Antwerpen herdenkt Kongolese doden

Een koloniale propagandafoto gemaakt gemaakt als publiciteit voor de wereldtentoonstelling van 1894 in Antwerpen (Foto: Museum aan de Stroom, Antwerpen)

Op de wereldtentoonstelling in Antwerpen van 1894 zijn er acht Kongolezen gestorven.  Ze woonden in het Afrikaanse dorp dat er opgericht was.  Speciaal voor de tentoonstelling waren er 144 Kongolezen vanuit hun land aangevoerd.  De stad Antwerpen neemt zich voor om de acht te herdenken.  Hoe ze dat juist wil doen, met een monument of een ander gedenkteken, dat weet schepen van Cultuur Nabila Aït Daoud nog niet.  “Het is een gevoelig onderwerp”, zegt ze, “we willen een participatief project volgen”.  We nemen aan dat ze van plan is om de Congolese gemeenschap in de stad te consulteren voor ze een beslissing neemt.

Op 3 oktober is in het MAS, het Museum aan de Stroom in Antwerpen, de tentoonstelling “100 x Congo” geopend.  Naast honderd artistiek hoogstaande rituele beelden en gebruiksvoorwerpen zijn er aan de muren ook historische stukken te bekijken, die de band tussen de stad en de voormalige kolonie verduidelijken.  Zo hangt er op nr. 27 de plattegrond van de wereldtentoonstelling van 1894 op het Zuid, om en rond het Museum voor Schone Kunsten.  Wie goed kijkt, ziet op het plein voor het museum het woord Congo staan.  Haaks op het museumgebouw was er een paviljoen opgetrokken, waarin tropische waren uitgestald waren, maskers en beelden. 

Een waterpartij voor die Kongohal scheidt ze van een plek, waar volgens het plan “huttes congolaisesopgetrokken waren.  Daar hadden de 144 Kongolezen hun intrek genomen, van wie er dus acht hun verblijf niet overleefd hebben.  De ontbering tijdens de scheepsreis, het gebrek aan weerstand tegen onbekende ziektekiemen en de kille zomer hebben hun het leven gekost.  Dank zij het onderzoek dat er voor “100 x Congo” uitgevoerd is in archieven kennen we nu met zekerheid het aantal én hun namen, Bitio, Sabo, Isokoyé, MangueSse, Monguene, Binda, Mangwanda en Pezo.  Ze zijn eerst begraven op het Kiel, daarna zijn hun stoffelijke resten in een massagraf op het stedelijke kerkhof van het Schoonselhof terechtgekomen.

Op de achtergrond : de rubberexploitatie

Een van de drijvende krachten achter het Kongopaviljoen en het dorp was Arthur van den Nest, schepen van Financiën en vanaf 1900 senator voor de Liberale Partij.  In 1895, een jaar na de tentoonstelling, richt hij de Club africain d’Anvers op.  Arthur van den Nest was een zakenman, een van de Antwerpse ondernemers die begin van de jaren negentig van de 19e eeuw ingaat op het verzoek van koning Leopold II om handelsactiviteiten op te starten met de in 1885 door hem in het leven geroepen Kongo-Vrijstaat.  Van den Nest is een van de aandeelhouders van de belangrijkste concessiemaatschappij in Antwerpen, de Anglo-Belgian Rubber Company, kortweg ABIR, die vanaf 1892 in het Evenaarswoud, met Basankusu als hoofdzetel, de rubberoogst organiseert.  Hij speelt als voorzitter van de raad van bestuur een actieve rol binnen het bedrijf.

Rubber is in die dagen vanwege de opkomende auto-industrie fel in trek.  Het is een lucratieve bezigheid.  Enkele cijfers illustreren dat.  In 1897 loopt de invoer van rubber in de haven van Antwerpen op tot 1879 ton.  Daarop maken de rubbermaatschappijen tussen 10 en 16 miljoen frank winst.  ABIR, dat instaat voor een zesde van de invoer, maakt dat jaar dus tussen 1,7 en 2,7 miljoen winst.  ABIR had een startkapitaal van 1 miljoen, dat geeft een idee. In 1898 zijn haar aandelen dertig keer zoveel waard als bij de oprichting zes jaar daarvoor.  De maatschappij is dermate winstgevend dat de aandeelhouders het startkapitaal terugbetaald krijgen.

Bij de rubberteelt genieten de concessiemaatschappijen een bijna ongebreidelde vrijheid, ze zijn als het ware een staat in de staat.  Ze maken afspraken met de dorpschef over de te leveren hoeveelheid rubber en leggen eigenhandig straffen op als de dorpsgemeenschap het quotum niet haalt.  Dat gaat van lijfstraffen over de gijzeling van dorpelingen tot het sturen van een strafexpeditie.  Daarvoor doen ze een beroep op hun eigen militie of op de Kongolese Weermacht.  De soldaten mogen bij hun optreden geen kogels verspillen.  Elke kogel moet dodelijk doel treffen.  Om het gebruik van de munitie te verantwoorden kappen de soldaten van elk lijk de rechterhand af.  Soms dienen kogels om wilde dieren neer te schieten bij de broussejacht, een welkome aanvulling van de legerkeuken maar toch moet je als soldaat een hand als bewijs van goed gebruik meebrengen.  Naast uitspattingen verklaart dat de wereldvermaarde beelden van nog levende dorpelingen, die de fotograaf hun afgekapte hand laten zien.

Dat systeem heeft verregaande gevolgen. In december 2018 schrijft historicus Guy Vanthemsche, hoogleraar aan de VUB, in “Ons Erfdeel “ : “Samen met de verspreiding van dodelijke ziekten, de volksverhuizingen, de ontregeling van landbouw en de negatieve impact ervan op de menselijke voortplanting brachten deze gewelddaden in de periode 1885-1920 een beduidende afname van de Congolese bevolking teweeg. We kunnen die terugval helaas niet precies berekenen, maar het aantal wordt geschat op meerdere honderdduizenden tot een paar miljoen mensen.”  In het recent verschenen “Congo, een geschiedenis in vragen” maakt een demograaf gewag van een vork van tussen één en vijf miljoen dodelijke slachtoffers.  Vanthemsche schrijft ook : “De soevereine vorst en zijn medewerkers waren wel degelijk op de hoogte van deze schendingen, die volgens huidige maatstaven (bepaling uit 1998 van het Internationale Strafhof) als ‘misdaden tegen de menselijkheid’ zouden worden bestempeld.

Tussen 1810 en 1940 zijn er in West-Europa en de Verenigde Staten 35.000 Afrikanen op tentoonstellingen en in circussen opgevoerd als bezienswaardigheid.   Voor acht onder hen is hun verblijf in een menselijke dierentuin in Antwerpen fataal afgelopen.  Mooi dat ze naar aanleiding van “100 x Congo”, 126 jaar na hun dood, opnieuw in herinnering gebracht zijn.  Benieuwd hoe en wanneer het Antwerpse stadsbestuur zijn belofte waarmaakt.

Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Guy Poppe

Guy Poppe (74) is journalist. 31 jaar heeft hij op het radionieuws gewerkt, tot in 2007. Afrika heeft altijd zijn bijzondere aandacht gekregen.

zie ook