Arafat was nationaal symbool voor Israëls Palestijnen

De dag dat Arafat vertrok uit Ramallah, naar Parijs, werd met dubbele gevoelens door de mensen hier ervaren. De ‘mensen hier” zijn de Palestijnen binnen Israël. Ik zat met een paar mensen tv te kijken, en de meesten hadden tranen in de ogen. Maar, vond men, hij moet niet weggaan, want het is zeker dat hij niet meer terugkomt. Israël zal echt niet de belofte geven dat hij terug mag komen, als het denkt dat hij inderdaad zal terugkomen.

Een poster door Hamas opgehangen aan één van de gebouwen van de Muqata’a, Arafats bestuurscentrum in Ramallah. (foto Trees Zbidat-Kosterman)

De dagen daarna zaten we aan de buis gekluisterd. Men begon hier te voelen wat Arafat de laatste 40 jaar betekent had voor het Palestijnse volk. Ook voor de Palestijnen binnen Israël. Ook al stond deze groep niet op de agenda van de PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie), en heeft men decennia lang geïsoleerd geleefd, Arafat was het symbool van de Palestijnse bevrijdingsbeweging.

Ik herinner me de tweede herdenking van het uitbreken van de tweede Palestijnse Intifada (volksopstand). Oftewel de “Oktober-Intifada”. Sinds 2000 gaat men hier ieder jaar op 1 oktober de straat op om te herdenken dat in oktober 2000 13 Palestijnse jongeren binnen Israël vermoord zijn door de Israëlische veiligheidstroepen. In Oktober 2002 was er weer zo’n demonstratie. Er waren wat speeches van Palestijnse leiders. Op een gegeven moment zei men dat men telefonisch contact had met de Muqata’a, Arafats verblijf in Ramallah. En via de mobiele telefoon sprak Arafat de mensen hier toe. We stonden daar met duizenden mensen op straat en het was doodstil. Terwijl Arafat sprak, zag ik velen met tranen in de ogen staan. Hier en daar hoorde ik mensen zeggen dat “we er nu eindelijk bij horen”.

Hiermee bedoelde men dat men nu eindelijk als Palestijn gezien werd door de PLO, en niet als collaborateurs met Israël.

De verhouding van de Palestijnen binnen Israël en de PLO is altijd ambivalent geweest.

Hier zag men Arafat als een leider, maar de PLO zelf durfde het niet aan om de Palestijnen binnen Israël in hun strijd te betrekken. Men werd zelfs jarenlang gezien als “verraders”.

Tijdens de eerste Intafada maar ook tijdens de tweede Intifada, deed Arafat geen beroep op de Palestijnen binnen Israël om mee te doen aan militaire acties of om de Israëlische wetten te overschrijden. Volgens Ahmed Tibi, lid van de Knesseth (het Israëlisch parlement) en een medewerker van Arafat, was hij trots op de Palestijnen binnen Israël, maar zag hij hen meer als een groep die pressie kon uitoefenen op de Israëlische staat en als een bron van praktische support.

De groep Palestijnen binnen Israël zagen Arafat niet als hun leider die de zaken recht zou kunnen zetten. Maar hij was voor hen het nationale symbool van het Palestijnse volk, degene die het Palestijnse volk op de kaart heeft gezet. Ook al duurde het wat langer voordat de Palestijnen binnen Israël op die kaart stonden.

Op 5 november wist het Israëlische nieuws te vertellen dat Arafat overleden was. Men wilde het eerst niet geloven en wachtte af wat andere nieuwszenders zouden zeggen. Maar al werd het duidelijk dat het een aflopende zaak was, er werd opgelucht adem gehaald toen bleek dat hij nog leefde.

Deze voorbarige mededeling was weer een teken dat Israël Arafat dood wenste, en misschien wel de hand in zijn dood zou hebben. Maar men wachtte af. Iedereen zat al te speculeren wat er zou gebeuren na zijn dood. En men was, en is bang dat de nieuwe leiders diegenen gaan worden die de Intifada willen stoppen, die allerlei compromissen gaan sluiten. Zoals Abu Mazen en Ahmed Qurei.Men is het er over eens dat Marwan Barghouti de beste toekomstige leider zal zijn, en degene met de meeste kans op steun van het volk.

Maar Arafat was nog niet dood. Men was getuige van de hysterische uitval van Suha Arafat, de vrouw van Arafat. En wat was men kwaad op haar. Ze is jaren lang niet in zicht geweest, en men vindt dat ze geen enkel recht had om zich er mee te bemoeien.

En toen kwam het nieuws dat Arafat overleden was. Dit was op een woensdagavond. Ik kwam donderdag op mijn werk, en daar zaten mijn collega’s huilend bij elkaar. Toen ik hen vroeg waarom ze nu zo verdrietig waren, zei men dat dat logisch was. Arafat werd geien als een soort vader. Oke, hij had vele fouten gemaakt, maar dat werd hem allemaal vergeven. Ook is er de woede van hoe Arafat behandeld werd door Israël. Opgesloten in de Muqata’a, en geen enkel land, noch Arabisch, noch Europees, dat daar wat tegen ondernam. Men vond het allemaal zo vernederend. Niet alleen vernederend voor de persoon Arafat, maar voor het hele Palestijnse volk. Want, zei men, hij is door het volk gekozen op een democratische manier. En zo ga je niet met gekozen leiders om.

Die donderdag waren de straten hier leeg, en overal waar je kwam, was men zeer verdrietig en terneergeslagen.

Een foto met de menigte in de Muqata’a bij de begrafenis van Arafat (foto Trees Zbidat-Kosterman)

Vrijdagmorgen zijn we met enkele bussen vanuit de dorpen hier naar Ramallah gegaan. Ik schat dat er zo’n 15 000 Palestijnen vanuit Israël in Ramallah waren. Men probeerde ons eerst tegen te houden bij het Kalandia-checkpoint. Dit checkpoint was overbemand met Israëlische soldaten. Maar op een gegeven moment gaf men het op. We waren niet meer te stuiten en we liepen gewoon door. De soldaten gingen voor ons aan de kant. Ik denk dat ze ook wel begrepen dat deze groep niet tegen te houden was.

Ik heb later naar vele nieuwsuitzendingen gekeken. O.a. het Nederlandse en het Belgische journaal. Hier had men het er over dat de begrafenis in Ramallah zo chaotisch was, en respectloos.

Ik heb het als het tegenovergestelde ervaren. De Palestijnse leiders wilden er een rustige ceremonie van maken. Maar ik denk dat ze de gevoelens van het volk hebben onderschat.

Ik was er verbaasd over hoe jonge mensen verdrietig waren om de dood van een oude man, een man zonder enige pracht en praal om zich heen. Maar deze oude man heeft wel hele generaties weten te beïnvloeden, en achter zich gekregen. Ik denk dat dat iets is dat de nieuwe leiders zich terdege moeten realiseren. En ook dat ze zonder de steun van het volk niets kunnen doen.

Een onvergetelijk moment voor de Palestijnen toen de helikopter met de lijkkist van Arafat en een begeleidende helikopter aankwamen in Ramallah. (foto: Trees Zbidat-Kosterman)

Het moment dat de helikopter met de kist van Arafat erin, aan kwam vliegen, was een moment van ontlading. Een ontlading die men nodig had. Pubers vielen elkaar huilend om de hals, vrouwen liepen huilend rond, duizenden mensen waren binnen inde Muqata’a, en er brak een spontaan applaus los. Voor mij was het een onvergetelijk moment. En ook en zeer emotioneel moment. Ik had zelf niet verwacht dat het me zo veel zou doen.

Bij thuiskomst bleek dat iedereen de hele dag achter de buis had gezeten. Men wilde erbij zijn, men wilde het meemaken. En men vond het allemaal prachtig dat “het volk” heeft laten zien dat Arafat hun man was. En het werd me duidelijk, gezien de reacties van iedereen, dat de volgende Palestijnse leider van goede huize moet komen om Arafat te vervangen.

Hier voelt men zijn “niet meer zijn” als een gemis. Hij was altijd ergens op de achtergrond aanwezig. En nu is hij er niet meer.

Het zal wennen zijn, wennen zijn aan een nieuwe realiteit. En het feit dat Israël en Amerika zeggen dat “er nu nieuwe kansen op vrede zijn” doet men af als onzin. Men vind hier zeker niet dat Arafat verantwoordelijk was voor de slechte situatie, of voor het mislukken van het vredesproces. Nee, men ziet hem als de man die trouw bleef aan de wensen van zijn volk.

Voor de mensen hier zijn er vier zaken waar niet over te discussiëren valt:

  1. het recht op terugkeer van alle Palestijnen in de diaspora.
  2. het ontmantelen van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza.
  3. Jeruzalem als gedeelde hoofdstad, en
  4. terugtrekking tot achter de grenzen van 1967. En men is (terecht) bang dat de nieuwe Palestijnse leiders deze vier zaken niet serieus gaan nemen. Arafat deed dat altijd wel.

En daarom respecteerde men hem.

(Uitpers, nr. 59, 6de jg., december 2004)

Visited 5 Times, 1 Visit today

Tags :
Over