Gisteren liet President Trump op zijn ‘Truth Social’ weten: ‘onze grootste vijand vandaag is radikaal links’.
Frankrijk: De laster aan het adres van J.-L. Mélenchon en zijn partij, LFI, is ongehoord: anti-semitisch, fascistisch, gewelddadig, gevaarlijk, brengt de democratie in gevaar.
Het jongste rapport van VN-speciaal rapporteur Francesca Albanese spreekt over de systematische folteringen van Palestijnse gevangenen in Israël.
In Vlaanderen is een campagne begonnen om lokale akkoorden tussen Vooruit en PVDA onmogelijk te maken.
Dit zijn vier feitjes van uiteenlopende ernst en dreiging, maar ze tonen hoe razendsnel de mentaliteiten aan het veranderen zijn en de mensenrechten in het algemeen en radikaal links in het bijzonder, opnieuw worden bedreigd.
Dat is het klimaat waarin vandaag, 24 maart, de vijftigste verjaardag van de coup in Argentinië wordt herdacht, een sinistere periode die duurde van 1976 tot 1983.
Deze militaire dictatuur was zonder twijfel de wreedste in Latijns Amerika: ongeveer 30.000 mensen werden ‘verdwenen’, er werd nooit meer iets van gehoord. Ze werden gemarteld, gedood, clandestien begraven of levend in zee gedumpt.
Tienduizenden Argentijnen vluchten naar het buitenland, naar landen met een democratie, niet naar de buurlanden waar ‘operatie Condor’ bezig was, een samenwerkingsakkoord, met de VS erbij, om linkse militanten op te sporen en op te pakken.
Vandaag is in Argentinië de uiterst rechtse ‘libertair’ Javier Milei aan de macht. Hij werkt met zijn kettingzaag, letterlijk en figuurlijk.
Naast de afbouw van alle sociale reguleringen werkt hij aan een culturele oorlog. Alle instellingen en organisaties die de herinnering willen levendig houden om de geschiedenis vooral niet te herhalen, worden beknot, structureel en budgettair. In het beruchte ESMA-museum – het vroegere detentiecentrum – is geen geld meer voor gidsen, het is slechts enkele dagen per week open.
Tal van organisaties werken aan ‘Memoria, Verdad y Justicia’ – Herinnering, Waarheid en Gerechtigheid’ – ze worden op alle mogelijke manier gekortwiekt.
Het meest bekend zijn de ‘Moeders van de Plaza de Mayo’ die jarenlang rondjes liepen met hun witte sjaaltjes op het hoofd, op zoek naar hun kinderen en kleinkinderen. Die werden vaak uit de buik van hun zwangere moeders gehaald en in adoptie aangeboden aan militairen. Tot nog toe zijn er 140 terug gevonden. Dit zijn bijzonder pijnlijke ervaringen, voor de betrokken kinderen zelf én voor hun familieleden.
Meer dan duizend militairen zitten in de gevangenis of met huisarrest, Milei dreigt ermee hen amnestie te verlenen. Er zijn nog altijd rechtszaken bezig.
Het belangrijkste aan deze verjaardag, in deze moeilijke en gevaarlijke tijden, is de vaststelling van het hardnekkig verzet. Argentijnse burgers blijven vechten voor hun familieleden, voor de herinnering aan de wreedheid, voor het herstel van het aangedane leed.
Dat is een les die vandaag broodnodig is. De onverschilligheid in onze rijke samenlevingen is nog veel te groot. We komen niet op straat voor migranten en vluchtelingen die op straat moeten slapen. Onze regeringen zijn onvoorstelbaar stil tegenover het onrecht in Gaza, Libanon of Cuba. Bevolkingen worden uitgemoord, op de vlucht gedreven of in een wurggreep gehouden. En wij zoeken naar goedkope benzine.
Argentinië, hoe wreed de dictatuur ook was, is tegelijk een voorbeeld van blijvend verzet. We gaan nog harde tijden tegemoet. Veel landen in het Zuiden kunnen ons leren wat er moet gebeuren.

