Arabieren kunnen leren van Turkije

De jongste Arabische top begin maart in het Egyptische Sjarm-el-Sjeik was een zielig spektakel. Officieel veroordeelden de deelnemers de komende oorlog tegen Irak en de deelname van Arabische landen eraan.,Dit terwijl een reeks Arabische landen actief deelnamen aan de voorbereidingen en nu in de oorlog betrokken zijn. Ze kunnen een voorbeeld nemen aan Turkije dat wel de moed had de VS te verbieden een noordelijk front te openen.

Een jaar eerder spraken de Arabische landen zeer stoere taal op hun topconferentie in Beiroet. De mogelijkheid van oorlog tegen Irak werd toen ondubbelzinnig veroordeeld. Maar in de herfst van vorig jaar was de realiteit al heel anders. Bijna alle Arabische landen legden zich niet alleen neer bij de oorlog, maar ze begonnen er hand- en spandiensten voor te bewijzen. (Zie: Minder én meer Arabisch en islamitisch verzet, in Uitpers, nr. 35, november 2002).

Inmiddels doen er een aantal actief mee, alhoewel ze dat liever niet horen. Zowat 95% van hun bevolking is onverbloemd tegen de oorlog – gelukkig voor de "coalitiestrijdkrachten" zijn het geen democratieën anders zou het nooit gekund hebben.

Koeweit heeft de helft van zijn grondgebied ter beschikking gesteld om Irak met grondtroepen aan te vallen. Het is ook het enige Arabische land dat zijn verantwoordelijkheid niet probeert te verdoezelen. Dat zou overigens al te potsierlijk overkomen. Bahrein is nog steeds het hoofdkwartier van de Amerikaanse vloot in de Golf. In Saoedi-Arabië en Qatar zijn twee hoofdkwartieren voor de luchtoperaties tegen Irak. In Qatar werd vorig jaar een tweede hoofdkwartier geopend nadat Saoedi-Arabië liet doorschemeren dat het geen operaties vanaf zijn grondgebied zou toestaan. Maar de luchtoorlog wordt wel degelijk geleid vanuit Saoedi-Arabië.(1) Maar dat andere commandocentrum laat de Saoedi’s toe te doen alsof de strijd van bij de buur wordt gecoördineerd… Het is alleen nog niet duidelijk of er ook Amerikaanse vliegtuigen voor aanvalsmissies opstijgen van op Saoedische basissen.

In Jordanië, waar de bevolking even erg tegen de oorlog gekant is als in Saoedi-Arabië, probeert de regering ook de schijn op te houden. Volgens koning Abdullah II zijn er enkel een beperkt aantal Amerikaanse soldaten voor de verdediging van het koninkrijk aanwezig in het land. Waarnemers weten wel beter. De Amerikanen, vermoedelijk ongeveer 7000, gebruiken Jordaanse basissen voor luchtaanvallen in Iraks westelijke woestijn. Oost-Jordanië is ook de uitvalsbasis voor Amerikaanse en zelfs Israëlische "speciale strijdkrachten".(2)

Met deze vijf is de reeks niet af. De Verenigde Arabische Emiraten en Oman verlenen de VS "faciliteiten". En Egypte, ooit het bolwerk van het Arabisch nationalisme, laat toe dat de VS op grote schaal materiaal en manschappen naar de Golf verschepen via het Suezkanaal. Alhoewel het hier duidelijk niet gaat om een "onschuldige doorvaart". Maar Kairo zal ook wel een of ander verdrag hebben, waaronder de Amerikanen dit kunnen. En zoals onze excellenties, premier Guy Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, het stellen: Pacta sunt servanda of akkoorden moeten worden nageleefd – al blijkt uit de tekst van het "geheim akkoord" tussen Brussel en Washington, dat het niet van toepassing is op wapentransporten via Antwerpen naar de Golf. Zou België, ondanks de lippendienst tegen de oorlog, toch behoren tot de vijftien landen die volgens Washington de oorlog steunen maar dat niet openlijk durven zeggen?

Van Turkije, een trouwe vazal van het Westen sedert de oprichting van de Navo, werd algemeen verwacht dat het ook zou meedoen al verwerpt 94% van de Turken oorlog tegen buurland Irak. Dat het land sedert november 2002 een islamitische regering heeft onder leiding van de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP), werd niet als een hinderpaal beschouwd. De regering en partijleiding wisten van de Amerikanen 6 miljard $ los te krijgen in de vorm van giften plus nog eens voor 20 miljard $ kredietgaranties. Bovendien kreeg Ankara toestemming soldaten naar Noord-Irak te sturen en de formele belofte dat er geen Koerdische staat in Irak zou komen en dat de Koerden onder geen beding de oliesteden Mossoel en Kirkoek zouden mogen bezetten.

Maar de Turken bleken meer haar op hun tanden te hebben dan de Arabieren. Op 1 maart behaalde het regeringsvoorstel om 62.000 Amerikaanse soldaten in het land toe te laten in het parlement geen meerderheid onder de aanwezige parlementsleden. Merkwaardig genoeg had het leger, twee dagen vóór de stemming, na een vergadering van de almachtige Nationale Veiligheidsraad, tegen zijn gewoonte in geen commentaar gegeven over de zaak. Onder Amerikaanse druk sprak het zich later wel uit voor deelneming aan de oorlog, maar het bleef nadien ook opvallend uit het debat. Pogingen om het parlement opnieuw te laten stemmen mislukten. Uiteindelijk werd op 20 maart besloten dat Amerikaanse vliegtuigen wel van het luchtruim gebruik mochten maken, maar landen of bijtanken op Turks grondgebied werd verboden. De Amerikanen die al op boten voor de kust lagen te wachten moesten dan maar naar Koeweit zonder een "noordelijk front" te kunnen openen met het al aangevoerde materiaal.

Het met enorme schulden en zware economische problemen opgezadelde Turkije betaalt een zware tol voor zijn weigering. Uiteindelijk kreeg het slechts één miljard $ om de oorlogsschade op te vangen en slechts zes miljard kredietgaranties. De politieke afspraken bestaan niet meer. De Amerikanen begonnen als surrogaat, en tot ontsteltenis van de regering in Ankara, nauwer samen te werken met de Iraakse Koerden. Toen de regering besloot Turkse troepen de grens over te sturen, werd ze van alle kanten onder druk gezet dat toch maar niet te doen om de samenwerking tussen de Koerden en de "coalitiestrijdkrachten" niet op de helling te zetten.

Het duo Verhofdstadt-Michel waarschuwde dat de "defensieve maatregelen" van de Navo (Awacs-vliegtuigen en Patriot-raketten) in Turkije zouden worden herbekeken als Turkse troepen Irak zouden binnentrekken. Wat nogmaals impliceert dat de twee excellenties voor de oorlog zijn. Turkije mag worden beschermd tegen een onder het internationaal recht gerechtvaardigde Iraakse tegenaanval als de Amerikanen – tegen het internationaal recht in – vanuit dat land agressie zouden plegen. Maar Turkije moet worden bestraft als het zich als de Amerikanen zouden gedragen, terwijl de Amerikanen worden geholpen. Begrijpe wie kan.

(Uitpers, nr. 41, 4de jg., april 2003)

(1) Zie: Saudis quietly play crucial war role, in International Herald Tribune 20.03.03
(2) Zie: Israeli special forces join ‘secret front’ in Jordan, in The Times 17.03.03

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 27 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook