakel dat Hollywood de wacht aanzegt en de voorschriften de woestijn instuurt. Hadi is niet minder dan een revolutionair. Dat is iets hachelijker, maar eerlijker dan de schoolse, repetitieve, voorspelbare filmstructuren die het grote geld verkiest. Zoals altijd romige taarten, die zelfs Saddam Hoessein opknabbelt in een kort ingebouwd fragment van zijn verjaardag – al wist hij zelf niet in welk jaar hij geboren was (1937, min of meer). Reden genoeg om door te smullen. Want dood en verlies (van job, inkomen, liefde, familie, vrienden, …) gebeurt van het ene moment op het andere. Onaangekondigd. Nog een les van Hadi: superhelden bestaan niet. Het is Hollywoods grootste leugen. En die van autoritaire despoten, of ze nu Chamenei, Trump, Saddam, Netanyahu of Poetin heten.

Standpunt UITPERS

Arendsklauwen

Avonturen in de Iraanse woestijn VS-soldaten zijn onderweg naar de Golfregio, misschien wel om aan land te gaan in Iran. Dat roept een herinnering op aan wat VS-president Jimmy Carter in 1980 deed. Hij stuurde een commando om de gijzelaars in de VS-ambassade in Teheran weg te halen. Het kostte hem later dat jaar de ... Lees verder

Iraans bewind kelderen?

Een beetje voorgeschiedenis om lessen uit te trekken In het najaar van 2022 kwamen in Iran na de dood van Mahsa Amini massa’s mensen de straat op tegen de repressie. De afkeer van deze theocratische dictatuur is zeer groot. Maar of een Israëlische agressie een revolutie tegen dat regime kan stimuleren? Laten we even kijken ... Lees verder

Jacht op homo’s in Afrika aangeblazen vanuit VS

In de Afrikaanse staat Niger maakt de militaire junta jacht op homo’s; tientallen “verdachten”– onder wie talrijke militairen – zijn opgepakt en opgesloten. In Dakar persen jonge Senegalezen burgers…

Marine Le Pen kandidaat, stapt naar Cassatie

Rechters schiepen  zwaar dilemma (Update na verklaring Marine Le Pen op TF1) Marine Le Pen, boegbeeld van het extreemrechtse Rassemblement National (RN), is schuldig aan een zwaar misdrijf, verduistering…

Steun Uitpers!
Steun onafhankelijke internationale analyse. Uitpers.be is een onafhankelijk platform voor kritische duiding van mondiale ontwikkelingen. Scan de QR-code met je bank-app en steun onze werking met een vrije bijdrage

Lees hier meer over

Arendsklauwen

Arendsklauwen

Avonturen in de Iraanse woestijn VS-soldaten zijn onderweg naar de Golfregio, misschien wel om aan land te gaan in Iran. Dat roept een herinnering op aan wat VS-president Jimmy Carter…

Freddy De Pauwmrt 27, 2026
Iraans bewind kelderen?

Iraans bewind kelderen?

Een beetje voorgeschiedenis om lessen uit te trekken In het najaar van 2022 kwamen in Iran na de dood van Mahsa Amini massa’s mensen de straat op tegen de repressie.…

Freddy De Pauwjun 17, 2025