Grote coalitie in Duitsland: nagelbijten in de machinekamer

Ze glunderden maar met mate, de leiders van CDU, CSU en SPD, toen ze na lange en taaie onderhandelingen uiteindelijk eind  november toch met een regeerakkoord naar buiten kwamen. Niet zomaar omdat deze ‘grote’ coalitie geen liefdes- maar slechts een verstandshuwelijk is. Want dat kan je allicht van zowat elke coalitie zeggen. Maar omdat het moeizaam bereikte akkoord alsnog kan gekelderd worden nog vóór het parlement zich erover kan uitspreken.

Blufpoker in Berlijn

De voorbije bondsdagverkiezingen waren een triomf voor Angela Merkel, de regeringsvorming wordt een harde dobber. Omdat in feite slechts één coalitieformule mogelijk is, kunnen de sociaaldemocraten hun huid duur verkopen; en ze hebben daar goede redenen voor. Dus opent Merkel een rondje blufpoker: de groenen mogen opdraven als alternatieve potentiële coalitiepartner.

Obesitas bedreigt Bundestag

Wie na de Duitse bondsdagverkiezingen van 22 september kanselier wordt, staat buiten kijf: Angela Merkel. De vraag is alleen: met welke coalitie? Bovendien is er nog een andere vraag, die ten onrechte weinig aandacht krijgt: die naar het onberekenbare opzwellen van het Duitse parlement.
Hoezo? De verdeling van de zetels tussen de partijen verschilt natuurlijk van de ene legislatuur tot de andere, maar hun totale aantal toch niet? Toch wel. En dat kan in de eindspurt zelfs voor adembenemende verschuivingen zorgen, zoals onder meer in 2002 en 2005. Of tot bedenkelijke obesitas voor de bondsdag. Dat heeft alles te maken met merkwaardige trekjes van het Duitse kiesstelsel.