Arabische en Israëlische meningen over de oorlog

In het Egyptische, Engelstalige weekblad Al Ahram Weekly van 4 augustus schreef de ‘Israëlische Arabier’, Azmi Bishara, een erg bitter commentaarstuk over de agressieoorlog tegen Libanon. Bishara is lid van de Palestijnse politieke formatie ‘Nationaal-Democratische Vergadering’ en zetelt in de Knesset, het Israëlische parlement.

Het feit dat ‘Israëlische Arabieren’ aan de verkiezingen kunnen deelnemen en het zelfs tot parlementslid kunnen brengen, wordt door de verdedigers van de staat Israël vaak gebruikt als het ultieme bewijs dat Israël de enige, waarachtige democratie in het Midden-Oosten is. Azmi Bishara is de man die voor de één miljoen Palestijnen, die staatsburgers van Israël zijn, volgende democratische eis formuleerde: “Israël moet in plaats van een joodse staat een staat van al zijn burgers worden”. Met andere woorden de staat Israël moet democratiseren en zijn systematische discriminatie tegen de Palestijnen opgeven.

De voormalige Israëlische premier, Ehud Barak (Arbeiderspartij), noemde de ‘Israëlische Arabieren’ ooit de vijfde colonne. In de Israëlische krant Ha’aretz (21 november 2001) noemde Barak de Palestijnse parlementariër, Azmi Bishara, “de leider van een extremistische groep, die de visie over Israël als een zionistische, joodse, democratische staat niet kan aanvaarden.”

“Het gevechtsvliegtuig is de kwintessens van de moderne beschaving, de moderne godin, het collectief product van alle wetenschappers. Het gevechtsvliegtuig schakelt tegelijkertijd alle morele woorden uit.”

“De volkeren van de wereld kunnen worden onderverdeeld in diegenen die F-15 en F-16-gevechtstoestellen bezitten en diegenen die ze niet bezitten (…)

Deze gevechtsvliegtuigen zijn alomtegenwoordig. Zij kunnen zichtbaar of onzichtbaar zijn. Maar er bestaat geen enkele mogelijkheid om aan hun venijn te ontsnappen, er is geen enkele plek om zich te verbergen voor hun raketten. Deze vliegtuigen blijven in de lucht, maar hun raketten komen in duikvlucht neer op de inzittenden van een auto, die op de vlucht is, of op een bus, of op een ambulance. Zij doorboren de zoldering van bunkers en schuilkelders tot ze de zachte lichamen hebben gevonden. Menselijk vlees heeft geen schijn van een kans tegen een raket die door een gevechtsvliegtuig is uitgestuurd. Het menselijk lichaam is naakt voor de godin die door het paradijs waart, terwijl de gebouwen van steen en cement voor haar ogen instorten.”

“De gevechtsvliegtuigen richten massale vernielingen aan, maar ze bieden geen soelaas in de slag met hen die het recht aan hun kant hebben. Daarvoor moeten de gelovigen van de godin het gevecht op de grond aangaan en dan beginnen ze te sterven en te huilen. Het is een fenomeen dat een eigenaardig geloof heeft voortgebracht volgens het welke de soldaten van de beschaving het recht hebben te doden, terwijl de anderen dat recht niet hebben, zelfs niet in oorlogstijd. Als dan een van hun soldaten geraakt wordt, zijn ze van de hand gods geslagen. Als hun leger een nederlaag lijdt tegen hen die zich aan de kant van de zwakken en de verdrukten opstellen, voelen ze dit dan ook aan als een blaam voor het prestige van hun troepen en hun militaire superioriteit (…) Dan wreken ze zich, niet alleen omdat ze de wil hebben om dat te doen – ze hebben geen monopolie op de wil – maar omdat hun godin hen daartoe de mogelijkheid geeft. Hun vernielzucht vervult hen met trots. Het soort gevoel dat aan de val voorafgaat. De dood van een kind, twee kinderen, drie, de dood van een of twee vrouwen, de vernieling van een ziekenwagen… Wanneer wordt brutale macht tegen onschuldige wezens ondraaglijk? Hebben ze daarvoor dertig kinderen nodig? Vijftig? In het oog van de camera? En hoeveel zonder camera’s in de buurt? Hoe hoog leggen ze de lat? Trouwens camera’s kunnen geen geur verspreiden. De geur van rottende lijken onder de puinhopen.”

“Israël treft opzettelijk de burgerbevolking in Libanon. Het doel? Iedereen straffen die het verzet zou kunnen steunen, de burgerbevolking naar het Noorden verdrijven en daardoor de spanningen onder de gemeenschappen van dit land op de spits te drijven en de eigen barbaarse dorst naar wraak lessen. De aanval, die zich voor onze ogen afspeelt, met al zijn onschuldige slachtoffers, is lang op voorhand gepland, met een perversiteit die elke verbeelding tart.”

“Israël is een terroristische staat. De diabolische logica van deze staat wordt actief gesteund door een andere terroristische staat met aan het hoofd George W. Bush, een sadistische, gewelddadige en uiterst gevaarlijke man, die zich omringt door een bende koude en berekende Machiavellisten en aanhangers van het staatsterrorisme.”

“Ze zijn er rotsvast van overtuigd dat de burgers die niet over eigen gevechtsvliegtuigen beschikken helemaal onderaan liggen in de strijd voor het overleven. Als ze dan sterven is het hun eigen schuld, het gevolg van hun eigen gebrek aan realisme. Deze logica heeft echter een gebrek: ze is onvergeeflijk, ze is een vloek die boven deze beschaving zal blijven hangen, een voortdurende aanklacht tegen deze superioriteit vanuit de lucht. Hoe kan men immer van kinderen verwachten dat zij ‘realistisch’ zijn? En hoe kan men iemand blameren voor zijn eigen dood? Het is onrechtvaardig de gebeden te reciteren van dode kinderen, alsof ze helden zouden zijn. Het is een schande hun lijken voor iedereen tentoon te spreiden. Deze kinderen waren geen strijders. Zij waren niet aangesloten bij het verzet. Ze zijn niet gestorven om de overlevenden de overwinning te schenken, die hun leven niet hebben moeten wagen in de vuurlijn. Deze kinderen zijn gestorven omdat ze er niet in geslaagd zijn zich te verbergen voor de vliegtuigen. Ze zijn de slachtoffers van deze barbaarse en misdadige beschaving van het gevechtsvliegtuig. Hun moordenaars zullen rekenschap moeten afleggen voor hun daden en het verzet tegen de agressie moet onze steun krijgen.”

Susan Nathan: ‘hoeveel misdaden mag Israël nog begaan?’

In 1999 maakte Susan Nathan, een dochter uit een Brits-Zuid-Afrikaans, joods gezin, gebruik van haar ‘recht op terugkeer’ om zich in Israël te vestigen. Ze werd er geconfronteerd met een maatschappij, die in meer dan één opzicht dezelfde nare trekken vertoont als de apartheid, die ze in Zuid-Afrika had gezien. Vier jaar later verhuist ze van Tel Aviv naar Tamra, een Palestijnse stad in het noorden van Israël. Over haar belevenissen schreef ze het pakkende boek ‘Het andere Israël’ (zie Uitpers, november 2005). Tamra lag de voorbije maand in de vuurlijn. Susan Nathan reageert bijzonder geschokt op de agressie van de regering Olmert.

“Wij moeten onszelf de vraag durven stellen naar het waarom van deze oorlog. Is het de Israëlische leiders echt te doen om de bescherming van hun burgers? Of gaat het om de verdediging van het joodse karakter van hun staat? Joden volharden erin zichzelf te zien en zichzelf te portretteren als de eeuwige slachtoffers in de wereld. Daardoor zijn ze niet langer in staat hun plaats te bepalen in de bredere context van de wereldgemeenschap. En dat blijkt een fatale vergissing te zijn. Hoe je het ook draait of keert, de oorsprong van deze oorlog moet worden gezocht in een aloud probleem, namelijk het falen van Israël en de rest van de wereld – omwille van politieke en morele lafheid – om het Palestijnse volk zijn zelfbeschikkingsrecht toe te kennen binnen een echt leefbare staat. De voortdurende brutaliteit tegen en onderdrukking van een etnische groep heeft geleid tot de opgang en de bloei van Hamas en Hezbollah, twee bewegingen die werkelijk tegemoetkomen aan de verzuchtingen van hun volk. Beide organisaties zijn legitieme verzetsbewegingen, die bovendien zonder enige corruptie aan maatschappelijk werk doen. Met verachting kijk ik neer op de politieke manoeuvres van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, die beide verzetsbewegingen voorstellen als schakels in het brede netwerk van de terreur en dus van de ‘war on terror’. Ik leef helemaal in het midden van de Arabische wereld en ik kan Amerikanen en Britten slechts dit zeggen: wij in de Arabische wereld willen helemaal geen deel uitmaken van jullie zogenaamde westerse democratieën, die absoluut niet het geringste begrip opbrengen voor de Arabische cultuur. Bij politieke onderhandelingen heeft het Westen nooit rekening gehouden met de Arabische visie. En dat is bijzonder kortzichtig, een verschrikkelijke vergissing. Wij kunnen de rest van de wereld er alleen maar aan herinneren dat de staat Israël zich heeft kunnen ontwikkelen op basis van terreur. Met terroristische acties werd in feite een ander volk verdreven.

“Wij moeten ons verdedigen”, herhalen de Israëlische leiders voortdurend. Ook dat maakt deel uit van hun mentaliteit van eeuwig slachtoffer. Maar welke – zogenaamde – democratische staat brengt zijn burgers telkens weer in gevaar? Dit is een schandaal, dat voor altijd een enorme morele smet zal betekenen voor de joodse maatschappij, hier en in de diaspora.

En er is nog een andere sleutelvraag. Waarom verheffen de joden hun stem niet? Omdat ze zichzelf steeds opnieuw als slachtoffers zien. Zij zijn leden van een stam en ze hebben niet langer oog voor de vernietigingen die ze aanrichten. De zionistische politiek is niet meer van deze tijd. Het misbruik van de holocaust geeft Israël steeds opnieuw een vrijgeleide. De holocaust is voor de wereld telkens opnieuw het argument om mijn land moreel vrij te pleiten van de wandaden die het begaat. En aan die wandaden moet een einde komen: NU!

De dissidente stemmen binnen de joodse staat moeten versterkt worden, dit is de enige weg om dit te stoppen Hoeveel misdaden moet Israël nog begaan voordat de wereld zegt: GENOEG?”.

Michel Warschawski: ‘de beschavingsoorlog van Israëli’s en Amerikaanse neoconservatieven’

In een gesprek met de Italiaanse krant Il Manifesto (15 augustus) ging de Israëlische vredesactivist Michel Warschawski in op het waarom van de Israëlische agressie tegen de Palestijnse bezette gebieden en Libanon. Warschawski is directeur van het Palestijns-Israëlische ‘Alternative Information Centre’ in Jeruzalem. In 1982 tijdens de Israëlische invasie van Libanon, weigerde hij dienst te doen in het Israëlische leger, waardoor hij in de gevangenis belandde.

“Deze agressie tegen Libanon en deze verbetenheid tegen de Palestijnen, meer bepaald in Gaza, zijn niet te begrijpen buiten de context van de permanente en preventieve oorlog die door de neoconservatieven van Washington op wereldschaal wordt gevoerd. Tel Aviv schrijft zich volledig in deze oorlogslogica in. Het doel is de Arabische regio volledig onder Noord-Amerikaanse hegemonie te brengen, ten koste van regimes als Syrië en Iran en politieke massabewegingen zoals Hamas en Hezbollah, die steevast terroristen worden genoemd. Deze oorlog is tegelijk ook een laboratorium op strategisch en tactisch vlak: Israël experimenteert met totnogtoe onbekende wapens, die het de laatste tijd van Washington heeft gekregen”.

Michel Warschawski constateert dat de meerderheid van de Israëlische bevolking achter de regering Olmert staat en dat ‘het vredeskamp’ in Israël in de marginaliteit is beland.

“Vandaag is er een beweging tegen de oorlog actief, maar ze is in de minderheid. Deze beweging slaagt er niet in enige hegemonie af te dwingen en mobiliseert maximaal 5.000 à 6.0000 mensen. Links en uiterst links vormen er de kern van. De meerderheid van deze beweging is jonger dan 25 jaar. Het zijn mensen die zich de voorbije jaren hebben verzet tegen de bezetting, die geen geloof hebben gehecht aan de propaganda die beweert dat het ‘vredesproces’ zou zijn mislukt als gevolg van het ‘Palestijnse terrorisme’. Zij hebben de strategie van neokolonisering van de Israëlische regering begrepen. Deze groep mensen heeft zich verzet tegen de bouw van de muur en vormt vandaag de ruggengraat van de beweging tegen de oorlog. Maar tussen deze jongeren en mijn generatie van militanten, die zich heeft verzet tegen de oorlog in Libanon in 1982, bestaat er een leegte, een generatiekloof. De beweging tegen de oorlog was er in 1982 en later in 1988 tijdens de eerste Intifada echt in geslaagd zijn stem te laten horen. Vandaag steunt de meerderheid van deze beweging de politiek van de regering. Zij beschouwt deze oorlog als een zelfverdediging. Vandaag is het discours over de islamitische dreiging tegen de Israëlische democratie dat van de meerderheid. En dat heeft het verzet tegen de oorlog in Israël vernietigd. Vandaag ziet de meerderheid van de Israëlische maatschappij het leger als het laatste bolwerk tegen een nieuwe judeocide. Sommige van de meest prestigieuze gevechtseenheden van het leger lijken op dit ogenblik meer op doodseskaders, die gespecialiseerd zijn in wat men ‘gerichte terechtstellingen’ noemt. De vraag om bij deze eenheden te mogen aansluiten is enorm groot in Israël”.

“Al jaren is er in Israël een massale campagne aan de gang om de maatschappij ervan te overtuigen dat de vrede een illusie is en dat het weer tijd is voor ‘de geest van 1948’. Het is een echte contrareformatie op alle vlakken: cultureel, ideologisch, juridisch, institutioneel. Na 11 september werd dit alles netjes ingepast in de theorie van de ‘clash of civilizations’ en de retoriek over de ‘war on terror’. Aan de geostrategische drijfveren om het territorium van heel het historische Palestina te controleren en voortdurend te annexeren werd nog een ander element toegevoegd na 11 september: zelfs de overweldigende meerderheid van gematigd links, wat bij jullie in Europa centrum links heet, is van oordeel dat de barbaren de beschaving bedreigen. Zij moeten zich bijgevolg verdedigen. Zij vinden zichzelf de avant-garde van de beschaving binnen de Arabische wereld, het laatste sprankeltje licht in de duisternis van de barbarij. Dat is het discours dat de bovenhand heeft gehaald.”

“Ik luister met veel aandacht naar Nasrallah (de leider van Hezbollah) en zoals andere commentatoren in Israël, stel ik vast dat zijn redevoeringen getuigen van een kalmte en groot verantwoordelijkheidsgevoel: het tegendeel van het Westen dat zichzelf als het licht van de beschaving beschouwt, maar tegelijk druipt van de fundamentalistische retoriek. Ik heb de indruk dat ik sta te kijken naar de omkering van alle waarden: het seculiere kamp gaat zich te buiten aan fanatisme en het religieuze kamp, ook al houdt het er andere opvattingen op na, doet er alles aan om geen confessioneel discours af te steken.”

“11 september was een keerpunt. Tot dan werden de Palestijnen beschouwd als vijanden, waarmee we ernstige meningsverschillen hadden, vooral in verband met het gebruik van geweld. Maar we dachten dat het mogelijk was dit probleem op te lossen en tot concrete onderhandelingen met hen te komen. Het feit dat het discours van de Amerikaanse neoconservatieven werd overgenomen, leidde Israël naar een kwalitatieve verandering: de Palestijnse vijand werd plots een bedreiging. En een bedreiging is ondefinieerbaar, het is geen concreet conflict met een concrete vijand. Een bedreiging is alom aanwezig en daartegen moet men zich beschermen. “Israël is een villa midden in de jungle’, beweerde de voormalige Israëlische premier Ehud Barak enkele jaren geleden. En is het mogelijk ooit betrekkingen te onderhouden met de jungle? Dat is de heersende tendens, die de Israëlische politiek bepaalt en de grote meerderheid van de publieke opinie in zijn greep houdt.”

Abraham Serfaty: klacht tegen oorlogsmisdadiger Amir Peretz

Drie vooraanstaande Marokkaanse intellectuelen van joodse origine, publiceerden op 2 augustus een gemeenschappelijke verklaring waarin ze de Israëlische oorlogsmisdaden in Libanon aanklagen.

Abraham Serfaty (de bekendste opposant in Marokko – hij zat van 1974 tot 1991 in de gevangenis), Sion Assidon (mathematicus en van 1972 tot 1984 politieke gevangene van Hassan II) en Edmond Amran Elmaleh (journalist, romancier en eveneens een hardnekkige tegenstander van de dictatoriale Marokkaanse monarchie) riepen “al wie over het voorrecht beschikt joodse Marokkaan of Marokkaanse jood te zijn” op “duidelijk zijn verontwaardiging en leed uit te spreken over de misdaden die de staat Israël in naam van de veiligheid begaat in Libanon en Palestina.”

“Wij verheffen onze stem opdat het bloedbad zou ophouden, dat het resultaat is van de suïcidale politiek van terreur. Qana, het Libanese dorp dat door de Israëlische luchtmacht werd gebombardeerd is het symbool van een moordzuchtige vernietigingspolitiek, die gericht is tegen de burgerbevolking van Gaza en Libanon.”

“Eens te meer is Israël getroffen door een moorddadige waanzin en eens te meer kan Israël rekenen op de diplomatieke medeplichtigheid en de actieve, logistieke steun van de Verenigde Staten. De staat Israël heeft onveranderlijk hetzelfde doel voor ogen: het Palestijnse volk ontwortelen en het zijn land blijven ontzeggen. De Israëlische leiders trachten de verantwoordelijkheid voor de heersende dialectiek af te schuiven op het Palestijnse en Libanese verzet. Die dialectiek wil echter dat repressie en onderdrukking verzet uitlokken.”

Serfaty, Assidon en Amran Elmaleh voegden meteen de daad bij het woord. Zijn namen drie bekende advocaten en verdedigers van de mensenrechten in Marokko onder de arm, Abderrahim Jamaï, Khalid Sefiani en Abderrahmane Benameur. De drie juristen legden een klacht neer bij het parket van Rabat tegen de Israëlische minister van Defensie, Amir Peretz. Zij klagen de Israëlische excellentie aan omwille van zijn oorlogsmisdaden tegen het Palestijnse en Libanese volk. Zij vragen het Marokkaanse parket om samen met Interpol een internationaal aanhoudingsbevel tegen Peretz uit te vaardigen. Volgens hen is deze klacht absoluut ontvankelijk, aangezien ‘de Israëlische minister van Defensie in 1952 geboren is in Marokko, meer bepaald in Bejaâd. Amir Peretz is nog steeds ingeschreven in de registers van de Marokkaanse burgerlijke stand en heeft nog steeds de Marokkaanse nationaliteit. De Marokkaanse wet kan een gerechtelijke vervolging instellen tegen iedere Marokkaan, die in het binnen- of buitenland een misdaad heeft begaan.”

“Op juridisch vlak,” aldus de drie advocaten van Serfaty, Assidon en Amran Elmaleh, hebben wij het recht klacht in te dienen tegen de oorlogsmisdadiger Peretz. Door zijn politieke verklaringen en door de bevelen die hij aan zijn leger heeft gegeven, heeft hij in Libanon in grote mate bijgedragen tot collectieve slachtpartijen tegen onschuldige en ongewapende burgers.”

Inmiddels heeft de mensenrechtenorganisatie Amnesty International een voorlopige balans opgemaakt van de Israëlische oorlogsmisdaden in Libanon. Op 23 augustus publiceerde AI een rapport waarin Israël ervan beschuldigd wordt doelbewust burgerdoelwitten te hebben aangevallen. Het rapport bevat enkel gegevens over de Israëlische operatie ‘Juiste Beloning’ tegen Libanon. Amnesty heeft het niet over de gevolgen van de operatie ‘Zomerregen’ tegen de Palestijnse bezette gebieden. Het rapport is gebaseerd op persberichten, officiële verklaringen en gesprekken met slachtoffers, vertegenwoordigers van ngo’s, Israëlische militairen, medewerkers van de Verenigde Naties en de Libanese overheid.
Van 12 juli tot 14 augustus – heeft de Israëlische luchtmacht meer dan 7.000 doelwitten in Libanon aangevallen. De marine vuurde nog eens 2.500 projectielen af. Daarbij vielen bijna 1.200 doden en meer dan 4.000 gewonden. Bij de bombardementen werden 31 ‘vitale punten’ (luchthavens, havens, drinkwaterreservoirs en elektriciteitscentrales), 80 bruggen en 94 wegen geheel of gedeeltelijk vernield. Er werden 900 bedrijven en meer dan 30.000 woningen, kantoren en winkels getroffen. Twee ziekenhuizen werden volledig verwoest. Ook tal van scholen werden gebombardeerd.

(Uitpers, nr. 78, 8ste jg., september 2006)

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :