Balen van Balkenende

Zaterdag 20 september heeft het platform Keer Het Tij haar eerste grote actie gevoerd tegen het nieuwe kabinet van christen-democraten en liberalen in Nederland. Rond de 25.000 mensen kwamen af op de demonstratie in Amsterdam. De Nederlandse regering gaat de komende jaren een beleid voeren dat tot het soberste van de Europese Unie gerekend kan worden.

Houdgreep

De Nederlandse politiek wordt al sinds het interbellum gekenmerkt door een sterke overlegcultuur gebaseerd op consensus, sinds 1982 heet dit het Poldermodel. In dat jaar toonden werknemersorganisaties zich bereid tot centraal geregelde loonmatiging, in ruil voor arbeidstijdverkorting, die decentraal geregeld zou worden, opdat er meer banen gecreëerd zouden worden. Dat laatste is niet goed van de grond gekomen: de werktijd van de gemiddelde arbeider is sinds 1986 maar met 2 procent verminderd. Daar staat tegenover dat Nederland wel een zeer sterk geflexibiliseerde arbeidsmarkt heeft. 40% van de nieuwe werkgelegenheid sinds 1987 is bijvoorbeeld tijdelijk, maar deze vorm van “korter werken” had de vakbeweging niet in gedachten toen ze het akkoord sloot. De loonmatiging is des te beter uit de verf gekomen: in de collectieve sector lopen de schattingen uiteen van een koopkrachtdaling van mensen met een minimum inkomen van 15% tot 20%, tegelijkertijd is de inkomensongelijkheid sinds 1984 met 20% toegenomen.

Deze ‘ruil’ heeft echter niet alleen sociaal-economische consequenties gehad, maar heeft de houdgreep van overleg, consensus en samenwerking waarin de hele politiek, incluis de sociale bewegingen, zitten de afgelopen 20 jaar enkel versterkt. Een schrijnend voorbeeld hiervan is dat in 1997 de voorzitter van de FNV verkondigde dat de bonden niet te groot moeten worden: een sterke vakbeweging zou uiteindelijk slecht uitpakken voor arbeiders, aangezien het natuurlijk evenwicht tussen de overheid, werkgevers en werknemers is gebaseerd op de zwakte van alle drie de partners.

De draconische bezuinigingsmaatregelen leken verandering te brengen in de vastgeroeste verhoudingen die zo kenmerkend zijn voor de Nederlandse politiek. De FNV, met 1, 2 miljoen leden de grootste vakfederatie, schrijft op de dag dat de nieuwe plannen worden gepresenteerd aan het kabinet dat "zij aanstuurt op een frontale botsing met de vakbeweging". En twee dagen na (!) de landelijke demonstratie zoekt de FNV eindelijk samenwerking bij Keer Het Tij.

Financieel wanbeleid

Het bezuinigingspakket, waarmee de regering in september uitpakt, van in totaal 22,9 miljard euro tot 2007, waarvan 10,9 miljard in 2004, treft dan ook vrijwel iedereen: de gezondheidszorg wordt uitgekleed; de werkloosheidsuitkering en de arbeidsongeschiktheidsverzekering verslechterd; de huursubsidies worden lager; er wordt verder bezuinigd in het onderwijs; de koppeling van minimumuitkeringen aan de gemiddelde marktlonen wordt losgelaten; de salarissen in de publieke sector zullen de komende jaren 1 procent achter blijven op de overige lonen; vervroegd met pensioen gaan wordt vrijwel onmogelijk doordat in één keer alle belastingen tot de pensioensgerechtigde leeftijd moeten worden opgehoest…

Waren in Nederland de energie, belangrijke onderdelen van de sociale zekerheid, de zorg en gemeentelijke diensten, het spoor en de post al geprivatiseerd of in sterke mate verzelfstandigd, oplossingen voor de oplopende werkloosheid worden nu ook in een marktconforme aanpak gezocht. Gemeentes zullen in de toekomst bijvoorbeeld verplicht worden om reïntegratie van werklozen uit te besteden aan commerciële bedrijven.

Zoals altijd zijn vrouwen meer de dupe van de voorgenomen bezuinigingen dan mannen. Niet alleen omdat er nu al relatief meer vrouwen op of onder de armoedegrens leven en er alleen maar meer zullen bijkomen, maar ook omdat de harde maatregelen voor zieke werknemers relatief meer vrouwen zullen treffen dan mannen.

De protestantse signatuur van de regering komt naar voren in het feit dat de anticonceptiepil voor vrouwen ouder dan 21 jaar niet meer vergoed zal worden en de kosten voor kinderopvang het komende jaar met gemiddeld 10 procent zullen stijgen. Het gezin als hoeksteen van de samenleving dient in ere te worden hersteld, lijkt het achterliggende idee. Opvallend is dat dit in tegenstelling is met de modernisering van de arbeidsmarkt in de rest van Europa waarbij juist de participatie van vrouwen wordt gestimuleerd.

De dadendrang van de nieuwe regering blijft dan ook niet beperkt tot een megalomaan bezuinigingsbeleid, ook op sociaal en cultureel gebied zal er veel veranderen. Onder het motto "Meedoen, meer werk en minder regels" wordt het begrip burgerschap opnieuw gedefinieerd: de burger is geëmancipeerd en heeft de overheid niet nodig om sociale en culturele randvoorwaarden te scheppen voor volwaardige deelname aan de maatschappij. In de praktijk betekent dit het korten of geheel terug draaien van subsidies voor migrantenzelforganisaties, werklozen- en vrouwenorganisaties, culturele instellingen en buurthuizen. Daarbovenop is de verwachting dat duizenden gesubsidieerde banen in de non-profit sector zullen verdwijnen.

Een ander thema waar het nieuwe kabinet met harde hand orde op zaken wil stellen is het op de spits gedreven ‘multiculturele drama’: voor het verkrijgen van een reguliere verblijfstitel – bijvoorbeeld door gezinshereniging – moet er in het land van herkomst Nederlands worden geleerd; nieuwe en oude migranten worden verplicht een inburgeringcursus te volgen op straffe van kortingen op hun uitkering of op de kinderbijslag, en het op Europees niveau afgeketste plan om asielzoekers voor de periode dat de aanvraag in behandeling is terug te sturen naar waar ze vandaan komen, wordt momenteel door Nederland en een klein aantal andere landen wél verder uitgewerkt.

Ideologische missie?

Alle economisch-financiële ingrepen worden gerechtvaardigd door te wijzen naar de eisen die ‘Europa’ stelt. Loopt het financieringstekort in 2004 nog op tot 2,4 procent van het BNP, in 2007 moet dit zijn teruggebracht tot 0,5 procent. Als je echter kijkt naar het expansieve economische beleid van zowel Frankrijk en Duitsland en weet dat de uiterste norm van het Stabiliteitspact 3 procent van het BNP is, lijkt dit geen hout te snijden. Om nog maar te zwijgen over de breed gedragen mening dat het Stabiliteitspact kan worden omgedoopt tot het Stupiditeitspact, om Commissie-voorzitter Prodi te citeren.

Een ander argument van de premier is dat de loonkosten de laatste jaren te veel uit de pas zijn gelopen met als gevolg dat de winsten zijn gedrukt, Nederland economisch niet meer mee kan komen in de mondiale ratrace en ‘onze’ dagen geteld zijn… Ook dit valt sterk te betwisten. Ten eerste gaat er in Nederland al ruim veertig jaar een kleiner deel van het nationaal inkomen naar de werkenden dan gemiddeld in de Europese Unie, de Verenigde Staten en Japan (cijfers volgens Eurostat). Een tweede argument dat hiertegen pleit is dat juist in de jaren van loonmatiging het Nederlands aandeel in de export afgezet tegen de wereldmarkt is afgenomen. Het gevolg van het economische beleid is dan ook niet dat de economie uit de recessie wordt getrokken, maar er dieper in wegzinkt: de groei wordt geremd en de werkloosheid loopt op. De werkloosheid is nu met 413.000 werklozen 5,5 procent en zal naar verwachting oplopen tot 540.000 werklozen in 2004.

De vraag die open blijft staan is: wat is het achterliggende idee van dit economische beleid dat aan alle kanten rammelt?

Nederland heeft een roerig politiek jaar achter de rug. Na twee regeerperiodes van Paars (een coalitie van sociaal-democraten en liberalen) waarmee voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog de christen-democratie buiten spel was gezet, was eind 2001 “de rek er uit". Plotsklaps kwam er een stroom van ongenoegen los over het Paarse beleid: Nederland was moreel verloederd, de integratie van migranten was faliekant mislukt, er was jaren aangerommeld met de openbare diensten en de bureaucratie moest hoognodig op de schop.

Vanuit dit breed gedragen, maar ook ongericht en ongearticuleerd ongenoegen, rees Pim Fortuyn op. Dandy, rijk, populist, en zelfverklaard slachtoffer van de corrupte politieke elite in dit land. Zijn missie was om “de gewone man en vrouw weer een stem te geven” en “de linkse kerk” uit te schakelen. Zijn duidelijke taal, flamboyante optreden en makkelijke oplossingen sloegen aan en de door hem opgerichte en naar hem vernoemde lijst (LPF) – van een partij in de klassieke zin van het woord was geen sprake – rees duizelingwekkend in de peilingen. In mei 2002, een paar dagen voor de verkiezingen werd hij vermoord. Massale, ongeremde rouw was het gevolg. Links kreeg de schuld en weken van zelfcensuur door sociale bewegingen, partijen en opiniemakers volgden. 1,3 Miljoen mensen (17 %) hebben een paar dagen later op de dode lijsttrekker gestemd en de sociaal-democratie (PvdA) leed een nooit eerder geziene nederlaag. Het kabinet dat werd gevormd met de LPF, liberalen en christen-democraten heeft 80 dagen stand gehouden. In de verkiezingen die hierop volgden werd de LPF gedecimeerd, herstelde de PvdA zich, maar kwam de christen-democratie als grote winnaar uit de bus. Kabinetsbesprekingen met de immer machtsgeile PvdA liepen stuk nadat laatstgenoemde zich had gecommitteerd aan een bezuinigingspakket dat niet onderdeed voor waar we nu met de liberalen mee worden geconfronteerd.

Het enige dat er uit deze politieke stoelendans is voortgekomen, is een enorme ruk naar rechts. Het eerder massale ongenoegen lijkt verdwenen en de een jaar geleden zo gehate politieke elite zit weer stevig in het zadel. De reden voor deze rust na die eruptie van ongenoegen moet gezocht worden in de vrijwel complete depolitisering van Nederland. Begrip van het al eerder genoemde overlegmodel is hierbij de crux: politiek debat in dit land wordt niet op inhoud gevoerd, maar concentreert zich op beleidsmatige haalbaarheid en betaalbaarheid. Elk potentieel conflict wordt bij voorbaat al door een compromis gladgestreken. Met als gevolg dat politieke partijen geen duidelijk eigen profiel hebben en een maatschappijvisie vrijwel volledig ontbreekt. Een treffend voorbeeld hiervan is dat voor het oplossen van vrijwel alle grote problemen de laatste jaren – de crisis in de ziekte-uitkeringen, de verzelfstandiging van de spoorwegen om er twee te noemen – externe adviseurs werden ingehuurd: de politiek had geen flauw benul. Deze cultuur waarin de burger geen enkel inzicht heeft in de argumenten die tot een bepaald compromisbeleid of -wetsvoorstel leiden, leidt er tevens toe dat er een cultuur ontstaat waarin meningen geen rol (lijken te) spelen. Een cultuur waarin het überhaupt niet noodzakelijk is om een standpunt te ontwikkelen. Geloof dat er iets kan veranderen is er dan ook niet, niet ten goede maar ook niet ten slechte. En het ongenoegen van de kwade massa kon dan ook enkel maar ongericht en daarmee van korte duur zijn.

Terugkomend op de vraag waar dit kabinet mee bezig is: vanuit dit kader bekeken is het moeilijk om anders te concluderen dan dat het uitgedachte economische én sociale beleid een versnelde en verharde voortzetting is van een dogmatisch neoliberaal beleid om tot een samenleving te komen waarin een verregaande geflexibiliseerde arbeidsmarkt en een vrijwel non-existent sociaal-zekerheidsstelsel wordt gecombineerd met een zeer individualistische invulling van burgerschap.

Verlammend zelfcensuur

Dit beleid is niet uniek in Europa. Sterker nog, het is de verbindende schakel in de Europese eenwording. Een belangrijk verschil met andere Europese landen is echter dat de (opeenvolgende) regering(en) nauwelijks gehinderd worden door bijsturende krachten uit de samenleving.

De FNV, als grootste vakfederatie in Nederland, heeft bijvoorbeeld het feit dat er bezuinigd wordt niet ter discussie gesteld. Ze heeft vooral aangegeven dat ze de aard van de bezuinigingen onprettig vindt. En zoals dat dan gaat, de FNV heeft zelf na drie weken actievoeren het voorstel gedaan om de lonen te bevriezen in 2004 en “naderend tot nul” in 2005. Maar ze zou hiertoe alleen bereid zijn als er "glasheldere afspraken gemaakt zouden worden om ingrepen in de werkloosheidsuitkering en pensioenregelingen te verzachten".

De uitslag van de onderhandelingen met de overheid is dat een groot deel van de bovengenoemde voorstellen wordt uitgesteld met 1 of 2 jaar en de ziekenfondspremie wordt niet zo veel verhoogd als voorgenomen. Er komt geen prijzenstop als compensatie van de loonstop. Dat was ook geen onderhandelingspunt vanuit de bonden.

Opvallend is dat dit resultaat voor het eerst in de geschiedenis ter stemming wordt voorgelegd aan alle 1,2 miljoen leden. Zij mogen schriftelijk ja of nee zeggen. Ondersteunend bij deze schriftelijke stemming zijn ledenbijeenkomsten die in den lande door de verschillende lidbonden worden georganiseerd. De verantwoordelijke minister heeft overigens wel al aangeven dat als de FNV na deze ledenraadpleging het akkoord verwerpt, alles van tafel is en de bezuinigingen worden doorgevoerd zoals gepland.

Er valt veel kritiek te leveren op dit akkoord en van verschillende kanten zijn er bescheiden e-mailcampagnes gestart om tegen te stemmen.

De uitslag van de stemming is bekend wanneer dit artikel in Uitpers verschijnt.

Een reële vraag is of de FNV wel een keuze had. De drie weken actievoeren waren geen onverdeeld succes. De bonden wisten maar mondjesmaat mensen te activeren en enthousiasmeren, wat niet verwonderlijk is omdat zij al jarenlang in de herfst als actie-vee worden opgetrommeld om na een paar weken geconfronteerd te worden met een akkoord dat vele malen onder het geëiste ligt.

Van minstens evenveel belang is echter dat de vakbeweging tot in haar zenuwen onderdeel is van het overlegmodel. Enerzijds door haar aanwezigheid is allerhande overlegstructuren waarin voor een aanzienlijk deel het macro-economisch beleid wordt vormgegeven, wat haar medeverantwoordelijke maakt zonder dat ze daadwerkelijk een tegenmacht kan organiseren en mobiliseren. En anderzijds omdat deze consensuscultuur zich niet beperkt tot “de politiek” maar ook is geïnternaliseerd door de sociale bewegingen. Het eerder genoemde Keer Het Tij bijvoorbeeld roept niet op om tegen het akkoord te stemmen met als belangrijkste argumentatie dat ze zich niet wil bemoeien met het beleid van een andere organisatie, de FNV dus.

(Uitpers, nr. 47, 5de jg., november 2003)

Saskia Boumans werkt bij Transnationals Information Exchange (TIE). Zij is ook actief in Keer Het Tij. Keer Het Tij wordt ondersteund door ruim 350 organisaties en heeft daarmee een achterban van +300.000 mensen.

www.keerhettij.nl

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 54 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook