Argentinië, tien jaar later. Een voorbeeld voor de Europese landen?

Een fototentoonstelling op de stoep van de Casa Rosada, het presidentieel paleis in hartje Buenos Aires: het is vooral een huldebetoon aan ‘Néstor’ en ‘Christina’, de twee presidenten die Argentinië van de crisis hebben gered, zo luidt het. Het komt trouwens goed uit, want net nu moet de president met schildklierkanker in het ziekenhuis worden opgenomen. ‘Fuerza Christina!’ zo lees je overal op posters in de stad. De president is populair, dat staat vast. Als je de beelden ziet van de massale solidariteitsbetuigingen voor het ziekenhuis, dan denk je aan massahysterie. Maar kijk, drie dagen later wordt ze uit het ziekenhuis ontslagen met een nieuwe diagnose. Het was geen kanker, ze is nu perfect genezen. De vreugde kan niet op.

Argentinië is op tien jaar tijd ontzettend veranderd. Dit was en is nog steeds een Europese stad, het Parijs of het Londen van Zuid-Amerika, een stad die de klok rond een bruisend cultureel en intellectueel leven liet zien, een dure stad ook, en een stad met nauwelijks armoede. De sociale bescherming die het regime van Peron heeft nagelaten deed nog steeds zijn werk.

De crisis van 2001 kwam niet onverwacht. Vergelijk het met de Europese landen vandaag. Een munt waarvan de pariteit was vastgeklonken aan de Dollar, een torenhoge schuldenlast, geen enkele mogelijkheid om de economie weer op te krikken, behalve met sociale inleveringen en massale privatiseringen. Zowat alles is hier geprivatiseerd, van straatnaamborden tot parken toe.

De ‘Argentinazo’ van 19 en 20 december 2001 was inderdaad een uitbarsting van geweld. Het begin van een nieuwe golf van volksprotest met de nog steeds niet vergeten ‘Que se vayan todos’, allemaal de pot op. Het is wat vreemd dat met de ‘Occupy’ bewegingen van vandaag en de ‘indignados’ die van eenzelfde verontwaardiging en afkeer van de traditionele politiek uitgaan, er zo zelden naar deze protesten wordt verwezen. Blijkbaar hebben ook linkse sociale bewegingen een bijzonder kort geheugen.

Argentinië ging ‘default’, het kon zijn schulden niet meer betalen en de koppeling met de Dollar werd opgeheven. Bankrekeningen werden geblokkeerd. Het was, na de structurele aanpassingen van begin jaren ’80 opnieuw een sociaal drama. Nu werd het IMF de deur gewezen.

Wie één jaar later in Buenos Aires kwam kon zijn ogen niet geloven. Een verarmde stad, vele hotels, theaters, banken, winkels waren dicht. Weinig consumenten in de straten, veel daklozen en ‘piqueteros’. Een spotgoedkope stad was het geworden, want de munt was nog één derde waard van wat het voor de crisis was. De buitenlandse toeristen stroomden toe, hier kon je weer gewoon ‘backpacker’ zijn. Vijf jaar geleden was de situatie al heel wat beter, de daklozen kwamen pas ’s avonds tevoorschijn en nestelden zich in de overdekte ruimtes van de grote gebouwen in de vroeger dure en sjieke winkelstraten. En vandaag? Alle winkels, hotels, theaters en banken zijn weer open. Op het eerste gezicht zie je nog weinig sporen van de crisis, de economie draait geweldig goed met jaar na jaar goede groeicijfers, Buenos Aires is weer een dure stad aan het worden. De daklozen en de ‘piqueteros’ zijn er nog, maar met veel minder.

Zou dit dat een te volgen voorbeeld zijn voor de Europese landen? Moeten ook zij de Europese Centrale Bank en het IMF gewoon de deur wijzen? Moeten ook zij elk hun eigen weg zoeken?

Protest in Buenos Aires tegen de opruiming van straatverkopers. (foto Francine Mestrum)

Wat volgt is een bijdrage van Jorge Altamirano, geschreven voor Argenpress, op verzoek van de Griekse ‘Nieuwe Stroming van Links’. Hij schetst een beeld van hoe het Argentinië is vergaan. Ieder zal zichzelf een mening kunnen vormen.

“Tien jaar geleden eiste het Argentijnse volk een recht op dat niet in de nationale grondwet was neergeschreven. Met directe actie werd het mandaat van een verkozen regering afgebroken. De bedoeling om de middenklasse te ‘beschermen’ met een soort belegering werd beantwoord met een enorme revolte van het volk. Tussen het ‘gevaar’ van die van beneden en het ‘beslag’ door die van boven, koos de middenklasse makkelijk kant. De regering zette een stap opzij, maar de juridische continuïteit werd gewaarborgd doordat het Congres een nieuwe regering aanstelde. Maar tien jaar later leeft de herinnering aan dit recht op het afzetten van de regering nog steeds in het bewustzijn van het volk en in dat van het politieke regime. De wegblokkades, de niet-toegestane betogingen, de bezettingen van bedrijven, universiteiten en scholen zijn dagelijkse kost. De ‘viering’ van deze tiende verjaardag bracht dertigduizend mensen op de been, zonder één enkel vertegenwoordiger van de regeringspartijen noch van de patronale oppositie.

Het bankroet van Argentinië, tien jaar geleden, is een zuiver model van de ontbinding van kapitalistische sociale relaties. Dit is waar de huidige wereldcrisis toe leidt. Het was een ‘Lehman Brothers’ avant la lettre. De devaluatie van de peso was de uitdrukking van de economische ineenstorting en was geen ‘uitweg’ uit de crisis die trouwens om andere redenen ontstond. Er was een totaal bankroet van het bankwezen, de productie zakte pijlsnel in elkaar, het geld was virtueel verdwenen

En er ontstond massale werkloosheid (zowat 60 %). Het financiële bankroet van de staat verplichtte de deelstaten om zelf hun eigen geld uit te geven – veertien verschillende munten – en in sommige gevallen werd de ruilhandel weer ingevoerd. De politieke eenheid van het land was zowat de laatste boei die het overleven van het kapitaal mogelijk maakte.

De ‘default’, de devaluatie van de peso en de val van de regering betekenden eigenlijk een staatsgreep door het IMF en door de Argentijnse burgerij. Het IMF financierde tijdens 2001 een kapitaalvlucht van ongeveer 50 miljard Dollar, geld dat dus niet onder de default viel. De burgerij verkreeg een ontwaarding van haar schulden – van 300 miljard tot minder dan 100 miljard Dollar – wat vanaf medio 2002 hielp voor het herstel van de economie. Dat was echter enkel mogelijk doordat de crisis stopte aan de nationale grenzen en China een enorme rol speelde op de wereldmarkt van voedsel en ertsen. Hetzelfde gebeurde in geheel Zuid-Amerika omdat de munten tijdens het hele decennium overgewaardeerd waren. In het kader van een wereldcrisis, zoals vandaag, zou dat niet mogelijk zijn geweest.

De regeringspartijen beweren dat ze de crisis van de buitenlandse schuldenlast konden oplossen door 75 % van die schuld te laten kwijtschelden. Dat klopt niet. De herfinanciering sloeg aanvankelijk enkel op de helft van de schuld, die t.a.v. privé-schuldeisers. Daarna werd de geherfinancierde schuld opgeblazen door de accumulatie van niet-betaalde woekerrente van de redding van 2001. Ten derde bevat de herfinanciering door het kirchnerismo een obligatie die zich aanpast aan de groei van het BBP en die groei is de afgelopen tien jaar uitzonderlijk hoog geweest. In 2011 is de overheidsschuld 25 miljard groter dan voor de crisis. Om de heronderhandelde schuld te kunnen betalen heeft de regering de pensioenfondsen van de staat in beslag genomen, het geld voor de medische zorg aan bejaarden, de reserves van de centrale bank en van andere overheidsfondsen. De buitenlandse schuldenlast is voor ongeveer 60 % omgezet in binnenlandse overheidsschuld en die wordt voortdurend geherfinancierd. Dit betekent eigenlijk dat het geld van de gepensioneerden in beslag wordt genomen. Nu ook dit beleid op zijn grenzen stoot moet de regering een uitzonderlijke verhoging (300 %) aankondigen van belastingen en diensten en tegelijk de lonen bevriezen tot het plafond van de jaarlijkse inflatie van 30 %. Het betekent in feite dat Argentinië nog steeds in een default-situatie zit. Het kan daarom niet verbazen dat kort na de verkiezingsoverwinning de regering in de zwaarste politieke crisis sinds 2003 zit: een breuk met de vakbondsbureaucratie en met diverse provinciale regeringen.

Structureel gezien is de crisis van 2001 lang niet opgelost. Het Congres heeft de wet van tien jaar geleden op de economische noodsituatie verlengd. Het bankwezen is tot een derde gekrompen. De armoede blijft 30 tot 35 % hoger dan voor het bankroet. Het gemiddelde loon bedraagt 3200 pesos (520 euro), zowat de helft van de ‘basiskorf’ van noodzakelijke producten. De subsidies aan de openbare diensten, andere subsidies en belastingkredieten blijven 40 % van de begroting opslorpen. Aangezien de openbare en de buitenlandse schuld onbetaalbaar blijven, wordt er gepoogd opnieuw aansluiting te vinden met de internationale financiële markten. De verhoging van de belastingen en van de tarieven met tegelijk een relatieve loonsvermindering heeft geleid tot een breuk met de vakbonden. Het politieke bankroet van de regeringspartijen enkele dagen voor de verkiezingsoverwinning heeft de bonapartistische trend van het politieke regime nog versterkt, en dit is de laatste etappe voor de terminale crisis.

Geen enkel land kan het economisch bankroet vermijden zonder de buitenlandse schuld af te wijzen, en dus zonder alle politieke (nationale en internationale) relaties die de schuld onderhouden, eveneens af te breken. Het afwijzen van de schuld betekent in Europa een breuk met de Europese Unie en zou leiden tot een revolutionaire situatie, wat zeker niet tot één land kan beperkt blijven.

Het bankroet van de EU betekent dat de arbeiders van de Socialistische Eenheid Europa, met inbegrip van Rusland, de macht nemen. Een terugkeer naar de stand van zaken van vroeger is niet enkel ondenkbaar, het zou de onderdrukking van de perifere landen door het imperialisme nog versterken. Het zou leiden tot een inter-imperialistische oorlog. Wat wij voorstaan is een Socialistische Eenheid van Latijns Amerika, met inbegrip van Puerto Rico.

Het bankroet van 2001 bood een nieuwe kans aan de nationalistische burgerij, mede dank zij de steun van de democratiserende linkerzijde (geleid door de communistische partij die nu deelneemt aan de regering) en de geïnstitutionaliseerde vakbonden. Hun nederlaag staat buiten kijf omdat de afhankelijkheid van het internationale kapitaal niet is gewijzigd maar enkel werd versterkt. De Arbeiderspartij (Partido Obrero – met het ordewoord ‘Que se vayan todos’ en met de eis voor een grondwetgevende vergadering bijeengeroepen door een arbeidersregering) heeft de basis gelegd voor een politieke ontwikkeling zonder weerga. Dat kwam in eerste instantie tot uiting in de organisatie van de werklozen en daarna in de aansluiting van verschillende vakbondsgroepen in de fabrieken, in universiteiten en scholen. In de jongste verkiezingen kreeg het Linkse Front meer stemmen dan ooit in het laatste kwart eeuw, met een revolutionair programma (afwijzing van de schuld, onteigening van de banken, nationalisering zonder compensatie van de hulpbronnen, arbeiderscontrole op de productie, arbeidersregering). In verschillende steden werd 6 % van de stemmen gehaald. In sommige steden (Salta, Capital Bermudez) respectievelijk 14 en 18 %. Er ontstaat een revolutionair politiek perspectief in het kader van een terminale regeringscrisis en een onherstelbare wereldcrisis.

De Argentinazo was niets meer dan een algemene voorpremière”.

(Uitpers nr. 139, 13de jg., februari 2012)

Inleiding en vertaling: Francine Mestrum

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 26 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Atalmira

zie ook