Barsten in de consensus over de nucleaire doctrine van de NAVO

Noorwegen en Duitsland, twee NAVO-lidstaten, hebben aangekondigd dat ze volgend jaar in Wenen zullen deelnemen aan de eerste ‘Meeting of State Parties’ van het Nucleaire Verbodsverdrag. Daarmee wijken ze af van de houding van de NAVO, die zich hard verzet tegen een kernwapenverbod. Wat zal België doen?

Op de Top van Lissabon (2010) nam de NAVO een Strategisch Concept aan waarin de militaire organisatie zichzelf definieert als een nucleair bondgenootschap: “Zolang er kernwapens bestaan, zal de NAVO een nucleaire alliantie blijven.” Aan deze houding is niets veranderd, wel integendeel. Op de laatste top in Brussel (juni 2021) hebben de NAVO-staatshoofden en regeringsleiders het rapport ‘NAVO 2030: verenigd voor een nieuw tijdperk’ aangenomen, dat op de volgende top in Madrid (juni 2022) in een nieuw strategisch concept zal worden gegoten. Het rapport stelt dat de NAVO “de regelingen voor het delen van kernwapens, die een cruciaal onderdeel vormen van het afschrikkingsbeleid van de NAVO, moet voortzetten en nieuw leven inblazen.” De Verenigde Staten (VS) beschikt over naar schatting 100 tot 150 ‘vooruitgeschoven’ kernwapens in vijf Europese landen (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije) die vanaf volgend jaar zullen worden vervangen door nieuwe B61-12-kernbommen. Behalve Turkije zijn het de gevechtsvliegtuigen van de betrokken landen die verantwoordelijk zijn voor de inzet ervan. Deze ‘nucleaire taakverdeling’ moet in de eerste plaats een politiek doel dienen en zorgen “voor een zo breed mogelijke deelname van de betrokken bondgenoten aan de overeengekomen regelingen voor de nucleaire taakverdeling om de eenheid en vastberadenheid van het bondgenootschap aan te tonen.” (Mededeling van de Top van Brussel, 2021)

Het TPNW-debat in Europa

De gemeenschappelijke positie van de NAVO als ‘nucleaire alliantie’ lijkt evenwel onder druk te staan. Vorig jaar zei Rolf Mützenich, de fractieleider van de sociaaldemocraten (SPD) in de Bondsdag, dat Duitsland “in de toekomst de stationering van Amerikaanse kernwapens moet uitsluiten”. Duitsland heeft – net als België – nooit de aanwezigheid van VS-kernwapens op zijn grondgebied (op de luchtmachtbasis Büchel) bevestigd of ontkend. Mützenich bracht hun bestaan ​​terug in de politieke herinnering. De SPD werd na de verkiezingen van 26 september de grootste partij en vormde vorige maand een regering met de Groenen en de liberale FDP. In het regeerakkoord verklaarde de nieuwe regering dat Duitsland als waarnemer zal deelnemen aan de eerste ‘Meeting of State Parties’ (vergadering van de staten die partij zijn) van het Verdrag inzake het verbod op kernwapens (TPNW) die volgend jaar van 22 tot 24 maart zal plaatsvinden in Wenen. Begin oktober besliste de regering van NAVO-lidstaat Noorwegen al om als waarnemer aanwezig te zijn.

In andere NAVO-lidstaten woedt het debat eveneens. In het Belgische regeerakkoord (30 september 2020) staat dat het wil onderzoeken – “samen met de Europese NAVO-bondgenoten” – “hoe het VN-verdrag inzake het verbod op kernwapens een nieuwe impuls kan geven aan multilaterale nucleaire ontwapening.” Niettegenstaande de Belgische minister van Buitenlandse Zaken onlangs nog zei dat het Nucleaire verbodsverdrag niet het juiste instrument is voor nucleaire ontwapening, kan het Duitse voorbeeld er voor zorgen dat ook België naar Wenen zal trekken. In Nederland – een andere nucleaire gaststaat –  diende Jasper van Dijk, een parlementslid van de Socialistische Partij, een motie in die vraagt dat zijn land aanwezig zou zijn op de eerste vergadering van het TPNW. Hoewel de motie werd verworpen (68 van de 150 zetels), stemden twee partijen ((D66 & ChristenUnie) die betrokken zijn bij de nog altijd aan gang zijnde coalitieonderhandelingen voor. In totaal steunden negen partijen het voorstel.

Aantasting van de nucleaire consensus van de NAVO

Deze ontwikkeling kan de consensus over de nucleaire politiek van de NAVO aantasten. Sinds de ondertekening in juli 2017 voert de NAVO bijna agressief campagne tegen het nucleaire verbodsverdrag. In de slotverklaring van de NAVO-top in Brussel (juni 2021) staat: “We herhalen ons verzet tegen het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (TPNW), dat in strijd is met het nucleaire afschrikkingsbeleid van het bondgenootschap, in strijd is met de bestaande non-proliferatie- en ontwapeningsarchitectuur, het NPV (Non-proliferatieverdrag) dreigt te ondermijnen en geen rekening houdt met de huidige veiligheidscontext.” De NAVO beweert bovendien dat het NPV “de hoeksteen blijft van de wereldwijde architectuur voor non-proliferatie en ontwapening” en dat haar bondgenoten “sterk toegewijd zijn aan de volledige implementatie van het NPV in al zijn aspecten”.

Het NPV is meer dan een halve eeuw geleden (In 1970) in werking getreden, maar heeft enorme investeringsprogramma’s in kernwapenarsenalen niet voorkomen. In het NPV belooft elke staat (waaronder de kernwapenstaten) om te werken aan een verdrag over algemene en volledige ontwapening onder strikte en effectieve internationale controle. Ondanks haar verklaarde toewijding aan het NPV, hebben de nucleaire lidstaten van de NAVO (VS, VK, Frankrijk) vorig jaar 49,3 $ miljard uitgegeven aan de modernisering en het onderhoud van kernwapens, wat meer dan twee derde van alle kernwapeninvesteringen is in dat jaar.

Hoewel de NAVO en haar lidstaten al tientallen jaren beweren dat ze “zich inzetten voor wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie”, gebeurt in de praktijk het tegenovergestelde. Dit voorjaar maakte premier Boris Johnson zijn voornemen bekend om het aantal Britse kernkoppen met meer dan 40% uit te breiden (van 180 naar 260), wat in strijd is met de verplichtingen die voortvloeien uit het NPV. Ook de in september aangekondigde VS-levering van nucleair aangedreven duikboten aan Australië in het kader van een nieuw defensiepact tussen de VS, het VK en Australië (AUKUS), is een andere mogelijke inbreuk op het NPV. Het schept een precedent waarbij andere landen evenzeer nucleair aangedreven duikboten kunnen aanschaffen, terwijl er nog geen verificatiemechanismen zijn uitgewerkt om te verhinderen dan de nucleaire brandstof zal gebruikt worden voor een kernwapenprogramma. Het gaat immers over verrijkt uranium dat kan gebruikt worden in wapens. Landen als Canada, Zuid-Korea en Brazilië hebben al te kennen gegeven dat ze nucleaire onderzeeërs wensen. Kortom: een grijze zone, maar een die het non-proliferatieregime ondermijnt.

De Europese vredesbeweging

In 2022 vinden er verschillende belangrijke internationale bijeenkomsten plaats. Van 4 tot 28 januari is er de 10e herzieningsconferentie van het NPT in New York. Twee maanden later is er de ‘Meeting of the State Parties’ in Wenen. In juni houdt de NAVO haar volgende NAVO-top en naar verwachting zal de alliantie haar beleid van nucleaire afschrikking herbevestigen. Voor de vredesbeweging is het dus een cruciaal jaar met als inzet de druk op te voeren op andere NAVO-lidstaten om het Noorse en Duitse voorbeeld te volgen en de nucleaire ‘solidariteit’ binnen de NAVO verder te doorbreken. Binnen de Belgische regering  tonen verschillende partijen (Groenen en Vooruit) zich voorstander van deelname van België als waarnemer op de bijeenkomst in Wenen, wat perfect in overeenstemming zou zijn met de verklaring in het regeerakkoord. De felle houding van de NAVO toont dat de alliantie heeft begrepen dat het TPNW de nucleaire doctrine van de NAVO in gevaar brengt. NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg waarschuwde bijvoorbeeld “dat Amerikaanse kernwapens verder naar het oosten (en dichter naar Rusland) zouden kunnen worden verplaatst als Duitsland uit de regeling zou stappen.” Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Overal in Europa zijn peilingen geweest, waaruit blijkt dat zeker driekwart van de bevolking wil dat kernwapens worden verboden. De Europese vredesbeweging werkt er – zoals afgelopen september met gemeenschappelijke acties in zes NAVO-landen – hard aan om kernwapens weer hoger op de politieke agenda te krijgen, zodat de wil van de bevolking eindelijk wordt vertaald in beleid. Een eerste stap is om Europa kernwapenvrij te maken, waarvoor onderhandelingen en een overeenkomst met Rusland wenselijk zijn.

Deel dit artikel

Visited 249 Times, 1 Visit today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook