Angela Davis: strijdster voor gelijkheid en vrijheid

Anno 2022 weten in Europa, en misschien ook in de Verenigde Staten van Amerika, nog maar weinigen wie Angela Davis (1944) is. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was deze Amerikaanse zwarte geëngageerde vrouw met haar weelderig afrokapsel nochtans internationaal bekend als voorvechtster van de zwarte bevrijdingsbeweging en voor het socialisme. Zopas verscheen de Nederlandse vertaling van de derde druk (2021) van haar autobiografie. De eerste druk verscheen in 1974, de tweede in 1988. De nu 78-jarige Davis begon dus met het schrijven van haar autobiografie toen ze achtentwintig was.

Daarom is het woord autobiografie misschien niet helemaal gepast voor dit aangrijpende verhaal. Want gewoonlijk schrijft iemand een autobiografie op het einde van zijn of haar leven. Deze autobiografie slaat alleen maar op de jaren 1970-1974, zeer turbulente jaren waarin Angela Davis tot het uiterste ging in haar engagement. In het voorwoord bij de derde druk omschrijft Davis dit boek als ‘de memoires van een leven gewijd aan de zoektocht naar vrijheid’. Ze voegt er onmiddellijk aan toe dat haar boek niet zozeer over haarzelf gaat, maar over de strijd die duizenden en duizenden mensen leverden tegen racisme en politieke onderdrukking.

Als het over racisme gaat denken we nogal gemakkelijk aan de individuele houding van mensen tegenover mensen van een andere afkomst of met een andere huidskleur. Maar in het voorwoord bij de derde editie van haar boek beklemtoont Davis het belang van het structurele racisme, het racisme dat in de structuren van onze samenleving zit: het racistische politiegeweld, het racisme van het gevangenissysteem en het raciaal kapitalisme in het algemeen. Davis geeft toe dat antiracistische bewegingen nog niet voor de nodige structurele veranderingen hebben kunnen zorgen, maar ze ziet wel mogelijkheden om dergelijke revolutionaire veranderingen in de toekomst door te voeren. Davis erkent dat zij en haar medestanders zich aan ‘politieke naïviteit’ bezondigden toen ze er vijftig jaar geleden absoluut zeker van waren dat ze nog tijdens hun leven het einde van het kapitalisme zouden meemaken. Voor hen was het overduidelijk dat de wereld in de nabije toekomst socialistisch zou zijn.

Toen ze nauwelijks vijftien was leerde Davis het socialisme kennen aan de Elisabeth Irwin High School in New York. Er ging voor haar een hele nieuwe wereld open. Ze schrijft hierover: ‘Voor het eerst maakte ik kennis met het idee dat er een ideaal sociaaleconomisch model mogelijk was, een model dat ervan uitging dat ieder mens naar zijn vermogen en talenten aan de maatschappij kon bijdragen en op zijn beurt van diezelfde maatschappij materiële en geestelijke hulp kon krijgen wanneer dat nodig was.’

Davis werd lid van de Communistische Partij toen ze vierentwintig was. In 1980 en 1984 was ze namens de partij kandidaat voor het vicepresidentschap van de Verenigde Staten. In het voorwoord bij de derde druk van haar autobiografie schrijft ze dat ze samen met vele anderen in 1991 de Communistische Partij verliet. Ze schrijft hierover: ‘Als reactie op onze gezamenlijke pogingen om een interne democratisering te ontwikkelen door de interne partijstructuren geschikter te maken voor egalitaire besluitvorming, werden we uitgesloten van verdere deelname aan de partijleiding. Daarop besloten we als groep te vertrekken en een andere organisatie op te richten, de Correspondentiecomités. Uiteindelijk leidde dat tot de Correspondentiecomités voor Democratie en Socialisme.’ De voorbije jaren nam Davis opnieuw deel aan evenementen die door de Communistische Partij werden georganiseerd.

‘Zwarten blijven graag slaven’

Wat racisme is moest men Angela Davis niet leren. Ze ondervond het vanaf haar geboorte. Ze groeide op in Birmingham in de staat Alabama. In de Center Street waar het gezin Davis woonde, trokken de witte bewoners een demarcatielijn: aan de ene kant de witten, aan de andere kant de zwarten. Zwarten die toch aan de ‘witte kant’ gingen wonen liepen het risico dat hun huis gewoonweg werd opgeblazen. De buurt werd daarom al vlug ‘Dynamite Hill’ genoemd. In Birmingham heerste, zoals elders in de VS, de apartheid: zwarten mochten niet vooraan in de bussen zitten; sommige filmzalen waren voor hen verboden, net zoals pretparken en restaurants. Op school leerde Davis dat zwarte mensen liever slaaf bleven dan op te komen voor hun vrijheid. In Alabama werd een organisatie die streed voor burgerrechten illegaal verklaard. Wie er lid van werd riskeerde gevangenisstraffen en kreeg bombedreigingen, zoals het de ouders van Angela overkwam.

Het is wel even schrikken als men leest dat politiemoorden in de VS nu nog altijd gebeuren volgens hetzelfde scenario als vijftig jaar geleden: een politieman sleurt een zwarte uit een auto, slaat hem in de boeien, smijt hem op de grond, schiet een kogel door zijn hoofd of versmacht hem en verklaart dat hij zich bedreigd voelde. Ook als het over racisme gaat maakt Davis een klasse-analyse: ‘Racisme is in de eerste plaats een wapen dat door de rijken wordt gebruikt om nog rijker te worden door zwarte arbeiders minder te betalen voor hun werk.’

Geen wonder dat Davis lid werd van de Black Panther Political Party (BPPP), te onderscheiden van de Black Panther Party. Ze werd ook lid van het SNCC (Student Non-Violent Coordinating Committee). Ze werd er directeur van de SNCC-Bevrijdingsschool, maar nam al vlug ontslag vanwege de kritiek die ze kreeg omdat ze in haar lessen ook over het marxisme sprak. Volgens de SNCC-voorzitter waren zwarte mensen bang voor het communisme. Davis engageerde zich vervolgens bij de BPPSD (Black Panther Party for Self Defence).

De hoofdbrok van de autobiografie gaat over de schokkende ervaringen van Angela Davis met politie en gerecht. Tijdens een opstand in een gerechtsgebouw werd een rechter gedood en de openbare aanklager gewond. Het wapen dat daarbij werd gebruikt stond op naam van Davis geregistreerd. Ze werd beschuldigd van moord, ontvoering en samenzwering. In de gevangenis waren alle vrouwen die ze kon zien zwart of Puerto Ricaans. Davis bracht een week door in de gevangenisafdeling voor vrouwen met psychische problemen. Een typische reactie: eveneens in de jaren zeventig van de vorige eeuw was een Antwerpse rechter van plan dokter Kris Merckx van Geneeskunde voor het Volk geestesziek te doen verklaren omdat hij tegen terugbetalingstarieven werkte. Hij moest dus wel gestoord zijn, want een geestelijk gezonde arts wil toch in eerste instantie zoveel mogelijk geld verdienen!

Ook over gevangenissen heeft Davis zo haar mening: ‘Gevangenissen zijn ontworpen om mensen te breken, om van individuen specimen in een dierentuin te maken die gehoorzamen aan de bewakers maar gevaarlijk zijn voor elkaar.’ Dankzij een massale campagne voor de vrijlating van Davis kwam ze na zestien maanden cel vrij op borgtocht. Een witte boer was bereid zijn eigendom als borg te stellen. Uiteindelijk werd Davis door de rechtbank onschuldig bevonden.

‘Vrouwen zijn geen leiders’

Vanzelfsprekend is Davis een overtuigde feministe. Ze sloot zich aan bij feministische organisaties die zich antiracistisch opstelden en zich tegen het kapitalisme kantten. Ze werd lid van de internationale adviesraad van Sisters Inside, een organisatie die het opneemt voor vrouwen in de gevangenis. Davis is alles behalve een feministe in de enge zin van het woord. Voor haar heeft de bevrijding van de vrouw ook te maken met ras, klasse en imperialisme. Maar zoals vele feministen ondervinden stuitte ook zij op tegenstand in bevriende kringen. Zo verweten mannelijke leden van een zwarte organisatie, US Organization, haar dat ze ‘mannenwerk’ verrichtte. Ze vonden dat vrouwen geen leiderspositie moeten bekleden. Het doet denken aan de beruchte uitspraak van een voormalige voorzitter van de Belgische vakbond ABVV en socialistisch minister Louis Major: ‘Wijven moeten niet zoveel complimenten maken.’

Het zal velen verrassen, maar naast haar drukke politieke activiteiten bouwde Angela Davis een academische carrière uit. Ze studeerde filosofie in de VS, in Frankfurt en aan de Sorbonne in Parijs. Al vlug werd ze docente. De toenmalige gouverneur van Californië, Ronald Reagan (die later president van de VS werd) verbood haar les te geven aan de universiteit van Los Angeles omdat ze lid was van de Communistische Partij. Een rechtbank maakte het ontslag ongedaan. Toch ontving Davis nadien nog meer haatbrieven dan voordien. Ze doceerde in de VS, Europa, Afrika, de Caraïben en de Sovjet-Unie. In 2016 ontving ze een eredoctoraat van het California Institute of Integral Studies.

Tot slot laten we Angela Davis nog even zelf aan het woord. In het voorwoord bij de eerste druk van haar autobiografie schreef ze: ‘De mogelijkheid bestond dat meer mensen – na het lezen van het boek – zouden begrijpen waarom zo velen van ons geen andere keuze hadden en dat we ons leven, ons lichaam, onze kennis, onze wil moesten opofferen voor de zaak van onze onderdrukte mensen.’

Een autobiografie (Oorspronkelijke titel: ‘Angela Davis. An Autobiography’ Vertaling: Jan Reyniers) EPO 420 p. 24,90 euro
Angela Davis
EPO
2022
420, € 24,90
Deel dit artikel

Andere boeken