Anti-Iraans sentiment groeit onder Iraakse sjiieten

De afgelopen jaren hebben we kunnen zien, dat ook theocratische partijen, het politiek spel kunnen spelen. Irak is van alle Arabische landen het meeste vrije en tegelijkertijd, het meest religieuze land. De grote winnaars van het nieuwe Irak zijn de sjiieten (ook de Koerden). En Iran is dankzij de sjiieten in Irak ook een regionale supermacht geworden. Maar zijn alle sjiieten trouw aan Iran?

De sjiitische eenheid bestaat niet

Wat meestal de media doet en ook de politiek is de sjiieten als één machtsblok zien. Dat is hetzelfde als de seculieren (socialisten en liberalen) als één machtsfactor zien. We hebben gezien dat de sjiieten als machtsfactor niet weg te denken zijn in Irak en het Midden-Oosten. In Irak is ongeveer 62% van Irakezen (ongeacht de etnische afkomst) sjiitisch. De sjiieten stemmen in het algemeen voor een islamistische partij (niet islamitische partij). Zelfs de Irakezen steunen in het algemeen de islamisten (ongeveer 70%).

De sjiieten trokken op 15 december 2005 met de lijst United Iraqi Alliance (UIA, Verenigde Iraakse Alliantie) naar de Iraakse parlementsverkiezingen. De lijst bestond uit talloze sjiitische islamistische partijen en ook uit partijen die voortkomen uit etnische minderheden zoals de Turkmenen en Fayli Koerden. De lijst sleepte 128 zetels van de 275 in de wacht. Later kwam haar totaal op 130 zetels. Proportioneel hadden ze 42,5 % van de stemmen achter hun lijst. De Iraakse premier kwam uit de Dawa-partij die deel uit maakt van de UIA. De breuken in de UIA waren toen al zichtbaar.

De soennieten en Koerden weigerden om te stemmen voor oud-premier Ibrahim Jafari en de sjiieten moesten een andere kandidaat naar voor brengen. Op dat moment begonnen zich al onenigheden voor te doen. Adil Al-Mahdi (SCIRI nu SICI, Hoge Islamitische Raad in Irak) en Nuri al-Maliki (Dawa-partij) stelden zich allebei kandidaat voor het premierschap. Uiteindelijk won Nuri Maliki de interne vertrouwenstemming binnen de UIA met één stem. Nuri Maliki werd premier dankzij de stemmen van Muqtada Sadr’s partij.

Tijdens de regeringsonderhandelingen stapte de Fadhila Partij (Deugd, 15 zetels) van ayatollah Yaqubi uit de regeringsonderhandelingen vanwege de Amerikaanse bemoeienis. Maar de eigenlijke reden is dat de Fadhila partij de ministerspost voor Olie niet kreeg. De Fadhila partij speelt de baas in de provincie Basra, waar zich ongeveer 50% van de olievoorraden van Irak bevinden. Op 8 maart stapte de Fadhila partij definitief uit de UIA. Sindsdien is de partij in een hevige strijd verwikkeld in Basra om de olie tegen de SICI. Een maand later op 18 april trekt Muqtada Sadr zijn ministers uit de Iraakse regering. Het verlaten van regering toont de onvrede die Muqtada Sadr heeft met Nuri Maliki. Een maand later trekt Muqtada Sadr zijn parlementsleden uit de UIA. Dus we zien eigenlijk dat de sjiieten geen monolithisch blok zijn in het parlement. Er zijn zelfs programmapunten die voor grote strubbelingen zullen zorgen in de sjiitische gemeenschap.

Iran in het midden

Één van de vele argumenten waarmee de VS Irak zijn binnengevallen is de democratisering. Natuurlijk is dit onzin en is het maar een excuus om Irak binnen te vallen. Irak is omringd door landen die alles behalve democratisch zijn: Iran, Syrië, Jordanië, Koeweit en Saudi-Arabië. Dus het argument van democratie houdt geen steek. Maar toch ging men verder met dat plan. Ze wilden van Irak een liberale democratie maken waar seculiere pro-Amerikaanse partijen de plak gingen zwaaien.

Maar dit scenario werd gepland, zonder rekening te houden met ayatollah al-Sistani. Al-Sistani wilde snel verkiezingen en die werden dan ook snel georganiseerd en de sjiieten behaalden nipt geen meerderheid (ze kwamen 8 zetels te kort). Iran bekeek dit proces van op afstand maar voerde actief campagne voor de UIA. Iran telt ongeveer 2 miljoen Iraakse bannelingen allemaal van sjiitische achtergrond. Het opkomstpercentage onder de Irakezen in Iran was rond de 80%. Op de Iraanse televisie verschenen verkiezingspotjes dat de UIA de lijst van ayatollah Ali Sistani. Maar dit proces was ook nadelig voor Iran.

Om te beginnen was Iran’s grootste bondgenoot de SCIRI. In het engels Supreme Council for the Islamic Revolution in Iraq. Het is een politieke partij die een gewapende militie heeft namelijk de Badr-brigade. De Badr-brigade is geïnfiltreerd in de Iraakse veiligheidsdiensten in Nadjaf, Kerbala en Bagdad. De SCIRI haar hoofddoel was het stichten van een Islamitische staat naar Iraans voorbeeld. Dat hebben ze afgezworen sinds de vorming van de UIA. Op 14 mei 2007 werd de naam van de partij veranderd in Supreme Islamic Council of Iraq (SICI). Het woord revolutie werd geschrapt en de partij volgt niet langer meer ayatollah Khamenei, de hoogste sjiitische leider van Iran, maar ayatollah Ali Sistani, de hoogste geestelijke leider van de Iraakse sjiieten. De SICI heeft ook haar ideaal van islamitische eenheid opgegeven. Ze is nu de grootste promotor van een sjiitische autonome regio in Irak.

Van Irak naar ……..

De SICI is de grootste voorstander van het plan om de negen sjiitische provincies van Irak om te vormen tot één regionale autonome regio. Vooraleer ik begin over de regionalisering van sjiitisch het islamistische gedachtegoed moet ik belangrijke feiten citeren. Ten eerste is Irak in meerderheid niet altijd, in termen van religieuze ijver, echt overtuigd sjiitisch geweest. Dit ondanks de aanwezigheid van een aantal van de belangrijkste sjiitische heiligdommen in het land: Kerbala, Najaf, Koufa, Khadimain, Samarra. Pas omstreeks 1950 begon de geestelijkheid de gemeenschap te mobiliseren. De sjiitische religieuze scholen (Hawza Ilmijjah) begonnen predikers uit te sturen naar alle uithoeken van het land om de mensen te bekeren. De eerste massa bekeerlingen kwam uit de gemeenschap van de moeras-Arabieren. De moeras-Arabieren nemen een heel speciale positie in in het etnisch en religieus landschap van Irak. De moeras-Arabieren waren helemaal niet religieus, ze hadden hun eigen Arabisch dialect dat voor andere Arabieren vrijwel onverstaanbaar was. Ze gaven ook pre-islamitische namen aan hun kinderen (een praktijk die nog altijd invoegen is bij niet-Arabische volkeren). Ze wisten zelfs niet hoe ze religieuze riten moesten vervullen.

In het jaar 1958 kwam generaal Qasem aan de macht in Irak. Qasem kwam uit een Arabisch-Koerdisch gezin en zijn religieuze achtergrond was soennitisch en sjiitisch. Hij introduceerde het Iraaks nationalisme als ideologie tegen het populaire Arabisch nationalisme van Gamel Abdel Nasser (president van Egypte). Generaal Qasem liet een nieuwe wijk bouwen die vandaag bekend staat als Sadr City. Hij liet ongeveer 200.000 moeras-Arabieren emigreren naar de wijk. De sjiieten waren in het algemeen positief over het Iraaks nationalisme van generaal Qasem. Het Arabisch nationalisme van Gamel Abdel Nasser zagen ze als een “soennitische ” ideologie.

Voor de sjiieten kwam Irak altijd op de eerste plaats. Ze zagen zich altijd als de Irakezen en daarna pas als sjiieten. Voor 1970 waren de sjiieten in het algemeen seculier en trokken ze zich niet veel aan van religieuze plichten. Maar daar kwam verandering in met de popularisering van de Dawa-partij (opgericht rond 1955; het woord betekent Roep, Oproep [tot bekering tot de islam]). Aan het hoofd van de Dawa partij stond de populaire denker Mohamed Baqer Sadr die een sociale interpretatie van de islam had. Toen de Dawa-partij werd opgericht was het niet uitsluitend een sjiitische partij, 10% van de leden was soennitisch en etnisch stond het voor elke bevolkingsgroep open. Mohamed Baqer Sadr werd opgehangen door het Baath-regime in 1980. Na 1980 ging de partij ondergronds en in ballingschap. Het deel dat ondergronds ging wordt vandaag de ‘Dawa partij Irak organisatie’ genoemd en het deel van de partij dat in ballingschap ging word vandaag Dawa-partij genoemd. Er is nog een kleine partij die is ontstaan vanuit de Dawa partij en die de naam Dawa-organisatie wordt genoemd. Al deze partijen zijn Iraaks nationalistisch georiënteerd en zijn het minst fundamentalistisch van alle islamistische partijen.

Na de dood van Mohamed Baqer Sadr kwam zijn neef Mohamed Sadiq Sadr in the picture. Hij was meer puriteins dan andere sjiitische geleerden. Hij legde een basis voor zijn beweging. Hij rekruteerde onder meer onder de moeras-Arabieren en islamiseerden ze verder. Hij werd in 1999 geliquideerd door het Baath-regime. Wat er na gebeurde is nog altijd een mysterie voor ons. Hoe de beweging van Mohamed Sadiq Sadr verder ontwikkelde enz.. Na de inval van de VS in Irak heeft de beweging van Mohamed Sadiq Sadr zich in verschillende andere organisaties gesplitst. De twee belangrijkste zijn , de Sadr-beweging (Muqtada al-Sadr) en de Fadhila partij (ayatollah Yaqubi).

De Sadr-beweging is altijd een sjiitische en Iraaks nationalistische georiënteerde beweging geweest. Muqtada Sadr is voorstander van een sterke unitaire staat in Irak. Liefst wilt hij een nieuwe grondwet. Bij het referendum voor de grondwet heeft hij zijn aanhangers opgeroepen om thuis te blijven. Toen er werd gestemd in het parlement voor een amendement dat toeliet om sjiitische regio te creëren, verlieten de parlementsleden van de Sadr-beweging het parlement.

De Fadhila-partij is de enige sjiitische partij die een diepgewortelde afkeer van Iran heeft. Ze is de baas in de stad Basra. Maar onderdruk van de SICI heeft de Iraakse premier Nuri Maliki de gouverneur van Basra geschorst. De SICI probeert op alle mogelijke manieren de macht te grijpen in Basra en is ook niet beschaamd om daar vuile trucs voor te gebruiken. De Fadhila-partij is niet gewonnen voor een sjiitische regio onder Amerikaanse bezetting. De positie van de Fadhila-partij is daar duidelijk over. Het debat over een federaal Irak moet gevoerd worden na de Amerikaanse bezetting.

Allen tegen Iran

Het recente bezoek van de Iraanse president Ahmedinejad is niet zo’n groot succes, als sommige media ons willen dien geloven. De Iraanse president werd alleen verwelkomd door drie partijen. De Koerden, SICI en de Dawa-partij. De meerderheid van de sjiieten ziet Iran nu als een vijand in Irak. Ayatollah Sistani weigerde om de Iraanse president te ontmoeten. De Fadilha-partij, de Sadr-beweging en de ‘Dawa partij Irak organisatie’ weigerden allemaal handjes te schudden met de Iraanse president. Dit ongenoegen heeft te maken met de positie van de SICI. De SICI is een partij die de absolute macht wilt over de sjiitische gemeenschap. Ze wordt gefinancierd door Iran en heeft wat aanhang onder de sjiitische middenklasse. Maar proportioneel is het zeker geen grote partij.

De toekomst

Afgelopen maanden zijn we getuige van meer anti-Iraans sentiment onder de sjiieten. Vooral omdat Iran op lange termijn Irak wil gebruiken als knuppel tegen de VS. Ook haar steun voor één sjiitische partij namelijk de SICI komt haar duur te staan. Aangezien 80% van de sjiieten geen aanhanger is van de SICI. Hoe de toekomst er uit zal zien voor sjiieten is nog niet duidelijk. Er is de soennitische factor waarmee rekening moet worden gehouden. Als het geweld vermindert dan zal de SICI een marginale partij worden binnen Irak en de sjiitische gemeenschap. Iran is misschien internationaal sterker geworden maar regionaal (in Irak) begint het tij te keren tegen Iran.

(Uitpers, nr 96, 9de jg., 19 maart 2008)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 58 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook