Op 24 maart 1999 vielen de eerste bommen op Belgrado’s elektriciteitscentrales en watervoorziening. Vitale infrastructuur, fabrieken, spoorwegen en bruggen werden vernietigd. De Duitse Luftwaffe (luchtmacht) was terug in de Balkan, 58 jaar nadat de Duitsers de Joegoslavische hoofdstad in 1941 gebombardeerd hadden. De aanvallen in 1999 leken op een griezelige herhaling van generaal Löhrs beruchte strategie om de administratieve en logistieke centra van de stad plat te leggen, maar in het NAVO-jargon van de dag heette dit ‘het uitschakelen van doelwitten van duaal nut’. De militaire heropleving van Duitsland kon niet luidruchtiger ingeluid worden. De Duitse luchtmacht voerde meer dan 500 aanvalsvluchten uit voor ‘Operation Allied Forces’, tegen een Joegoslavië dat al uitgeput was door economische aftakeling, westerse interventie en etnisch nationalisme.