Baby Blair, Clinton en de Iraakse kinderen

Zaterdag 20 mei was een heuglijke dag voor de Britse eerste minister: Tony Blair werd de fiere vader van een vierde kind, Leo. Terecht ontving hij gelukwensen en bloemen uit de hele wereld. Even terecht zou de algemene, wereldwijde woede en verontwaardiging zijn moest dit kind bewust de dood in worden gejaagd door het aangepast voedsel, drinkbaar water, medicijnen en de middelen voor medische verzorging te onzeggen. Juist dat is hetgene wat vader Blair, in samenwerking met president Bill Clinton, de Iraakse kinderen aandoet: volgens UNICEF, het kinderfonds van de Verenigde Naties sterven er om die reden dagelijks 200 kinderen in Irak. Maar nauwelijks een mens die daar om maalt.

De Londense Times heeft zorgvuldig de stamboom van de kleine Leo uitgevlooid en kwam tot de vaststelling dat hij, via zijn vader en moeder Cherie Booth, de afstammeling is van twee moordenaars, een stel slavenhouders, een deserteur, een veroordeelde, vijf dronkaards en elf beruchte acteurs. Zo was John Wilkes Booth de man die op 14 april 1865 de Amerikaanse president Abraham Lincoln doodschoot.


Allemaal pittige anecdotes, of om het in de huidige perstermen te zeggen, het leuke “menselijk verhaal” ter verstrooiing van het lezerspubliek. Ook over vader Tony Blair valt het een en ander te zeggen, maar de Times heeft “vergeten” na te gaan wat vader Blair zelf op zijn kerfstok zou kunnen hebben. Ernstige zaken zijn immers niet leuk en spreken de lezers dus niet aan!


Over de feiten in Irak valt niet af te dingen. De rapporten van UNICEF, andere agentschappen van de Verenigde Naties zoals het Wereldvoedselprogramma, de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), en van humanitaire organisaties laten geen twijfel bestaan over de dramatische toestand. Sedert de Veiligheidsraad van de VN in 1990 een totaal embargo afkondigde tegen Irak kwamen al tot 1,5 miljoen Irakezen om, onder wie meer dan 500.000 kinderen tussen 0 en 5 jaar. De sancties zijn veel dodelijker dan het regime van Saddam Hoessein, dat nochtans voortdurend wordt verketterd en gedemoniseerd.

Iedereen weet het



Niemand zal ooit kunnen zeggen dat hij het “niet geweten heeft”. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, heeft overigens op de televisie de feiten toegegeven. Ze verklaarde dat de dood van een half miljoen kinderen voor haar een “aanvaardbare prijs” is om Saddam klein te krijgen. En twee humanitaire coördinatoren van de VN in Bagdad, Dennis Halliday en Hans von Sponeck, namen respectievelijk in 1998 en dit jaar ontslag uit hun functie uit protest tegen de onmenselijke toestand.


Dennis Halliday, een Ierse quaker, is een ware kruistocht begonnen tegen de sancties. Hij aarzelt niet om het woord genocide te gebruiken, voor wat de Iraakse bevolking wordt aangedaan. Hans von Sponeck weerlegt telkens opnieuw de Amerikaans-Britse propaganda dat de hulpgoederen in loodsen blijven liggen, inefficiënt worden verdeeld door de Iraakse regering, dat het voedsel-voor-olie-programma voldoende zou zijn om alle behoeften te voldoen enz.


Merkwaardig is de stilte van de “mensenrechtenorganisaties” in deze zaak. Er is nog geen enkele campagne gevoerd onder bij voorbeeld het motto “Stop het doden van Iraakse kinderen”. Waarom geen brievencampagne tegen Tony Blair met de vraag “Hoeveel kinderen zijn er vandaag mede door uw schuld gestorven?” (Waar is de tijd van de Vietnamese oorlog toen betogers bij het Witte Huis, goed hoorbaar tot in het Huis, schreeuwden: “Hey, hey, L(yndon) B. J(ohnson), how many kids did you kill today?”).


Human Rights Watch is totnogtoe het verst gegaan en heeft al gepleit voor het opheffen van de sancties. Aan dit pleidooi koppelde het een voorstel voor de berechting van Saddam Hoessein door een internationaal tribunaal. Maar waarom zou dit tribunaal ook niet de verantwoordelijken voor de massale kindersterfte in Irak mogen berechten? Die verantwoordelijken zijn gekend: in de eerste plaats de Amerikaanse president Bill Clinton en zijn Britse vazallen, de voormalige Conservatieve premier John Major en de huidige eerste minister Tony Blair van “New Labour”. Ze zijn niet alleen verantwoordelijk voor het handhaven van de sancties, maar ook voor manier waarop ze de sancties toepassen.


Secretaris-generaal Kofi Annan van de VN heeft de voorbije maanden herhaaldelijk onderstreept dat honderden hulpcontracten worden tegengehouden door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De Veiligheidsraad mag dan wel geregeld het plafond voor de verkoop van olie hebben verhoogd, Irak kan dit plafond niet bereiken omdat Washington en Londen in de sanctiecommissie al een paar jaar lang de levering van onderdelen voor de olieindustrie zoveel als mogelijk tegenhouden en vertragen.


Chloor invoeren om de Irakezen drinkbaar water te bezorgen is uit den boze omdat het kan worden gebruikt voor chemische wapens (UNICEF heeft wel een chloorprogramma zodat een deel van de bevolking wel veilig water kan krijgen). Om dezelfde reden staan ook pesticiden en herbiciden voor de landbouw op de lijst van verboden producten, waarmee de landbouw wordt gesaboteerd. Onderdelen voor het herstel van waterzuiveringsinstallaties, medische materiaal enz. geraken ook niet, of uiterst moeilijk door de sanctiecommissie. En als het dan toch ergens wat beter gaat, dan bombarderen Amerikanen en Britten olieinstallaties of voedselopslagplaatsen.


Mensen die er geen problemen mee hebben dat een burgerbevolking massaal wordt gegijzeld en met de dood gestraft, alhoewel het Handvest van de Verenigde Naties en andere conventies zoals die over de kinderrechten, dit verbieden, zeggen dat Irak maar volledig moet meewerken met de Verenigde Naties inzake ontwapening en dat de sancties dan zullen worden opgeheven. Ook dat is een illusie: Washington en Londen hebben altijd gezegd dat ze de sancties nooit zullen opheffen, zeker niet zolang Saddam Hoessein aan de macht is, ook al is Irak volledig ontwapend. Ze bieden Irak geen enkel perspectief en zijn dan verbaasd dat de Iraakse president niet erg geneigd is mee te werken. De onderzoeken naar de Iraakse promgramma’s voor lange afstandsraketten, chemische en kernwapens zijn al enkele jaren afgesloten, maar de VS en Groot-Brittannië weigeren in de Veiligheidsraad het dossier officieel te sluiten???

“Vredesprijs” voor Clinton



Het enorme leed dat de Amerikaanse president Bill Clinton onschuldigen bewust aandoet maakt van hem geen internationale paria zoals Saddam Hoessein. Integendeel, ondanks zijn zware verantwoordelijkheid in de dood van honderdduizenden kinderen krijgt Clinton op 2 juni in Aken de “Karel de Grote Vredesprijs”. Tussen haakjes: een “vredesprijs” die werd ingesteld door een voormalige nazi. Toppunt van cynisme is dat hij de prijs krijgt wegens zijn “humanitaire interventie” in Kosovo! Een interventie die juist tot een humanitair drama leidde, dat nog altijd voortduurt, en die de Balkan voor jaren heeft gedestabiliseerd.


Clinton hoopte aan het einde van zijn acht jaar presidentschap de geschiedenis in te kunnen gaan als de man die eindelijk vrede wist te scheppen in het Midden Oosten. Door zijn eenzijdige pro-Israëlische stellingnamen – de VS schilderen zich graag af als een “honest broker” in dit gebied, in feite zijn ze een “dishonest partisan” -, bewees hij geen boodschap te hebben aan een “rechtvaardige en duurzame vrede”, waarover de VN-resoluties het hebben, maar aan Israëlisch gewin. Wat tot mislukking van zijn opzet moest leiden.


De kans is groot dat Clinton later in de geschiedenis zal worden beoordeeld als een viespeuk die met stagiaires op het Witte Huis scharrelde. En als de man die verantwoordelijk was voor humanitaire drama’s en massale schendingen van de mensenrechten in Irak, op de Balkan, in Latijns Amerika???

Visited 3 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).